Algemeen wordt aangenomen dat de eerste heavymetalband Black Sabbath is. Opgericht in 1968 door Tony Iommi, Ozzy Osbourne, Geezer Butler en Bill Ward in Birmingham, Verenigd Koninkrijk.
De oorspronkelijke naam van de groep was The Polka Tulk Blues Band (later afgekort tot Polka Tulk) en nadien gewijzigd in Earth alvorens definitief Black Sabbath te worden, geïnspireerd door een Italiaanse horrorfilm met dezelfde naam.
Hun debuutelpee uit 1970 'Black Sabbath' vond ik al fenomenaal en dus mocht de hitsingle uit datzelfde jaar niet ontbreken in mijn verzameling en dat was 'Paranoïd' / 'Rat Salad'.
In sommige landen stond 'The Wizard' op de b-kant maar bij mij gelukkig niet want die song stond al op hun debuutelpee. Op mijn b-kant geeft drummer Bill Ward een solo van jewelste.
De single 'Never Goin' Back To Georgia' / 'Feelin' Time (I Can Feel It)' van Blues Magoos werd in de Verenigde Staten en in sommige landen reeds uitgebracht in 1969. Maar in België kwam die single pas in de winkels in 1970.
Blues Magoos was een Amerikaanse psychedelische en garage rockband afkomstig uit de Bronx, New York.
De b-kant mag er ook zijn en herinnert ietwat aan Eric Burdon & War.
In 1970 was ik niet zo'n fan van zeemzoete muziek (ik ging toen tenslotte 19 jaar worden!). De eerste singles van Bread ('Make It With You' en 'It Don't Matter To Me') liet ik rustig aan mij voorbijgaan.
Bread was een Amerikaanse softrock band uit Los Angeles, Californië. Hij bestond uit zanger David Gates, James Griffin, bassist Larry Knechtel, Mike Botts, en Robb Royer.
Maar van de a-kant van de single 'Let Your Love Go' / 'Too Much Love' was ik wèl fan en dat plaatje stak in die periode vaak in mijn playlist als amateur deejay!
De b-kant was een zachte ballade, het kenmerk van David Gates.
Christie was een Britse band, opgericht in 1969 door Jeff Christie (gitaar, zang, keyboards), Vic Elmes (gitaar) en Michael Blakley (drums, piano). Zij hadden een wereldhit met 'Yellow River' in 1970.
Het scheelde niet veel of The Tremeloes waren met het succes gaan lopen. Jeff Christie bood zijn compositie aan, ze namen het lied op maar in laatste instantie werd hun versie niet uitgebracht. Producer Mike Smith verwijderde toen de vocals van Dave Munden van The Tremeloes en verving die door de stem van Jeff Christie!
Het is pas toen bleek dat de groep Christie wereldwijd torenhoog scoorde met hun versie dat The Trems het lied in het Spaans opnamen en daarmee alsnog in Spanje en Latijns-Amerika zouden scoren. De titel was 'No comprendes'. De Engelstalige versie van The Tremeloes zou jaren later ook op cd verschijnen.
Op de versie van Christie staan dus volgende muzikanten: Jeff Christie, zang; met The Tremeloes als backinggroep: Dave Munden, drums; Rick Westwood, leadgitaar; Alan Blakley, ritmegitaar; Len Hawkes, basgitaar.
Ik moet eerlijk toegeven dat mijn exemplaar 'Yellow River' / 'San Bernadino' een heruitgave is uit 1972 want deze b-kant komt oorspronkelijk ook uit 1970. Het was de opvolger van 'Yellow River'!
De originele b-kant is 'Down the Mississippi Line'. 'San Bernadino' werd heel vaak verkeerd gespeld als 'San Bernardino'.
April 1970 begon voor mij met een muzikale kater van jewelste want niet lang na het uitbrengen van de single 'Let It Be' / 'You Know My Name (Look Up The Number)' vernam ik dat The Beatles gesplit waren. De scheiding werd aangekondigd op 10 april 1970 maar toch zou ze pas officieel plaatsvinden op 29 december 1974.
'Let It Be' beluisterde ik dus met gemengde gevoelens, vooral omdat de single niet overal meer op nummer één zou belanden. Ik begon dan maar vaker naar de gekke b-kant te luisteren. Vooral omdat ik later te weten kwam hoe het nummer tot stand kwam.
Het idee voor de titel ontstond toen John Lennon op de omslag van een telefoonboek de woorden "You know the name, look up the number" zag. Lennon wilde oorspronkelijk een soort van Four Tops-achtige compositie maken. De opnames gebeurden in de EMI studio's op 17 mei, 7 en 8 juni 1967 en op 30 april 1969! Op 8 juni kwam Brian Jones van The Rolling Stones in de studio om altsaxofoon te spelen op uitnodiging van McCartney. Zijn biograaf Philip Norman schreef neer dat dit de laatste keer was dat Lennon en McCartney nog samen plezier hadden in de studio. Mal Evans stak zelfs een spade in grind en dat specifiek geluid is ook te horen op de b-kant.
De humor van het knotsgekke nummer doet mij aan de Monty Python kolder denken.
The Bee Gees hadden ook spanningen gekend tussen de drie broers Gibb. Na de hoogtijdagen van de band in de periode 1967-1968 viel de groep ten prooi aan interne strubbelingen, artistieke meningsverschillen en problemen in hun privéleven. Hun plotse en onverwachte sterrenstatus en roem werd een roes waarin de jonge broers zich overgaven aan verkwisting, amoureuze escapades en drank- en drugsverslavingen.
Ook de latente rivaliteit tussen Barry en Robin Gibb - de ambitieuze broers eisten elk de rol van leadzanger op - mondde nu uit in een openlijk conflict. De groep werd opgedoekt en opnieuw opgericht in augustus 1970.
En de eerste single na de split, 'Lonely Days' / 'Man For All Seasons', kwam terecht in de splinternieuwe BRT Top 30.
Tijd voor een streepje instrumentale filmmuziek. Vinnie Bell (echte naam Vincent Gambella) bracht ook platen uit onder de naam Vincent Bell. Hij was een gitarist en (elektrische) sitarspeler en zeer populair als sessiemuzikant alsook de uitvinder van de elektrische 12-string guitar (Bellzouki) en de elektrische sitar.
De single 'Airport Love Theme' / 'Marilyn's Theme' werd in 1970 uitgebracht. De film 'Airport' met o.a. Burt Lancaster en Dean Martin plus een hele resem bekende acteurs/actrices was een kaskraker.
Op de b-kant staat een ode aan Marilyn Monroe.
Brook Benton (echte naam Benjamin Franklin Peay) was een Amerikaanse gospel- en soul/R&B-zanger, liedjesschrijver maar ook acteur.
Zijn single 'Rainy Night In Georgia' / 'Where Do I Go From Here?' werd in de Verenigde Staten al uitgebracht in 1969 maar in West-Europa pas in het jaar 1970.
De a-kant werd natuurlijk geschreven door niemand minder dan Tony Joe White, die ik in september 1971 live zou zien in het Antwerps Sportpaleis als voorprogramma van Creedence Clearwater Revival.
De b-kant schreef Brook Benton zelf, samen met James Shaw.
De eerste single uit 1970 in mijn verzameling is er een van de Amerikaanse band Ballin' Jack uit Seattle. Rock en funk waren hun handelsmerk en de groep werd in 1969 opgericht door Luther Rabb en Ronnie Hammon.
Ik leerde de muzikanten kennen door hun uitstekende single 'Found A Child' / 'Super Highway' die indertijd grijs werd gedraaid in Jeugdclub De Reinaert in hartje Brussel. Ik heb er talloze keren op gedanst.
En dan nu allemaal samen: ♫♫♫ Where, where can you be? ♫♫♫ ...
Met agressief tromgeroffel kwamen de mannen van Canned Heat binnengerold in de hitlijsten van 1970 met hun cover van 'Let's Stick Together' van Wilbert Harrison uit 1962, een lekkere rockplaat die ze omdoopten tot 'Let's Work Together'.
De componist had dat trouwens ook al gedaan in 1969 onder de naam Wilbert Harrison One Man Band. Bryan Ferry daarentegen bracht zijn versie in 1976 uit als 'Let's Stick Together'.
Kunnen jullie nog volgen?
Funk en soul waren in 1970 nog altijd aanwezig in de meeste hitlijsten.
Zo ook de knappe single van Gladys Knight And The Pips: 'You Need Love Like I Do (Don't You)' / 'You're My Everything'.
Gladys Knight & the Pips was een Amerikaanse rhythm-and-blues-groep uit Atlanta, Georgia rondom zangeres Gladys Knight. De "Pips" waren familieleden van haar.
In sommige landen kregen ze het label "popcorn" opgeplakt!
Ray Barretto was een Amerikaanse congaspeler, drummer, percussionist, orkestleider, componist en producer. Hij werd geboren als Raymundo Barretto Pagán uit Puerto Ricaanse ouders.
Hij was lid van het orkest van Tito Puente van 1957 tot 1960, en richtte zijn eigen orkest op in 1961.
'Right On' / 'Power' werd in 1970 uitgebracht in België op het Pink Elephant platenlabel. Ook deze muzikant leerde ik kennen door het Jeugdhuis De Reinaert in Brussel. Tussen 1968 en 1974 was ik daar een wekelijkse klant, behalve in 1973 tijdens mijn legerdienst in West-Duitsland.
De laatste singles uit 1969, die in mijn verzameling zitten, komen nu aan bod. De opvolger van 'Venus' van de Nederlandse band Shocking Blue was 'Mighty Joe' / 'Wild Wind' en die vond ik eigenlijk nog straffer.
Heerlijke gitaarsound en dan dat geweldig knap hoesje!
Kurt Cobain was ook een fan want hij zou later met zijn groep Nirvana een cover opnemen van 'Love Buzz'!
Johnnie Taylor, eigenlijk een gospelzanger uit Arkansas, was tenminste eerlijk want hij zong in 1969 'I Could Never Be President' / 'It's Amazing', uitgebracht op het befaamde STAX platenlabel. En dat getuigde van veel zelfkennis! Sommigen houden heel krampachtig vast aan die functie, ook al zijn ze niet bekwaam.
Hij was al actief sinds 1961 en vanaf ongeveer 1967 werd hij R&B-, soul- en funkzanger. Zijn manier van zingen leunt sterk aan bij die van Wilson Pickett.
Zijn grootste succes, 'Who's Making Love', scoorde hij echter in 1970.
De volgende single is een heel bijzondere want hij werd uitgegeven in december 1969 als voorbode van een rockopera genaamd 'Jesus Christ Superstar'. Het album was gehuld in een kartonnen doos die pas in oktober 1970 zou worden uitgebracht!
Op de a-kant stond een heel bekend nummer van Murray Head With The Trinidad Singers dat in een mum van tijd een geweldige hit zou worden: 'Superstar' en op de b-kant The Andrew Lloyd Webber Orchestra met 'John Nineteen Forty-One'.
De laatste single uit deze reeks kwam ook uit in 1969 en hij zou de eerste grote hit van 1970 worden: 'Thanks' / 'Do It All Over Again'.
De Britse zanger J. Vincent Edwards werd zelfs verkeerdelijk aangeduid op het hoesje als J. Vincent Edward (sic)!
Wie mij een beetje beter kent weet dat ik (vooral vroeger) heel veel van dansen hou. Een van mijn favoriete groepen is dan ook Kool & The Gang, een Amerikaanse funk/disco-band. De band genoot de grootste populariteit bij het brede publiek vanaf het eind van de jaren '70 tot midden jaren '80. Internationaal succes verwierf de groep met hun bijdrage aan de film 'Saturday Night Fever' uit 1977.
De veelkoppige groep werd opgericht door Robert "Kool" Bell, zijn broer Ronald Bell en een hele resem tienervrienden uit New Jersey halverwege jaren 1960s onder de naam The Jazziacs. Kool & the Gang speelde gedurende jaren traditionele jazz tijdens regionale feestjes, langzaamaan wijzigde hun stijl tot funk die het midden hield tussen Sly and the Family Stone en James Brown. In 1969 wijzigden ze hun naam in Kool And The Gang.
Ik was dan ook heel verheugd hun allereerste single uit 1969 op de kop te kunnen tikken. 'Kool And The Gang' / 'Raw Hamburgers' vond ik tijdens de koopjesperiode van 1971 voor een belachelijk prijsje. Ik had in die zomer mijn allereerste platenspeler gekregen van mijn ouders omdat mijn studieresultaten uitstekend waren. Voordien werkte ik altijd met mijn Grundig taperecorder en mijn transistorradiootje van hetzelfde merk om mijn favoriete muziek op te slaan.
Rauwe hamburgers heb ik nooit gegeten.
De volgende single uit 1969 die in mijn toen snelgroeiende verzameling steekt is 'Mackintosh' / 'Street Named Love' van The Pebbles.
Op de a-kant heeft Luc Smets een glansrol te pakken met zijn geweldige prestatie op de toetsen en zijn fantastische stem. De single werd zelfs nummer één in Spanje! Drummer Marcel De Cauwer heeft op deze single een mooie solo.
Oh, ja ... voor de jongsten onder ons: de Mackintosh-regenjas is een soort regenjas, voor het eerst verkocht in 1824, gemaakt van rubberstof. De Mackintosh is vernoemd naar zijn Britse uitvinder Charles Macintosh, hoewel veel schrijvers er een letter k aan toevoegden.
Wie mij in 1969 ook kon boeien was de Britse rock/blues/jazz-groep The Peddlers, een geweldig trio dat bestond uit Roy Phillips, Tab Martin, en Trevor Morais.
De single 'Birth' / 'Steel Mill' is een van mijn favoriete singles aller tijden. Het is de mengeling van de zangstem, het toetsenspel en vooral de tekst die mij aanspreekt.
Op de instrumentale b-kant krijgt het Hammondorgel een glansrol toebedeeld.
Ondertussen heb ik nagenoeg heel hun muzikaal oeuvre op elpee en cd.
Op 24 oktober 1969 werd de tweede single van de Plastic Ono Band uitgebracht: 'Cold Turkey' (geschreven door John Lennon) met op de b-kant 'Don't Worry Kyoko (Mummy's Only Looking For A Hand In The Snow)' (geschreven door Yoko Ono).
Alle fans van The Beatles voelden toen aan dat The Beatles op sterven na dood waren niettegenstaande de elpee 'Abbey Road' van het viertal in die periode nog hoge toppen scheerde.
Het hoesje van de single met die doodshoofden vond ik maar niets en de b-kant heb ik slechts één keer opgezet.
'Cold Turkey' vind ik wel een straffe boodschap. Cold turkey is een manier van afkicken. Cold turkey stoppen met een middel betekent dat iemand in één keer stopt met het gebruik. Zonder het middel geleidelijk af te bouwen of middelen te gebruiken die ontwenningsverschijnselen kunnen tegengaan. De term betekent dus vooral geen koud geworden gerecht op Halloween.
Beide kanten zijn hieronder na elkaar te beluisteren!
In 1962 bracht de Amerikaanse rhythm & blueszanger, pianist, gitarist en mondharmonicaspeler Wilbert Harrison de single 'Let's Stick Together' uit die in onze contreien weinig of niets deed.
In 1969 bracht hij onder de naam Wilbert Harrison One Man Band een hernieuwde versie uit van zijn compositie als 'Let's Work Together (Part 1)' / 'Let's Work Together (Part 2)'. Jammer genoeg in twee stukken geknipt voor kant A en kant B, zoals dat toen gebruikelijk was.
Gelukkig is het lied hieronder in zijn geheel te beluisteren via YouTube. Het is trouwens op deze versie dat Canned Heat zich baseerde om het als 'Let's Work Together' uit te brengen in 1970. Bryan Ferry bracht de song in 1976 dan weer uit als 'Let's Stick Together'.
Ik kocht deze single uit 1969 zoals gewoonlijk in 1971 tijdens de koopjes, voor een appel en een ei.
Hetzelfde verhaal bij Donny Hathaway die bij het Atlantic label zat, meer bepaald bij de onderverdeling Atco Records.
Zijn single 'The Ghetto - Part 1' / 'The Ghetto - Part 2' bleek ook iets te lang voor de platenfirma zodat het lied in twee stukken werd geknipt.
Dankzij YouTube kun je het protestlied hieronder ook in één stuk beluisteren.
Elvis Presley zong in 1969 ook over "The Ghetto", maar dit is toch wel van een heel andere orde.
Donny Hathaway was een Amerikaanse R&B- en soulzanger, keyboardist, componist, arrangeur, en producer.
'Melodia' was een Italiaans liedje uit 1968 gezongen door Isabella Iannetti dat in het Engels werd vertaald door Roger Greenaway & Roger Cook.
In het jaar 1969 had Engelbert Humperdinck er een grote hit mee als 'The Way It Used To Be'. Op de b-kant staat 'A Good Thing Going', een lied dat hijzelf componeerde.
'Love Is A River' / 'My Name Is ♥' is een single van Jess & James uit 1969. Ik kreeg hem cadeau van Chantal twee jaar later, toen wij elkaar pas leerden kennen.
De a-kant werd gecomponeerd door Scott Bradford (die later trouwde met Anneke Soetaert), Tony Lam en Wando Lam. De b-kant kwam uit de pen van Tony Lam en Wando Lam, de pseudoniemen van Antonio Lameirinhas (Jess) en Fernando Lameirinhas (James).
De hoesfoto werd genomen door Herman Selleslags.
♥ betekent zoveel als 'Love', want zo zingen beide broers het op de keerzijde van de single.
Toen ik tijdens de maand juli 1969 in Londen verbleef was 'Barabajagal (Love Is Hot)' een hit in de Britse charts. Het was een ongewone combinatie van Donovan met de Jeff Beck Group, met het specifiek gitaargeluid van Jeff Beck.
Twee jaar later vond ik tijdens de koopjes in de bakken van een Brusselse platenwinkel een single die mij intrigeerde. De uitvoerder was The Flying Guitar. Ik verneem nu pas dat daar André Hasse (André Shore) achter zat. Twee jaar na de split van The Cousins vroeg producer Roland Kluger aan gitarist André Van Den Meersschaut (alias André Hasse/Shore en medeoprichter van de band) om een nieuwe elpee op te nemen. Met behulp van een bassist/drummer nam Shore alle gitaarpartijen voor zijn rekening. De opnametechnicus was Pierre Dupriez in de Madeleine Studio's in Brussel.
Op de a-kant dus een instrumentale versie van 'Barabajagal (Love Is Hot)' met op de achterzijde het rustgevende 'Tranquility Beach'.
Geen meesterwerk maar wel een leuk curiosum in mijn collectie!
In 1967 scoorde Bobbie Gentry een wereldhit met 'Ode To Billie Joe' en daarna hoorden wij zo goed als niets meer van die begenadigde singer-songwriter, buiten enkele duetten met Glen Campbell en een knappe cover van 'The Fool On The Hill'.
In 1969 had ze opnieuw een hit te pakken met 'I'll Never Fall In Love Again' van Burt Bacharach en Hal David. Die heb ik niet op 45 toeren maar wel op elpee en cd.
De enige vinylsingle van haar in mijn verzameling is 'Touch 'em With Love' / 'Casket Vignette', ook uitgebracht in 1969.
Bobby Goldsboro raakte in onze contreien plots bekend in 1968 met zijn mierzoete ballade 'Honey'. Ik wist wel dat hij de auteur was van 'Little Things' uit 1965, dat hier bekend raakte door de versie van Dave Berry.
In 1969 bracht de Amerikaanse singer-songwriter de single 'Muddy Mississippi Line' / 'Richer Man Than I' uit die mij erg bekoorde.
Hoeveel liedjes zouden er ondertussen al 'Mississippi' in de titel hebben?
De b-kant is getapt uit hetzelfde vaatje als 'Honey'.
De Amerikaanse folkmuzikant, liedjesschrijver en componist, Tim Hardin, verblijdde mij met zijn composities 'If I Were a Carpenter', 'Reason to Believe' en '(How Can We) Hang On To A Dream', die dan vooral hits werden in de uitvoering van andere bekende artiesten.
Zijn single uit 1969 'Simple Song Of Freedom' / 'Question Of Birth' heb ik gelukkig twee jaar later nog in een Brusselse platenwinkel gevonden, tussen andere koopjes.
'Simple Song of Freedom' is een nummer geschreven door Bobby Darin als protestlied tegen oorlog en voor verzoening. Hij schreef het nummer naar aanleiding van verschillende nieuwsgebeurtenissen, zoals de Vietnamoorlog en de moord op John F. Kennedy. Op het Woodstockfestival van augustus 1969 bracht Hardin het nummer ook ten gehore.