De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Kan dit toeval zijn? Zo'n vijf uur geleden post mijn muzikale Facebookvriend Herwig een track uit de elpee 'Jess & James' van de Portugese broers Antonio Lameirinhas (Jess) en Fernando Lameirinhas (James) die ik in december 1967 live zag in het Rogiercentrum in Brussel.
En vandaag post ik een single uit 1969 (uit een lijst die al maanden geleden werd opgesteld!) van Jess & James with The J.J. Band.
Het gaat waarschijnlijk om een heruitgave want 'Move' (uitgebracht eind 1967 als b-kant nota bene van 'What Was I Born For', heruitgebracht in 1968 als a-kant en nog altijd een hit in 1969) werd op dat schijfje gekoppeld aan 'Something For Nothing' (uit 1968/1969).
Een productie van Roland Kluger met muzikale supervisie van Willy Albimoor!
Rechts plaats ik de originele versie van 'Something For Nothing' want de intro daarvan is in de mix (linkerclip) verloren gegaan! ♫♫♫ One, two, three! ♫♫♫ ...
Lionel Morton is een voormalig muzikant en tv-presentator die zijn carrière begon als zanger bij The Four Pennies. in 1969 bracht hij zijn single 'Waterloo Road' / 'Floral Street' uit die ik tijdens de maand juli van dat jaar regelmatig op de Britse radio's hoorde. Ik kon het liedje meteen meezingen.
Toen ik na mijn verblijf van een maand in Londen terug thuiskwam herkende ik die melodie op alle radiozenders maar ditmaal werd het liedje in het Frans gezongen. Joe Dassin was met de eer gaan lopen want haast iedereen dacht dat hij 'Les Champs Elysées' gecomponeerd had.
Ik vernam pas veel later dat het origineel al in 1968 werd uitgebracht door Jason Crest, een Engelse psychedelische popgroep à la Procol Harum. Fritz Fryer, bassist van The Four Pennies, had de groep ontdekt. Coauteur Mike Wilsh was bij diezelfde Four Pennies pianist geweest.
Ik heb het singletje vruchteloos gezocht gedurende al die lange jaren tot ik het enkele weken geleden op de kop kon tikken in Leuven! En ik dolgelukkig natuurlijk.
Oorspronkelijk heette de groep "The Fredstones", maar op advies van producer Norman Petty veranderden ze die in The Pebbles.
In 1969 werd de single 'Seven Horses In The Sky' / 'To The Rising Sun' uitgebracht. De première van de a-kant kregen de festivalgangers live al te horen op Jazz Bilzen in de zomer van 1968. De b-kant zou in 1971 als a-kant uitgebracht worden met 'Is There No One' als keerzijde.
Ik zag de groep jammer genoeg slechts éénmaal en dat was op 26 juni 1971 t.g.v. de officiële opening van het Woluwe Shopping Center in Sint-Lambrechts-Woluwe. De Nederlandse bassist Axel van Duin zat toen pas in de band.
1969 was natuurlijk het jaar van The Fifth Dimension die met een medley van twee liedjes uit de musical Hair een geweldige wereldhit scoorden.
Veel minder bekend is hun single 'Sunshine Of Your Love' {Eric Clapton/Jack Bruce/Pete Brown} / 'Workin' On A Groovy Thing' {Neil Sedaka/Roger Atkins}.
Niets gaat natuurlijk boven het origineel van Cream (a-kant) maar dat de vijf goed konden samen zingen staat buiten kijf!
De groep bestaat nog altijd onder een andere bezetting maar dit waren de originele leden: Marilyn McCoo (1966-1975) Lamonte McLemore (1966-2006) Billy Davis jr. (1966-1975) Ron Townson (1966-1998) (overleden in 2001) Florence LaRue (1966- tot nu!)
Volgende single uit 1969 is 'Venus' van Shocking Blue die nooit op nummer één zou terechtkomen in Nederland maar wel in de Verenigde Staten in 1970. En wie had er toen geen boontje voor de zangeres Mariska Veres? Ik had toen nog nooit gehoord over 'The Banjo Song' maar bij de intro moest ik toch even denken aan 'Pinball Wizard' van The Who uit de rockopera 'Tommy'.
De basis van het liedje is al een stuk ouder dan 1969. Van Leeuwen nam de muziek van 'Venus' volledig over van de versie van The Big Three uit 1963. Robbie Van Leeuwen gaf er een geheel eigen sound aan. 'The Banjo Song' was op zich al een bewerking van de Minstrelsong 'Oh! Susanna' van Stephen Foster, zodat componist Tim Rose geen juridische stappen ondernam. The Big Three bestond uit Cass Elliot (later bekend als Mama Cass), Jim Hendricks (geen familie van Jimi), en Tim Rose.
Op de b-kant van 'Venus' kwam 'Hot Sand' terecht. Gelukkig zag Van Leeuwen de hitpotentie in van 'Venus' want oorspronkelijk was die niet voorzien als a-kant!
Oh ja, ik vergeet bijna het foutje van Mariska wanneer ze "a godness" zingt terwijl het "a goddess" moet zijn. Maar dat euvel bedekken we met de mantel der liefde.
Ik keer nog even terug naar mijn heerlijk verblijf in Londen tijdens de maand juli 1969.
De Ierse zanger Joe Dolan had toen een dijk van een hit met 'Make Me An Island' / 'If You Care A Little Bit About Me'. Ik had toen nog nooit over hem gehoord, alhoewel hij al sinds 1964 professioneel bezig was.
En dat het een meezinger van formaat was, zullen we geweten hebben!
♫♫♫ Take me and break me and close all your windows and doors Shut me off, cut me off, make me an island, I'm yours Take me away from the world, take me away from the girls Take me and break me and make me an island, I'm yours. ♫♫♫
Terwijl de volgelingen van Hare Krishna de straten van Londen in juli 1969 bevolkten met hun oranje gewaden en kaalgeschoren hoofden kregen ze muzikaal gezien concurrentie van de Church of God in Christ, voorheen bekend als het Northern California State Youth Choir tot Edwin Hawkins en Betty Watson de Amerikaanse gospelgroep omdoopten tot The Edwin Hawkins Singers.
'Oh Happy Day' was in die periode niet uit de ether weg te slaan!
Maar er was een single onderweg vanuit de Verenigde Staten die een nog grotere hit zou worden en dat was 'In The Year 2525 (Exordium & Terminus)' / 'Little Kids' van een nog onbekend duo Zager & Evans.
In 3:10 minuten schetsten de Amerikanen geen fraai beeld van de wereld want als we hen mochten geloven zou de ondergang van de mensheid -relatief gezien- niet zo lang meer op zich laten wachten!
De b-kant was geen depressieve boodschap zoals 'In The Year 2525' die bracht, maar een rustgevende jeugdherinnering aan spelende kinderen.
Was het een eendagsvlieg of niet? Ik heb het duo in de herfst van 1969 nog een aantal keren gehoord op Hilversum III met het fraaie 'Cary Lynn Javes' en toen was er niets meer...
Gisteren vertelde ik over mijn eerste kennismaking met reggae, een nieuwe muziekvorm die voortvloeide uit ska en rocksteady, zeer populair in de Caribische eilanden.
Max Romeo, echte naam Maxwell Livingston Smith, was een Jamaicaanse singer-songwriter en producer, die in de zomer van 1969 een geweldige hit had met zijn single 'Wet Dream' / 'She's But A Little Girl'. De a-kant werd meteen door de puriteinse bazen op de BBC verbannen, net als 'Je t'aime... moi non plus' trouwens. Ik moet toegeven dat de tekst niets aan de verbeelding overlaat.
Bij latere herpersingen zou het lied herdoopt worden tot 'The Dream'. De single werd al in 1968 uitgebracht maar het duurde tot de zomer van 1969 eer Max Romeo er een hit mee scoorde in het Verenigd Koninkrijk.
Een beetjes funk en soul uit 1969 is altijd welkom.
The Delfonics scoorden toen in het Verenigd Koninkrijk met 'Didn't I (Blow Your Mind This Time)' / 'Down Is Up, Up Is Down'.
De single werd gearrangeerd en gedirigeerd door Thom Bell, een Jamaicaan die opgroeide in Philadelphia en in de jaren zeventig zou samenwerken met Gamble & Huff en zo aan de basis lag van de Philly Sound!
Een geweldige slow om op te dansen, op één tegel natuurlijk!
Dat er in de zomer van 1969 spanningen waren bij The Beatles kon je merken aan het gedrag van John Lennon die met zijn Plastic Ono Band zeer aanwezig was in de hitlijsten. George Harrison hield zich bezig met de Hare Krishna-aanhangers en Ringo acteerde naast Peter Sellers en Raquel Welsh in 'The Magic Christian'. Paul McCartney was nergens te bekennen. Tot de vier Beatles op 8 augustus 1969 plots het zebradpad nabij Abbey Road overstaken! Ikzelf zou 40 jaar later exact hetzelfde doen maar dan op 15 augustus, de verjaardag van Chantal.
Ondertussen scoorde de Plastic Ono Band met 'Give Peace A Chance' / 'Remember Love' heel hoog in de Britse hitparade. John & Yoko waren de producers van de single. De b-kant is een compositie van Yoko Ono.
Maakten ooit deel uit van deze eclectische groep naast John & Yoko: Adam Ippolito, Ahmir '?uestlove' Thompson, Alan White, Allen Ginsberg, Andrew Cresswell Davis, Andrew Smith, Andy Muson, Arthur Jenkins, Aynsley Dunbar, Bill Dobrow, Billy Preston, Bob Harris, Bobby Keys, Bonnie Bramlett, Chris Osborne, Daniel Carter, David Allen Turner, David Friedman, David Spinozza, Delaney Bramlett, Derek Taylor, Dick Gregory, Dick Smothers, Dr. Timothy Leary, Murray The K, Rosemary Leary, Tommy Smothers en zelfs Petula Clark (zie videoclip)!
De single die live werd opgenomen werd talloze malen per dag afgespeeld op de radio en in de straten van Londen (vooral in Carnaby Street) en de aanhangers van de Hare Krisha beweging waren er als de kippen bij om mee te zingen en te dansen.
En nu allemaal samen:
Mijn voorliefde voor de composities van Neil Diamond heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken, ook niet toen hij door HUMO niet goed werd bevonden.
Ik was er al zeer vroeg bij om zowel singles als elpees van de Amerikaanse singer-songwriter aan te kopen.
Zijn vroege composities 'The Boat That I Row', 'Cherry, Cherry', 'Red Red Wine', 'Girl, You'll Be a Woman Soon', 'Kentucky Woman' en 'I'm a Believer' werden hits in de versie van andere artiesten.
Zo was er in 1969 de prachtige single 'Holly Holy' / 'Hurtin' You Don't Come Easy'. De a-kant is haast een religieus lied en de b-kant is zeer emotioneel gezongen.
The Casuals was een Britse popband uit Lincoln, Lincolnshire die oorspronkelijk opereerde vanuit Italië.
De single 'Jesamine' werd reeds uitgebracht in mei 1968 en na hevig geplugd te zijn op BBC Radio 1 plaatste die zich eind 1968 op nummer 2 in de Britse hitlijsten. Het continent volgde even later.
'Jesamine' was een coverversie van 'When Jesamine Goes' van The Bystanders, uitgebracht in februari 1968 en werd mede geschreven door Marty Wilde en Ronnie Scott onder het pseudoniem Frere Manston en Jack Gellar.
Cats Eyes was een groep muzikanten uit het Verenigd Koninkrijk, afkomstig uit Evesham, actief van 1968 tot 1972.
Op het hoesje is de groepsnaam verkeerd gespeld als Cat Eyes en hun single uit 1969 was 'Where Is She Now' / 'Tom Drum'.
Ik vond hem twee jaar later in de afdeling koopjes van een lokale platenhandelaar zonder te weten welke muziek ik in huis haalde. Voor de luttele prijs van 39 BEF kon ik toch niet bedrogen zijn.
En dat viel heel goed mee, luister maar naar de a-kant!
De eerste keer dat ik het woord "reggae" hoorde of op een plaat zag staan was in juli 1969 toen ik een maand in Londen verbleef.
Dankzij Desmond Dekker & The Aces werd de nieuwe muziekvorm uit Jamaica over de hele wereld verspreid. Dekker stond toen hoog in de Britse hitlijsten met twee singles: 'Israelites' en 'It Mek' (soms gespeld als 'It Miek').
Ik herinner mij ook dat Max Romeo toen in de Top-10 stond maar de BBC had dat plaatje uit de ether verbannen. We hoorden het enkel in Carnaby Street, in open lucht. Maar daarover later meer.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik de single pas in 1975 kocht. Het was een heruitgave met een andere b-kant dan op de originele single uit 1968 (VS) of 1969 (West-Europa). Daarop stond 'My Precious World' ('The Man'). Op mijn exemplaar staat 'Sugar Dumpling', een song uit 1975.
Delaney & Bonnie & Friends is een grote groep muzikanten die werd opgericht door het Amerikaans duo singer-songwriters Delaney Bramlett en Bonnie Bramlett. In 1969 en 1970 stonden zij aan het hoofd van het rock/soul ensemble Delaney & Bonnie and Friends. Soms werkten heel bekende artiesten mee zoals o.a. Duane Allman, Gregg Allman, Eric Clapton, George Harrison, Leon Russell, Bobby Whitlock, Dave Mason, Steve Howe, Rita Coolidge en King Curtis.
Mijn single uit 1969 is 'Comin' Home' / 'Groupie' ('Superstar'). De b-kant werd enkele jaren later met succes gecoverd door de Carpenters. Op beide kanten is Eric Clapton de muzikale gast. Op de b-kant is Rita Coolidge de zangeres van dienst!
Onderstaande hitlijst heb ik in juli 1969, toen ik in Londen woonde, uit de krant geknipt. Na ettelijke verhuizingen is het krantenknipsel enigszins verfomfaaid. Het onderste stukje links ben ik ondertussen kwijtgeraakt.
De volgende single uit 1969 die ik kocht was een schijfje van Babylan: 'Into The Promised Land' / 'Nobody's Fault But Mine'.
Ik kocht het plaatje twee jaar later tijdens de uitverkoop van een platenwinkel voor een habbekrats.
Speurwerk achteraf leverde enkel de informatie af dat het duo (man/vrouw) afkomstig was uit Londen. De zangeres zou Carol Grimes zijn. Ze maakte ook deel uit van Delivery (Canterbury-scene). Dave Quincy en Lewis Rich zouden ook deel uitgemaakt hebben van de groep maar één van de twee stond dan niet op het hoesje! Het duo zou dan een groep blijken te zijn.
En de single was helemaal niet slecht maar nooit gehoord op de radio en nadien ook nergens meer gezien!
En toen leverden de Fab Four in 1969 een single af met een dubbele a-kant. Een Amerikaanse organist die bevriend was met het viertal sinds Hamburg mocht zelfs mee op het vinylschijfje en het hoesje prijken!
The Beatles With Billy Preston: 'Get Back' / 'Don't Let Me Down'. Alhoewel er op het hoesje 'Let Me Down' staat!
Ik woonde tijdens de maand juli 1969 in bij een Engels gezin en toen stond deze single nog genoteerd in de Britse Top-30 net als de opvolger 'The Ballad Of John & Yoko'. De geruchten als zou er een nakende split op komst zijn waren toen niet van de lucht!
Twee jaar later zouden Chantal en ik ontdekken dat wij allebei zielsveel van de b-kant hielden!
Wie er tijdens mijn verblijf in Londen ook in de Britse hitlijsten stonden waren Serge Gainsbourg & Jane Birkin met 'Je T'Aime… Moi Non Plus', een sensuele schijf die uit de ether verbannen was door de BBC vanwege veel te expliciet gekreun. In de plaats daarvan kregen de luisteraars een flauw afkooksel van de Britse studiogroep Sounds Nice te horen met de instrumentale cover van 'Je t'aime' hertaald als 'Love At First Sight'.
Heerlijke periode want op 5 juli 1969 woonde ik het Hyde Park Festival mee met The Rolling Stones en tal van andere artiesten. Ik zag de maanlanding live op televisie (zo omstreeks middernacht) en 's anderendaags kwam het Engels echtpaar waarbij ik inwoonde mij gelukwensen want mijn landgenoot Eddy Merckx had zijn allereerste Ronde van Frankrijk gewonnen, dertig jaar na Sylvère Maes!
Op de b-kant van 'Je t'aime... moi non plus' stond Jane Birkin alleen met het heel hoog gezongen 'Jane B.', gebaseerd op een compositie van Frédéric Chopin.
Ik plaats deze b-kant niet zomaar bij de opmerkingen van de a-kant omdat ik deze kant vaker opzet.
Jane Mallory Birkin was voorheen getrouwd met John Barry (bekend componist van soundtracks) en na de scheiding vestigde ze zich in Frankrijk waar ze Gainsbourg ontmoette die ook aan het bekomen was van zijn pijnlijke scheiding met Brigitte Bardot.
Serge en Jane zouden een van de bekendste koppels worden uit die periode net als John en Yoko trouwens.
De volgende song uit 1968 staat op een 45-toerenplaatje van Shorty Long met op de a-kant een cover van die geweldige compositie van Pigmeat Markham.
Eerlijkheidshalve moet ik erbij voegen dat het niet de originele single is maar wel een heruitgave met een andere b-kant dan oorspronkelijk. Dat is een song uit 1966 met die typische Motown-sound.
'Here Comes The Judge' / 'Function At The Junction' neemt een bijzondere plaats in, in mijn snelgroeiende collectie.
De single 'Abergavenny' / 'Alice In Blue' van Marty Wilde (de vader van Kim, Ricky, Roxanne, en Marty Wilde Jr.) is het tweede schijfje uit 1968 voor vandaag.
Marty Wilde is 86 jaar ondertussen en heeft in zijn jonge jaren blijkbaar niet stilgezeten.
Ik herinner mij nog altijd zijn deelname aan de Knokke-Cup met die heerlijke meezinger en meestamper 'Abergavenny'.
Na jaren vruchteloos gezocht te hebben kon ik de originele vinylsingle (geen heruitgave!) enkele weken geleden eindelijk op de kop tikken in Leuven!
Hieronder zijn beide kanten te beluisteren!
Norbert Blancke is een Belgisch artiest die al jàren meegaat en heel bekend is onder zijn schuilnamen Burt Blanca of Winky Hawks.
In 1968 sprong de Brusselaar op de trein van de rock-'n-roll-revival met 'Rock 'n Roll Is Good For The Soul'. Op de b-kant van mijn single staat 'I'm Almost Done' terwijl op de oorspronkelijke single 'Miss Molly' staat. Vandaar mijn vermoeden dat mijn exemplaar een heruitgave is.
Mijn b-kant heb ik niet teruggevonden op YouTube.
Met de laatste single voor vandaag zijn we terechtgekomen in het jaar 1969, mijn favoriet muzikaal jaar na 1967 en 1968.
Shahnour Varenagh Aznavurjian werd in Parijs geboren en was van Armeense afkomst. Onder het pseudoniem Charles Aznavour veroverde hij de hele wereld want hij zong maar liefst in 9 talen. Hij was tevens acteur!
Zijn platenfirma Barclay speelde het slim want zij bracht twee singles van de artiest opnieuw uit en plakten die op de a- en b-kant van het schijfje 'Désormais' / 'Quand et puis pourquoi'. Het is dan ook geen origineel plaatje maar een heruitgave.
Cliff Nobles was in 1968 een nobele onbekende voor mij tot hij met de b-kant van onderstaande single dagelijks te horen was op Radio Veronica in het programma Veronica's Drive-In Show. Latere persingen van de single zouden trouwens van die instrumentale b-kant de a-kant maken!
'Love Is All Right' van Cliff Nobles is de gezongen versie van 'The Horse' en op de flipzijde staan Cliff Nobles & Co met 'The Horse (Instrumental)'.
Rechts kun je genieten van de volledige instrumentale versie!
Deze Amerikaanse groep begon als The Union Gap. De frontzanger stak er met kop en schouders bovenuit zodat de band herdoopt werd tot The Union Gap featuring Gary Puckett om niet lang daarna definitief te worden herdoopt als Gary Puckett & The Union Gap.
In 1968 werd hun single 'Young Girl' / 'Woman, Woman' uitgebracht en beide zijden werden toen meermaals op de radiozenders uitgezonden.
Charles Stepney was een ervaren jazzpianist en vibrafonist, bekend van zijn werk voor het Chesslabel in de 1960s, die zich zou opmerken tot tekstschrijver, arrangeur, en producer. In de psychedelische periode wist hij een haast onbekende blanke rockgroep genaamd The Proper Strangers aan te vullen met de stemmen van zwarte stemmen Sidney Barnes en Minnie Riperton. Met deze laatste had Stepney al gewerkt op haar solosingle 'Lonely Girl' onder de naam Andrea Davis. En The Rotary Connection was geboren.
Ik zag het plaatje 'Soul Man' / 'Like A Rolling Stone' uit 1968 enkele jaren later liggen in een Brussels warenhuis tijdens de koopjesperiode en dacht meteen "met zulke componisten kan dit geen slechte koop zijn". De single kostte zowat 20 BEF.
Kant A: David Porter en Isaac Hayes / Kant B: Bob Dylan.
Het was bij een eerste beluistering toch wel even wennen want dit zijn psychedelische versies van overbekende nummers.
Minnie Riperton zou ik pas leren kennen in 1975 dankzij haar fenomenale hit 'Lovin' You'. Ze had een bijzonder stembereik van vijf octaven, dat haar onder andere in staat stelde vogels en muziekinstrumenten te imiteren.
In 1968 had je de "tweestrijd" tussen Tom Jones en Engelbert Humperdinck maar er was ook één andere kaper op de kust: John Rowles uit het verre Nieuw-Zeeland. Hij nam een geweldige Engelstalige versie op van 'Je n'aurai pas le temps' van Michel Fugain: 'If I Only Had Time' en die scoorde toen geweldig goed.
Eerlijkheidshalve moet ik erbij voegen dat ik niet de oorspronkelijke single uit 1968 heb kunnen kopen maar wel een heruitgave uit 1973 met op de b-kant 'Honey' gecomponeerd door Bobby Russell, een wereldhit van Bobby Goldsboro. 'Honey' met slechts één N natuurlijk!