Nino Tempo & April Stevens kwamen al eens voorbij in deze reeks van mijn plaatjes op 45 toeren met hun versie van 'Love Story' uit 1972. Een jaar later waren ze alweer van de partij met 'Who Turns Me On' / 'I Can't Get Over You Baby'.
Producers Jeff Barry en Nino Tempo zelf schreven en arrangeerden beide nummers.
Jammer genoeg geen klank gevonden op het internet maar wel het hoesje van broer en zus LoTempio, zoals ze in het echt heetten.
Een tijdje later in 1973 waren broer en zus Nino & April terug in de platenwinkels te vinden met de single 'Put It Where You Want It' / 'I Can't Get Over You Baby'.
Vreemd genoeg met een bijna identiek hoesje, enkel een lichtjes andere kleurschakering en met dezelfde b-kant!
Die b-kant is nog steeds onvindbaar op het internet. Gelukkig is er de a-kant, een gezongen versie van een compositie van Joe Sample, lid van The (Jazz) Crusaders!
Eric Stewart, Kevin Godley, Lol Creme en Graham Gouldman maakten deel uit van Hotlegs (Gouldman heel even) toen ze 10cc in 1972 oprichtten en een contract tekenden bij Jonathan King's UK Records platenlabel nadat ze werden afgewezen door Apple Records!
We spreken hier terecht over een supergroep die al snel het etiket "art-rock" kreeg opgeplakt: Eric Stewart (singer-songwriter en multi-instrumentalist, voorheen bij The Mindbenders), Kevin Godley (zanger/drummer en later regisseur van videoclips), Lol Creme (singer-songwriter en multi-instrumentalist), en Graham Gouldman (singer-songwriter, bassist en componist van enkele wereldhits zoals o.m. 'For Your Love', 'No Milk Today', 'Heart Full Of Soul', 'Evil Hearted You', en 'Bus Stop', voorheen ook bij The Mindbenders).
Zij braken in december 1972 door met de heerlijke pastiche uit de jaren vijftig: 'Donna'. Op de b-kant staat 'Hot Sun Rock', een stevig uit de kluiten gewassen instrumentale rocker.
Ik kocht het heerlijk plaatje meteen in 1973. De groepsnaam 10cc wordt vaak weergegeven als 10 C.C. Het verhaal gaat dat de groepsnaam werd ontleend aan de vermeende hoeveelheid sperma die de gemiddelde man kwijtraakt per zaadlozing (9 cc), iets wat de band ergens had gelezen. In werkelijkheid werd de naam gegeven door producer Jonathan King, die een droom had over een wereldbekende band met die naam. Omdat het viertal dat laatste een saaie uitleg vonden, hielpen ze zelf het verhaal over de hoeveelheid sperma de wereld in. Overigens komt bij de zaadlozing gemiddeld slechts 3 cc sperma vrij!
Hun vorige single 'Blockbuster!' was nog maar net uit de hitlijsten verdwenen of The Sweet waren daar in 1973 opnieuw met een geweldige single: 'The Ballroom Blitz'/ 'Rock & Roll Disgrace'.
Als naar goede gewoonte werd de a-kant gecomponeerd door Mike Chapman & Nicky Chinn en de b-kant, een stevig rocknummer, door Scott, Connolly, Tucker, Priest, die vier bandleden zelf.
Na zijn grote hit 'Forever And Ever' pakte Demis Roussos uit met zijn nieuwe single 'Goodbye, My Love, Goodbye' / 'Mara', een groot succes in West-Duitsland toen ik daar in de zomer van 1973 lange weken na elkaar niet naar huis kon.
Gelukkig was Chantal geduldig op mij aan het wachten. Uiteindelijk zwaaide ik op 31 oktober 1973 af.
Producer van deze single was Leo Leandros, jawel ... de vader van Vicky.
De b-kant zong hij in het Duits.
Jim Stafford (echte naam James Wayne Stafford) is een Amerikaanse comedian, muzikant, en singer-songwriter. Hij leerde zichzelf spelen op gitaar, fiddle, piano, banjo, orgel, en harmonica.
Ik hoorde zijn single uit 1973 'Spiders & Snakes' / 'Undecided', geproducet door Lobo en Phil Gernhard, enkele malen op de radio (alleen de a-kant natuurlijk) en ik was meteen verkocht.
Ik twijfel eraan of deze song ooit in de hitlijsten heeft gestaan, maar ik heb van mijn aankoop nooit spijt gehad. Perfecte achtergrondmuziek voor het programma 'Gene Paniek' van Philippe Geubels!
Stealers Wheel was een Schotse folk rock/rockband opgericht in 1972 in Paisley, Schotland, door vroegere schoolvrienden Joe Egan en Gerry Rafferty. Deze laatste had ik begin jaren zeventig in Brussel zien optreden samen met Billy Connolly als lid van The Humblebums.
Tijdens mijn legerdienst (1972/1973) had Stealers Wheel geweldige hits zoals 'Late Again', 'Stuck In The Middle', 'Everything'll Turn Out Fine', 'Star', 'You Put Something Better Inside Me' en toch was het de single 'Everyone's Agreed That Everything Will Turn Out Fine' / 'Next To Me' die ik kocht want de andere hits zou ik later op 33 toeren kopen.
Producers van deze single waren Jerry Leiber en Mike Stoller!
Even terug naar de glamrock want dat was in 1973 het muziekgenre dat het meeste succes had.
'Blockbuster!' / 'Need A Lot Of Lovin'' van The Sweet verkocht toen als zoete broodjes!
Telkens ik de intro met die sirene hoor moet ik aan smoelentrekker Jacques Vermeire denken! 😜
De a-kant is een compositie van Nicky Chinn/Mike Chapman en de b-kant schreven de jongens zelf (Scott, Connolly, Tucker, Priest). De song neigt meer naar de hardrock en doet hier en daar denken aan 'Paranoid' van Black Sabbath.
The Royal Guardsmen was een popgroep uit Ocala, Florida, een sextet bestaande uit Bill Balogh (bas), John Burdett (drums), Chris Nunley (vocals), Tom Richards (gitaar), Billy Taylor (orgel), en Barry Winslow (vocals/gitaar).
Om de een of andere reden werd de single 'Snoopy Vs. The Red Baron' / 'The Return Of The Red Baron' in 1973 in West-Duitsland uitgebracht, met succes!
De a-kant kwam oorspronkelijk uit 1966 en de b-kant uit 1967.
Ook deze "bubblegum" single deed het heel goed in onze kantine in Sankt-Tönis!
Salix Alba was een Belgische band uit de omgeving van Brussel.
Bezetting:
Peter Welch - vocals, gitaar; Pietro Lacirignola - fluit, saxofoon, vocals; Marc Herouet - keyboards (voorheen bij de Wallace Collection); Pino Marchese - bas, vocals (ook bij Vuile Mong & Zijn Vieze Gasten); Robert Dartsch - drums.
Dankzij mijn jarenlange studie van het Latijn wist ik dat de groepsnaam "witte treurwilg" (een schietwilg) betekent.
De a-kant is een heerlijke knipoog naar de muziek van Louis Prima.
Santabárbara was een Spaanse popgroep opgericht in 1973, die bestond uit Enrique Milian (zanger, bassist), Mario Balaguer (gitaar, vocals) en Alberto López (drums). Zij ontmoetten elkaar als de backing groep van Georgie Dann in 1969. In 1971 richtten zij Epoca op en brachten ze één single uit: 'No Estoy Bien'. Als Santabárbara hadden zij meteen een grote nummer één hit in 1973 met 'Charly'.
Ik kocht de single 'Charly' / 'San José' toen voor 80 BEF tijdens enkele dagen verlof in België. De prijs van de vinylsingles was aan het stijgen door de wereldwijde petroleumcrisis.
Neil Sedaka is een Amerikaanse zanger, pianist, componist en producer.
Met de single 'Standing On The Inside' / 'Let Daddy Know' stond hij na lange tijd nog eens in de hitlijsten van 1973 genoteerd.
De Nederlandse groep Full House zou in 1976 nog een flinke hit scoren met de a-kant!
Suzi Quatro, geboren als Susan Kay Quatro, is een Amerikaanse bassiste, zangeres en liedjesschrijfster, meestal strak in het lederen pak (of was het latex?) tijdens haar optredens.
In 1973 gonsde het van de glamrock- of glitterrockgeluiden van o.a. The Sweet, Mud, David Bowie, Marc Bolan & T. Rex, en Gary Glitter, toen daar ook nog Suzi Quatro bijkwam.
Haar single 'Can The Can' viel direct in het gehoor en werd geproducet en geschreven door Mike Chapman & Nicky Chinn.
Groot was mijn verbazing toen ik tijdens een kort verlof terug in België de b-kant opzette. Ik vond meteen 'Ain't Ya Somethin' Honey', geproducet door Mickie Most en geschreven door Quatro zelf, minstens even goed als de a-kant!
Redbone was een Amerikaanse rockband opgericht in 1969 in Los Angeles, Californië door de broers Pat Vegas en Lolly Vegas. De naam Redbone is een grappige Cajun term voor een persoon van gemengd ras. De leden van de groep waren een mengeling van Native Americans en muzikanten van Mexicaanse komaf.
De single 'We Were All Wounded At Wounded Knee' / 'Speakeasy' uit 1973 was de derde en laatste single van de groep die in mijn verzameling 45 toeren belandde.
De droevige geschiedenis van de Native Americans (die in mijn jeugd verkeerdelijk indianen werden genoemd) kende ik al sinds ik de film 'Soldier Blue' had gezien want op school werden dergelijke wantoestanden uit de geschiedenis doodgezwegen!
Het Bloedbad van Wounded Knee (Engels: Wounded Knee Massacre) is een bloedbad onder de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Amerika aangericht door de Amerikaanse cavalerie op 29 december 1890, in het plaatsje Wounded Knee in South Dakota.
Kant A was in de Verenigde Staten geen succes maar wel in West-Europa omdat de meeste Amerikaanse radiostations een ban over het lied hadden uitgesproken. De waarheid kwetst ...
Als klap op de vuurpijl nam Redbone in Brussel de tram om hun nieuwste single te promoten! Op het einde van de videoclip zie je een meisje een sigaret roken. Ik heb nooit geweten dat er op de tram gerookt mocht worden!
The Rolling Stones brachten zowaar een ballade uit die meteen naar de hoogste regionen van de meeste hitlijsten opklom. Jimmy Miller producete de single 'Angie' / 'Silver Train' die in 1973 werd uitgebracht.
Al heel snel werd gespeculeerd wie Angie was. Ging het lied over David Bowie's eerste vrouw Angela, Keith Richards' pasgeboren dochtertje Dandelion Angela, de actrice Angie Dickinson, of andere meisjes/vrouwen? Volgens Richards was de inspiratiebron zijn dochtertje, later herriep hij die bewering en zei hij dat de naam willekeurig was gekozen. Volgens Jagger legde hij extra sentiment in zijn stem omwille van zijn breuk met Marianne Faithfull. Wie zal het zeggen?
Nicky Hopkins speelde piano op de elpeeversie en Nicky Harrison arrangeerde de violen.
Demis Roussos (echte naam Αρτέμιος Ρούσσος (Artemios Ventouris-Roussos), was een Griekse zanger die in Alexandrië, Egypte werd geboren. Hij was eind jaren zestig zanger/bassist bij de progressieve rockgroep Aphrodite's Child waarin ook toetsenist Vangelis zat.
Begin jaren zeventig koos Demis Roussos voor een solocarrière en in 1971 had hij meteen prijs met 'We Shall Dance' en 'My Reason (Ma Musique)' (1972).
Toen ik de lange, hete zomer van 1973 in West-Duitsland doorbracht was Roussos niet uit de ether weg te slaan met 'Forever And Ever'. Op de b-kant staat 'Velvet Mornings'.
Ik kocht de single toen in het bijzonder voor mijn moeder zaliger en het lied doet mij altijd aan haar terugdenken maar ook aan mijn legerdienst.
Mott The Hoople was een Britse rockband, actief van 1969 tot 1974, met occasionele reünies vanaf 2009.
'All The Way From Memphis' / 'Ballad Of Mott (March 26th '72, Zurich)' was de single die ik in 1973 kocht. Hun samenwerking met David Bowie op 'All The Young Dudes' had mij in 1972 bekoord maar dat lied had ik al op een verzamelplaat.
De band bestond uit:
Ian Hunter - vocals en gitaar; Mick Ralphs - gitaar; Verden Allen - keyboards; Peter Overend Watts - bas; Dale "Buffin" Griffin - drums.
Verbazingwekkend hoe goed de stem van Hunter lijkt op die van Bowie.
Astrid Nijgh (echte naam Astrid de Backer) is een Nederlandse zangeres die enkele jaren getrouwd was met de tekstschrijver van Boudewijn de Groot: Lennaert Nijgh. Ook na hun scheiding bleef ze zijn familienaam gebruiken.
De liedjes 'Ik doe wat Ik doe' / 'Voor je me morgen achterlaat' uit 1973 werden geschreven door Astrid èn Lennaert Nijgh.
Nederlandstalige singles hadden niet veel succes in Brussel want een tijd later (ik denk in 1974) kon ik het singletje al kopen voor de som van 39 BEF, tijdens de jaarlijkse koopjes.
Peter En Zijn Rockets hadden in 1973 daarentegen wel succes.
Tijdens mijn legerdienst in West-Duitsland was onze Belgische compagnie gelegerd in de bossen van Sankt-Tönis samen met Britse en Canadese eenheden in het raam van een NAVO-samenwerking.
Eenmaal per week kwamen we samen in onze kantine of de hunne en wisselden wij platen uit. Zij konden pochen met Roxy Music, T. Rex, Bowie en Slade en wij plaatsten daar de single 'Angeline (M'n Blonde Sexmachine)' / 'Allemaal Omhoog, Allemaal Omlaag' tegenover. Want Rob de Nijs met zijn 'Jan Klaassen de trompetter' was iets te soft voor die ruige kerels.
Ambiance troef want hoewel de Britten en Canadezen er geen snars van begrepen (behalve "sexmachine" en "Brigitte Bardot") brulden ze allemaal met volle borst mee.
♫♫♫ Oe, oe, oe ... olé! ♫♫♫
De b-kant heb ik niet gevonden op het wereldwijde internet.
Billy Preston (echte naam William Everett Preston) was een begenadigd Amerikaanse muzikant: toetsenist, zanger en liedjesschrijver die actief was in verschillende muziekstijlen zoals rhythm & blues, soul, funk, en gospel. Hij zag het levenslicht in Houston, Texas, maar groeide grotendeels op in Los Angeles, Californië.
Hij speelde samen met de grootste artiesten zoals o.a. The Beatles, The Rolling Stones, The Band, Nat King Cole, Little Richard, Eric Burdon, Ray Charles, George Harrison, Elton John, Eric Clapton, Bob Dylan, Sam Cooke, King Curtis, Steve Winwood, Sammy Davis Jr., Aretha Franklin, The Jackson 5, John Lennon (Plastic Ono Band), Quincy Jones, Mick Jagger, Richie Sambora, Sly Stone, Johnny Cash, Neil Diamond, Red Hot Chili Peppers en Ringo Starr (All-Starr Band). Hij bespeelde de Fender Rhodes elektrische piano en het Hammondorgel tijdens de "Get Back" sessies in 1969.
Billy Preston en Tony Sheridan zijn de twee enige artiesten die vermeld werden op een officiële uitgave van een plaat van The Beatles. Op het label van de 'Get Back' single staat er zelfs "The Beatles with Billy Preston"! In 1962 had hij de Fab Four leren kennen in Hamburg tijdens zijn tournee met Little Richard. Hij wordt soms de vijfde Beatle genoemd.
De single 'My Soul Is A Witness' / 'Space Race' uit 1973 was blijkbaar ook geen succes in onze contreien want na enkele maanden lag hij al in de rekken voor de luttele som van 19 BEF!
De a-kant is pure gospel en de b-kant een instrumentale compositie waarop Preston zich uitleeft op allerhande toetsen.