Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Bidpr. Martinus Ouwers


BID VOOR DE ZIELE VAN ZALIGER DEN HEER MARTINUS OUWERS

In den Ouderdom van 68 Jaaren en 6 Maanden. Op den 30fte Juny, 1802 binnen Leyden Subiet Overleeden. Hy was God aangenaam, daarom heeft hy hem haastiglyk weggenomen, Sap. IV. Vs. 14

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Het Vaderland 1941 / Kunsthandel Sala

 

HET VADERLAND - DONDERDAG - 3 JULI 1941 - AVONDBLAD

 

Een nieuwe Kelder

In den kunsthandel Sala

"Het kunstwerk is geen overrompeling, maar een overreding," zei Plasschaert eens bij de opening eener tentoonstelling van Toon Kelder, jaren geleden nu, "Het moet over ons komen als een langzame dauw over een verwachtend land; als een rijpende regen over groeiende vruchten."

De woorden zijn mij bijgebleven vanwege hun algemeene dichterlijke juistheid, - Plasschaert was vaak juist, en altijd dichterlijk - maar gingen zij wel geheel op voor het toenmalige werk van dezen schilder? Waren zij niet een weinig voorbarig? Hoe dit zij, zij kunnen thans zuiverder gelden dan acht jaren geleden, toen Plasschaert de bewuste expositie inleidde op de hem karakteristieke wijze. Want Kelder overrompelt steeds minder en overreedt steeds meer. Hij groeit steeds meer naar den eenvoud toe, niet naar den schralen eenvoud der geduldige Puriteinen onzer schilderkunst, maar naar den rijpen, warmen, klassieken eenvoud, die meer of minder het kenteeken is en was van alle kunst van beteekenis.

Bij Sala kan men een nieuw naakt van zijn hand zien en het pleit al dadelijk voor deze schilderij, dat zij 't uitstekend uithoudt tusschen twee Breitners en in de omgeving van andere stalen der meesters van de Haagse School. Het is niet een naakt in etherische tinten en rustend op 'n wolk van kleurdampen, zelf nagenoeg vervluchtigd tot een geur van herinneringen en een muziek van verlangens, lanquendo en dolce van stemming, als die uit den tijd van toen Plasschaert sprak. Het is ook niet het meer bacchanistische naakt in een tinteling, een sproeiing van kleuren en licht, zooals Kelder het wel geschilderd heeft. Het mag veel reëler en solieder heeten, veel hechter verankerd in de concrete verschijningsvormen van het leven dan de eerste categorie, en terughoudender, voornamer, bezonkener dan de tweede.

Vooral bezonkener, beter dan eenige andere term drukt dat woord misschien de richting uit, waarin de schilder zich beweegt. Hij ontlaadt zich minder in reeksen van doeken, hoopt zijn krachten meer op in enkele hoofdwerken, waar kennelijk lang aan gearbeid wordt. De voorstelling wordt beperkt tot weinige gegevens, het kleurenspel vereenvoudigd, en noch in de visie, noch in de uitvoering is er eenige poging gedaan de natuur als het ware opsierenderwijs te verfraaien.

De briljance van vroeger, die weleens kunstmatig kon aandoen, heeft plaats gemaakt voor een sobere weligheid, een statigen eenvoud; de techniek heeft een plan bereikt, waarop zij niet langer als zoodanig merkbaar is, niet langer geëtaleerd wordt, maar enkel de innerlijke expressie steunt en draagt, zodat "vorm"en "inhoud" elkander volledig dekken. Want in het steeds hoger opvoeren van zijn beeldende middelen is Kelder allerminst, als menigeen tegenwoordig, in de techniek gevlucht; deze is hem middel gebleven en niet tot doel geworden, is hem thans zelfs vollediger een middel dan vroeger.

Het doek bij Sala geeft een staande vrouw te zien met opgeheven armen, op het punt zich aan te kleeden. De achtergrond werd rustig gehouden, in breede vlakken gedaan, en de kleuren van het geheel zijn vleeschtinten en grijze, met een spaarzaam bruin en geel en een suggestie van zilverig blauw in het kledingstuk boven het hoofd. Een prachtig rijp werk, dat herinneringen kan wekken aan Delacroix, hoewel het stiller is dan de overvloedige, soms dramatisch gestemde naakten van den Franschman. Ongetwijfeld komt in dit stille en zinnende Kelders Nederlandsche aard tot uiting, zijn Fransche oriëntatie in algemeenen zin ten spijt.

Jos de gruyter.

 

Over Toon Kelder

Toon Kelder (Anthonius Bernardus) werd op 24 november 1894 in Rotterdam geboren en overleed op 7 april 1973 in de Den Haag. Volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Lid van Pulchri Studio. Werk onder meer in het Gemeentemuseum van Den Haag, Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Staat vermeld in de Jacobs en Scheen. Werkte als schilder en beeldhouder

Er zijn in de 20ste eeuw weinig Nederlandse kunstenaars geweest, die al tijdens hun leven zoveel erkenning en bewondering mochten ondervinden als de schilder/beeldhouwer Toon Kelder. Belangrijke kunstcritici als Kasper Niehaus, Albert Plasschaert, W. Jos de Gruyter, Dolf Welling en Frank Elgar bespraken lovend zijn werken, geëxposeerd op talloze éénmans - en groepstentoonstellingen tussen 1927 en zijn overlijden in 1973.

Er zijn tevens weinig Nederlandse schilders geweest in de 20ste eeuw, die zo rigoureus als Toon Kelder in 1948 gebroken hebben met hun verleden. Van een "romantisch sensivist" werd hij abstract kunstenaar, op zoek naar een steeds verder loslaten van voorstelling, kleur -en vorm.

De ontwikkeling van deze in 1894 in Rotterdam geboren kunstenaar is de rode draad door de veiling van december, wanneer het laatste deel van zijn nalatenschap onder de hamer komt. Van schilder in de stijl van de Bergense School (hij was bevriend met Boendermaker), via uiterst kundig portretschilder met grote opdrachtgevers als Paul Rijkens (Unilever topman en kunstverzamelaar, en de Brabantse fabrikant en kunstverzamelaar Peijnenburg, tot zijn lyrische pastelkleurige naakten, waarvoor zijn beeldschone vrouw Alex model stond.

En dan volgt de breuk met het verleden. Gekleurde gouaches en Oost Indische inkttekeningen met aanvankelijk nog herkenbare voorstellingen maken plaats voor in gouache geschilderde vormen, waarin men het oog van de beeldhouwer Kelder kan herkennen. "Ik maak eindelijk iets dat de moeite waard is" verzucht Toon Kelder op zijn 75ste verjaardag. Makkelijk heeft Kelder het zichzelf en zijn publiek niet gemaakt. Zijn laatste werk is introvert en gevoelig.

Werken van Kelder bevinden zich in diverse Nederlandse musea: Het Rijksmuseum Kröller Müller, het Stedelijk Museum te Amsterdam, waar Sandberg zijn werk zeer bewonderde, het Haagse Gemeentemuseum, het Groninger Museum en last but not least het Museum of Modern Art te New York.

Reageer op dit bericht

17-11-1927 Toegangskaarten eere-avond bij firma D. Sala en Zonen

 

 

 

In verband met de tentoonstelling van Oostenrijksche Kunstnijverheid, waarvan wij reeds het een en ander meedeelden en die Zaterdagmiddag a.s. in "De Lakenhal" zal geopend worden heeft zich een damescomité gevormd dat een feestavond ter eere van deze tentoonstelling heeft voorbereid die plaats zal hebben Dinsdagavond 22 dezer, eveneens in „De Lakenhal", ingang Oude Singel.

De ontvangst der gasten heeft plaats om halfnegen in de "Papehal", de eigenlijke feestelijkheden in de Papezaal, die voor deze gelegenheid op bijzondere wijze zal worden aangekleed. Onder de genoodigden, zullen zich o.m. bevinden de leden der Commissie van „De Lakenhal" met hunne dames, den burgemeester en dienst echtgenoote, de heer en mevrouw Van de Sande Bakhuyzen en de Oostenrijkschen Gezant Z Ex. Duffek te 's-Gravenhage.

Te 9 uur zal de eereavond worden geopend met een viool-solo van mevrouw Annie Coert -De Jong. Een stadgenoot wiens naam wij niet mogen noemen zal vervolgens als snelteekenaar de aanwezigen proeven van zijn kunst aanbieden, om slechts deze twee nummers van het afwisselend programma te noemen. Een aantal jonge dames zal trachten loten te verkoopen voor een verloting, waarvoor de prijzen uit waardevolle kunstvoorwerpen zullen beslaan, aangekocht op de tentoonstelling.

Als een aardige attractie wordt de origineele reclameplaat voor deze tentoonstelling zooals deze is geteekend door Willy Sluyter op Amerikaansche wijze verkocht. De opbrengst hiervan zoowel als van de verloting komt aan het noodlijdend Oostenrijk ten goede.

Toegangskaarten voor deze eere-avond zijn te verkrijgen in den kunsthandel van de firma D. Sala en Zonen. Breestraal 114 en bij de comité-leden: mevrouw Mensinck, mej D. Coebergh, mevrouw Byvanck, mevrouw Coert en mevrouw Van Eysinga.

Ongetwijfeld zullen vele dames en heeren zich mede met het oog op het goede doel zich opgewekt gevoelen dezen eere-avond bij te wonen, te meer omdat de aanwezigen tevens de tentoonstelling onder deskundige leiding kosteloos kunnen bezoeken. Elke verdere aanbeveling voor een bezoek achten wij overbodig.

Leidsch Dagblad 17-11-1927

 

 

 

Reageer op dit bericht

02-08-1926 De a.s. 3 October-feestviering.

 

 

 

De a.s. 3 October-feestviering.

Wie reeds droomt van een mooien 4den October en zich alvast een denkbeeld wil vormen van de hoofdnummers uit het feestprogramma, kan dezer dagen de teekeningen zien van de groepen en hoofdpersonen uit den optocht en het openluchtspel, evenals van het aanzien dat het feestterrein aan den H. Rijndijk zal bieden met de tribunes, terrein-decors enz.

De teekeningen zijn n.l. te zien bij de fa. Sala aan de Breestraat. Wij vernemen nog, dat bii het bestuur der 3 October-vereen. plannen bestaan om hen die een tijd achtereen trouw aan de optochten enz. deelgenomen hebben, na afloop van de a.s. feestviering een verrassing aan te bieden Wij verwijzen verder naar de in dit nummer voorkomende advertentie.

Deelname 3 October-Ridderspel en Optocht. Het Bestuur maakt bekend, dat voor deelname aan het Tournooi en aan den Optocht, voorstellende "Intocht van Jan van Beieren, binnen Leiden in 1420", nog een beperkt aantal Heeren-Rollen te vervullen zijn. Zij, die nog gaarne zullen deelnemen, kunnen zich aanmelden, dagelijks tot 8 uur n.m., ten huize van den Heer R. de Wilde, Breestraat 93. Het inleggeld bedraagt per persoon f 2,50. Na deelname wordt dit gerestitueerd. N.B.  De  Optocht  is in beeld te zien in de Etalage bij den Kunsthandel D. Sala & Zn., Breestraat 114.

Leidsche Courant, 02-08-1926;

 

Reageer op dit bericht

25-07-1927 Tentoonstelling van prijzen voor den fotowedstrijd 'Mooi Leiden'

 

 

 

TENTOONSTELLING VAN PRIJZEN VOOR DEN  FOTOWEDSTRIJD  „MOOI LEIDEN".

Vanaf morgen tot Dinsdag 2 Aug. zullen bij de firma Sala, kunsthandel, Breestraat, de prijzen tentoongesteld worden, die de Leidsche Amateur-fotografen Vereeniging verkregen heeft, als bekroningen voor de beste inzendingen in hun Jubileum-wedstrijd „Mooi Leiden".

In aanmerking genomen het groote aantal der uitgeloofde prijzen, rekent het bestuur der L.A.F.V. op ruime deelname aan dezen wedstrijd, waarvoor alle amateurs, zoowel in als buiten Leiden, kunnen inzenden. De voorwaarden van deelneming zijn bij het secretariaat der L.A.F.V. Hooigracht 60 en bij den Fotohandel te verkrijgen.

In November zullen de inzendingen geëxposeerd worden op een tentoonstelling, waar ook de beste inzendingen voor den wedstrijd van het Leidsch Dagblad te zien zullen zijn.

Leidsch Dagblad 25-07-1927

 

Reageer op dit bericht

DE BAROMETERS VAN DOMINICUS SALA

 

 


Onderdeel van familie: Sala/Weereld

 

 

 


 

Nederlandse banjobarometer ca. 1840-1860 gesigneerd “Sala Leyden”

H.112 cm. Collectie B.Bolle

De grenen kast is belijmd met bloemmahonie motieven en is voorzien van verzilverde messing platen. De 25 cm brede wijzerplaat wordt afgeschermd door bol glas en heeft een schaalverdeling in Engelse duimen. Zowel hygrometer als thermometer is afneembaar. De tendenswijzer werkt via een snaaroverbrenging. Het is waarschijnlijk dat Daniël Antonius Sala de maker is.

Daniël Antonius Sala
geb: 17-05-1835 Leiden
ovl: 09-03-1875 Leiden
bgr: 11-03-1875 Leiden

Relatie:
huwelijk 27-07-1859 met Eugénie Marie Eberson, 36, 1839-1875 (x1859, 4k)

Kinderen:
Hendrikus Petrus Sala, 1, 1860-1862
Catharina Maria Petronella Sala, 36, 1861-1898 (x1881, 3k)
Louiza Maria Sala, 1864-?
Antonius Françiscus Sala, 1865-?

Ouders:
Carolus Antonius Sala, ~54, ~1803-1858 (x1827, 13k)
Maria Sibilla Spekman, ~50, ~1807-1857 (x1827, 13k)


 

Nederlandse contra-bakbarometer gesigneerd “D.Sala Leyden” ca.1800

Bijzonderheid: In tegenstelling tot de meeste contra-bakbarometers heeft deze geen thermometer gemonteerd. De opengevallen plaats is op elegante wijze opgevuld met sierlijk graveerwerk. Interessant is ook de spelling van het contrasysteem dat op de meeste achttiende eeuwse bakbarometers , alsook de vorige afgebeelde Sala, als “Contraleur” werd aangeduid. Op deze staat “Contraroleur”, hetgeen in de laatste decennia van de achttiende eeuw in zwang kwam.

H. 125 cm. Particuliere collectie


 

Nederlandse contra-bakbarometer gesigneerd “D.Sala Leyden” ca.1790

Enkele barometer en controleur. De eikenhouten kast is ingelegd met mahonie en satijnhout en heeft verzilverde messing schaalplaten in Engelse en Rijnlandse duimen afgeschermd door een glazen deur. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. De tendenswijzer voor de contrabuis wordt bediend via een snaaroverbrenging in de deur.

Bijzonderheid: Een zeer mooi exemplaar met typische “Sala-kenmerken”, zoals de gestoken platte staartornamenten en de gestoken profielen boven het fries en langs het tympaan, alsook de fijne marqueterie.

H.130 cm. Collectie: Stedelijk museum “De Lakenhal” Leiden


 

Engelse multipelbarometer ca. 1780-1800 “SALA FECIT”

De schaalplaat is van palmhout, afgeschermd door een mahonie glasdeur, bekroond met messing knopjes. De barometerstand wordt ondersteboven afgelezen op de rechter buis. De schalen en de weer indicaties zijn ingeslagen. De barometerschaal heeft een verdeling van 0 tot 16, onderaan beginnend bij “Very dry” en eindigend bij “Stormy”. De geheel links gemonteerde thermometer heeft de Florentijnse schaal. Langs de voorzijde van de rechter deurstijl zit een messing geleider voor de tendenswijzer.

H. 60 cm Particuliere collectie


 

Engelse contrabarometer ca. 1780-1800 “DOMINICO SALA LONDINI FECIT”

De massief mahonie kast heeft ingelegd palmhouten schaalplaten voorzien van een schaal van “Very dry” tot “Stormy weather”. Voorts staat rechts boven vermeld “GREAT DOUBLE BAROMETER”. De thermometer heeft een schaal in Farhenheit.

Bijzonderheid: Dit barometertype komt in Engeland slechts sporadisch voor.

H. 108 cm Particuliere collectie


 

Vervalsingen van Nederlandse contrabakbarometers “D.Sala te Leyden”

Pagina uit het boek “Barometers in beeld” Bert Bolle Lochem 1983

 

Onderstaande gegevens zijn verzameld door Helmut Sala

De Nederlandse contra-bakbarometers gesigneerd met D. Sala te Leyden hebben de Lodewijk XVI –Empire stijlkenmerken uit het laatste kwart van de 18e eeuw (Afb. 3 en Afb.4). zodat niet Daniel Antonius Sala de maker kan zijn geweest doch Dominicus Sala. In het register van “Declaratoiren van Inwooninge” begonnen in het jaar 1789 komt Ds. Sala voor als neringdoende in barometers. Zijn beroep wordt op diverse plaatsen ook vermeld als winkelier of verkoper van paraplu’s en prenten. Een dochter Anna Maria (geboren 1799) huwt circa 1819 met Joseph Willem Borzo (1781-1839) die zich in ’s Hertogenbosch vestigt, in diens atelier werden ook barometers vervaardigd. Dominicus Sala is een vooraanstaand barometermaker geweest. Zijn barometers zijn van grote klasse. Over het algemeen zijn het rijke stukken, met veel inleg van roze- en citroenhout. Ook “verre églomisée” werd veelvuldig door hem toegepast. Van hem zijn typen bekend met kwart, halve en met hele (vrijstaande) kolommen.

Ook trachtte Dominicus Sala de “Hollandse” contrabarometer in de periode 1780-1800 in Engeland ingang te doen vinden.(Afb.1 en Afb.2)

 

1 reactie Reageer op dit bericht

NEDERLANDSE BAROMETERS 1690-1850

 

Nederlandse barometers 1690-1850

J. L. H. J. M. VAN DER VEN 1978

Inleiding

Een onderzoek naar de antieke Nederlandse barometers en hun makers is tot nu toe niet verricht.

De ontwikkeling van een simpele houten achterwand met een kwikbuis eind zeventiende eeuw, tot pronk en meubelstuk begin 19de eeuw, is tot op heden niet op schrift gesteld evenmin als een opgave is gedaan van alle in Nederland gewerkt hebbende barometermakers met biografische gegevens en afbeeldingen van hun werk. Ik wil trachten in deze leemte te voorzien. Dit artikel beoogt een aanzet te zijn tot een volledige uitgave in boekvorm.

Een tweeledig doel staat mij hierbij voor ogen: enerzijds een proberen of de gekozen vorm de juiste is, anderzijds hoop ik met deze publicatie op nog voor mij onbekende namen van makers geattendeerd te worden. Voor deze verhandeling wordt een bekende maker uit het totaal gelicht, wat een goed beeld geeft hoe, voor zover bekend, de andere makers beschreven zullen worden.

Kritiek op deze vormkeuze of anderszins is uiteraard welkom.

Het idee van publicatie van dit artikel en de vorm waarin het gegoten zou moeten worden is afkomstig van de heer Drs. A. J. F. Gogelein, directeur van het Museum Boerhaave, Rijksmuseum voor Geschiedenis van de Natuurwetenschappen en van de Geneeskunde te Leiden. Zeer veel opbouwende kritiek heb ik mogen ontvangen van de heer Drs. P. van der Star, Conservator van voormeld museum. Tot slot is de heer H. Muller oud medewerker van dit museum mij ook zeer ter wille geweest. Ik ben hen veel dank verschuldigd.

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN DE BAROMETER

Het laatste, waar de geleerden die zich in de eerste helft van de zestiende eeuw bezig hielden met onderzoekingen naar het vacuüm, het gewicht en de druk, die lucht uitoefent, aan gedacht hebben was, dat het resultaat van hun onderzoekingen een halve eeuw later zou leiden tot het ontstaan van een instrument waar weerkundige voorspellingen mee gedaan zouden worden. 'L'Histoire se répète': hoeveel uitvindingen ten behoeve van de ruimtevaart, worden nu niet voor heel andere doeleinden in het dagelijks leven gebruikt. De grootste en veelzijdigste geleerde uit het begin der zeventiende eeuw was wel de Italiaan Galileo Galilei (1564-1642), een natuurfilosoof, die het brede terrein van wiskunde, natuurkunde en astronomie niet alleen beheerste, maar bovendien door zijn proefnemingen en denkbeelden de beoefening der natuurkunde in nieuwe banen leidde.

Reeds in 1602 deed hij proefnemingen met lucht en erkende hij het bestaan van een vacuüm, maar in 1615 stelde hij wederom een onbegrijpelijke missing link in het denken van zo'n grote geest dat lucht geen druk uitoefent en geen gewicht heeft.

Isaac Beekman (1588-1637) een medicus en natuurfilosoof uit Middelburg en Giovanni Batista (1582-1666) hebben de veronderstelling geuit dat lucht gewicht zou hebben en druk zou uitoefenen. Torricelli heeft deze stellingen met zijn proef bewezen.

Evangelista Torricelli (1608-1647) werd in 1641 assistent van Galilei, die hij erg bewonderde. Helaas heeft de samenwerking maar kort geduurd. In 1644 vond het beroemde experiment plaats waarmee Torricelli voor het eerst bewees dat lucht druk uitoefent en waarmee het verschijnsel, dat kwik in een luchtledige buis kan stijgen en dalen, verklaard kan worden. Viviani (1622-1703) door Galilei op het spoor gezet om kwik te gebruiken, heeft het experimentele werk gedaan en Torricelli's aandeel was te veronderstellen dat een instrument kon worden bedacht, dat het veranderen van de luchtdruk zou aantonen. Dit instrument zou de barometer worden.

De naam barometer is voor het eerst gebruikt door Robert Boyle in 1665. De naam is afgeleid van het Griekse baros = zwaarte en metron = maat, dus zwaartemeter. In een brief van 11 juni 1644 aan zijn vriend Michel Angelo Ricci in Rome heeft Torricelli het experiment zeer duidelijk beschreven. We mogen dus 1644 als het jaar van de uitvinding aanhouden.

 


 

Hoe werkt het principe van Torricelli?

Een glazen buis van + 85 cm lengte, die aan een zijde gesloten is, wordt geheel met kwik gevuld.

Met een vinger wordt de opening afgesloten, de buis wordt omgedraaid en in een bakje met kwik geplaatst. Het blijkt dan dat het kwik in de buis op een hoogte van + 76 cm blijft staan (tek. 1).

Kwik is bij uitstek geschikt vanwege zijn hoge soortelijke gewicht namelijk 13.59. Wil men hetzelfde experiment met water doen, dan krijgt men een kolom van 76 x 13.59 = 1033 cm ofwel meer dan 10


 

De kwikbak wordt met een deksel, waarin zich een kleine opening bevindt, afgesloten om verontreiniging te voorkomen. In de begintijd zijn alle bakbarometers op deze wijze uitgevoerd. Het is echter duidelijk dat dit een zeer kwetsbaar systeem is. Bij vroegere restauraties zijn deze bakjes helaas verdwenen en vervangen door de hevelbarometer. De hevelbarometer, een dubbel gebogen buis, was een gemakkelijkere oplossing, die men tegenwoordig dan ook in alle bakbarometers vindt (Tek. 2). De lucht oefent druk uit op kwikoppervlak A en kan zo kwikkolom B laten stijgen en dalen. Als in C een vacuüm is dan varieert de lengte van de waterkolom boven A van 74 tot 78 cm.


 

De contrabarometer

René Descartes heeft omstreeks 1650 geëxperimenteerd met een twee-vloeistoffen-barometer, met het doel de schaal te vergroten (Tek. 3). Boven het kwik in AA' bevindt zich een lichtere vloeistof, bijvoorbeeld een olie. Daar dé doorsnede van B veel kleiner is dan die van A', daalt en stijgt de vloeistof, in B over een veel grotere afstand dan in A'.

Er zijn twee nadelen aan dit systeem verbonden: ten eerste oefent de dampspanning van de olie B in de ruimte C een niet toelaatbare druk uit en ten tweede veroorzaakt het stijgen en dalen, en dus langer of korter worden van de oliekolom een variabele druk op de kwikkolom A. Door deze twee fouten zijn de veranderingen niet meer lineair gelijk aan de veranderingen van de barometerdruk.


 

Christiaan Huygens (1629-1695) heeft in 1672 een verbeterde twee-vloeistoffen-barometer uitgevonden (Tek. 4) en aan de Royal Society getoond. Deze is bekend geworden onder de namen controleur, contraleur en contraroleur. De laatste naam zou kunnen duiden op het feit dat de schaal omgekeerd, contra, is aan die van de enkele barometer.

De controleur bestaat uit een dubbel gebogen buis en is dus ook een hevelbarometer. Het open been is nu echter even lang als het gesloten been. In het boveneinde van het gesloten been en in het ondereinde van het open been bevinden zich twee verwijdingen A en B van dezelfde diameter. Boven het kwik in het open been bevindt zich water of (gekleurde) alcohol (C). De inwendige diameter van het nauwe deel van het open been is 3 mm en de inwendige diameter van het wijde gedeelte waar zich het kwikoppervlak bevindt, is 8 mm. De oppervlakten verhouden zich nu vrijwel als l : 7. De stijging of daling van de paraffineolie zal nu ook 7 maal zo groot zijn als die van het kwikoppervlak.


 

Bij de contraroleur (Tek. 5) is de aanduiding van het weertype van boven naar beneden gaande, omgekeerd aan die van de enkele barometer. De schaalverdeling bij de barometer en contraroleur (7 maal zo groot als bij de barometer) is in Engelse en Rijnlandse duimen aangebracht. Bij de contraroleur staat bij de aanduiding 'orcaan' 28 (x 2.54 = 71.12 cm kwik) ED; en bij 'heel schoon' 31 (x 2.54 = 78.74 cm kwik) ED; bij de barometer is dit omgekeerd. Aan de contrabarometer kleven enkele bezwaren. De variabele druk van de vloeistof op de kwikkolom en de verdamping van de vloeistof zijn de voornaamste.


 

Robert Hooke (1635-1703), die werkzaam was bij de Royal Society, heeft in 1686 een verbetering beschreven en wel in de vorm van een drievloeistoffen-barometer (Tek. 6). Hooke gebruikte alcohol (E) en een niet met alcohol mengbare olie (D). De alcohol was iets lichter, maar door toevoeging van water maakte hij het soortelijk gewicht een klein beetje groter dan dat van de olie, zodat die bovenop kwam. Doordat de beide soortelijke gewichten slechts minimaal verschil vertoonden en de reservoirs A, B en C dezelfde doorsnede hadden bleef de druk op het kwikoppervlak F bij stijgen en dalen constant. Bovendien verhinderde de olie het verdampen van de (gekleurde) alcohol. In 1690 doet Philippe de la Hire (1640-1718) de heruitvinding van de drie-vloeistoffen-barometer en beschrijft deze aan Huygens. De drie-vloeistoffen-barometer is zeer weinig toegepast. Voor de simpele barometermaker was hij te ingewikkeld.


 

Tot slot een bespreking van de werking van de banjobarometer, door Hooke in 1665 als 'wheel-barometer' uitgevonden. Dit is een hevel¬barometer, waarbij in het open been een vlotter op het kwik drijft (Tek. 7). Deze vlotter is aan een touwtje bevestigd dat over een katrolletje loopt, met aan het andere einde een tegengewicht. Aan de as van het katrolletje is een wijzer bevestigd die langs een schaalverdeling heen en weer gaat met het stijgen en dalen van het kwik in de buis.


Bakbarometer met enkele barometer, mahonie massief. Koperen schalen (vroeger verzilverd?) in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. ± 1740. Gesigneerd: 'P. Eysenbroek, Fec. Haarlem, afm. 102 x 17 cm. Part. coll.

Reageer op dit bericht

NEDERLANDSE BAROMETERS 1690-1850

 


 

Bakbarometer met enkele barometer, mahonie massief. Koperen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. ± 1750. Niet gesigneerd. Part. coll.


 

Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Koperen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Reaumur en Fahrenheid. 1759. Gesigneerd: 'C. Ruspinus, Amsterdam', afm. 122 x 15 cm. Part. coll


 

Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Fahrenheit en Florece, ± 1770, Gesigneerd: 'P. Poleti Amsterdam', afm. 121 x 20 cm. Part. coll.


 

Bakbarometer met enkele barometer, wortelnoten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. ± 7770. Gesigneerd: 'A. Solaro, Leeuwarden', afm. 118 x 25 cm. Part. coll.


 

Bakbarometer met enkele barometer en controleur, noten gefineerd. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Fahrenheit. ± 1780. Gesigneerd: 'Ds. Brenta, 's Bos', afm. 122 x 24 cm. Part. coll.


 

Bakbarometer met enkele barometer en controleur. Mahonie gefineerd en intarsia (satijnnoten en ebbehout) op tympaan, fries, deur en onderbouw.

Kwart schacht. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. + 1815. Gesigneerd: 'Solaro en Butti te Amsterdam', o/m. 128 x 32 cm. Pan. coll.


 

Bakbarometer met enkele barometer en controleur. Maho¬nie gefineerd. Intarsia en verre eglomisée op tympaan, fries en onderbouw. Intarsia tevens op de deur. Kwart schacht. Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. Omstreeks 1810. Gesigneerd: 'F. Bazerga, Rotter¬dam', afm. 134 x 25 cm. Part. coll.


Bakbarometer met enkele barometer en controleur, Mahonie gefineerd. Intarsia en verre eglomisée op tympaan, fries en onderbouw. Intarsia tevens op achterwand en deur. Kwart schacht.

Tinnen schalen in Engelse en Rijnlandse duimen met nonius. Thermometer in Reaumur en Fahrenheit. Omstreeks 1820, Gesigneerd: 'Solaro en Butti Amsterdam', afm. 129 x32 cm. Part. coll.

Reageer op dit bericht

BAROMETERS BARNASCHONI - PRIMAVESI - BIANCHI

 



Foto: An 8" dial figured mahogany mercury wheel barometer with black and white edging, by Barnaschoni of Cardigan. Case repolished, replacement thermometer box, tube, hygrometer, level bezel, mirror and frame, pediment, finial and set key. Considerable restorations but a typical wheel barometer. Circa 1845. Dimensions 10" x 38 ½"

http://www.barometerworld.co.uk/default.htm

Primavesi barometer
Paulus Wast (1721-1784) kam als Emigrant der ersten Stunde, im Jahre 1740 in die Niederlande und ging zu Frans Primavesi in die Lehre. Ursprünglich hieß er Paoli Quasti. Später machte er sich in Amsterdam selbständig und passte seinen Namen an die niederländische Namensgebung an (um 1750). Er wurde ebenfalls ein ganz Großer seiner Zunft. Beide Söhne, Paulus und Pieter, führten den Betrieb nach seinem Tod weiter.

Zu nennen wäre noch Jan Paauw (1723?-1803) aus Leiden, der die Instrumente für Peter van Musschenbroek lieferte.

Im Verlauf des 18. Jh. lässt sich in den Niederlanden die Entwicklung des so landestypischen Bakbarometers in mehreren Stufen verfolgen. Vom einfachen, schlichten Gefäßbarometer mit Zinnskala aus den Anfangsjahren (ab 1725), über Instrumente mit mehrteiligen, kunstvoll gestalteten Skalen zur Mitte des Jahrhunderts, bis hin zum Kontra-Bakbarometer mit zusätzlichem Controlleur, ein- oder zweiteiliger, langer Zinnskala und verglaster Türe, in den 80iger Jahren, lässt sich das Design Schritt für Schritt verfolgen.

In der 2. Hälfte des 18. Jh. tauchen dann vermehrt Werkstätten mit italienischen Namen auf. Die zweite Welle der Emigranten hatte aus der Südschweiz und Norditalien kommend, auch die Niederlande erreicht. Viele der Einwanderer beschäftigten sich danach erfolgreich mit der Herstellung der Bakbarometer. Hier einige Namensbeispiele: Reballio in Rotterdam, Sala in Leiden, Primavesi, Stoppani und Peia in Amsterdam, oder Bianchi, Tarroni, Pagani, Solaro und wie sie alle heißen.

http://www.freunde-alter-wetterinstrumente.de/12barges03.htm

PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1.

PRIMAVESI, JEAN Italy; Holland, c.1750, PHIM Barometer = UTR. signed "L. Primaves." Amsterdam. Middleton 1.
PRIMAVESI, L.P. Holland, c.1760, PHIM associated with his father, Frans Primavesi. Amsterdam. Rooseboom 1.
PRIMAVESI, LODK. Holland, c.1771, OIM PHIM Double Barometer = UTR. see Bianchi and Primavesi; see Bianchi, Primavesi and Co.; made thermometers. Amsterdam. Rooseboom 1; Daumas 1; Middleton 1; RSW.
BIANCHI AND CO. Holland, pre-1793, MIM OIM PHIM made solar microscopes, pumps, etc.; by 1793 owners of a fancy-goods shop. Kalverstraat over de Gapensteeg, Amsterdam. Mörzer Bruyns 2; Rooseboom 1.
BIANCHI AND PRIMAVESI Holland, PHIM Barometer = LEY. Amsterdam. RSW.

http://historydb.adlerplanetarium.org/signatures/search.pl?signature=bianchi&limit=100&searchfields=Signature&search=1&offset=0

Signature Maker Instruments Comments Location References
PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1.
PRIMAVESI, FRANS Holland, fl.1740-60, PHIM Thermometer = UTR. according to Crommelin, thermometer is signed "L. Primavesi." Amsterdam. Crommelin 1; Middleton 1; Rooseboom 1.

 

Frans Primavesi

Barometermakers als Antony Gulino en Frans Primavesi behoorden tot de eerste generatie immigranten die zich rond 1740 in Amsterdam vestigde.

Van deze Frans Primavesi is de volgende, in 1740 geplaatste advertentie bekend:

'Frans Primowees woond in de Dykstraet in de stad Byleveld by de Nieuwmarkt te Amsterdam, maekt bekend aen alle liefhebbers, dat hy maekt en verstelt allerhande soorten van weerglazen, baromeeters, en termomeeters van quik en spiritus, groot en kleyn. Hy zal zyn werk op de proef geeven en staet een jaer goed buyten breeken'. Zoals uit deze woorden blijkt, was de bakbarometer ten tijde van de vestiging van de allereerste groep buitenlandse makers nog steeds vooral iets voor een beperkte groep 'liefhebbers'.

Met de komst van meer en meer buitenlandse barometermakers in de hierop volgende jaren, nam zowel het aanbod als de vraag naar bakbarometers in evenredige mate toe, waardoor een steeds groter en algemener publiek werd bereikt.

Op 24 mei 1744 zou Frans Primavesi in de Oude Kerk getuige zijn bij het huwelijk van zijn leerling Paoli Quasti met Anna Catharina Bregers.

Paoli Quasti werd in 1721 in Bern geboren en emigreerde rond zijn twintigste levensjaar naar de Republiek, waar hij in de leer trad bij Frans Primavesi.

Al spoedig zou hij zijn leermeester gaan overvleugelen. Wanneer hij zich precies zelfstandig vestigde is niet bekend, maar vermoedelijk was dat omstreeks 1750.

Het moet ook rond deze tijd geweest zijn dat Paoli Quasti zijn naam vernederlandste tot Paulus Wast.
Op 21 november 1758 plaatste hij de volgende zelfbewuste advertentie in de Amsterdamse Courant:

'Paulus Wast, woond t' Amsterdam op de hoek van de Nes en de Langenbrugsteeg, in 'de Gekroonde Baromeeter', maakt, verkoopt en repareert alle zoorten van Weerglazen, 't zij Baromeeters of Termomeeters, tot allerley gebruiken, als ook tot Broeybakken: alles volgens de accuraatste schaalen; recommandeerdende een ieder, zig te wagten voor zulke perzoonen, die zig uitgeven voor of van hem te komen, en verzoekt een ieders gunst'.

Marco Fontijn webpagina:
http://www.antique-horology.org/_editorial/fontijnwast/#top

Marco Fontijn webpagina:
http://www.antique-horology.org/_editorial/barometercompendium/

 

Ingezonden:

In Amsterdam is wel wat bekend over kinderen van Franciscus Xaverius Primowesi en Katrien Amesin en op Google heb ik meer gegevens over de barometerbouwer Primavesi gevonden

Frans zou de vader van jouw jongedame kunnen zijn, waarna haar man het beroep van zijn schoonvader kan hebben geleerd.

(Bedoeld wordt Maria Primavesi maar dat is nog maar de vraag.)

Zoon Jan Jacob Primowees, ged. 3-10-1754, ovl. 19-11-1813 Amsterdam, trouwde 8-9-1780 met Maria Willegers en werd zeeman.

Na zijn huwelijk koos hij een baantje aan de wal en werd als sjouwer in het poortersboek van Amsterdam ingeschreven.

Het poortersboek tekende hij met Jan Primavezi, als Maria overlijdt (3-2-1819) wordt ze weduwe van Jan Wees genoemd.

Hun dochter: Elisabeth Primowees, ged. 26-10-1783, ovl. 27-4-1833 Amsterdam ondertrouwde 20-3-1807 met Georg Fredrik Nootwang, geb. te Bornworf?, ovl. 30-11-1829 Amsterdam.

Georg was bootsman op het corvet 'Ajax', welk corvet in den Helder lag en had toestemming nodig van zijn commandant J.N. Polders. 12-3 was de ondertrouw in den Helder, Elisabeth die Yeliesebeth werd gedoopt, krijgt toestemming van het Aalmoeseniers Weeshuis, mits het huwelijk in Amsterdam wordt gesloten.

Waarom deze toestemming is niet duidelijk, daar haar ouders nog leven.

De juiste huwelijksdatum heb ik niet kunnen vinden, daar er 2 genoemd worden: 19-4 en 7-6.

Het was praktisch onmogelijk de juiste Amsterdamse kerkboeken te vinden.


Met dank aan de inzender
____________________

Paulus Wast (1721-1784) kam als Emigrant der ersten Stunde, im Jahre 1740 in die Niederlande und ging zu Frans Primavesi in die Lehre. Ursprünglich hieß er Paoli Quasti. Später machte er sich in Amsterdam selbständig und passte seinen Namen an die niederländische Namensgebung an (um 1750). Er wurde ebenfalls ein ganz Großer seiner Zunft. Beide Söhne, Paulus und Pieter, führten den Betrieb nach seinem Tod weiter.

Zu nennen wäre noch Jan Paauw (1723?-1803) aus Leiden, der die Instrumente für Peter van Musschenbroek lieferte.

Im Verlauf des 18. Jh. lässt sich in den Niederlanden die Entwicklung des so landestypischen Bakbarometers in mehreren Stufen verfolgen. Vom einfachen, schlichten Gefäßbarometer mit Zinnskala aus den Anfangsjahren (ab 1725), über Instrumente mit mehrteiligen, kunstvoll gestalteten Skalen zur Mitte des Jahrhunderts, bis hin zum Kontra-Bakbarometer mit zusätzlichem Controlleur, ein- oder zweiteiliger, langer Zinnskala und verglaster Türe, in den 80iger Jahren, lässt sich das Design Schritt für Schritt verfolgen.

In der 2. Hälfte des 18. Jh. tauchen dann vermehrt Werkstätten mit italienischen Namen auf. Die zweite Welle der Emigranten hatte aus der Südschweiz und Norditalien kommend, auch die Niederlande erreicht. Viele der Einwanderer beschäftigten sich danach erfolgreich mit der Herstellung der Bakbarometer. Hier einige Namensbeispiele: Reballio in Rotterdam, Sala in Leiden, Primavesi, Stoppani und Peia in Amsterdam, oder Bianchi, Tarroni, Pagani, Solaro und wie sie alle heißen.

http://www.freunde-alter-wetterinstrumente.de/12barges03.htm

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten