Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

23-09-1872 Eerste prijs thermometers D.A. Sala

 

 

 

LEIDEN 21 September.

Blijkens de eerste bekrooningslijst van de te 's Gravenhage geopende tentoonstelling van de Holl. maatschappij van landbouw is een 1e prijs toegekend aan den heer D.A. Sala alhier, voor thermometers; een 1e prijs aan den heer J.D. Speet, voor 30 potten Dianthus; en een prijs van het bestuur aan den heer P. Steenhuizen voor het goedkoopste en doelmatigste dekkleed voor paarden en ezels.

Aan den heer D.M. van der Hoeff te Oegstgeest zijn 4 eerste, 5 tweede en 3 derde prijzen toegekend. Aan de firma Valk en Co, te Lochem, vielen 2 eerste, 2 tweede en 2 derde prijzen ten deel.

Leydse Courant 23-09-1872

 

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

20-02-1872 D. A. Sala eene hoogst belangrijke bijdrage

 

 

 

Zaterdag II. hielden de leden van het departement Leiden der Nederlandsche maatschappij ter bevordering van nijverheid, des avonds te 7 ure, in gebouw van 't Nut van 't Algemeen, hunne vijfde gewone vergadering van het maatschappelijk jaar I871/1872, en hadden daarbij het voorregt hunnen hooggeschatten voorzitter, prof. van der Boon Mesch, weder in hun midden tegenwoordig te zien, die door eene langdurige ongesteldheid verhinderd werd, de vier eerste vergaderingen te leiden.

Nadat de vice voorzitter, dr. D. de Loos, Z.H. gel. met zijn herstel hartelijk had geluk gewenscht, betuigde deze den heer de Loos daarvoor zijnen welmeenenden dank en bragt tevens hulde aan de uitstekende wijze, waarop door den vice-voorzitter gedurende zijne afwezigheid het praesidium was waargenomen.

Vervolgens werd naar aanleiding eener missive van het departement Zutphen besloten: 1°. adhaesie te schenken aan het adres van wege dat departement tot het hoofdbestuur der Nederlandsche maatschappij ter bevordering van nijverheid gerigt, voor zooveel betreft het daarin gedaan verzoek aan het hoofdbestuur om bij de regering pogingen aan te wenden, om het laatstelijk door de maatschappij tot exploitatie van staatsspoorwegen vastgestelde en verhoogde goederentarief weder tot zijn vroegeren maatstaf terug te brengen; 2°. zich te verklaren tegen het tweede gedeelte van gemeld adres, waarbij het departement Zutphen zijn verlangen te kennen geeft, dat het hoofdbestuur aan de regering doe blijken van zijne instemming met eene inkomstenbelasting, als liggende dit niet op den weg der maatschappij.

Na afloop der huishoudelijke werkzaamheden leverde de heer D. A Sala, instrumentmaker alhier, welwillend voldoende aan eene daartoe tot hem gerigte uitnoodiging van het bestuur, eene hoogst belangrijke bijdrage over "het glasblazen" in het algemeen, en "de vervaardiging van thermometers, barometers en areometers" in het bijzonder.

Spreker, schetste vooraf, in korte trekken, hoe sints eene reeks van jaren de industrie van het glasblazen als inheemsch bij de bewoners van het Thuringerwald, voor deze steeds eene ruime bron van bestaan oplevert, en later de hertog van Saksen-Coburg, door te zijnen koste eene gazleiding daar te stellen, de bevolking tegemoet kwam in het op eene meer gemakkelijke en voordeelige wijze van uitoefenen dezer industrie, dan zulks vroeger geschiedde met behulp der gewone olielamp.

Daarna begaf spreker zich op het gebied der praktijk, stelde zijn talrijk gehoor in de gelegenheid door uitstekend geslaagde proeven te zien, op welke wijze de alcohol- en kwikthermometers, barometers en areometers werden vervaardigd, en eindigde ten slotte door "het spinnen van het glas" aanschouwelijk voor te stellen.

De voorzitter betuigde hierop uit naam der leden zijn dank aan den spreker en uitte daarbij den wensch, dat hij steeds de schoonste vruchten zoude mogen inoogsten bij de beoefening van een tak van nijverheid,  waarin niet alleen spreker, maar reeds diens thans overleden  vader zich een welverdienden en eervollen naam had verworven.

Leydse Courant 20-02-1872

 

Reageer op dit bericht

03-11-1913 H.D. Sala 2e plaats kegelen

 

 

 

Kegelen. De uitslag van den onderlingen wedstrijd van den "Leidschen Kegelbond" is:

Personeele wedstrijd: Kampioen C. v. d. Wilk 68punten; 2de H.D. Sala 65 punten; 3de L. Zaalberg 63 punten. Vrije baan wedstrijd: 1. J.P.T. v Brussel 49. 42. 2. C. Dieben 49. 41. 3. H. Huysman 48. 4. C. v. d. Wilk 47. 46. 5. Th.C. Coster 47, 44, 6- R. de Wilde 2 X 46. 7. P. Dieben 46. 44. 43. 8. H. Diepenheim 46. 4 X 43 9. J.P. v. Raay 46. 43. 42. 10. J. Meysen 46. 43. 41. De korpswedstrijd is uitgesteld tot Maandag 10 Nov. a.s.

Leidsch Dagblad, 03-11-1913

 

Reageer op dit bericht

13-07-1886 Zwemwedstrijden Leidsche Zwemclub

 

 

 

Leiden, 12 Juli.

Naar aanleiding van den verleden week op „Rhynzigt" welgeslaagden onderlingen zwemwedstrijd, waartoe de directeur het initiatief had genomen, is bij eenige personen de wensch ontstaan om dergelijke wedstrijden meermalen te houden.

De onvermijdelijke kosten echter daaraan verbonden, hebben een vijftal stadgenooten, t.w. de heeren C.A. Bader, A. en H. Rappard, A.D. Sala en G. Henri Sijthoff, doen besluiten pogingen aan te wenden tot oprichting van eene vaste club, die zich ten doel stelt jaarlijks zulke feesten uit te schrijven.

Zij zullen daartoe een beroep doen op de medewerking van alle belangstellenden, en wel met des te meer vertrouwen op kans van slagen, wanneer zij in aanmerking nemen dat in vele andere plaatsen in ons land, kleiner in bevolking dan Leiden, zulke zwemclubs reeds bestaan.

Het nut der zwemkunst is zoo algemeen bekend, dat het onnoodig is dit hier weer voor de zooveelste maal te bespreken. Geenszins ongegrond is dan ook het vertrouwen der commissie op aller medewerking, waarom hun dezer dagen eene lijst ter inteekening zal worden aangeboden, waarop wij hopen dat spoedig een aantal namen zullen prijken.

De voorloopige commissie stelt zich voor, zoo mogelijk nog dit jaar een wedstrijd uit te schrijven. Met haar zijn wij overtuigd dat eene dergelijke club ook levensvatbaarheid heeft, wanneer de contributie niet te hoog gesteld wordt.

Leidsch Dagblad, 13-07-1886

 

Reageer op dit bericht

20-09-1875 D. A. Sala Magazijn van wijlen den Heer D. A. SALA

 

 

 

TE ZIEN,

heden 20 September, van 10 tot 3 ure ten huize van de Boekhandelaren GEBROEDERS VAN DER HOEK, de Optische en Physische Instrumenten, het Glaswerk, Saniteitsgoed, de Gaz-artikelen, de glazen Plant-Etiketten, Draaibank,Blaastafel enz. alles afkomstig van het Magazijn van wijlen den Heer D. A. SALA.

Leydse Courant 20-09-1875

 

Reageer op dit bericht

10-05-1898 De Leidse Zwemclub

 

 

 

Leiden, 9 Mei. -

De "Leidsche Zwemclub" hield Zaterdag een algemeene vergadering in "De Harmonie". Aan het verslag van den secretaris ontleenen we het volgende: "De Leidsche Zwemclub mag met voldoening op het jaar 1897 terugzien.

Op de lijst toch van de namen der prijs winners op wedstrijden, in 1897 gehouden, komt niet minder dan elfmaal de naam van een lid onzer Vereeniging voor, nl. 6-maal die van den heer E. Douwes Dekker, 2 maal die van den heer G.J. Sala en verder die van de heeren H.M. Bijleveld, F. Muller, J. Krak en W. Oudshoorn.

Het examen als geoefend zwemmer werd dit jaar door 10 personen afgelegd; aan allen kon het gevraagde diploma worden uitgereikt. Op 4 Juli hield onze Vereeniging op "Rhynzigt" een zwemfeest, dat uitmuntend slaagde. Als bestuursleden traden af de heeren C.W.H. Vorster en J. M. OBreen."

Uit de mededeelingen van den waarnemenden penningmeester bleek, dat de toestand der kas gunstig is. Als nieuwe bestuursleden werden gekozen de heeren H.M. Bijleveld en G.J. Sala. De Vereeniging hoopt op 3 Juli a. s. haar jaarlijksch zwemfeest te geven.

Leidsch Dagblad 10-05-1898

 

Reageer op dit bericht

27-07-1886 Oprichting van de Leidsche Zwemclub

 

 

 

Leiden, 26 Juli.

In een der lokalen van het gymnastiekgebouw alhier had Zaterdagavond eene vergadering plaats van belangstellenden in de oprichting van eene „Leidsche Zwemclub."

Ze werd geleid door den heer G. Henri Sijthoff, die er op wees hoe goed ook hier ter stede zulk eene vereeniging kon bestaan, evenals in zoo menige andere plaats. Reeds nu hadden zich 110 personen als leden aangemeld, zoodat de club als gevestigd kan worden beschouwd. Echter is het noodig dat in verband met de zeer lage contributie de leden in hun kring nog meer leden trachten aan te werven.

Door het organiseeren van goede wedstrijden zal men daarop dan te meer trotsch kunnen zijn en zal eenmaal de Leidsche Zwemclub met eere kunnen worden genoemd. Voordat tot de behandeling van het conceptreglement werd overgegaan, werd besloten dat de leden boven de 16 jaren eene beslissende stem en die beneden dien leeftijd alleen eene adviseerende stem in de vergaderingen zullen hebben.

Het reglement zelf gaf slechts tot enkele opmerkingen en vragen aanleiding en onderging in dien geest eenige wijziging.

Het voorloopig bestuur, bestaande uit de heeren C.A. Bader, A. en H. Rappard, A.D. Sala en G. Henri Sijthoff, werd, onder dankbetuiging voor de tot nu genomen moeite, voorgoed benoemd; terwijl besloten werd dat nog dit jaar een onderlinge wedstrijd zal plaats hebben, en wel op Zondag 22 Augustus a. s.

Leidsch Dagblad, 27-07-1886

 

Reageer op dit bericht

20-04-1933 Kunsthandel Sala J.H. van Mastenbroek

 

 

 

J. H. VAN MASTENBROEK Bij Sala

Het zal een klein jaar geleden zijn, dat men in Pulchri Van Mastenbroeks Zuiderzee werken zag, en deze tentoonstelling in den kunsthandel Sala bevestigt mijn toen uitgesproken meening, zoowel ten goede, als ten kwade.

Het gevaar van dezen altijd bezigen, altijd ijverigen schilder is, was vooral, zijn te groote vlotheid en zijn tekort aan synthetisch vermogen. Hierdoor weet hij ons wel de bedrijvigheid van een haven met sleepbooten of een drukke kade onder sneeuw te suggereeren, maar de beweeglijkheid vermoeit eer, dan dat ze bevredigt omdat het een en ander compositorisch rammelt. Ge krijgt als het ware een teveel aan onvoldoend verwerkte, niet vast en klaar genoeg gegeven détails, al mag er dan overigens veel in dit werk zijn, dat door de levendige en kundige wijze van zien en doen waardeering vraagt.

Zooals ik echter een vorig maal in mijn bespreking der Zuiderzeestukken opmerkte blijkt Van Mastenbroek zich in te spannen, zijn zwak te overwinnen. Hier is hem dat zeker gelukt in zijn IJsvreugde no. 9, waarin hij veel rustiger en helderder werd, bij behoud van zijn geanimeerden verteltrant. Ook de vormgevingen lijken mij gaver, volkomener in dit doek, en van den vroegeren invloed van Jacob Maris, die duidelijk spreekt uit de aanwezige oudere werken, valt niets meer te bespeuren.

Wel komt thans echter, niet in dit prijselijk IJsgezicht, maar elders bijv. in het groote Wier-maaien te Breezand no. 2, een nieuwe moeilijkheid om den hoek kijken, en dat is het kleurbesef. Hand in hand met het zoeken naar een strakker overzichtelijkheid gaat blijkbaar, begrijpelijkerwijze, een zoeken naar een lichter en helderder kleurwerking. Dit coloriet is echter in het Wiermaaien onvoldoend zuiver, te zoet en plaatjesachtig, zoodat men Van Mastenbroek in overweging zou willen geven, zich coloristisch duchtig rekenschap te geven en zich zelf voorloopig in deze richting niet al te zware opgaven te stellen, gelijk in het bovenbedoeld schilderij.

Zijn kracht zal stellig eer liggen in een gamma van verhelderde grijzen met accenten van rood, geel of bruin, dan in overvloedige blauwen of groenen - kleuren, die trouwens evenals het paars, steeds met groote omzichtigheid gehanteerd moeten worden. De tentoonstelling laat ook verschillende aardige kleine olieverfschetsen zien, genoeglijk en pittig gedaan.

W. Jos, de Gruyter.

het Vaderland 20-04-1933

http://www.vanmastenbroek.com/

 

 

Reageer op dit bericht

29-04-1939 Kunsthandel Sala tentoonstelling Toon Kelder

 

 

 

Toon Kelder. Portret van mevr. Kelder. (Foto: A. Dingjan.)

NIEUWE WERKEN DOOR TOON KELDER

Kunsthandel Sala

Kelders vroegste werken sloten zich min of meer aan bij hetgeen men de opvattingen der Bergensche School noemt. Zijn zicht op het leven was toen op romantische wijze realistisch, zijn werktrant voortvarend en pakkend, een schilderen in gemakkelijk breede, eer grove dan fijne plans van doorgaans donkere kleur.

In dit nog niet erg persoonlijke werk, waarin overigens wel een stuwkracht, een gretigheid, een zucht tot expansie te onderkennen viel, heeft men moeite den Kelder der volgende jaren te vatten. Want omstreeks 1930 kwam een kentering, die in de eerste plaats een onverwachte vrij hevige reactie op zichzelf of op een deel van zich zelf geleek.

Uit het oeuvre van meesters als Toorop, Van Gogh, Picasso en anderen kennen wij soortgelijke scherpe wendingen en er was m.i. toen ter tijd geen reden den schilder van cameleontische onverantwoordelijkheid te betichten.

De bedoelde wending was er een naar het verfijnde en verijlde, een tasten naar aanvankelijk bleeke droomgezichten, zeer subjectief, op het voorstellingslooze soms af, en lyrisch ethisch.

De naakten uit dezen tijd schenen te rusten in 'n wolk van kleurdampen, schenen zelf haast verdampt tot een geur van herinneringen, een muziek van verlangens. Koel, teer, iriseerend was het spel van behoedzaam uitgespreide, in elkander overvloeiende tinten van rose en blauw, licht geel en beige, en het zorgzaam streelende van de weleens gladde penseelvoering sloot zich hierbij aan.

Verwante of dezelfde elementen kon men vinden in de schemerig idyllische landschappen, de dralende of dolende ruiters bij maneschijn, de broze onstoffelijke bloemstukken, de speelsch precieuze circussen en de hoofsche, terughoudende portretten. Onmiskenbaar gevoelige evocaties van een aparte en dichterlijke, naar eenigszins over-bewuste, over-gecultiveerde phantasie.

De gevaren van het werk waren duidelijk. Alle belangrijke hoedanigheden ten spijt was de mogelijkheid niet uitgesloten, dat het vervlakken zou tot een misschien wel opmerkelijk en geraffineerd, maar toch te zwevend behaagzuchtig, veraesthetiseerd of beperkt maniërisme.

Kelder heeft geleidelijk deze gevaren overwonnen. Hij heeft vooral in de laatste jaren veel, heel veel, gewonnen aan ernst, diepte en volheid, in zoowel geestelijken als technischen zin en het heeft hem allengs teruggevoerd tot een meer zware, kloeke, concrete en pakkende schilderwijze, ditmaal evenwel in gerijpte vormen en zonder invloeden van buiten af.

Een uitgesproken persoonlijk en aanstonds te herkennen schilderstijl, gul, breed en verfijnd. Aldus vindt men thans in deze kunst niet louter het realistische en niet louter het verdroomde, zij houdt daartusschen een gelukkig midden, of juister, omvat beide levensaspecten.

Er zijn geen sporen meer van het ijle en geparfumeerde, maar wel bleef het romantisch heimwee behouden, de behoefte aan het welige gebaar, het vieren van het licht en donker en de haat tegen alle huisbakkenheid.

Een schilder, die van verf en kleur weet te smullen, nochtans deze niet misbruikt voor louter sensualistische doeleinden, maar steeds op zoek is naar een evenwicht tusschen de zintuigelijke ervaring en de vrije verbeelding, tusschen het picturale en het monumentale, tusschen den schoonen schijn en het innerlijk wezen.

De sterkste werken lijken mij ditmaal het portret van de vrouw van den schilder, het staande en het liggende naakt, het stilleven met kaas en dat met appelen en 'n tros donkere, violetblauwe druiven.

Misschien is het laatste doek wel het fascineerendst van al in de kleur (het vreemde lokkende groen van een tweetal appels, oplichtend uit het donker, het rijke blauwviolet van de druiven, en daar tegenaan gezet een gesmoord gloeiend, diep terracotta accent van 'n mandarijn).

Coloristisch mogen we vooral ook het kleine Combat de Cavalerie (nr. 11) niet over 't hoofd zien, dat in dit opzicht bijzonder suggestief is. Het staande naakt werd vloeiend en onmiddellijker geschilderd dan gewoonlijk bij Kelder, het liggende is meer zwaar, langzaam verdroomd, een weidsch, doorwrocht stuk.

De verfbehandeling in zulke uitingen toont die voortdurende afwisseling, die rijke levendigheid en vibratie, die bovenal het kenteeken mag heeten van den geïnspireerden, rasechten schilder.

Er zit niets machinaals in het handwerk van dezen bewogen, maar tegelijk steeds doelgerichten en beheerschten kunstenaar, die zijn vak kent als weinigen tegenwoordig. In het voornaam portret van mevrouw Kelder zijn kleur en penseelvoering meer terug gehouden dan in de naakten, ten deele gevolg ongetwijfeld van den eisch der objectiviteit; maar het verfoppervlak is niet minder bewonderenswaardig en het modelé heeft een prachtige fijne soliditeit. Een accent van grandezza in deze steile beeltenis doet het verwant zijn aan den Don Quichot, een van de weinige werken, die reeds eerder bij Van Wisselingh te zien waren.

Releveeren we tot slot nieuwe portretten van Stotijn en van Koeberg, en van de diverse bloemstukken speciaal de heldere, klankrijke anemonen en de tropisch geheimzinnige, forsch en warm voorgedragen orchideeën. Een verheugende tentoonstelling, die tot 20 Mei duurt

Jos. de Gruyter.

het Vaderland 29-04-1939

 

Reageer op dit bericht

02-06-1931 De optocht 'Oost en West' teekeningen door den heer Van Driest - Kunsthandel Sala

 

 

 

DE OPTOCHT „OOST EN WEST".

Men verzoekt ons mede te deelen dat de teekeningen van den optocht „Oost en West" ontworpen door den heer Van Driest, welke op het aanstaande 3-Octoberfeest het hoofd-nummer der feestviering zal uitmaken, gedurende eenigen tijd in de kunsthandel van de fa. Sala op de Breestraat zullen worden geëtaleerd.

Leidsche courant 02-06-1931

 

Reageer op dit bericht

30-01-1932 Kunsthandel Sala Strobl den Haag in caricatuur

 

 

 

Heel Den Haag in caricatuur Maandag

a.s. opent in den kunsthandel S. J. Sala een merkwaardige tentoonstelling.

Onder den naam Heel Den Haag in Caricatuur, exposeert de Hongaarsche teekenaar Strobl daar een groot aantal caricaturen van bekende persoonlijkheden op elk gebied.

Strobl - zijn voornaam Stefan gebruikt hij zelden - is geboren te Winga, toentertijd in Hongarije, thans binnen de Roemeensche grenzen gelegen. Hij stamt uit een familie van landgoedbezitters en studeerde aanvankelijk voor architect na als luitenant een groot gedeelte van den oorlog te hebben meegemaakt.

Een tijd lang werkte hij te Boedapest en Weenen als illustrator, hield zich bezig met theater-architectuur en ontwierp decors. In 1923 reisde hij naar Denemarken en werd te Kopenhagen verbonden aan het dagblad Politiken en later aan de sportcourant Idrottsbladet te Stockholm.

Bijna 10 jaar teekende hij caricaturen voor Skandinavische bladen, voor Svenska Dagbladet, Dagens Nyheter, Stockholm Tidningen, Tidens Tegn, Extrabladet e.a. en hield tentoonstellingen van caricaturen.

Nauwelijks tien dagen is hij in onze Residentie en reeds heeft hij het materiaal voor zijn tentoonstelling bijeen. Slechts enkele minuten kijkt hij een gezicht aan, maakt een vluchtigen schetskrabbel, die later gedetailleerd en in kleuren wordt uitgewerkt.

Wie hij in deze luttele dagen alzoo heeft geteekend? Mr. P.J. Reijmer, minister van Waterstaat; mr. T.J. Verschuur, minister van Arbeid, Handel en Nijverheid; oud ministers prof. mr. P.J.M. Aalberse en prof. dr. J.R. Slotemaker de Bruine; A.J.P. de Adlercreutz, gezant van Zweden; jhr. mr. dr. H.A. van Karnebeek, Commissaris der Koningin; luit. generaal H.A. Seyffardt, chef van den Generalen Staf; luit. generaal E.F. Insinger, commandant van het Veldleger; mr. L.E. Visser, raadsheer in den Hoogen Raad; den Burgemeester jhr. mr. dr. L.H.N. Bosch Ridder van Rosenthal; de wethouders W. Drees, mr. H.P. Marchant, F.N.V. Quant, mr. S. de Vries Czn, en M. Vrijenhoek; F. van 't Sant hoofdcommissaris van Politie; L. Hoejenbos, directeur van Maatschappelijk Hulpbetoon; D van Staveren, voorzitter der Centrale Commissie voor de Filmkeuring; de schilders Piet van der Hem, Willem van Konijnenburg en H. van Meegeren; Albert Vogel, voorzitter van den Haagschen Kunstkring; Eduard Veterman, Hein von Essen, Raden Mas Noto Soeroto, Louis van Gasteren, Adolphe Engers, Fie Carelsen, Paul Harden, Friedel Dotza, Alberl May, Herbert Weissbach, Arthur Engers, Joh. F. Buziau, Henri Zeldenrust, Carl Flesch, dr. J. Schoemaker, mr. E.G.S. Bourlier, mr, J.H.G. Bekker, de theater-directeuren H. den Hertog, Hugo Helm en intendant J. Meihuizen, Henri E. Rey, J. Sassen, L.J.A. Kemper J.K.W.F. van Bommel, dr. W.C.A. baron v. Vredenburch, voorzitter der Ver. Nederland-Hongarije, Henri Asselin, tal van Nederlandsche journalisten, Joh. G. Berlott, Menno P. Fischer en mr. G.A. Boon.

Het resultaat zal men van Maandag af in den kunsthandel Sala kunnen zien. Den tentoonstelling blijft geopend tot 13 Februari.

het Vaderland 30-01-1932

 

Reageer op dit bericht

21-10-1937 Kunsthandel Sala G.H. Breitner

 

 

 

G. H. BREITNER

Kunstzalen Sala

IN DEN KUNSTHANDEL SALA, waar men zoo vaak reeds goede werken van onze impressionisten, hetzij Haagsche, hetzij Amsterdamsche, heeft kunnen aantreffen, wordt thans een tentoonstelling van Breitner gehouden.

In hoofdzaak zijn het bladen uit vroege en betrekkelijk vroege schetsboeken, uit het bezit van de weduwe van den schilder, aangevuld evenwel met 'n aantal aquarellen en schilderstukken uit den rijpen tijd en met enkele kleine late werken, die tragisch zwak aandoen in vergelijking tot het overige.

De teekeningen zijn interessant om verschillende redenen. In de eerste plaats, omdat zij een beeld geven van Breitners geleidelijken groei, het zich losmaken van invloeden (Rochussen), de zich wijzigende belangstelling voor onderwerpen en het langzaam overgaan van een teekenachtige in een typisch schilderlijke opvatting en werktrant.

Maar ten tweede ook, omdat uit de vroege krabbels en studies blijkt, hoezeer Breitner aanvankelijk geboeid werd door zijn lectuur en deze tot stof zijner teekeningen koos. De belangstelling voor de werkelijkheid kwam toen pas in de tweede plaats, hetgeen inmiddels; in aanmerking genomen den romantischen inslag van zijn talent, niet onbegrijpelijk is.

De vroegste bladen dagteekenen uit 1872, uit den tijd dat hij nog 'n Rotterdamsche jongen van vijftien jaar was. Die van het volgend jaar doen al minder schoolsch onpersoonlijk aan, men moet eens de paardekoppen uit ‘72 met die uit ‘73 vergelijken, welke laatste bezielder en meer heftig, meer Breitnersch zijn. Het paard had hem toen dus al te pakken, aanvankelijk min of meer het romantisch illustratieve paard van het oorlogstafereel of de jachtscène, dat later plaats inruimde voor het reëele militaire paard, en weer later het Amsterdamsche tram- of trekwagenpaard werd.

Daarnevens bleek Breitner reeds vroeg een knap vertolker van de figuur, vooral van de heftig bewegende figuur. De belangstelling voor het stadsbeeld, dat zoowel figuur als paard zou opslokken in een grooter schilderachtig geheel, treedt pas later - na omstreeks 1890 - duidelijk aan den dag. Dan is zijn stijl in stee van illustratief of beschrijvend, al geheel subjectief reageerend geworden op picturale wijze. De snel en raak aanduidende lijn, altijd levend en rijk aan karakter, wordt afgewisseld met den toon, die in een portretje als nr. 65 zelfs de geheimzinnige diepte van 'n Redon heeft.

De mooiste of althans meest virtuose schetsen dateeren uit deze eeuw; men kan er uit opmaken, dat de latere Breitner in den letterlijken zin door zijn indrukken bezeten was. In het vertrek achter treft vooral de aquarel der "Waspitten", drie meiden over 'n grachtbrug gaande, uitstekend van karakteristiek en princelijk van kleur; zulk een werk verliest niets bij terugzien, maar verrast telkens opnieuw en doet den beschouwer glimlachen van genoegen. Men vindt op dit blad geen vierkante centimeter, dat niet sterk bewogen is en verfijnd, beheerscht in de tegelijk forsche en zachte kleur.

Een ander goed stuk is de olieverf van Rustende Cavalerie, lenig en bondig gedaan, op onmiddellijke wijze een visueele impressie vastleggend, toch overwogen van samenstel en gespannen in zijn compositorische lijninrichtingen. Let o.a. op de wijze, waarop het witte paard een verband legt tussen en de lichte lucht - het schel oplichtende van 'n lucht na regenbuien - en de donkere massa van het landschap met silhouetteerende dieren en menschen.

Tot mijn spijt ben ik laat met deze bespreking, maar de tentoonstelling is nog verlengd tot einde volgend21-10-1937 e week. Zij is zeker de moeite waard. Jos. de Gruyter.

het Vaderland 21-10-1937

 

Reageer op dit bericht

26-04-1933 Prins Hendrik bezoekt Kunsthandel Sala

 

 

 

PRINS HENDRIK IN DEN KUNSTHANDEL SALA.

Z.K.H. de Prins, vergezeld van zijn adjudant jhr Laman Trip, bracht hedenochtend een bezoek aan de tentoonstelling van werken van J. H. van Mastenbroek in den Kunsthandel Sala, Noordeinde.

De Prins, die werd rondgeleid door de heeren v. Mastenbroek en Sala bezichtigde eveneens de collectie-Sala

het Vaderland 26-04-1933

 

Reageer op dit bericht

17-01-1911 Isidore Opsoomer voor het raam van Kunsthandel Sala

 

 

 

Kunsthandel Sala

Van den jongen professor Isidore Opsoomer, den Vlaamscben schilder, is voor ‘t raam van bovengenoemden kunsthandel een vrij groot schilderij te zien. Vrij groot, althans voor Hollandsche oogen; voor Vlamingen, men denke aan het werk van Hendrik Luyten thans in "Pulchri" in Den Haag, is zulk een afmeting allergewoonst.

Leidsch Dagblad 17-01-1911

http://nl.wikipedia.org/wiki/Baron_Isidore_Opsomer

 

Reageer op dit bericht

07-06-1912 Expositie Van Manen - Kunsthandel Sala

 

 

 

Kunst, letteren, enz.

Teeken- en schilderwerk mej. Van Manen. Onze stadgenoote mej. E.C. van Manen heeft in de Kunsthandel van D. Sala en Zonen een collectie teeken- en schilderwerk, geëxposeerd, die wel gezien mag worden. Er zijn heel aardige stukken bij, die deze schilderes in Indië heeft gemaakt, waarheen zij ging om daar te werken.

Zij scheen daar echter niet tegen het klimaat te kunnen en moest, hoe krachtig haar wil er zich ook tegen verzette, het eindelijk opgeven en naar haar vaderhand terugkeeren, waar zij, naar wij hopen, geheel zal herstellen. De omstandigheid doet ons nog meer voelen voor haar werk, dat inderdaad te waardeeren kwaliteiten bezit.

De schilderes heeft zich vooral toegelegd op het schilderen van portretten. Wij zagen er tal van hoogleeraren, zooals haar vader, wijlen prof. Van Manen, prof. Oort, prof. Bolland, prof. Asser en anderen. Maar, zooals wij boven zeiden, er is ook heel wat ander werk. Wij bevelen een bezoek zeer aan, en wie voor een niet te groot bedrag in het bezit wil komen van een goed stuk werk, vindt daarvoor ook gelegenheid.

Leidsch Dagblad 07-06-1912

 

Reageer op dit bericht

09-05-1911 In de etalage van firma D. Sala en Zonen Schoolplaten

 

 

 

"Onze V l o o t."

Door de afdeeling Haarlem van "Onze Vloot" zal een serie schoolplaten worden uitgegeven. De ontwerpen hiervoor zijn vervaardigd bij de firma Emrik en Binger te Haarlem en zijn volgens de algemeene opinie buitengewoon fraai uitgevoerd. Ten einde te Leiden de leden van "Onze Vloot" en andere belangstellenden met deze platen kennis te laten maken zullen zij van af Woensdag 10 Mei tot en met Vrijdag 12 Mei ter bezichtiging worden gesteld in de etalage van de firma D. Sala en Zn., Kunsthandel, Breestraat.

Leidsch Dagblad 09-05-1911

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten