Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

08-04-1930 Kunsthandel Sala Tentoonstelling Breitner de Zwart Gabriël

 

 

 

KUNST EN LETTEREN WEISSENBRUCH, BREITNER, WILLEM DE ZWART EN GABRIËL. IN DEN KUNSTHANDEL SALA.

Wat mij op deze tentoonstelling het meest getroffen heeft, zijn de twee beste der aanwezige aquarellen van Weissenbruch: een strandgezicht met lage horizonlijn en een visschersdorp in schemer. Deze beide werken alleen reeds maken een bezoek hier tot een verheugenis. Het is vooral het element van de innerlijke synthese dat bij Weissenbruch, binnen het impressionistische kader natuurlijk, zoo sterk frappeert. Schijnbaar, belust op atmospherische innigheid, geeft hij ons iets, dat daar ver boven uit gaat: een zuivre en grootsche diepte van innerlijke aanschouwing.

In het eerste werk ziet ge het strand, als een effen wijkend vlak, duidelijk vereenvoudigd maar zonder eenige opzettelijke strakheid, zonder merkbare inspanning geschilderd. Met eenzelfde fiere en kalme objectiviteit zijn de booten gegeven, het triomfantelijke beweeg van zeilen en masten in de verte werd met lenige vastheid aangeduid. Maar het zwaartepunt dezer aquarel ligt feitelijk niet in het benedenplan maar in 't hoog zich koepelend uitspansel. Het licht blinkt er zilverig grijs, egaal verspreid, met een zekere dreiging in dat lichte grijs; langzaam en ongemerkt stapelen zich de wolkenmassa's op elkaar breiden zich uit, vullen de ruimte met een besef van grootsche, onbegrensde bewogenheid. En ge ziet wel het aangename, het wijde van de voorstelling; ge voelt wel den zilten zeewind op de huid, het vochtige zand onder de voeten, maar nauwlijks merkt ge hoe machtig ook de: innerlijke werking van dat alles is, hoe de schilder, door een volmaakte beheersching van zijn middelen, u bevrijdt uit alle banden van de materie.

Niet minder mooi is de tweede, aquarel van het droomverloren dorp in den vallenden avond, waar de eenzaamheid groot en bevreemdend zou zijn ware ‘t niet, dat ontstoken lichtjes de herinnering aan het menschelijke bewaarden. Hoe zuiver en raak staan die lichten er in, hoe wondermooi rijst het mastje op uit zeeën van nevelig donker. Het is een volop dichterlijk werk, van een innig maar ook sterk bewogen sentiment. Het meesterschap over de middelen dwingt respect af.

Van Breither een studie van een man in een feestdos (olieverf); dat merkwaardigerwijze een zelfportret zou kunnen zijn. Het is prachtig van picturale gevoeligheid,  maar toont hem toch niet in zijn volle kracht. Tot de allerbeste aquarellen uit den vroegen tijd behooren evenwel de militaire stukken, waarvan de doordringende waarneming en daadkrachtige manier van schilderen, in vergelijk met Weissenbruch, iets schokkends hebben, iets alarmeerends. Het opmerkelijke daarbij is, dat Breitner in bepaalden zin toch koeler lijkt; hij geeft zich niet zóó onvoorwaardelijk over als Weissehbrüch het doet; hij bewaart, ook in 't heetst van den strijd, een critischer afstand; hij vertrouwt zich niet toe aan zijn onderwerp en vereenzelvigt zich er niet mee om daarna den afstand te scheppen,- maar bekijkt het als een jager zijn wild bespiedt het fel en waaksch, wachtend tot het moment gekomen is om den sprong te wagen, het naar zich toe te rukken, en te omstrengelen met uitgelaten vreugde...

Van De Zwart is hier een klein doorklonken mansportret, meer schilderkunstig dan psychologisch bekeken, maar met dat al een markante karakteristiek. Het is een goed doekje, zeer levend en met concentratie geschilderd. Het is nadrukkelijk zonder dat nadrukkelijkheid remmend werkte of als een beklemming aandoet. In de rozen werd de kleur in afzonderlijke tikken en vegen aangebracht; maar wel tot, een schoone éénheid gebonden, al moet men er ook geen Verster naast denken. Voorts noem ik van De Zwart nog, het naakt op den rug gezien. Van P.J.C. Gabriël ten slotte diverse aquarellen (molens) in een fijnzinnig; en pittig gepenseeld schilderij met schuiten, waarin de hem kenmerkende correcte elegance en den innigen hartsdrang tot edele, zuivere strakheid versmolten werd. W. Jos. De Gruyter.

het Vaderland 08-04-1930 

 

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

19-03-1929 Max van Leiden te bezichtigen bij den Kunsthandel Sala & Zonen

 

 

 

Naar men ons mededeelt is door een Oud-Leidenaar, onder den schuilnaam van Max van Leiden een indruk vastgelegd van het brandende Stadhuis alhier. Dit stuk is door den schilder aan het Leidsche Stadhuiscomité aangeboden ten bate van den wederopbouw van het stadhuis en door dit Comité aanvaard. Bij den Kunsthandel Sala & Zoon, Breestraat, is het originee! voor belangstellenden te bezichtigen.

Leidsch Dagblad 19-03-1929

 

Reageer op dit bericht

23-05-1929 Kunsthandel Sala A Keus

 

 

 

KUNST EN LETTEREN. TENTOONSTELLING

A. KEUS. (Bij Sala).

Op de laatste ledententoonstelling jn "Pulchri Studio" was een eigenaardig langwerpig doek van den schilder Schregel: een buitenhuis in zwaar geboomte half verscholen, terwijl door het gebladerte heen de zon hevige licht- en schaduwplekken over den muur en over den bodem wierp. Het onderwerp is vrij algemeen, maar de wijze van uitvoering gaf aan dit doek iets heel eigenaardigs dat vrijwel over de gehele linie bij de critiek is opgevallen.

Bij den eersten blik op de tentoonstelling van den schilder Keus moesten we onmiddellijk aan het bewuste doek van Schregel denken. Schregel was daarin veel donkerder van tonaliteit. Keus is over het algemeen blonder, blijer, maar de verwantschap zat vooral in de keuze van het onderwerp; het oude buitenhuis in de boomen; maar vooral in de wijze, waarop hij de verbrokkelde licht- en schaduwbanen over de muren en over den grond heeft aangebracht. Men voelt daaraan de lichte wuiving van het loover door den wind en het glijden der zonnestralen. Nu blijkt het mij uit de lectuur, dat de beide kunstbroeders veel samen hebben gewerkt en dus onwillekeurig in de factuur van hun werk, bewust of onbewust, invloed op elkaar hebben uitgeoefend.

Keus sluit zich aan bij de Haagsche school. Hij schildert bij voorkeur het oude buitenhuis in een sfeer van intieme beslotenheid. Een enkele maal is zijn toon naar het donkere neigend. Meestal evenwel is hij feestelijk en blij, terwijl toch niet de minste neiging naar uitbundigheid is te bespeuren. Er is in die sfeer van blijheid altijd een element van rustige vertrouwelijkheid en zelfs van romantische innigheid. Figuur schildert hij niet, maar het eigenaardige is, dat men in het huis dat hij schildert iets van leven of liever de levensstemming der bewoners bespeurt.  Vele malen schildert hij zijn eigen oude landelijke buitenwoning te Soest.

Telkens weer uit een anderen hoek heeft hij dit onderwerp genomen. Om de woning het zware geboomte; langs de muren de bloemen in veelkleurige schoonheid. Altijd weer de schuine streeling der zonnebanen door het loover over den grijzen muur en het riet van het dak. Hij heeft die woning geschilderd in den prillen lentemorgen, terwijl er feestelijk lentelicht om den hoogen boom voor den gevel speelt, (16). Hij heeft ze geschilderd in den vollen zomer, droomend onder het malsche spel van licht en schaduwen, gelukkig mijmerend tusschen de bloemen. (21) Zonniger en nog blijer is 26, met een rijke bloemenweelde langs de muren, terwijl men onder het zware lommer door kijkt tegen den blonden lichten achtergrond van een boschwal.

No. 10 geeft des schilders woning weer eenigszins anders gezien in het late licht van den herfst in een tintelend warme sfeer. 12 geeft eveneens een herfststemming. Er is in de liefde waarmee hij hetzelfde onderwerp, en toch ook weer niet hetzelfde, behandelt aandachtige ingetogenheid. Er kan soms in die voorstellingen van intieme, romantische beslotenheid een stil verhaal van geluk en vrede liggen.

Een enkele maal is zijn coloriet wat droog en zou men ietwat meer diepte wenschen. Toch blijft hij overal een knap en kundig talent. Er zijn een paar werken, die ons persoonlijk door het min of meer droge en door het niet geheel uit de verf komen niet geheel bevredigenden - bij zijn kunstbroeder Schregel ontdekt men dat soms ook. Ik denk aan het landschap No. 1 en aan nog een enkel ander werk. Daartegenover staan de werken die we noemden als heel frisch.

In No. 24 geeft hij een heel mooi specimen van zijn kunnen. Het is weer een oud buitenhuis, met een steenen trap ervoor. Stevig piramidaal is de bouw van den gevelopstand, die tevens zoo mooi laat zien, hoe zoo'n oude architect het gevelvlak harmonisch wist te accentueeren door de plaatsing der ramen met de groene luiken ter weerszijden. Uit zoo'n gevel leest men de doelmatigheid van de binnenarchitectuur en de functioneele bestemming. Men voelt in zoo'n oud huis de nawerking der Gothische gedachte. En het is de verdienste van den schilder, dat hij dit zoo plastisch zag. Ter weerszijden staan boomen, frisch in het groen. Wat kippen, symbool der landelijkheid, accentueeren de rust. Heel mooi is het geval tegen de doorwerkte lucht gezet. Van denzelfden gevel zien we een fragment op 't frissche, zonnige werkje; Zonneschijn, dat de schilder beschikbaar heeft gesteld voor een verloting, waarvan de opbrengst zal strekken ten bate van den bouw van het Stadhuis. Het is alles goed doorwerkt, getuigt van een vlotten techniek en een blijde vizie op de dingen. Deze blijde vizie maakt het werk sympathiek. 

We maken opmerkzaam op 23, Oogsttijd. In het geboomte de zware toren en enkele daken van... Op den voorgrond blond en goud korenschoven op het land in de Augustuszon. De bewogen lucht getuigt mede van het feest van zon en wind over weilands dreven. Aardig is ook het ... landschapje: De beek. Het zilverige lichten van de avondhemel spiegelt zich in het stroompje, dat heel rustig voortvloeit door het al wat donkerende land. In de verte komt de dauw op als een wazige zjlvermist. Het doet alles weer aan als een stil verhaal van vrede.

Keus is ook bloemenschilder. We zagen een paar goed geslaagde aquarellen van Digitalis en van Campanulla, alles heel frisch van toon. En eindelijk heeft hij in de bosschen in de nabijheid van Soest de zwammen in hun bijna exotische verschijning bestudeerd, zoo b. v. de roode vliegenzwam (27).

In No. 20 geeft hij een "Boschsprookje": een geheimzinnig plekje op den woudbodem met oranje zwammen en de in allerlei bruine nuances zich toonende glorie, van de verstervende vegetatie van den herfst. Ook hierin uit zich meer een romantische innigheid dan een ongebreidelde fantasie.

Keus is een schilder die de verschijnselen der werkelijkheid altijd ziet in een weldadig rustige sfeer. Zijn werk verdient begrip en waardeering.

Leidsch Dagblad 23-05-1929

 

Reageer op dit bericht

H. Vormsel Mejuffrouw A. van Houten

 

Mejuffrouw A. van Houten
______________________

Sagesse Intelligence Conseil Force Science Piété
Crainte de Dieu

Eerbaarheid Verstand Raad Kracht Kennis Vroomheid
Godvrezendheid

 

O Saint Esprit!
Descendez en moi
et remplissez mon
coeur du feu Divin
de votre amour

O Heilige Geest!
Daal over mij neer
en vervul mijn
hart met het Goddelijke vuur
van Uw Liefde 

 

Le 19 Juin de l'an 1892 a été confirmé dans la Chapelle du Pensionnat de
M'elle H. Van Houten
Par Monsgr P. Leyten
Evêque de Breda
Ste Marie Patron de ma Confirmation, prieze pour moi

Op 19 juni in het jaar 1892 is het H. Vormsel in de Kapel van het Pensionaat toegediend aan
Mejuffrouw H. Van Houten
Door Monseigneur P. Leyten
Bisschop van Breda.
Heilige maria, beschermheilige van mijn Vormsel, bid voor mij.

[Vert. Erna Rienties]

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten