Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
seniorennet.beseniorennet.be

Haarlem de Gierstraat



Haarlem

Gierstraat

 

Stempel 1902

In het jaar Een duizend agt honderd veertien den veertienden der maand September, zijn voor ons Ambtenaar van den Burgelijken stand der gemeente van Haarlem gecompareerd,

Jan van Maas, jonge man, oud Circa twintig jaren, Kleermaker, geboren te Haarlem, woond in de Gierstraat, minderjarigen Zoon van Huibert van Maas.

 

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De Weimarstraat 23 te 's Gravenhage



De Weimarstraat 23  te 's Gravenhage
Winkelpand van Dominicus Johannes Sala

 

Dominicus Johannes Sala en Joanna Elisabeth van Houten. 

Dominicus Johannes Sala geboren op 15-11-1873 in Leiden. Dominicus Johannes is overleden op 29-09-1954 in ´s Gravenhage, 80 jaar oud. Dominicus Johannes trouwde, 34 jaar oud, op 15-11-1907 in ´s Gravenhage [bron: Uittreksel burgerlijk stand Gemeente s Gravenhage Rep. No. 6596] met Joanna Elisabeth van Houten.

Het huwelijk tussen de 34 jarige Dominicus Johannes Sala en Joanna Elisabeth van Houten werd voltrokken in de kerk van O.L.Vrouw van Goede Raad te Bezuidenhout.

 

Zij kregen twee kinderen

Hermanus Cornelis en Kitty

Reageer op dit bericht

DE ANSICHTKAARTEN VAN DOMINICUS JOHANNES SALA

 


 

De Jongeheeren Sala Beukstraat 8 Breda

afz.D.J. Sala Prinsegracht 91 ’s Gravenhage

Herman Annatol Yvo en Hans

Zalig Paasen en gezellige vacantie

 

Opa 5 April 1953

 

 


 

 

's Gravenhage 12/12/-48

Beste Herman - Rietje

Veel hartelijke wenschen gezondheid en voorspoed met kleine Yvo en de rest van het kroost.

Je liefhebbende Vader

 

 



Den Hr Mevr H. Sala

Huize Waldemar Hondsbergseweg

Oisterwijk

 

Beste Herman Rietje

Zit op 't oogenblik in restaurant station Utrecht op trein te wachten.

Ga op onderzoek uit voor huisvesting want bij Kieviet op mijn kamer

kan ik niet blijven. Ze hebben reeds de heele winter in kleine slaapkamer

met jongens van 8 en 4 jaar doorgebracht en moet daarom ruimte maken

misschien op de zolder mijn bivak opslaan. Zijn beste menschen maar kunnen mij niet altijd houden

Wanneer meer weet hoor je wel, je l.h. Vader

 


Aan:

Mejuffrouw M Iding Provinciale weg 102

Meerveldhoven bij Eindhoven

 

L.R. We hebben Herman niet meer gezien, dus kan ik je niet schrijven wanneer hij vrij is, misschien hebt ge al wat van hem gehoord, nu ik hoop je een prettige kerstmis zult hebben als ook een gelukkige viering van je eenjarige verloving, wat is 't vreeselijk koud he, net als verleden

jaar, ik kan er niet uit. Dat kleedje is veel te mooi hoor, ik ben al lang tevreden met een kleintje, dit is voor een tafeltje voor jelui hoor, je zult van moeder wel gehoord hoe of ik verwent ben geworden wilt ge ook Anny en Leo bedanken voor hun lief briefje;

nu lieve Rie veel prettige daagjes en vele lieve groeten van Vader en

vooral van je liefhebbende Moeder.


 

 

Den Heer en Mevrouw H Sala Heusdensebaan Oisterwijk N. Br

's Gravenhage 24/3- 51

Beste Herman en Rietje

Gezellige en ZaligePaaschdagen met de jongens. Ben op 't oogenblik bij specialist onderhanden voor een tijdelijke (hoop ik) doofheid. hoop dat de jongens allemaal weer beter zijn. Maart weer werkt niet mee, geef mij vorst. Heb al invitatie voor Sassenheim. Bij Yvonne gaat alles goeden dat jong heet Izar. Zweedse naam 't beste veel kusjes voor de jongens.

Je liefhebbende Vader.

 


Jongens Sala

Heusdense Baan Oisterwijk N. Br

 

24/3-51 Opa Haagweg 599 's Gravenhage

 

De Hr H. Sala

Heusdensebaan 62 Oisterwijk

N. Br

's Gravenhage 29/6-49

Beste Herman-Rietje

Wanneer er niets tussen komt verschijn ik Woensdag namiddag of Donderdagmorgen. Hoop alles wel is en misschien Herman tussentijds zijn benoeming heeft. Zet de zon buiten en laat de wind maar draaien.

Tot kijk en veel kusjes voor de jongens

je l.h. Vader


D.J Sala Haagweg 599 s'Gravenhage

 

 

 

 

9 Febr. 1947

Van Opa D.J. Sala Haagweg 599‘s Gravenhage

Aan den Jongenheer Anatole Sala Huize Waldemar Hondsberglaan

Oisterwijk N.Br

 

Reageer op dit bericht

DE ANSICHTKAARTEN VAN DOMINICUS JOHANNES SALA 2

 

 

Den Jongenheer H. Sala Heusdensebaan C. 62 Oisterwijk N. Br.
Hermannetje Veel geluk met je verjaardag.
Opa hoopt je een zoete jongen zal zijn en erg gehoorzaam.
Niet in je blote bibs naar de buurvrouw loopt en vooral niet op de mooie stoelen kruipt Want je weet dan wordt Opa boos.
Hoe is het met de st. Nicolaas geweest, heb je veel versjes gezongen. Nu heb je er al weer een broertje bij.
Wanneer je eens tijd hebt schrijf je wel.
je liefhebbende Vader


Den Heer Mevr H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk N.B. 2/2 - 51
Beste Herman en Rietje.
Zoojuist ontving briefkaart van Anatol waarin zijn laatste en juiste adres schrijft 23 Smithstreet Sydney N.S.W. Summerhill Australia vorige adres was 34 College Anthony Robertson W.S.W. Australia en hij schijnt van werkkringveranderd te zijn
Veel groeten van allen uit Leiden.
Je Liefhebbende Vader



Den Heer p- Mevrouw H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk
's Gravenhage 11 Oct. 50
Beste Rietje en Herman
Wanneer er niets tussen komt verschijn ik aanstaande Dinsdag
Vier eerst verjaardag bij Kitty maandag en reis dinsdag naar brabant
alles wel aan boord
je L.H. Vader



 

Mejuffrouw M. Iding en Herman
Provinciale weg 102 Meerveldhoven N.B.
Familie Sala



 

Fam, Siecke HauptStraße 8 Herzogenrath
Vader Sala Haagweg 599 (L) 's Gravenhage


 

Onbeschreven


 

Den Heer en Mevrouw  L. Ouwerkerk  Graaf Florisstraat 78 Schiedam ‘s Gravenhage 31-07-1948
Toos en Leo, Wanneer je misschien naar de legertentoonstelling gaat, moet je Herman eens opzoeken.
Wachtmeester 1e kl. Art. afdeling tanks. Misschien als hij tijd heeft zou hij jullie eens opzoeken. Ik hoop alles nog goed gaat.
Hebt ge al een baard? ‘t is nu fijn weer voor zeilen en zwemmen, heb tenminste de heele week in ’t water gelegen.
’t allerbeste je oom Minic
Zijkant; Een kladje van je schilderij v.d. Windt Afz Haagweg 599 (L) ‘s Gravenhage.
Opm; Herman is de zoon van Dominicus.



 

Den Heer en Mevrouw L. Ouwerkerk Graaf Florisstraat 78 Schiedam
‘s Gravenhage 19-08-1949
Beste Toos, Zend bij gelegenheid afschrift eens op van de stamboom Sala.
Ik heb ’t zoo druk gehad met logeren in Oisterwijk en daarna vacantie van de jongens (waaronder uw blogbeheerder) in Kitty’s Huis Amalia van Solmsstraat 154 en had opa dienst elken dag naar het strand en dan met de jongens in zee.
Terwijl was Kitty, Freek haar man en Herman als schipper heerlijk gaan zeilen in Friesland vanuit Langmeer.
Bij gelegenheid kom ik wel weer eens overwaaien. Hoe is met woning Sassenheim?
Veel groeten Oom Minic


Mevrouw L. Ouwerkerk  Willem Warnaarlaan 75 Sassenheim
‘s Gravenhage 06-07-1951
Beste Toos, De winterjasmijn bollen, L. van Dalen en Irisbollen moeten in October de grond in, dus is ’t beter tegen October te kopen.
Wanneer ik dan weet hoeveel komt ’t in orde.
Hier is alles wel aan boord maar heb nog geen kamer doch dat komt ook wel.
Veel groeten van Freek, Kitty, Yvon en Izan en goede vaart en gezellige tocht.
Tot kijk Oom Minic

 

Reageer op dit bericht

DOMINICUS JOHANNES SALA SCHRIJFT Ansichtkaart Kunsthandel Sala

 


 

Marie Iding Provinciale weg no 102 Meerveldhoven bij Eindhoven
Lieve Rietje, Even wil ik je laten weten ‘t goed met Herman gaat, hij heeft vreeselijk
veel bezoek, wat hij erg leuk vindt, wij gaan ’s avonds, want dan mogen alleen de ouders.
Ze brengen van alles mee, bloemen, eau de cologne chocolade leesboeken, hij is erg
tevreden en ik zorg dat hij iedere keer schoone pyama heeft dat is moeders zorg later mag jij ’t dan doen hoor,
ik ben zondagavond nog naar ’t spoor wezen kijken of ik je nog zag maar je was al weg.
nu vele lieve groeten van moeder.


Den Heer Mevr. H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk
7/2 - 49 's Gravenhage
Herman - Rietje
Van harte geluk met de echte kwaaijongen Annatol 't is een heerlijke knul en voel me weer
jong, wanneer hij zijn strandzakken leeghaalt met heerlijk gezicht, dat is allemaal …
mijn hoop nog eenige jaren zijn groei te beleven
Zo gauw Freek die kant uitkomt brengt hij een en ander mee.
Veel gezondheid en vrolijke Dag
D.J. Sala
Haagweg 599; Vader

 




Mejuffrouw M. Iding Provincialeweg 102 Meerveldhoven N.B.
Lieve Rie
Wat een fijn cadeau. Je moet wel hard werken maar het is toch echt je broers je zoo waarderen.
Tante Riek is een paar dagen hier gelogeerd en de twee zussen kakelen als hennen.
Als de feestdagen voorbij zijn zal moeder weer eens een lange brief schrijven
Ze zit als de soldaat met verlof af te tellen naar de tijd ze naar Meerveldhoven kan komen.
Ze maakt ’t op oogenblik heel goed, ik hoop voor je moeder de drukte haar niet te veel vermoeid.
Hieronder de adressen
Mevrouw Wed. G. Schretlen Breestraat 137
Leiden. Tante RiekMevr. Wed. H.
Sala Jan van Houtkade 30 Leiden
Den Heer S. Sala Noordeindeweg 6
’s Gravenhage. L. Sala
Fred. Hendriklaan 83 ‘s Gravenhage
Vele groeten aan allemaal
je l.h. Vader

 

Reageer op dit bericht

Storia del Cogname Sala

 

 

 

The Italian family name Sala is classified as being of habitation origin. Such names belong to that group of surnames which derive their origin from the place of residence of the original bearer of the surname. With regard to the surname Sala, this name is a short form of any of the numerous place names with the first element "Sala" located throughout Italy.

The author Emilio di Felici claims that the surname Sala is derived from the place name Sala al Barro or from the place name Sala Comacina, both located in the Italian province of Coma. This is based on the fact that the surname in its exact spelling is more commonly found in that particular area.

Thus, the original bearer of this name was know by, members of his community as a person who was born or resided in one of these places. These place names are derived from the Italian word "sala" meaning "room, hall". One of the earliest references to this name or to its variants is a record of the Sala family from Milan, a family of barons who flourished between the thirteenth and fifteenth Centuries.

Other families of this name were established in Bologna, Bra, Brescia and Mazzara (Sicily). The Sala family from Mazarra was originally from Catalonia, a region located in northeastern Spain. This family was established by Giacomo Sala who had two sons, Giacomo Sala and Giuseppe Sala. The latter held the position of captain of the Army, during" the war of this city in 1607.

Notable bearers of the surname Sala include Italian architect and Engineer, Major General Antonio Alessandro Sala, born in 1834 and the nineteenth-Century Italian sculptor, Davide Sala.BLAZON OF ARMS: Per fess; first nr, a bend sinister argent, charged with three mullets of the field; second argent, a house gules, charged with a bezant or, between two towers in the flanks. Translation: Or (gold) signifies Generosity Argent (white) denotes Peace. Crest: A tower as in the arms. Origin: Italy. The Historical Research Center Storia Del Cognome Sala

De Italiaanse familienaam Sala is geclassificeerd als een naam die zijn oorsprong heeft in een woongebied (gemeenschap) Zulke namen behoren tot de groep van achternamen die hun oorsprong aan de verblijfplaats van de originele drager van de achternaam ontlenen. De achternaam Sala, is een korte vorm van om het even welke talrijke plaatsnamen in Italie met het voorvoegsel "Sala"

De auteur Emilio di Felici claimt dat de achternaam Sala is afgeleid van de plaatsnaam "Sala al Barro" of van plaatsnaam "Sala Comacina", beiden gelegen in de Italiaanse provincie Como, Dit is gebaseerd op het feit dat de achternaam in zijn exacte spelling in het algemeen vaker in dat bepaalde gebied wordt gevonden.

Aldus, werd de originele drager van deze naam gekend door de leden van zijn gemeenschap als een persoon die geboren was in één van deze plaatsen of er verbleef. Deze plaatsnamen zijn afgeleid van het italiaanse woord "sala" dat "hal of zaal" betekent. Een van de vroegste verwijzingen naar deze naam of zijn varianten is een verslag van de familie Sala van Milaan, een familie van baronnen die floreerde tussen de dertiende en de vijftiende eeuw.

Andere families van deze naam waren gevestigd in Bologna, Bra, Brescia en Mazzara (Sicily). De Sala familie van Mazarra kwam oorspronkelijk uit Catalonië, een gebied dat in noordoostelijk Spanje is gelegen. Deze familie werd gevestigd door Giacomo Sala die twee zonen had, Giacomo Sala en Giuseppe Sala.

De laatstgenoemden waren kapitein in het Leger, tijdens de oorlog van deze stad in 1607. Opmerkelijke dragers van de achternaam Sala zijn de Italiaanse architect en Ingenieur, Major General Antonio Alessandro geboren Sala, in 1834 en de negentiende-eeuwse Italiaanse beeldhouwer, Davide Sala

 

Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de paraplu

 

De geschiedenis van de paraplu

 

Heden ten dage is de paraplu een ingeburgerd product. Ze zijn er in alle maten, soorten, kleuren en kwaliteiten. Toch bestaat de echte paraplu, zoals wij hem kennen pas zo'n honderd jaar. 

De paraplu stamt af van zijn broertje de parasol. de parasol bestaat al zo'n drieduizend jaar.

 

De parasol werd al zo'n 3.000 jaar geleden door de Egyptenaren gebruikt om de farao's en hoogwaardigheidsbekleders te beschermen tegen de zon. 

Later namen de Oude Grieken en Romeinen het idee van de parasol over en ook in de oude Indische beschavingenkomt men parasols tegen. Nu nog komt men, met name in de Hindoe-cultuur, veel parasols tegen die vaak prachtig versierd zijn en nog steeds ambachtelijk worden gemaakt.

Na de Renaissance werd in de westerse wereld de parasol opnieuw uitgevonden (zoals wel meer dingen opnieuw werden uitgevonden). De parasol werd in die tijd het statussymbool bij uitstek, want in die tijd stond een blanke huid namelijk voor klasse en rijkdom. Het 'gewone' volk kreeg een door de zon getinte huid door het werken op het land of op zee. De adel wilde koste wat het kost de witte huid beschermen (men moest eens denken dat men op het land werkte...)

 

Tot het eind van de 18e eeuw was de parasol een voorwerp dat niet kon ontbreken in de darderobe van een adellijke dame of heer. Uit deze tijd stammen ook vele schilderijen, waar adelijke dames onder een parasol zitten of lopen (waarbij de parasol vaak nog door een dienaar werd gedragen)

 

Men hield zich destijds nog helemaal niet bezig om zich te beschermen tegen de regen, de rijken verplaatsten zich meestal toch met een draagstoel of koets. Het 'gewone' volk had geen behoefte aan bescherming, omdat men zich dat niet kon permitteren en de werkkleding die ze droegen voldoende bescherming bood.

 

Toch waren er in het Parijs van 1635 (ten tijde van Louis XIII) al enkele verkopers die een soort voorloper van de paraplu op straat verkochten. Deze paraplu's waren met geoliede stof overtrokken in zijde, linnen of katoen. 

Aan het begin van de 18e eeuw werd de paraplu officieel "uitgevonden" door een fransman : Jean Maruis. Hij ontwierp een parasol-paraplu die je kon plooien en op zak steken. De Fransen uit die tijd maakten taalkundig nog geen onderscheidt tussen de term paraplu en parasol (het produkt werd immers voor beide doeleinden gebruikt). 

 Rond 1760 werd dit opgelost door de termen parasol en paraplu wettelijk vast te leggen. In de begin tijd van de paraplu woog dit artikel zo'n twee kilogram en was hij zo'n meter lang. Het was toen ook nog geen produkt dat door iedereen gebruikt werd. Vaak lieten de rijken de paraplu dan ook dragen door een dienaar.

In de 19e eeuw bleef de paraplu een produkt  voor de welgestelden met name dames gebruikten regelmatig een paraplu. Voor de heren was de paraplu toch enigszins een te vrouwelijk artikel.  In die tijd begon de paraplu een belangrijk element van de damesmode te vormen. De paraluies werden gemaakt in alle soorten en kleuren en vrijwel alle groottes. Als binnenwerk voor de paraplu gebruikte men echte walvisbaleinen en nog altijd worden de "poten" van een paraplu baleinen genoemd, maar deze zijn allang niet meer van walvisbaleinen.

 In het begin van de 20e eeuw werd de paraplu voor een Engelsman een absolute noodzaak. geen Londense zakenman zal zich zonder zijn paraplu buitenshuis begeven. Nog altijd zijn de bolhoed en paraplu symbool voor een Londenaar.

Na de eerste wereldoorlog werden paraplu's in grote aantallen geproduceerd, hierdoor werd de paraplu tevens een artikel voor de gewone man. Zeker nadat in de jaren twintig een zekere heer Knirps de opvouwbare paraplu uitvond. 

 De paraplu-industrie kende tot in de jaren zeventig in Europa bloeiende tijden daarna konden de meeste paraplufabrikanten niet opboksen tegen de veel goedkoper gefabriceerde "verre oosten" paraplu. Qua massaproduktie moesten zij het afleggen tegen het verre oosten (arbeidsloon!!) maar heden ten dage blijven er nog enkele fabrikanten in Europa over die zich dusdanig gespecialiseerd hebben in kwalitatief hoogwaardige paraplu's dat zij een bestaanrecht hebben. (Knirps, Francesco Maglia, Romanelli, Briggs).

 

Reageer op dit bericht

Geschiedenis van Lombardije

 

Geschiedenis van Lombardije

 

Op het eerste gezicht doet het moderne uiterlijk van dit gewest, waarvan Milaan het hectische middelpunt is, niet vermoeden dat het een rijk en roemrucht verleden heeft. Voor de geschiedschrijving van het gebied, dat nu Lombardije heet, moeten we teruggaan naar meer dan negenduizend jaar geleden.

 

De Valcamonica, één van de dalen ten noorden van Brescia, heeft een rijkdom aan rotstekeningen aan het licht gebracht waar slechts weinig archeologische gebieden ter wereld mee kunnen wedijveren; duizenden op rotsstenen gegraveerde afbeeldingen vormen het tastbare bewijs en het symbool van onze 'beschaving'. Dankzij haar gunstige ligging was Lombardije al sinds de vroege ijzertijd een tref- en verbindingspunt tussen volkeren uit het meditterane gebied en volkstammen uit Midden-Europa.

 

In de 5e/4e eeuw v. Chr. vielen de Galliërs het huidige Lombardije binnen en vestigden zich er definitief. Maar ondanks het feit dat de Galliërs zich ervan bewust waren dat ze een nationale eenheid vormden, waren zij toch vaak verdeeld door privaatrechtelijke geschillen, wat de verovering vanuit Rome vergemakkelijkte. Pas in de loop van de 7e eeuw begon men het gebied tot aan de Adda Longobardia (land van de Longobarden) te noemen, terwijl vanaf de 13e/l4e eeuw ook de Alpengebieden ten noorden van de grote meren werden beschouwd als behorende tot Lombardije; zelfs al stond deze naam al in de 10e eeuw voor een welomschreven gebied, toch werd hij nog zeer lang voor heel Noord-Italië gebruikt.

 

Nadat het gebied eerst als een zelfstandige provincie en daarna definitief bij het Romeinse Rijk werd ingelijfd, begon voor lombardije een bloeiperiode zowel voor de handel als op cultureel gebied, wat zich met name in de kunst, de architectuur en de nijverheid uitte. Mediolanum (de oude benaming voor de Lombardische hoofdstad) vormde het verbindingspunt tussen de van het Rijk afhankelijke koloniën. De vroegste resten van verstedelijking stammen uit deze periode, zoals blijkt uit het stratenplan dat de reeds bestaande structuur bedekte. In enkele decennia tijds verrezen ringmuren, die de stadsgrenzen vormden van steden als Mediolanum, Brixia (Brescia), Ticinum (Pavia), Mantua en Cremona.

 

In de Middeleeuwen beleefde Lombardije een ware bloeiperiode die tot uiting kwam in de romaanse kunst, een vermenging van klassieke invloeden en vroegchristelijke elementen. Aan het einde van de 12e eeuw nam het bestuur van de 'communes' (onafhankelijke steden) vastere vormen aan. In Lombardije vond, eerder dan elders, de overgang van commune naar 'signoria' (staatsvorm waarbij een 'signore', een machtig persoon, aan het hoofd staat) plaats.

 

De heerschappij van de familie Visconti (eind 13e eeuw- begin 14e eeuw) was voor de geschiedenis van Lombardije van doorslaggevend belang en werd gekenmerkt door een expansionistisch beleid dat tot de totstandkoming van een machtige staat leidde. Hun bewind werd later met hernieuwde kracht voortgezet door de familie Sforza.

 

Van 1535 tot 1700 bevond het zich onder Spaanse heerschappij: het hertogdom Milaan kwam in korte tijd tot verval: hongersnood en epidemieën (de door Manzoni beschreven beruchte pestepidemie van Milaan die in 1630 uitgebroken was) veroorzaakten duizenden slachtoffers, waardoor het inwonertal in vijftig jaar tijd tot een derde werd teruggebracht.

 

In de loop van de 18e eeuw kwam het hertogdom Milaan in handen van de Oostenrijkers, wat -mede dankzij de verlichtingspolitiek van de Oostenrijkse overheid een periode van economische en sociale vooruitgang inluidde. Na de Franse Revolutie en het Napoleontische intermezzo, werd in 1815 op het Congres van Wenen het Lombardisch-Venetiaanse koninkrijk gecreëerd, dat onder Oostenrijkse soevereiniteit stond.

Tijdens de 'Cinque Giornate' (Vijf Dagen) kwamen de Milanezen in opstand tegen de Oostenrijkse overheersing, waar in 1859 met de Vrede van Zürich en de inlijving van Lombardije bij Piemonte een einde aan kwam. In 1861 werd het Koninkrijk Italië geproclameerd. Vanaf dat moment loopt de geschiedenis van Lombardije samen met die van het gehele schiereiland.

 

http://www.wereldpagina.nl/index.php/Geschiedenis_van_Lombardije

Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de spiegel.

 

De geschiedenis van de spiegel.

 

De mens wil zich spiegelen, zien hoe de buitenwereld hem ziet en zich vergelijken met het beeld dat hij van anderen heeft.

Waarschijnlijk is de eerste mens die zichzelf zag in stilstaand water behoorlijk geschrokken. Maar hoe het ook zij, het is het oudste en eenvoudigste voorbeeld van een spiegel en het begin van een kleurrijke geschiedenis.

Lang voor de mens het maken van glas ontdekte, werden er reeds spiegels gebruikt, gemaakt van metalen. Platgeslagen of gegoten schijven koper en brons werden gepolijst en bewerkt totdat er een glimmende plaat ontstond, waarin men zich spiegelen kon.

Dat reeds in heel oude tijden koperen spiegels werden gebruikt, blijkt uit een passage in de Bijbel:

Exodus 38:8

"Hij maakte ook het koperen wasvat, met zijn koperen voet, van de spiegels der te hoop komende vrouwen, die te hoop kwamen voor de deur van de tent der samenkomst."

.............. zie website.

 

http://vision2form.nl/spiegel-geschiedenis.html

 

Reageer op dit bericht

De Familie Sala Archieven Catalonië Spanje Inleiding deel 1

 

The Sala Family Archives:
A Hand List of Medieval and Early Modern Catalonian Charters

Joseph J. Gwara, Jr.

Copyright 1984, Georgetown University Press.


De Archieven van de Familie Sala:
Een Lijst van Handschriften en Middeleeuwse en Vroeg Moderne Catalaanse Oorkonden

Joseph J. Gwara, Jr.

Auteursrecht 1984, de Universitaire Pers van Georgetown.


INTRODUCTION

Description of the collection. The collection of medieval and early modern documents treated in this HAND LIST consists of 289 charters (administrative records) from Catalonia, Spain. The manuscripts date from 1261 to 1690 (the bulk falling in the fourteenth and fifteenth centuries) and are written in a variety of hands on single leaves of parchment or paper ranging in size from 14.3xl8cm to well over 60x60cm.

 

INLEIDING

Beschrijving van de verzameling.
De verzameling van middeleeuwse en vroege moderne documenten die in deze Lijst van Handschriften worden behandeld bestaat uit 289 oorkonden (administratieve afschriften) van Catalonië, Spanje.
De manuscripten dateren van 1261 tot 1690 (het merendeel valt in de veertiende en vijftiende eeuw) en is geschreven in een verscheidenheid aan handschriften op losse bladen van perkament of papier variërend in grootte van 14,3 x 18 cm tot meer dan 60 x 60 cm.

 

1. Although the great majority (271) of the documents are composed in medieval Latin, eighteen of them-chiefly testaments of the fifteenth, sixteenth, and seventeenth centuries--are written in Catalan.

 

1. Hoewel de grote meerderheid (271) van de documenten zijn geschreven in het middeleeuwse Latijn, zijn achttien ervan voornamelijk testamenten van de vijftiende, zestiende, en zeventiende eeuw, geschreven in het Catalaans.

 

2. Most of the manuscripts are in a relatively good state of preservation, and those that are not are generally legible with the aid of an ultraviolet lamp; in a few instances, however, the severe deterioration of parchment prevents an accurate reading.

 

2. De meeste documenten zijn in vrij goede staat gebleven, en de documenten die dat niet zijn, zijn goed leesbaar met behulp van een infrarode lamp, hoewel in enkele gevallen de slechte staat van het perkament een nauwkeurige bestudering verhinderd.

 

3. The collection comprises a variety of representative documents of the period, including (from secular sources) bills of sale, receipts, oaths of fealty, establishments of tenants on property, petitions, dispute settlements, donations (including post-obit), testaments, connubial contracts, exchanges, and notarial acts, and (from ecclesiastical sources) collations to benefices, receipts of church revenues, establishments of tenants on ecclesiastical benefices, arrangements for obits, petitions of ecclesiastics, and so on. Also included are a small number of copies of official and royal documents, almost all of which are dispute settlements, concessions, and other decisions made by a royal procurator, or, in the case of locally issued documents, announcements of legislation or concessions made to area inhabitants.

 

3. De verzameling bestaat uit een verscheidenheid van representatieve documenten van die periode, zoals (uit seculiere bronnen) koopakten, ontvangstbewijzen, eden van trouw, pachtovereenkomsten, verzoeken, geschilregelingen, schenkingen (met inbegrip van *post-obit, testamenten, echtelijke contracten, ruil, en notariële handelingen en (uit geestelijke bronnen) *collaties van beneficie, ontvangstbewijzen van kerkopbrengsten, pachtovereenkomsten op kerkelijke beneficie (leengoeden), regelingen voor obits (wellicht legaten), verzoeken van kerkelijke aard, enz.
Ook omvat de collectie een klein aantal kopieën van ambtelijke en koninklijke documenten, die overwegend geschilregelingen zijn, concessies (toezeggingen), en andere besluiten die door een koninklijke gevolmachtigde worden genomen, of, in het geval van plaatselijk uitgegeven documenten, aankondigingen van de wetgeving of concessies die aan gebiedsinwoners worden gedaan.

 

* Post-obit; hier worden legaten bedoeld.

 

* Collations to benefices: priesterbenoemingen of toewijzing van predikantsplaatsen (leengoeden)

 

* Collaties; vergelijkingen van afschriften met het oorspronkelijke document of van verschillende handschriften of drukken van een tekst.

 

The transactions recorded in the charters most often concern the disposition (e.g., sale, rental, exchange, lease) of land, either as entire estates or farms (referred to by such words as domus, honor, locus, mansus, and, notably, castrum) or-more frequently-small parcels (area, fexia, morabatinata, patium, pecia, trotium, and so forth). In a few instances, other commodities are sold or exchanged, including rights and privileges (with respect to the collection of obligations and tithes from tenants), foodstuffs (grain, wine, etc.), and buildings (domus, hospicium). Also prevalent are charters concerning feudal and allodial land tenure, the collection of obligations from tenants, and credit transactions (the latter being especially prominent among sixteenth- and seventeenth-century records). Few documents treat the disposition of movable property

 

De transacties die in de oorkonden worden geregistreerd betreffen meestal regelingen (bijvoorbeeld verkoop, huur, of uitwisseling) van land, alsook volledige landgoederen of landbouwbedrijven (onderscheiden door woorden zoals *domus, eer, plaats, *mansus, en in het bijzonder *castrum) of vaker kleinere kavels (gebied, fexia, morabatinata, patium, pecia, trotium, en zo voort).
In enkele gevallen, worden andere goederen verkocht of geruild, met inbegrip van rechten en voorrechten (met betrekking tot de inzameling van verplichtingen en tienden van huurders), levensmiddelen (graan, wijn, enz.), en gebouwen (*domus, hospicium).
Ook overwegend in de collectie zijn de handvesten betreffende feodaal en niet leenroerig landmandaad, de verzameling van verplichtingen van huurders, en krediettransacties (de laatstgenoemden zijn vooral prominent onder de zestiende en zeventiende eeuw geregistreerd. Weinig documenten behandelen de regeling van roerende goederen.

 

* Domus (Latijn: huis); Prestigieus bouwwerk. Stadswoning voor de rijkere klasse in de Romeinse oudheid.

 

* Mansus; is een middeleeuwse hoeve waarin de gehele familia woonde. Een mansus was een deel van een groter domein en omvatte een hoeve met zoveel land als door een familie van horigen bewerkt kon worden.

 

* Castrum; een omheind militair stadje of vesting.

 

* Tithes; Over het algemeen bepaald als “tiende deel van de verhoging die van de winsten van land en voorraad het gevolg is, toegewezen aan de geestelijkheid voor hun steun of toegewijd aan godsdienstig of liefdadig gebruik”.

Een radicalere definitie is “het tiende deel van alle juist verworven vruchten en winsten, verschuldigd geweest aan God in erkenning van zijn opperste heerschappij over de mens, en om aan de ministers van de kerk te betalen.”

 

* Hospicium; Herberg gehouden door een godsdienstig huis voor reizigers en andere vreemdelingen. Ziekenhuis van de liefde

 

4. Participants in the transactions are almost invariably artisans and merchants who hail from the medieval Catalonian commercial centers of Barcelona and Vic, or from smaller towns and villages in the vicinity.

 

4. De deelnemers in de transacties zijn bijna onveranderlijk artisans (handwerkslieden) en handelaren die uit de middeleeuwse Catalaanse commerciele centra van Barcelona en Vic komen, of van kleinere steden en dorpen in de nabijheid.

 

Less frequently, knights, royal officials, and other individuals of high social status such as castle lords or local judicial and governmental figures undertake transactions. It is also not uncommon for clerics, ranging in status from parish priests, nuns, monks, and vicars to abbots and canons, to participate in some arrangements, generally acting as representatives of parish churches, convents, monasteries, or, in cases involving ecclesiastical benefices or petitions, the bishop. In many instances, women initiate transactions, most often with the consent of their husbands or as widows. The lowest stratum of society, including laborers and farmers, is seldom represented.

 

Ridders, koninklijke ambtenaren, en andere individuen met een hoge sociale status, zoals kasteelheren of de lokale gerechtelijke en regeringsoverheden ondernemen minder vaak transacties.
Het is eveneens niet ongebruikelijk voor geestelijken, variërend van parochiepriesters, nonnen, monniken, en predikanten tot abten en kanunniken, om deel te nemen in sommige regelingen, over het algemeen optredend als vertegenwoordiger van parochiekerken en

 

*kloosters, of in zaken betreffende kerkelijke leengoederen, als vertegenwoordiger van de bisschop.
In veel gevallen leiden vrouwen de onderhandelingen, meestal met toestemming van hun echtgenoten, of als weduwen.
De laagste laag van de maatschappij, met inbegrip van arbeiders en boeren, wordt zelden vertegenwoordigd..

 

* convent = klooster (met nonnen)

 

* monasterie = klooster (met monniken, priesters)

 

The geographical extent of the collection encompasses four dioceses of northern Spain, principally those of Barcelona and Vic, and secondarily those of Gerona and Urgell. Transactions most often involve residents of the parishes of St. Eugenia de Berga, St. Baudilius de Luçanesio, St. Fructuosus de Castro Terciolo, St. Andrea de Gurbo, St. Genesius de Pinu, St. Felix de Torilione, St. Maria Falguerolis, St. Ypolitus de Voltregano, St. Petrus de Castelleto, St. Petrus de Torilione, and, among the charters of the sixteenth and seventeenth centuries, St. Martinus de Arenys and St. Maria de Arenys. The population thus hails chiefly from the region bounded on the west and east by the rivers Llobregat and Ter, respectively, including the territory along the river valleys, south from Barcelona to Ripoll. The geographical distribution is also relatively concentrated, frequently within a thirty to forty kilometer radius frown Vic, with the exception of those charters from Barcelona, Ripoll, Camprodon and Vilafranca del Panadés.

 

De geografische omvang van de verzameling omvat vier bisdommen van noordelijk Spanje, hoofdzakelijk die van Barcelona en Vic, en vervolgens die van Gerona en Urgell.
De transacties betreffen dikwijls ingezetenen van de parochies van St. Eugenia De Berga, St. Baudilius De Luçanesio, St. Fructuosus De Castro Terciolo, St. Andrea de Gurbo, St. Genesius De Pinu, St. Felix De Torilione, St. Maria Falguerolis, St. Ypolitus De Voltregano, St. Petrus De Castelleto, St. Petrus De Torilione, en bij de oorkonden van de zestiende en zeventiende eeuwen, St. Martinus de Arenys en St. Maria de Arenys.
De bevolking komt voornamelijk van het gebied begrensd in het westen en het oosten door respectievelijk de rivieren Llobregat en Ter, met inbegrip van het grondgebied langs de riviervalleien, ten zuiden van Barcelona tot Ripoll.
De geografische distributie van de verzameling is ook vrij geconcentreerd, vaak binnen een straal van dertig tot veertig kilometer van Vic, met uitzondering van de oorkonden van Barcelona, Ripoll, Camprodon en Vilafranca del Panadés.

 

Historical Content at the Collection. A large number of charters in the collection focus upon the administration of the castle or estate (castrum, domus, or staticum) of Montorroell in the parish of San Boi de Lluçanès, located approximately sixteen kilometers north of Vic. A relatively minor castle, Montorroell was a feudal demesne of the lord of Lluça, a local suzerain who wielded considerable authority over a number of smaller castles (such as Quer, Merles, Tornamira, and Olost) in the vicinity.

 

Historische Inhoud bij de Verzameling. In een groot aantal oorkonden van de verzameling is de nadruk gevestigd op het bestuur van het kasteel of landgoed (castrum, domus, of staticum) van Montorroell, in de parochie van San Boi De Lluçanès, gelegen ongeveer zestien kilometer ten noorden van Vic. Montorroell, een relatief minder belangrijk kasteel, was een leengoed van de Lord van Lluça, een lokaal soeverein vorst, die een aanzienlijke macht uitoefende over een aantal kleinere kastelen in de omgeving (zoals Quer, Merles, Tornamira en Olost).

 

5. The extent of the lord of Lluçà's infuence in Montorroell before the late fourteenth century remains unclear; however, documentation from the collection shows that in 1375 he shared one-third dominion over the castle with the lord of Conanglell, whereas the lord of Montorroell retained jurisdiction within the other two-thirds (MS 72). By 1409, the lord of Lluçà had acquired autonomy over this one-third portion of the castrum (MS 124), but he eventually surrendered this authority when the lord of Montorroell purchased the share from him in 1414 (MS 129). From at least 1297 until 1414 the lord of Montorroell owed fealty to the lord of Lluçà.

 

5. De omvang van de invloed van de Lord van Lluçà in Montorroell vóór de recente veertiende eeuw blijft onduidelijk; documentatie van de verzameling toont nochtans aan dat hij in 1375 voor één derde deelde in de heerschappij over het kasteel met Lord van Conanglell, terwijl de Lord van Montorroell de jurisdictie binnen de andere tweederden (MS 72) behield.
In 1409, had de Lord van Lluçà de autonomie over dit één derde gedeelte van het castrum verworven, maar uiteindelijk gaf hij dit gezag over toen de Lord van Montorroell het aandeel van hem in 1414 kocht (MS 129). Van minstens 1297 tot 1414 was de Lord van Montorroell trouw verschuldigd aan de Lord van Lluçà.

 

6. In 1410, for example, Raymundus Andrea de Sala, owner of Montorroell from 1386, renewed a pledge of fealty to the lord of Lluça, Raymundus de Pagaria (MS 220), while earlier, in 1343, before Galçerandus de Bisaura, lord of Montorroell from 1326 until that year, could exchange the castle with Raymundus Novelli of Ripoll, he required the consent of Andreas de Fonoylleto (Fenollet), then lord of Lluça ( MSS 37 and 38). A 1551 reference to a convinentia feudale dating from 1310 suggests that the lord of Montorroell was a castellan, or petty nobleman, who held the castle from the lord of Lluçà in exchange for an oath of fealty (MS 220). Thus, from the early fourteenth century (and possibly from as early as 1297), Montorroell and Lluçà had a mutual feudal agreement closely linking their administrative activities. Very little is known about the history of Montorroell itself. The earliest documentation, appearing outside the charters in this collection, dates from 1297 and records Beatrix de Conanglell, mother of Petrus de Conanglell, as the castle's owner.

 

6. In 1410 bijvoorbeeld, vernieuwde Raymundus Andrea de Sala, (eigenaar van Montorroell vanaf 1386) een belofte van trouw aan de Lord van Lluça, nl. Raymundus de Pagaria (MS 220), terwijl toen hij eerder, in 1343, (vóór Galçerandus de Bisaura, de Lord van Montorroell vanaf 1326 tot dat jaar) het kasteel kon ruilen met Raymundus Novelli van Ripoll, hij de toestemming vereiste van Andreas de Fonoylleto (Fenollet), toen Lord van Lluça (MSS 37 en 38).
A 1551 verwijst naar een feodale conventie daterend van 1310 waarin de Lord van Montorroell voorgesteld wordt als castellan, of kleine edelman, die het kasteel van Lord van Lluçà hield, in ruil voor een eed van trouw (MS 220).
Aldus, vanaf de vroege veertiende eeuw (en mogelijk al vanaf van1297), hadden Montorroell en Lluçà een wederzijdse feodale overeenkomst die hun administratieve activiteiten nauw met elkaar verbond.
Over de geschiedenis van Montorroell zelf is zeer weinig bekend.
De vroegste documentatie, die buiten de oorkonden van deze collectie verschijnt, dateert van 1297 en vermeldt Beatrix de Conanglell, moeder van Petrus de Conanglell, als eigenaresse van het kasteel.

 

7. By 1310, the castle had passed to the Bisaura (Besora) family, as indicated by a reference to a certain Bernardus de Bisaura's oath of fealty (found in the convinentia feudale mentioned above) to Bernardus Guillermus de Portella, lord of Lluçà in that year (MS 220). Sixteen years later, in 1326, Jacobus de Bisaura, nephew and heir of Bernardus, and his wife Agnes presented the fortress to Galçerandus de Bisaura, Jacobus' brother (MS 14),

 

7. In 1310, was het kasteel overgegaan op de familie Bisaura (van Besora), zoals vermeldt door een verwijzing naar een bepaalde eed van trouw van Bernardus de Bisaura's (gevonden in hierboven vermelde convinentia feudale) aan Bernardus Guillermus de Portella, Lord van Lluçà in dat jaar (MS 220).
Zestien later jaar, in 1326, schonken Jacobus de Bisaura, neef en de erfgenaam van Bernardus, en zijn vrouw Agnes de vesting aan Galçerandus de Bisaura, de broer van Jacobus (MS 14),

 

8. but ownership seems to have been disputed between him and the lord of Lluça. In 1328 Marchesia de Portella, wife of the lord of Lluçà, settled a quarrel with Galçerandus de Bisaura in which Galçerandus had claimed title to the castle through the donation by his uncle and Marchesia through multiple purchases (MS 16). The dispute was settled with a large payment from Galçerandus, who retained Montorroell as a fief and thus reaffirmed the castle's feudal commitment to Lluça. In 1343, Raymundus Novelli of Ripoll, lord of the manor of Melannus [Milan], acquired Montorroell from Galçerandus through an exchange (MSS 36, 37,38). The castle passed to his sister Francisca in 1349 (MS 64) (through what appears to be at least one other family holder who died intestate) and then to his niece (Francisca's daughter) Romia Proheta by 1355 (MS 44). On April 9, 1371, Romia de Dachs (Proheta) sold Raymundus de Sala, draper of Vic, her two-thirds interest of the castle (MSS 64, 65, and 66).

 

8. maar het eigendom schijnt tussen hem en de Lord van Lluça betwist te zijn.
In 1328 regelde Marchesia de Portella, vrouw van Lord van Lluçà, een ruzie met Galçerandus de Bisaura waarbij Galçerandus op titel het kasteel had opgeëist vanwege schenking door zijn oom en Marchesia door meervoudige aankopen (MS 16).
Het geschil werd geregeld met een forse betaling van Galçerandus, die Montorroell behield als een *fief en zo opnieuw de feodale verplichting van het kasteel aan Lluça bevestigde.
In 1343 verwierf Raymundus Novelli van Ripoll, Lord van manor (heerlijkheid / riddergoed) van Melannus [ Milaan ], Montorroell van Galçerandus door een ruil (MSS 36, 37,38).
Het kasteel ging over op zijn zuster Francisca in 1349 (MS 64) (vermoedelijk minstens één andere pachtersfamilie die *intestate overleed) en daarna aan zijn nicht (Francisca’s dochter) Romia Proheta in 1355 (MS 44). Op 9 April 1371, verkocht Romia de Dachs (Proheta) Raymundus de Sala, manufacturier van Vic, haar tweederden rente van het kasteel (MSS 64, 65, en 66).

 

* Fief ; een toelage van iets van waarde, meestal land, van een Lord aan zijn Vazal.

 

* Intestate; sterven zonder wettelijke wilsbeschikking.

 

 

Reageer op dit bericht

De Familie Sala Archieven Catalonië Spanje Inleiding deel 2

 

9. The sale marks the beginning of the Sala family's dominion over Montorroell, which lasted at least into the late sixteenth century. Initially, the Salas encountered remarkable success in establishing themselves as lords of a small fortress in the Catalonian countryside. They began an active program of territorial expansion and administrative consolidation, gradually developing ties with other castles and important families in the area.

 

9. De verkoop markeert het begin van de heerschappij van de familie Sala over Montorroell, die op zijn minst duurde tot in de late zestiende eeuw. Aanvankelijk, boekten de Sala’s opmerkelijk succes erin zichzelf te vestigen als Lords van een kleine vesting in het Catalaanse platteland. Zij begonnen met een actief programma van territoriale uitbreiding en administratieve consolidatie, geleidelijk aan de banden met andere kastelen en belangrijke families in het gebied verstevigend.

 

Sometimes through marriage and frequently through business negotiations and legal maneuvers, they expanded their wealth and feudal holdings, while gaining for themselves what must have been a prominent position within the community. By the late sixteenth century, however, the Salas' economic (and possibly political) status appears to deteriorate, and the family began to sell and pledge as security for loans many properties which had remained in their hands for almost two centuries.

 

Soms door huwelijk en vaak door zakelijke onderhandelingen en gewettigde manoeuvres, breidden zij hun rijkdom en feodale landerijen uit, en bereikten voor zichzelf een status die binnen de gemeenschap een prominente positie moet zijn geweest. In de late zestiende eeuw, echter, schijnt de economische (en mogelijk politieke) status van de Sala’s te verslechteren, en de familie begon met het verkopen en verpanden, als onderpand voor leningen, van vele bezittingen, die bijna twee eeuwen in hun handen waren geweest.

 

Such thorough liquidation may be an indication of financial ruin, stemming perhaps from a family error or from the poor economic climate of Catalonia at the time. In addition, Montorroell, like many other castles of this period, probably lost whatever military and political importance it had possessed during the previous three hundred years, becoming as a result more burdensome than profitable. With the beginning of the seventeenth century, then, the period of the Sala family aggrandizement came to an end.

 

Dergelijke grondige liquidatie kan een aanwijzing zijn voor financiële ondergang, die misschien te wijten is aan pech in de familie of aan het slechte economisch klimaat van het Catalonië uit die tijd. Bovendien verloor Montorroell waarschijnlijk, net als veel andere kastelen in deze periode, het militair en politiek belang welk het had bezeten tijdens de voorafgaande drie honderd jaar, waarvan de lasten steeds zwaarder drukten, zonder profijt op te leveren. Tenslotte kwam er aan het begin van de zeventiende eeuw een eind aan de periode waarin de Sala-familie tot grote bloei kwam.

 

Evidence concerning Raymundus de Sala's activities as lord of Montorroell is not abundant. At the time of his purchase of the castle, he received oaths of fealty from four local inhabitants (MS 66). Additionally, two important charters from 1375 and 1376 record his purchase of property rights and rents from individuals who would eventually come under Montorroell's authority (MSS 72, 74 and 75). These transactions suggest a continuing expansion of territory under the castle's control.

 

Er is geen overvloedig bewijsmateriaal betreffende Raymundus de Sala's activiteiten als Lord van Montorroell. Ten tijde van zijn aankoop van het kasteel, ontving hij eden van trouw van vier lokale inwoners (MS 66). Bovendien, registreren twee belangrijke oorkonden van 1375 en 1376 zijn aankoop van eigendomsrechten en huren van individuen die uiteindelijk onder het gezag zou komen van Montorroell (MSS 72, 74 en 75). Deze transacties veronderstellen een voortdurende uitbreiding van grondgebied onder het beheer van het kasteel.

 

With Raymundus' death in 1386, the estate was left to his wife Alamanda and their minor children (Elienor, Bernardus, Guillermus, and Raymundus Andrea; an older daughter, Violans, was married one year before Raymundus' death). Although Alamanda assumed control of the family purse (paying her daughter Violans' dowry [MS 96] and taxes [?] to the city councillors of Vic [MS 102]), lordship of Montorroell reverted to the lord of Lluçà.

 

Met de dood van Raymundus in 1386, werd het landgoed nagelaten aan zijn vrouw Alamanda en hun minderjarige kinderen (Elienor, Bernardus, Guillermus, en Raymundus Andrea; een oudere dochter, Violans, was één jaar vóór de dood van Raymundus gehuwd). Hoewel er wordt verondersteld dat Alamanda de familiefondsen beheerde (zij betaalde de bruidsschat en belastingen van haar dochter Violans (MS 96) aan de stadsraadsleden van Vic (MS 102), kwam het adellijk landgoed weer onder beheer van Lord van Lluçà.

l0. In 1391 Alamanda petitioned the local court for permission to transfer to her son Raymundus Andrea his inheritance (including lordship of the castle), but Raymundus rejected the proposal and was assigned a new guardian by the court (MS 104). By 1401 or 1402, however, charters indicate that Raymundus Andrea had assumed the lordship of Montorroell (MSS 110, 111, and 114).

 

l0. In 1391 diende Alamanda bij het lokale hof een verzoekschrift in, om aan haar zoon Raymundus Andrea zijn erfgoed, (met inbegrip van het Lordschap van het kasteel) over te dragen, maar Raymundus verwierp het voorstel en er werd een nieuwe toezichthouder aangewezen door het hof (MS 104). In 1401 of 1402, nochtans, tonen de oorkonden aan dat Raymundus Andrea het Lordschap over Montorroell op zich heeft genomen (MSS 110, 111, en 114).

 

Among the major accomplishments of Raymundus Andrea was his purchase in 1414 of the remaining one-third share of Montorroell from Raymundus de Pagaria (Peguera), son of Raymundus de Pagaria and lord of Lluçà (MSS 129 and 132). Raymundus' acquisition of this portion of the castrum points to a conscious attempt at consolidation, giving the Salas virtual autonomy over Montorroell except when royal or episcopal jurisdiction was invoked.

 

Een van de belangrijkste aanwinsten van Raymundus Andrea was de aankoop in 1414 van het resterende één derde aandeel van Montorroell van Raymundus de Pagaria (Peguera), zoon van Raymundus de Pagaria en Lord van Lluçà (MSS 129 en 132). De aanwinst van Raymundus van dit gedeelte van het castrum wijst op een bewuste poging tot consolidatie, die de Sala’s de feitelijke autonomie inzake Montorroell geeft, behalve wanneer er sprake was van koninklijke of bisschoppelijke jurisdictie.

 

In the years following this purchase, Raymundus Andrea also extended his influence in the ares by acquiring tithe rights in the parishes of St. Petrus de Roda and St. Michael dela Guardia (MS 159) and property in the parish of Vic (MS 142). In various transactions dating from 1400 to 1414, he also purchased and consolidated rights to the manse of Poal, in the parish of Vic (MS 258). A large number of charters including oaths of fealty and land inventories testify to Raymundus' expanding wealth and authority (MSS 124, 130, 133, 134, and 137). His success in his endeavors is clear in a nuptial donation to his son Salvator in 1433, consisting of 1,500 Aragonese florins and immovables, a considerable gift for the period (MS 151).

With the death of Raymundus Andrea in 1437, Montorroell passed to his son Salvator Sala.

 

In de jaren na deze aankoop, breidde Raymundus Andrea zijn invloed ook uit in de regio door tienden-rechten te verwerven in de parochies van St. Petrus de Roda en St. Michael de la Guardia (MS 159) en bezit in de parochie van Vic (MS 142). In diverse transacties daterend van 1400 tot 1414, kocht hij en consolideerde zijn rechten aan de hoeve van Poal, in de parochie van Vic (MS 258). Een groot aantal oorkonden met inbegrip van eden van trouw en land-inventarissen zijn getuigen van de uitbreidende rijkdom en gezag van Raymundus (MSS 124, 130,133, 134, en 137). Het succes van zijn inspanningen is duidelijk in het huwelijksgeschenk aan zijn zoon Salvator in 1433 dat bestaat uit 1.500 Aragonese florijnen en onroerende goederen, een aanzienlijke gift voor deze periode (MS 151).

Met de dood van Raymundus Andrea in 1437, is Montorroell overgegaan op zijn zoon Salvator Sala.

11. Although the documentation decreases after this period, there are a few indications that Salvator further enhanced the Sala family holdings. In 1446, for example, he purchased one-half the manse of Pinu in the parish of St. Genesius de Pinu (MS 169), while thirteen years later, in 1459, he consolidated his rights to that estate by buying the remaining half from the city councillors of Vic (MSS 180 and 181). In 1454 he received tithes from the parish of St. María des Peyes (MS 172).

 

11. Hoewel de documentatie na deze periode vermindert, zijn er verder nog enkele aanwijzingen dat Salvator de Sala familiebezittingen verbeterde. In 1446, bijvoorbeeld, kocht hij de helft van de hoeve van Pinu in de parochie van St. Genesius de Pinu (MS 169), terwijl hij dertien later jaar, in 1459, zijn rechten op dat landgoed consolideerde door de resterende helft te kopen van de stadsraadsleden van Vic (MSS 180 en 181). In 1454 ontving hij tienden van de parochie van St. María des Peyes. (MS 172).

 

In 1478, Montorroell again changed hands, this time passing to Salvator's son Johannes. Thirty-one years later, in 1509, Benedictus Sala, son of Johannes, inherited the castle from his father, and in 1540 Petrus Onofrius Sala acquired it from his father Benedictus (whose intestate death necessitated legal action in the disposition of some of the family property; MS 215). The few documents that survive from the sixteenth and seventeenth centuries suggest that, despite a number of minor property acquisitions-in 1525 of the right to redeem the manse of ça Noguera (MS 2l0), in the 1550s of one-half the castellany of Torrelló ( MS 268), and in 1561 of a dwelling (MS 255)-the period of the Sala family expansion was over.

 

In 1478, kwam Montorroell opnieuw in andere handen, dit keer overgedragen aan Salvator’s zoon Johannes. Éénendertig jaar later, in 1509, erfde Benedictus Sala, zoon van Johannes, het kasteel van zijn vader, en in 1540 verwierf Petrus Onofrius Sala het van zijn vader Benedictus (hij overleed *intestate, hetgeen gerechtelijke stappen vergde om de familiebezittingen te regelen; (MS 215). De weinige documenten die uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn overgebleven, suggereren dat, ondanks een aantal minder belangrijke aanwinsten - in 1525 van het recht om de hoeve van ça Noguera terug te kopen (MS 2l0), in 1550 de helft van het kasteeltje van Torrelló (MS 268) en in 1561 van een woning (MS de 255) - een einde kwam aan de periode waarin de bezittingen van de familie Sala zich uitbreidden.

 

*Intestate; sterven zonder wettelijke wilsbeschikking.

 

12. In 1506, for example, Johannes had sold a perpetual amortizing annuity of twenty-seven solidi and ten denarii for about twenty-eight librae (Barcelona) (MS 202), while by 1603 Onofrius Josephus Sala, son of Petrus Honofrius, was forced to sell-reserving the right to redeem-portions of the major and minor tithes collected in the parishes of St. Petrus de Roda and St. Michael dela Guardia (MS 265; 1595), the manse of Poal in the parish of Vic (MS 258; 1591), and one half the castellany of Torrelló (MS 268; l603).

 

12. In 1506, bijvoorbeeld verkocht Johannes een langdurige aflossing op een lijfrente van zevenentwintig solidi en tien denarii voor ongeveer achtentwintig librae (Barcelona) (MS 202), terwijl rond 1603 Onofrius Josephus Sala, zoon van Petrus Honofrius, gedwongen werd om gedeelten te verkopen (met het recht van terugkoop) van de tienden (belastingen) die geïnd werden in de parochies van St. petrus de Roda en St. Michael de la Guardia (MS 265, in 1595), de hoeve van Poal in de parochie van Vic (MS 258 in 1591) en de helft van het kasteeltje van Torrelló (MS 268, in 1603).

 

Already in 1585 Onofrius Josephus had pledged to the cathedral chapter of Vic obligations of tasca (one eleventh of the crop) collected within the jurisdiction of Montorroell and all feudal obligations due from Elizabetha des Ca llar (awarded through arbitration in 1545; MS 217) as security on a payment of three hundred librae (Barcelona) (MS 253).

 

Reeds in 1585 had Onofrius Josephus aan de kapittelen van de kathedraal van Vic obligaties van tasca beleend (één elfde deel van de oogst) die binnengehaald werd in het rechtsgebied van Montorroell, en alle feodale contracten die hij verplicht was aan Elizabetha des Callar (toegekend door arbritage in 1545, MS 217) als onderpand voor een betaling van drie honderd librae (Barcelona) (MS 253)

 

Whether the Salas were able to survive this period of financial insecurity remains uncertain, for the documentation on the family's activities and on Montorroell ends in 1603. It seems likely, however, that the precarious economic situation of Catalonia during this period, the depreciation of Montorroell's strategic and political importance, the fact that the Salas were in need of large sums of money, and the eventual impressive loss of family resources contributed to an overall decline in their status, perhaps to the point of threatening or reversing their earlier financial and social gains.

 

Of de Sala’s in staat zijn geweest deze periode van financiële onzekerheid te overleven blijft onzeker, omdat de documentatie van de activiteiten van deze familie en van Montorroell eindigt in 1603. Het lijkt aannemelijk, echter, dat de precaire economische situatie van Catalonië, de strategische en politieke waardevermindering van Montorroell, het feit dat de Sala’s behoefte hadden aan grote sommen geld, én het uiteindelijke indrukwekkende verlies van familiemiddelen bijdroeg tot een algemene daling van hun status, waarschijnlijk tot het punt waarop dit bedreigend werd of een keerpunt was in hun eerdere financiële en sociale winsten.

Einde inleiding
________________________

Vertaling Erna Rienties
________________________

Inleiding deel 2

Het volgende schema geeft een overzicht van de Lords van Montorroell
van 1297 tot 1585

The following schema presents the lords of Montorroell from 1297 to 1585.

 

Beatris de Conanglell, moeder van Petrus de Conanglell

1297

Bernardus de Bisaura, legaat ten gunste van een neef:

by 5 Ids. July 1310 (MS 220)

Galçerandus de Bisaura, door ruil:

3 Kals. October 1326 (MS 14)

Raymundus Novelli of Ripoll, legaat ten gunste van zijn zoon:

Ids. June 1343 (MS 37)

Raymundus Novelli overleed intestate; het gerechtshof besliste ten gunste van zijn zus:

-------

Francisca Novella, schenking aan haar dochter:

3 Nns. February 1349 (MS 64)

Romia Proheta gehuwd met Bernardus de Dachs, verkoop van tweederde deel:

by 24 April 1355 (MS 44)

Raymundus de Sala gehuwd met Alamanda de Podiolo, legaat ten gunste van zijn zoon:

9 April 1371 (MS 215)

Raymundus Andrea de Sala gehuwd met Johanna ça Noguera, verwierf op 8 mei 1414 het resterende éénderde deel van Montorroell van Raymundus de Pagaria, lord van Lluçà, legaat ten gnste van zijn zoon:

27 November 1386 (MS 215)

Salvator Sala gehuwd met Clara de Vineis, legaat ten gunste van zijn zoon:

12 June 1437 (MS 215)

Johannes Sala gehuwd met Anthonia Tallander, legaat ten gunste van zijn zoon:

20 August 1478 (MS 215)

Benedictus Sala, schenking aan zijn zoon:

4 October 1509 (MS 215)

Petrus Honofrius Sala gehuwd met Anna Bosch, legaat ten gunste van zijn zoon:

7 April 1540 (MS 215)

Onofrius Josephus Sala

9 May 1558 (MS 253)

Onofrius Josephus is lord of Montorroell tenminste tot 1585

-------

 

 

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten