Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Begraafplaats Jan Sala

 



Jan Sala

 

Algemene Begraafplaats Alblasserdam

Kerkstraat Alblasserdam

 

Jan Sala

Geboren: 05-08-1926 

Overleden: 29-05-1995 

Leeftijd: 68

 

Begraafplaatsnr: 20

Plaatsaanduiding: L_136

 

Nog geen genealogisch verband bekend


Met dank aan Geert Ouweneel

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Begraafplaats Helena Sala echtgenote van Barend Vogelezang

 



Helena Sala echtgenote van Barend Vogelezang 

 

Algemene Begraafplaats

Tiendweg 120 4142 EN Leerdam

 

Helena  Sala Vogelezang 

Geboren: 13-12-1923

Overleden: 12-05-2004 

Leeftijd: 80

 

Barend Vogelezang 

Geboren: 05-02-1907 

Overleden: 24-08-1975 

Leeftijd: 68

 

Begraafplaatsnr. 53

Plaatsaanduiding 0746


Nog geen genealogisch verband bekend

Met dank aan Henk Schaaij

Reageer op dit bericht

Begraafplaats Job Marinus Sala echtgenoot van Hendrina Heijkoop

 

Job Marinus Sala echtgenoot van Hendrina Heijkoop

Algemene Begraafplaats Alblasserdam
Kerkstraat Alblasserdam

Job Marinus Sala
Geboren: 09-02-1933
Overleden: 02-08-2001
Leeftijd: 68

Hendrina Heijkoop
Geboren: 23-04-1939
Overleden: 13-06-2001
Leeftijd: 62

Begraafplaatsnr. 20
Plaatsaanduiding  W_087

Nog geen genealogisch verband bekend

Met dank aan Geert Ouweneel

 

 
Reageer op dit bericht

10-06-1859 Leiden: Diverse verslagen anno 1859 waaronder het welvaren van de bedrijven Sala en Schretlen

 

 

Leiden: Diverse verslagen anno 1859 waaronder het welvaren van de bedrijven Sala en Schretlen.

BINNENLANDSCHE BERIGTEN.

LEYDEN, 9 Juni.

De maatschappij tot Nut van 't Algemeen zal hare 75sten algemeene vergadering openen op Dingsdag 9 Augustus, des morgens ten 10 ure, in het kerkgebouw der doopsgezinde gemeente te Amsterdam. De werkzaamheden der vergadering zullen geleid worden door den heer mr. M.J. de Lange.

- De synodale commissie der herv. kerk heeft den 28sten Mei de werkzaamheden harer voorjaars-zittingen geëindigd. Volgens haar laatste officieel berigt heeft zij, onder anderen, overeenkomstig het mandaat, haar door de synode gegeven, met alle mogelijke zorg het concept- reglement ter uitvoering van art. 23 algemeen reglement, met de noodige toelichtingen, ontworpen, hetwelk alzoo aan de synode zal worden aangeboden. Ten opzigte van den somwijlen te lang gewenschten abnormalen toestand der diaconiën zal de synodale commissie, door een voorstel deswegens aan de snyode, trachten dien, in den regel, te doen ophouden.

- De Staats-Cour. van heden bevat het rapport aan den minisier van binnenl. zaken van de jury benoemd voor de toekenning der rijks- en gemeente-medailles aan in- en buitenlandsche kunstbeoefenaren, die wegens hunne op de thans geopende tentoonstelling van schilderijen te 's Gravenhage geplaatste werken daarop aanspraak kunnen maken. Die jury bestond uit de hh. Practorius, Büchler, Mock, Steengracht d'Oosterland, Vis Blokhuyzen, de Vos Jz. en Schutze van Houten. In dit rapport zegt de jury het volgende:

Wij zijn na nauwkeurig onderzoek en onderlinge vergelijking der verschillende verdiensten van de ten toon gestelde werken en na ernstige en rijpe overweging, welk een en ander door de even gewigtige als teedere belangen, die aan ons waren toevertrouwd, van ons geëischt werden, tot het besluit gekomen aan Uwe Exc. voor te stellen, de bedoelde medailles aan de hierna alphabetisch gestelde kunstenaars toe te kennen, als: de rijks-medaille, aan de hh. II. A. de Bloeme, te 's Gravenhage; A. Waldorp, te Amsterdam; J. Weissenbruch, te 's Gravenhage; E. Hildebrandt, te Berlijn; J. van Severdonck, te Brussel, en E. Tschaggeny, te Brussel. De gemeente-medaille, aan de hh. M. Calisch, te Amsterdam; W.A. van Deventer, te Amsterdam; J.H.L. de Haas, te Oosterbeek; L. Hanedoes, te 's Gravenhage; D.F. Jamin, te Amsterdam; J.B. Torn, te 's Graven-hage; W. Verschuur, te Haarlem; J. Coomans, te Brussel; L. de Cuyper, te Antwerpen, en C.H. D'Unker, te Dusseldorp.

- Over de gemeente Wouw (Noordbrabant) is Zondag een hevig onweder losgebarsten. De bliksem sloeg in den kerktoren, nam een gedeelte van de spits en het schaliëndak weg, drong vervolgens naar binnen door, kwam het voorportaal uit en trof aldaar eenige kinderen, waarvan een 14-jarig knaapje gedood werd en vier andere gekwetst zijn. -

Uit het Verslag van den toestand dezer gemeente, door burgemeester en wethouders aan den gemeente-raad gedaan, nemen wij de volgende bijzonderheden over:

Hoofdst. XIV. Ambachts- en fabrieksnijverheid. Omtrent den staat van het fabriekwezen over het afgeloopen jaar wordt verwezen naar het verslag der kamer van koophandel en fabrieken dat onder de bijlagen is opgenomen. In verband daarmede slaan twee andere bijlagen, houdende een overzigt van de hoeveelheid manufacturen, geheel of gedeeltelijk van wolle zamengesteld, waarvan de weefattesten bij directeuren der Leydsche halle zijn geviseerd en geregistreerd, benevens eene opgave der voornaamste binnen deze gemeente aanwezige fabrieken, met het aantal der daarin geplaatste stoomwerkluigen.

- Het aantal der in de lakenfabrieken vervaardigde stukken laken was in dit jaar grooter dan in het vorige jaar.

- Het massive getal stukken polemieten. in 1858 vervaardigd, is ongeveer hetzelfde als dat der vorige jaren geweest.

- De wollengreinen hebben vooral debiet gevonden aan het Indische leger. - De wollen en zijden-damastfabriek heeft ten gevolge der nieuwe en goedkoopere mode-artikelen een minder ruim debiet en het fabrikaat zelf wordt uit Frankrijk, Oostenrijk en Engeland hier boven de behoefte ingevoerd.

- Daar de reederijen ongunstige resultaten opleveren, heeft dit noodwendig invloed op het vertier der vlaggedoek-fabrieken gehad.

- De dekenfabrieken hebben, niettegenstaande de Limburgsche en Belgische concurrentie, een niet verwacht debiet gehad. De goede qualiteit der Leydsche dekens, gepaard aan de weinige variatie der grondstof voor dit fabriekaat, ontstaat doordien meer en meer Oost-Indische wollen gebruikt worden.

- De saaifabrieken werken uitsluitend voor het leger hier te lande, de marine en het koloniale leger; de fabrikatie regelt zich naar de meerdere of mindere aanvraag daarvoor. Het debiet der saaijetfabrieken is niet toegenomen. Door de buitengewone duurte van de wol is er zonder voordeel gewerkt; de prijzen, die voor het fabrikaat te bedingen waren, stonden niet in evenredigheid tot den prijs van de grondstof. De  wollengarens  zijn  niet achteruit gegaan.

- De kousenfabrieken vonden ruimen aftrek; doch door de groote concurrentie van buiten 's lands waren de fabrikanten meer tot algemeen welzijn dan tot eigen voordeel werkzaam, hoewel de werkloonen niet hoog zijn.

- Ofschoon het tweede gedeelte van het jaar zich voor de loonspinnerijen door meer bedrijvigheid heeft gekenmerkt dan de eerste helft, is het geheele jaar als minder dan middelmatig te beschouwen.

- De katoendrukkerij en Adrianopelroodverwerij heeft het geheele jaar onafgebroken voortgewerkt; terwijl de in het vorige jaar plaats gehad  hebbende vergrooting der gebouwen en het steeds toegenomen debiet van het fabriekwerk aanleiding heeft gegeven tot  het maken van eenen nieuwen stoomketel van 75 paardekracht, benevens het leggen van de fondamenten voor eene nieuwe stoommachine met twee cilinders van 40 paardekracht. Het getal der werklieden bedraagt tusschen 530 en 540.

- De twee wattenfabrieken, waarvan de een ook lampen- en kaarsenkatoen spint, hebben  geregeld  gewerkt.

De perserij van vlaggedoek, saai, greinen enz. houdt zich staande.

- De hoedenfabriek is steeds toenemende in uitgebreidheid en deugdelijkheid.

- De wol- en zijdeverwerijen hebben over het geheel niet genoegzaam regelmatig werk, om de verwloonen lager en gelijk

(zie volgende hieronder)

 

 

 

met die van het buitenland te kunnen stellen; echter dient opgemerkt te worden dat de Leydsche verwerijen zich onderscheiden door solide en goede kleuren.

- De koffijsiroopfabriek werkt geregeld.

- De twee door stoom gedreven maroquin- en gekleurd-lederfabrieken vinden een geregelden aftrek voor hun fabriekaat.

- De zeemtouwerij , lijmziederij en traankokerij hadden een goed debiet.

- De vellenblooterijen zijn op denzelfden voet blijven werken.

- De  boezels  hebben een vrij goed debiet gehad;  doch door de toenemende weelde onder de landlieden, wordt dit artikel al meer en meer door fijnere stoffen vervangen.

- De behangselfabriek werkt met zeer bevredigend  resultaat.

SALA

- De spiegel-  en spiegellijstenfabriek onder de firma D. Sala en Zoon, heeft een nieuw vak ingevoerd, namelijk de machinaal getrokken lijsten en het vervaardigen van ornamenten van Cartonpierre.  De tot nu toe aan deze firma verbonden fabriekatie van sommige physische en chemische instrumenten zal daarvan afgescheiden en, onder de firma D.A. Sala, uitgebreid  worden.

- De  pottenfabriek heeft onafgebroken doorgewerkt.

- Ofschoon  de meubelmakerijen den algemeenen invloed ondervonden van de mindere bedrijvigheid in het eerste gedeelte van 1858, mag de toestand over het geheel niet ongunstig genoemd worden. Veel wordt hier gewerkt voor magazijnen in andere gemeenten en provinciën, hetgeen de verklaring geeft van het groot getal (66) werkbazen. Gelijk de nijverheid hier geheel gevestigd schijnt ie zijn op de lage dagloonen, zoo worden ook de prijzen van het fabrikaat door onder-aanbesteding zeer gedrukt en schijnen de verdiensten zeer matig te zijn.

- De tras- en pleisterfabriek is, gelijk reeds sints vele jaren, druk werkzaam geweest.

- Wat de scheepmakerijen betreft, zoo hebben de binnenwerven, zes in getal, zich goed kunnen staande houden. 

- De laatste fabriek van zeildoek is naar België verplaatst.

- De stedelijke gaz-fabriek heeft ook in 1858 haar debiet steeds zien toenemen.

SCHRETLEN

- De ijzergieterij  en fabriek van werktuigen van D.A. Schrellen en Co., heeft haren werkkring uitgebreid door de oprigting eener stoomketel-makerij. In het jaar 1858 is in deze fabriek de grootste der hier te lande gemaakte gaz-houders voor de nieuwe gaz-fabriek te Rotterdam vervaardigd, welke niets te wenschen overlaat. Hij was 90 Engelsche voeten wijd, bij eene hoogte van 20 Engelsche voeten en alleen het beweegbaar gedeelte was 54000 Nederl. of 120.000 Engelsche ? zwaar.

 

- De koninklijke Nederl. grofsmederij heeft steeds aan hare werklieden voldoend werk kunnen verschaffen. Het vervaardigen van eene kapitale ijzeren brug over de Westerhaven te  Rotlerdam, en van een klokbakenschip, welke beide voorwerpen de volkomene goedkeuring wegdroegen, heeft het gebrek aan navraag om knieën en andere scheepsbenoodigdheden minder gevoelig gemaakt.

- Bij de rijstpeillerij, die goed  gewerkt heeft, is gevoegd het malen van mout voor de branderijen.

- Van de vier branderijen 1ste  klasse, hebben er twee door verandering van eigenaars niet onafgebroken doorgewerkt; de vier branderijen 6de klasse (distilleerderijen) schijnen hun debiet staande te houden.

- De twee hier gevestigde bierbrouwerijen schijnen meer voor- dan achteruit te gaan.

- De  kuiperijen hebben in den regel goed kunnen doorwerken, hoezeer het getal geijkt botervaatwerk 10,000 stuks minder is geweest dan in 1857. Ter ijk namelijk zijn aangeboden 514 stuks ¼ vaten, 22682 stuks ⅛ vaten , 6246 stuks1/16e, vaten. Het minder debiet in botervaatwerk is vergoed door eene buitengemeen groote aanvraag om vaten voor ansjovis.

- De boekdrukkerijen schijnen op de hoogte van elders te staan, zoowel wat uitvoering als prijzen betreft. Slechts ééne steendrukkerij, waaraan ook een kleur-atelier verbonden is, neemt in belangrijkheid toe en werkt ook voor de Indische bezittingen.

- Het debiet der zeepziederijen is toegenomen.

- De wolhandel was niet minder dan dan vroeger; er hebben weder groote uitvoeren naar Frankrijk plaats gehad, terwijl er meer vreemde wolsoorten van elders in deze gemeente zijn inge­voerd en verwerkt.

- De veemarkt is ook dit jaar toegenomen.

- Veraccijnsd zijn 113.741½ ton spon- of baggerturf en 474.042 ton lange of steekturf. Ten behoeve van fabrieken of lakken van nijverheid zijn inge­slagen 111.707 ton turf 2de soort 3de  klasse, 408.549 pond schaalkolen, 109.878½ mud maatkolen, 5838 mud coaks, 83.650 pond ruwzout, 20.367 pond  zachte zeep, 3829 pond harde zeep.

- In 1858 zijn hier aangekomen uit België 30 schepen en uit Pruissen 20 schepen.

- Aan de halle van manu­facturen werden geviseerd en geregistreerd 2192 weefattesten voor fijne lakensche casimieren, 3565 voor greinen, 946 voor vlaggedoeken, 1790 voor dekens en duffels, 718 voor baaijen, saaijen en andere wollen manu­facturen.

De afdeeling Leyden van de Nederl. maatsch. ter bevordering van nijver­heid, gevestigd te Haarlem, telt thans 126 leden, die van de Nederl. vereen. ter bevordering van fabrieks- en handwerknijverheid, gevestigd te 's Gra­venhage, 40 leden, terwijl de maandelijksche vergaderingen van hunne be­langstelling doen blijken.

- De openbare lessen over de scheikunde, toege­past op de nijverheid en de behoefte van het dagelijksch leven werden ook in dit jaar weder geregeld gegeven en door een aanzienlijk getal toehoorders bijgewoond.

 Hoofdst. XV. Handel en scheepvaart. De weekmarkten worden druk bezocht, om de uitgebreidheid van den handel in boter, graan en vee; maar de kermis of jaarmarkt vermindert in belangrijkheid.

In 1858 is voor het vervoer van reizigers langs den Hollandschen ijzeren spoorweg aan het station te Leyden ontvangen de som van ƒ 106716.98½ of 4382.81½  meer dan in 1857. Het vervoer van goederen bragt op ƒ24143.40. Het getal reizigers, dat naar Leyden werd vervoerd, beliep 111303 of 1/10e  van het totaal; terwijl met den spoorweg-telegraaf van Leyden 1952 en naar Leyden 2260 berigten werden gezonden.

Hoofdst. XVI. Inrigtingen, in verband staande met de uitoefening van handel en andere bedrijven. Een streng toezigt op de bestaande ver­ordeningen, voor den ijk der maten en gewigten gehouden, heeft aanleiding tot het ontdekken en straffen van onderscheidene overtredingen gegeven.

Leydse Courant 10-06-1859

 

 

 

Reageer op dit bericht

08-04-1930 Kunsthandel Sala Tentoonstelling Breitner de Zwart Gabriël

 

 

 

KUNST EN LETTEREN WEISSENBRUCH, BREITNER, WILLEM DE ZWART EN GABRIËL. IN DEN KUNSTHANDEL SALA.

Wat mij op deze tentoonstelling het meest getroffen heeft, zijn de twee beste der aanwezige aquarellen van Weissenbruch: een strandgezicht met lage horizonlijn en een visschersdorp in schemer. Deze beide werken alleen reeds maken een bezoek hier tot een verheugenis. Het is vooral het element van de innerlijke synthese dat bij Weissenbruch, binnen het impressionistische kader natuurlijk, zoo sterk frappeert. Schijnbaar, belust op atmospherische innigheid, geeft hij ons iets, dat daar ver boven uit gaat: een zuivre en grootsche diepte van innerlijke aanschouwing.

In het eerste werk ziet ge het strand, als een effen wijkend vlak, duidelijk vereenvoudigd maar zonder eenige opzettelijke strakheid, zonder merkbare inspanning geschilderd. Met eenzelfde fiere en kalme objectiviteit zijn de booten gegeven, het triomfantelijke beweeg van zeilen en masten in de verte werd met lenige vastheid aangeduid. Maar het zwaartepunt dezer aquarel ligt feitelijk niet in het benedenplan maar in 't hoog zich koepelend uitspansel. Het licht blinkt er zilverig grijs, egaal verspreid, met een zekere dreiging in dat lichte grijs; langzaam en ongemerkt stapelen zich de wolkenmassa's op elkaar breiden zich uit, vullen de ruimte met een besef van grootsche, onbegrensde bewogenheid. En ge ziet wel het aangename, het wijde van de voorstelling; ge voelt wel den zilten zeewind op de huid, het vochtige zand onder de voeten, maar nauwlijks merkt ge hoe machtig ook de: innerlijke werking van dat alles is, hoe de schilder, door een volmaakte beheersching van zijn middelen, u bevrijdt uit alle banden van de materie.

Niet minder mooi is de tweede, aquarel van het droomverloren dorp in den vallenden avond, waar de eenzaamheid groot en bevreemdend zou zijn ware ‘t niet, dat ontstoken lichtjes de herinnering aan het menschelijke bewaarden. Hoe zuiver en raak staan die lichten er in, hoe wondermooi rijst het mastje op uit zeeën van nevelig donker. Het is een volop dichterlijk werk, van een innig maar ook sterk bewogen sentiment. Het meesterschap over de middelen dwingt respect af.

Van Breither een studie van een man in een feestdos (olieverf); dat merkwaardigerwijze een zelfportret zou kunnen zijn. Het is prachtig van picturale gevoeligheid,  maar toont hem toch niet in zijn volle kracht. Tot de allerbeste aquarellen uit den vroegen tijd behooren evenwel de militaire stukken, waarvan de doordringende waarneming en daadkrachtige manier van schilderen, in vergelijk met Weissenbruch, iets schokkends hebben, iets alarmeerends. Het opmerkelijke daarbij is, dat Breitner in bepaalden zin toch koeler lijkt; hij geeft zich niet zóó onvoorwaardelijk over als Weissehbrüch het doet; hij bewaart, ook in 't heetst van den strijd, een critischer afstand; hij vertrouwt zich niet toe aan zijn onderwerp en vereenzelvigt zich er niet mee om daarna den afstand te scheppen,- maar bekijkt het als een jager zijn wild bespiedt het fel en waaksch, wachtend tot het moment gekomen is om den sprong te wagen, het naar zich toe te rukken, en te omstrengelen met uitgelaten vreugde...

Van De Zwart is hier een klein doorklonken mansportret, meer schilderkunstig dan psychologisch bekeken, maar met dat al een markante karakteristiek. Het is een goed doekje, zeer levend en met concentratie geschilderd. Het is nadrukkelijk zonder dat nadrukkelijkheid remmend werkte of als een beklemming aandoet. In de rozen werd de kleur in afzonderlijke tikken en vegen aangebracht; maar wel tot, een schoone éénheid gebonden, al moet men er ook geen Verster naast denken. Voorts noem ik van De Zwart nog, het naakt op den rug gezien. Van P.J.C. Gabriël ten slotte diverse aquarellen (molens) in een fijnzinnig; en pittig gepenseeld schilderij met schuiten, waarin de hem kenmerkende correcte elegance en den innigen hartsdrang tot edele, zuivere strakheid versmolten werd. W. Jos. De Gruyter.

het Vaderland 08-04-1930 

 

Reageer op dit bericht

19-03-1929 Max van Leiden te bezichtigen bij den Kunsthandel Sala & Zonen

 

 

 

Naar men ons mededeelt is door een Oud-Leidenaar, onder den schuilnaam van Max van Leiden een indruk vastgelegd van het brandende Stadhuis alhier. Dit stuk is door den schilder aan het Leidsche Stadhuiscomité aangeboden ten bate van den wederopbouw van het stadhuis en door dit Comité aanvaard. Bij den Kunsthandel Sala & Zoon, Breestraat, is het originee! voor belangstellenden te bezichtigen.

Leidsch Dagblad 19-03-1929

 

Reageer op dit bericht

23-05-1929 Kunsthandel Sala A Keus

 

 

 

KUNST EN LETTEREN. TENTOONSTELLING

A. KEUS. (Bij Sala).

Op de laatste ledententoonstelling jn "Pulchri Studio" was een eigenaardig langwerpig doek van den schilder Schregel: een buitenhuis in zwaar geboomte half verscholen, terwijl door het gebladerte heen de zon hevige licht- en schaduwplekken over den muur en over den bodem wierp. Het onderwerp is vrij algemeen, maar de wijze van uitvoering gaf aan dit doek iets heel eigenaardigs dat vrijwel over de gehele linie bij de critiek is opgevallen.

Bij den eersten blik op de tentoonstelling van den schilder Keus moesten we onmiddellijk aan het bewuste doek van Schregel denken. Schregel was daarin veel donkerder van tonaliteit. Keus is over het algemeen blonder, blijer, maar de verwantschap zat vooral in de keuze van het onderwerp; het oude buitenhuis in de boomen; maar vooral in de wijze, waarop hij de verbrokkelde licht- en schaduwbanen over de muren en over den grond heeft aangebracht. Men voelt daaraan de lichte wuiving van het loover door den wind en het glijden der zonnestralen. Nu blijkt het mij uit de lectuur, dat de beide kunstbroeders veel samen hebben gewerkt en dus onwillekeurig in de factuur van hun werk, bewust of onbewust, invloed op elkaar hebben uitgeoefend.

Keus sluit zich aan bij de Haagsche school. Hij schildert bij voorkeur het oude buitenhuis in een sfeer van intieme beslotenheid. Een enkele maal is zijn toon naar het donkere neigend. Meestal evenwel is hij feestelijk en blij, terwijl toch niet de minste neiging naar uitbundigheid is te bespeuren. Er is in die sfeer van blijheid altijd een element van rustige vertrouwelijkheid en zelfs van romantische innigheid. Figuur schildert hij niet, maar het eigenaardige is, dat men in het huis dat hij schildert iets van leven of liever de levensstemming der bewoners bespeurt.  Vele malen schildert hij zijn eigen oude landelijke buitenwoning te Soest.

Telkens weer uit een anderen hoek heeft hij dit onderwerp genomen. Om de woning het zware geboomte; langs de muren de bloemen in veelkleurige schoonheid. Altijd weer de schuine streeling der zonnebanen door het loover over den grijzen muur en het riet van het dak. Hij heeft die woning geschilderd in den prillen lentemorgen, terwijl er feestelijk lentelicht om den hoogen boom voor den gevel speelt, (16). Hij heeft ze geschilderd in den vollen zomer, droomend onder het malsche spel van licht en schaduwen, gelukkig mijmerend tusschen de bloemen. (21) Zonniger en nog blijer is 26, met een rijke bloemenweelde langs de muren, terwijl men onder het zware lommer door kijkt tegen den blonden lichten achtergrond van een boschwal.

No. 10 geeft des schilders woning weer eenigszins anders gezien in het late licht van den herfst in een tintelend warme sfeer. 12 geeft eveneens een herfststemming. Er is in de liefde waarmee hij hetzelfde onderwerp, en toch ook weer niet hetzelfde, behandelt aandachtige ingetogenheid. Er kan soms in die voorstellingen van intieme, romantische beslotenheid een stil verhaal van geluk en vrede liggen.

Een enkele maal is zijn coloriet wat droog en zou men ietwat meer diepte wenschen. Toch blijft hij overal een knap en kundig talent. Er zijn een paar werken, die ons persoonlijk door het min of meer droge en door het niet geheel uit de verf komen niet geheel bevredigenden - bij zijn kunstbroeder Schregel ontdekt men dat soms ook. Ik denk aan het landschap No. 1 en aan nog een enkel ander werk. Daartegenover staan de werken die we noemden als heel frisch.

In No. 24 geeft hij een heel mooi specimen van zijn kunnen. Het is weer een oud buitenhuis, met een steenen trap ervoor. Stevig piramidaal is de bouw van den gevelopstand, die tevens zoo mooi laat zien, hoe zoo'n oude architect het gevelvlak harmonisch wist te accentueeren door de plaatsing der ramen met de groene luiken ter weerszijden. Uit zoo'n gevel leest men de doelmatigheid van de binnenarchitectuur en de functioneele bestemming. Men voelt in zoo'n oud huis de nawerking der Gothische gedachte. En het is de verdienste van den schilder, dat hij dit zoo plastisch zag. Ter weerszijden staan boomen, frisch in het groen. Wat kippen, symbool der landelijkheid, accentueeren de rust. Heel mooi is het geval tegen de doorwerkte lucht gezet. Van denzelfden gevel zien we een fragment op 't frissche, zonnige werkje; Zonneschijn, dat de schilder beschikbaar heeft gesteld voor een verloting, waarvan de opbrengst zal strekken ten bate van den bouw van het Stadhuis. Het is alles goed doorwerkt, getuigt van een vlotten techniek en een blijde vizie op de dingen. Deze blijde vizie maakt het werk sympathiek. 

We maken opmerkzaam op 23, Oogsttijd. In het geboomte de zware toren en enkele daken van... Op den voorgrond blond en goud korenschoven op het land in de Augustuszon. De bewogen lucht getuigt mede van het feest van zon en wind over weilands dreven. Aardig is ook het ... landschapje: De beek. Het zilverige lichten van de avondhemel spiegelt zich in het stroompje, dat heel rustig voortvloeit door het al wat donkerende land. In de verte komt de dauw op als een wazige zjlvermist. Het doet alles weer aan als een stil verhaal van vrede.

Keus is ook bloemenschilder. We zagen een paar goed geslaagde aquarellen van Digitalis en van Campanulla, alles heel frisch van toon. En eindelijk heeft hij in de bosschen in de nabijheid van Soest de zwammen in hun bijna exotische verschijning bestudeerd, zoo b. v. de roode vliegenzwam (27).

In No. 20 geeft hij een "Boschsprookje": een geheimzinnig plekje op den woudbodem met oranje zwammen en de in allerlei bruine nuances zich toonende glorie, van de verstervende vegetatie van den herfst. Ook hierin uit zich meer een romantische innigheid dan een ongebreidelde fantasie.

Keus is een schilder die de verschijnselen der werkelijkheid altijd ziet in een weldadig rustige sfeer. Zijn werk verdient begrip en waardeering.

Leidsch Dagblad 23-05-1929

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten