Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

28-01-1921 Kunsthandel Sala tentoonstelling J. Eekman

 

 

 

KUNST EN LETTEREN. TENTOONSTELLING : J. EEKMAN.

Kunsthandel D. Sala, Breestraat.

Eekman is een zoekende, een peinzende. Dat wat werkelijk genoemd wordt is voor hem eigenlijk leugen en bedrog, omdat die "werkelijkheid" hem afleidt van het wezenlijke der dingen, van het meest, waardevol geestelijk goed. Voor hem is de droom werkelijkheid omdat daar aan het diepste innerlijk de eerste plaats wordt gegund. Als een schrijnend iets moet hij gevoeld hebben de brute verburgerlijking welke het weergeven der materieele dingen kan aankleven. Natuurlijkheid beteekent voor hem geesteloosheid. Hij ziet de dingen met een geheel ander oog aan; hij schept zich een eigen werkelijkheid waarin zijn geest de eerste is, en ziet de dingen, zooals ze zijn; hij benut van de werkelijkheid slechts datgene wat hem kan dienen om zijn droom in navoelbaren vorm over te brengen.

Achter Eekman's werk voelen wij bijna overal de verdrukte mensch; en toch is deze ook de vooruitziende, de visoenaire, die te midden van wanhopige misère in zich voelt den sterken wil, dat geloof in een anderen toekomst, waarin de geestelijke saamhoorigheid inniger zal worden gevoeld en de macht van de stof, van de materie zal zijn teruggebracht binnen eigen grenzen.

Typeerend voor de arbeid van dezen kunstenaar is wel een toekenning die ik "De Sphinx" zou willen noemen. De kop is die van een mensch, wiens aandacht naar binnen is gericht, die inkeert tot zijn diepste zelf.

Er is rust in dezen kop, en bezinning; maar de rust is ingehouden kracht; er is ernst in dit gelaat en sterke wil; er is een machtige concentratie, die uit zal breken tot de geestelijke daad.

Dat zit in de bouw van den schedel, in de wenkbrauwen die fronsend de oogkassen overwelven, in de even nerveus-opgetrokken neusvleugels, in de op elkaar geklemde lippen - maar voel ook dat er in ligt een luidloos mededoogen en een zachtheid die elke daad zal veredelen. Er is een opstandigheid en een melancholie die strijd voeren met een verheven optimisme. Het gesloten groote oog, het geestelijk oog, de spiegel der ziel, hoefde er nauwelijks te zijn om deze stijlvolle kop dit mysterieuse karacter te laten omhullen.

Het leven-van-nu is een ruw en somber fantoom; na een onderdompeling in de misère van het heden en een doorstriemt zijn daarvan is er gerijpt in hem dit beeld, en het is een bevrijding omdat het naast al het andere, en bovenal het andere uit, in zich heeft de Ernst en de Wil. De klacht is onuitgesproken gebleven en verstild tot wijsheid.

Het werk van Eekman is er niet om vluchtig bekeken te worden. Hier is meer dan, "een meisje bij koeien" of "een bootje tegen een waterkant" of "een geranium in een bloempot". Deze man wil geen mooie dingen maken, hij geeft ons de toegang tot zijn heiligste zelf om uit te zeggen aan de wereld wat zijn geest beroerde.

Zoek daarom in de zwartkrijtteekening van "de Lossers" niet of ge de drukke bedrijvigheid van den arbeid aan de haven zult vinden, of onderwerp niet aan critiek of de plank als zoodanig wel een zware last is, en deze wel helemaal zóó kan worden vastgehouden; de kracht zit niet in de spierarbeid, maar bij de mannen zelf, in hun binnenste.

De Compositie van lijven en vlakken en hun tegenstellingen wekt sterk een moeizaam gaan, een zwoegend werken, maar ook een bewust werken, een weten en gelooven. Dat spreekt, uit de gebogen hoofden; uit de knookige, door den arbeid sterk ontwikkelde en tevens verruwde handen; maar uit de oogen komt ons tegen een zachte zelfbewuste ernst en een sterk geloof. Iedere lijn in deze teekening heeft spanning, niet veel zou er kunnen worden gemist. Soberheid is hier de drager van kracht.

In zachtheid doet deze kunstenaar vaak denken aan Jan Mankes, den te vroeg overledene; en in expressie van lijn aan Toorop; dit ter vergelijking slechts, want Eekman is een eigen persoonlijkheid. Een volgend maal over de drie teekeningen die nu in de etalage staan: de armen, het witte dorp en het heidehuisje.

Blijf echter niet buiten maar ga de geheele expositie zien. De toegang is vrij en het is zeker de moeite loonend. Zoek hier echter geen leuk stilleventje, of aardig kleurtje op zon verlicht dak. Hier is een sfeer van gewijde ernst. Vreemd zal zij U misschien zijn, maar ze boeit onweerstaanbaar. Is misschien hier ook wat broeit in de wereld der geestelijke dingen?

Het is van den kunsthandel zeker op prijs te stellen dat Leiden op deze wijze met het werk van Eekman kan kennis maken. In het Gemeentemuseum in Den Haag is van hem een zeer mooie teekening getiteld : Credo.   Mm.

Leidsch Dagblad 28-01-1921

 

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

01-10-1920 Expositie historie Leiden bij kunsthandel Sala

 

 

 

STADSNIEUWS

De stichter van  het H.-Geest-hofje.

Gedurende de Winkelweek is te Leiden in de bekende en reeds meer dan vijf kwart eeuwen beslaande kunsthandel van den heer D. Sala en Zonen aan de Breestraat een schoon stuk van Leidens historie geëxposeerd. Voor het raam prijkt het portret van een van Leidens patriciërs den liefdadigen Conelis Sprong of Sprongh, overleden te Leiden 4 Jan. 1706, die verwant was aan oude Leidsche geslachten, als De Bije, van der Graft, van Leeuwen, van Swanenburg, Duijck e. a.

Alsmede is daar tentoon gesteld het destijds door hem in 16e eeuwsche bouwtrant bewoond heerenhuis, ook aan de Breestraat, staande op de plaats, waar thans het post- en telegraafkantoor zich bevindt. Een historisch plekje voor de stad Leiden.

Vóór 1597 woonde in dat heerenhuis de eigenaar van de eerste academische drukkerij n.l. Christoffel Plantijn, mede bekend door zijn schoonzoon prof. van Rapheling. Later ging dat huis over in het Leidsche boekdrukkersgeslacht Elzevier. (Van die drukkerij is de ,,De Lakenhal" nog aanwezig een statenbijbel anno 1663, toen reeds met, Latijnsche letter gedrukt; een pracht-exemplaar).

Deze Cornells Sprong was vrije grondheer van Hoogmade, m.a.w. eigenaar van de landerijen van dit geheeïe dorp. Hij stichtte op de genoemde plek van het postkantoor een hofje voor oude vrouwspersonen, boven de 50 jaren en beschreef met eigen hand in zijn testament in alle bijzonderheid hoe en door wie dat hofje en de eig...en moesten worden bestuurd.

Dit gewichtig document (gedeelte1ijk opgenomen in de beschrijving van de stad Leiden door F. van Mieris), wordt in het archief van dit hofje bijzonder bewaard. In 1851 is dat hofje in de Breestraat vervangen door een ruimer gebouw op de hoek van. Rapenburg en Doezastraat. Onder de bekwame leiding van den heer Mr. A.J. Sormani zal nu in alles een reorganisatie plaats hebben.

Het hofje met zijn 14 bewoonsters zal straks voor nog een 7-tal ouden van dagen plaats bieden. Een nieuw gebouw in schoone bouwtrant wordt thans onder de leiding van den architect, den heer J. van der Laan, aldaar opgetrokken. In dat nieuwe gebouw zal een doelmatige, in stijl ingerichte regentenkamer komen, waarin de schilderstukken van de familie Sprongh en zijn echtenoote vrouwe Johanna Maria Witteirt een plaats zullen vinden.

In die regentenkamer zal ook gebouwd worden een brandvrije kluis voor het rijke archief, dat nu mede onder leiding van den heer Mr. Sormani geordend en beschreven zal worden; een werk, dat niet gering is te achten. De oude, bijna tot pulver geworden documenten van eeuwen terug worden tevens door een deskundige geprepareerd en gebracht in een toestand van bijna nieuw papier.

Voornamen oudheidkundigen hebben de Leidsche hofjes beschreven en ook de bouwkundige heer H. J. Jesse, o.a. in „Het Huis", doch, zoo ver mij bekend is, niet het „H.-Geest-hofje". Uit het reeds genoemde orgineele testament van Cornelis Sprong bleek mij dat, thans letterlijk in alles, naar den geest van den erflater wordt gehandeld. Moge ook deze stichting voor vele ouden van dagen in de- toekomst tot steun en ten zegen zijn.

W. v. H.

Nieuwe Leidsche Courant, 01-10-1920 

 

 

 

Bijlagen
Reageer op dit bericht

21-04-1921 Kunsthandel Sala tentoonstelling Kever

 

 

 

KUNST EN LETTEREN KEVER.

Kunsthandel Sala.

De tentoonstelling bestaat uit binnenhuisjes en uit bloemstillevens. In beide toont zich Kever een knap schilder, een gevoelig colorist. Maar de bloemstukken zijn mij veel liever. 

Een zelfstandigheid is Kever niet. Hij teert op 't geen voorgangers bereikten. Hij behoort tot de bekwame volgelingen, zooals men die in alle tijdperken, in alle beschavingen vindt.

Het merkwaardige is, dat dit type ook in onzen tijd nog zoo volkomen bestaan kan. In hem is geen onrust. Hij doet geen wanhoopspogingen om "persoonlijk" te worden. Hij vertilt zich niet aan te zware gewichten. Hij leeft niet boven zijn geestelijken stand. Hij doet niet geniaal. Kalm berust hij in zijn lot en rustig volvoert hij zijn kleine taak. Dit is zijn grootheid.

Aan deze wijze zelfkennis heeft hij het te danken dat hij iets verwezenlijkt, dat hij, herhalend wat anderen zeiden, toch bezield kon zijn en dingen schilderen, die schoonheden zijn, zuiverheden en verheugenissen. Dit gelukte hem in zijn bloemstillevens beter dan in zijn interieurs. De laatste zijn al te slaafsche imitaties gebleven. Neuhuys was hier zijn voorbeeld en hij heeft zijn voorbeeld met eenige waardigheid gevolgd: maar ik mis hier den toon van 't zelf-doorleefde. En deze toon slechts kan het werk van den volger tot kunst verheffen.

In zijn binnenhuizen toont Kever juist dezelfde deugden en juist dezelfde tekortkomingen van Neuhuys, hoewel de deugden zich bij hem, den volgeling, in kleiner gedaante openbaren. Ook Kever ziet de figuur allereerst als picturaal gegeven, als kleur. De kleur, de toon, de atmosfeer ziet hij; het schilderachtige in het intieme vormt zijn poësis. En de belangstelling voor de figuur als mensch komt eerst in de tweede plaats, als iets bijkomstigs, als iets dat met 't wezen zijner kunst niets te maken heeft.

Bij Jozef Israëls gaat de belangstelling eerst naar het menschelijke uit, zoodat kleur, toon, atmosfeer slechts dienen om deze menschelijke dramatiek uit te drukken: zij zijn van deze dramatiek doortrokken, zooals ook Israëls gevoel voor intimiteit meer dramatisch gestemd blijft. Jozef Israëls is niets anders dan figuurschilder.

Neuhuys en Kever zijn van oorsprong stilleven schilders. Zij blijven het ook in hun uitbeelding van den mens. En zoo is het dan begrijpelijk dat hun mensch-uitbeelding steeds iets illustratiefs houdt, iets dat tot de waarde van hun werk niet bijdraagt, dat den zuiveren blik op hun werk eer belemmert.

Het dramatische en psychologische ontaardt in het anecdotische, in het lieve verhaaltje, en doet dikwijls een weinig sentimenteel aan. Het is een tooisel. Nicolaas Maes heeft in zijn figuurstukjes van dit wat burgerlijke uitwas der Hollandsche kunst, het eerste en ook grootste voorbeeld gegeven. En onmiddellijk dient hierbij vermeld te worden, dat tegen ‘t einde der 19e eeuw dit verschijnsel in onze nationale schilderkunst zich nog in wel zeer veel schameler en armzaliger vormen openbaarde, niettegenstaande toen Breitner nog in voile kracht overeind stond.

Men kan Kever eerst volledig kennen in zijn bloemstukken. Hoe veel dieper en rijker wordt hier zijn kleur. Hier eerst kan hij volledig uitdrukken wat hij voelt, wat hij is. Heel de glorie van zijn schoone schilderen, van zijn picturale voelen, heeft hij hier onvermengd en daarom oneindig overtuigender uitgesproken. Men denkt weerom aan voorbeelden; Fantin Latour, Walter Vaes.

Een later geslacht zal Kever 's bloemen van de hunne nauwelijks meer onderscheiden. Maar is dit onderscheiden noodzakelijk, waar schoonheid is? Is het niet veeleer een rustige gedachte dat onze individualistische tijd toch evenzeer zijn tradities heeft? Er is een stille statigheid, een geestelijke deftigheid, en teedere en ingehouden gevoeligheid, een grootheid zelfs in deze zoo simpele bloemstukken, waardoor ze soms haast klassiek worden. Als donker gestemde muziek doen deze zachte en gedempte kleurharmonieën aan, deze stille, stralende bloemen, die met een peinzende aandacht geschilderd werden.

Het eenvoudigste gegeven kon rijk en groot worden gezien: een hooge vaas met donker-purperen scabiosa tegen een grijzen achtergrond, eenige witte, losbladige bloemen in een glazen karafje, of andere, vlinderachtige, in een strak geschilderden tinnen kroes: hoe nobel! Hoe nobel wordt deze vloeiende - toch boeiende schildering, deze versmolten weelde van zuivere en toch afgedempte kleuren, deze rustige compositie, hoe bezonken!

En dan vraag ik niet meer naar originaliteit: ik weet, dat hier zuiverheid is en een verwezenlijking, dat hier schoonheid is.

JUST HAVELAAR.

het Vaderland 21-04-1921 

 

Bijlagen
Reageer op dit bericht

Haarlem's Dagblad 17-12-1901 Levenslange dwangarbeid voor aanslag op Sebalt Sala

 

 

 

Buitenlandsch Nieuws

Aanslag op een Nederlander

Het hof van Assises te Parijs heeft Fau, den bedrijver van den aanslag in een spoorwegcoupé, in den loop van den zomer, op den Nederlandschen ingenieur Sebalt Sala gepleegd, tot levenslangen dwangarbeid veroordeeld. (Men zal zich herinneren, dat de andere aanrander bij het springen uit den trein den dood vond)

 

 

Reageer op dit bericht

Haarlem's Dagblad, 21-06-1904 Th. Sala instructeur worstelen en gewichtheffen

 

 

 

Haarlem's Dagblad, 21-06-1904 Th. Sala instructeur worstelen en gewichtheffen

Worstelen

Zaterdagavond hield de Haarlemsche Athletiek en Worstelclub "Door Oefening Kracht" een onderlinge worstel wedstrijd, ter gelegenheid van

haar anderhalf jarig bestaan, in het oefeningslokaal bij den heer Reinalda, Kleine Houtstraat alhier.

Wij willen even in 't kort een overzicht, vanaf de oprichting der club tot heden, geven.

Den 14en December 1902 werd deze club onder den naam ,,Door Oefening Kracht" opgericht en stelde zich ten doel, het halterwerken,  gewichtheffen en worstelen te beoefenen. Telde de vereeniging in den beginne zes leden, na korten tijd mocht zij dit aantal  tot 23 vermeerderd zien en zag het bestuur zich genoodzaakt er een tweeden oefenavond bij te nemen. Met ijver en volharding werd gewerkt, maar ook het kwaad, waarmede tal van vereenigingen te kampen hebben,   namelijk vermindering van leden, bleef voor "Kracht door Oefening" niet uit. Het ledental daalde en met dit tevens de ontvangsten, zoodat de oefenavonden weer op éénmaal per week werden gesteld.

Werd het éénjarig bestaan, uit gebrek aan deelname, niet gevierd, de viering van het anderhalf jarig bestaan daarentegen mag uitstekend geslaagd genoemd worden.

Om half negen kwamen de leden de zaal binnen en marcheerden onder commando van hun instructeur, den heer Sala rondom de worstelmatras. 't Eerste nummer van 't programma was halterwerken en gewichtheffen. Prachtig werd hiermede gewerkt en den twee sterren van "D.O.K.", den heeren Th. Sala en P. Mollema, viel dan ook een luid applaus ten deel. Ook den andere leden van "D.O.K" mag een woord van lof voor hun gewichtheffen niet onthouden worden. Wij zagen toch jonege krachten, die met voortdurende oefening toekomstige athleten beloven te worden.

Na 't gewichtheffen kwamen de vrije oefeningen aan de beurt. Hieraan werd door eenige leden van "D.O.K." deelgenomen en het lokte een voortdurend applaus uit. Daarna kwam liet gewichtige en amusante nummer, de worstelwedstrijd, waarvoor een viertal medailles waren uitgeloofd en welke onder leiding van de heeren A.K. en J. ten H. als jury-leden plaats had. ! De partijen werden, door het lot beslist.

Mooie partijen werden te zien gegeven en prachtige grepen toegepast. Er werd met veel animo en vriendschappelijk gewerkt zoodat de taak der jury vergemakkelijkt werd.

Do uitslag was als vogt: 1ste prijs Th. Sala. 2e prijs P. Mollema, 3e prijs H. Sondorp, 4e prijs H. Kuit, welke zij met eere verdiend hebben, want de partijen waren aan elkander gewaagd. Tot slot werd een mooie fantasie-partij door den eersten en tweeden prijswinner gegeven, welke partij vlug van stapel liep.

Een woord van hulde aan de jury voor de prachtige regeling, aan den instructeur, voor het tot nu toe gegeven onderricht.

Dat deze vereeniging welke eenig in Haarlem is, zich in een steeds toenemend ledental moge verheugen, is zeker aller wensch en met verlangen zien wij dan ook den stedelijken worstelwedstrijd, die, onder voorbehoud van uitstel, met December, ter gelegenheid van het tweejarig bestaan, zal gehouden worden, tegemoet.

 

 

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten