Haarlem Turfmarkt


|
Plaats: Haarlem Straat: Turfmarkt Omschrijving: Melkbrug Bijzonderheden: Stempel 1902 Christiaan Steenken van beroep Turfdrager wonende in de Achterkamp
|
SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA
Haarlem Turfmarkt

|
Plaats: Haarlem Straat: Turfmarkt Omschrijving: Melkbrug Bijzonderheden: Stempel 1902 Christiaan Steenken van beroep Turfdrager wonende in de Achterkamp
|
Haarlem de Gierstraat

|
Haarlem Gierstraat
Stempel 1902 In het jaar Een duizend agt honderd veertien den veertienden der maand September, zijn voor ons Ambtenaar van den Burgelijken stand der gemeente van Haarlem gecompareerd, Jan van Maas, jonge man, oud Circa twintig jaren, Kleermaker, geboren te Haarlem, woond in de Gierstraat, minderjarigen Zoon van Huibert van Maas.
|
1974 Rouwkaart Cornelis Johannes Sala
Rouwkaart Jacobus Sala
Rouwkaart Frans Sala
Rouwkaart Francina Sala Siepman
Rouwkaart Adriaan Sala
Interieur Dominicus Johannes Sala
De Weimarstraat 23 te 's Gravenhage

|
De Weimarstraat 23 te 's Gravenhage
Dominicus Johannes Sala en Joanna Elisabeth van Houten. Dominicus Johannes Sala geboren op 15-11-1873 in Leiden. Dominicus Johannes is overleden op 29-09-1954 in ´s Gravenhage, 80 jaar oud. Dominicus Johannes trouwde, 34 jaar oud, op 15-11-1907 in ´s Gravenhage [bron: Uittreksel burgerlijk stand Gemeente s Gravenhage Rep. No. 6596] met Joanna Elisabeth van Houten. Het huwelijk tussen de 34 jarige Dominicus Johannes Sala en Joanna Elisabeth van Houten werd voltrokken in de kerk van O.L.Vrouw van Goede Raad te Bezuidenhout.
Zij kregen twee kinderen Hermanus Cornelis en Kitty |
Vloeibladreclame
Dominicus Johannes Sala
Opslag koffers Weimarstraat 23 Den Haag
DE ANSICHTKAARTEN VAN DOMINICUS JOHANNES SALA

|
De Jongeheeren Sala Beukstraat 8 Breda afz.D.J. Sala Prinsegracht 91 ’s Gravenhage Herman Annatol Yvo en Hans Zalig Paasen en gezellige vacantie
Opa 5 April 1953 |

|
's Gravenhage 12/12/-48 Beste Herman - Rietje Veel hartelijke wenschen gezondheid en voorspoed met kleine Yvo en de rest van het kroost. Je liefhebbende Vader
|

|
Den Hr Mevr H. Sala Huize Waldemar Hondsbergseweg Oisterwijk
Beste Herman Rietje Zit op 't oogenblik in restaurant station Utrecht op trein te wachten. Ga op onderzoek uit voor huisvesting want bij Kieviet op mijn kamer kan ik niet blijven. Ze hebben reeds de heele winter in kleine slaapkamer met jongens van 8 en 4 jaar doorgebracht en moet daarom ruimte maken misschien op de zolder mijn bivak opslaan. Zijn beste menschen maar kunnen mij niet altijd houden Wanneer meer weet hoor je wel, je l.h. Vader |

|
Aan: Mejuffrouw M Iding Provinciale weg 102 Meerveldhoven bij Eindhoven
L.R. We hebben Herman niet meer gezien, dus kan ik je niet schrijven wanneer hij vrij is, misschien hebt ge al wat van hem gehoord, nu ik hoop je een prettige kerstmis zult hebben als ook een gelukkige viering van je eenjarige verloving, wat is 't vreeselijk koud he, net als verleden jaar, ik kan er niet uit. Dat kleedje is veel te mooi hoor, ik ben al lang tevreden met een kleintje, dit is voor een tafeltje voor jelui hoor, je zult van moeder wel gehoord hoe of ik verwent ben geworden wilt ge ook Anny en Leo bedanken voor hun lief briefje; nu lieve Rie veel prettige daagjes en vele lieve groeten van Vader en vooral van je liefhebbende Moeder. |

|
Den Heer en Mevrouw H Sala Heusdensebaan Oisterwijk N. Br 's Gravenhage 24/3- 51 Beste Herman en Rietje Gezellige en ZaligePaaschdagen met de jongens. Ben op 't oogenblik bij specialist onderhanden voor een tijdelijke (hoop ik) doofheid. hoop dat de jongens allemaal weer beter zijn. Maart weer werkt niet mee, geef mij vorst. Heb al invitatie voor Sassenheim. Bij Yvonne gaat alles goeden dat jong heet Izar. Zweedse naam 't beste veel kusjes voor de jongens. Je liefhebbende Vader.
|

|
Jongens Sala Heusdense Baan Oisterwijk N. Br
24/3-51 Opa Haagweg 599 's Gravenhage |

|
De Hr H. Sala Heusdensebaan 62 Oisterwijk N. Br 's Gravenhage 29/6-49 Beste Herman-Rietje Wanneer er niets tussen komt verschijn ik Woensdag namiddag of Donderdagmorgen. Hoop alles wel is en misschien Herman tussentijds zijn benoeming heeft. Zet de zon buiten en laat de wind maar draaien. Tot kijk en veel kusjes voor de jongens je l.h. Vader |

|
D.J Sala Haagweg 599 s'Gravenhage |

|
9 Febr. 1947 Van Opa D.J. Sala Haagweg 599‘s Gravenhage Aan den Jongenheer Anatole Sala Huize Waldemar Hondsberglaan Oisterwijk N.Br |
DE ANSICHTKAARTEN VAN DOMINICUS JOHANNES SALA 2

| Den Jongenheer H. Sala Heusdensebaan C. 62 Oisterwijk N. Br. Hermannetje Veel geluk met je verjaardag. Opa hoopt je een zoete jongen zal zijn en erg gehoorzaam. Niet in je blote bibs naar de buurvrouw loopt en vooral niet op de mooie stoelen kruipt Want je weet dan wordt Opa boos. Hoe is het met de st. Nicolaas geweest, heb je veel versjes gezongen. Nu heb je er al weer een broertje bij. Wanneer je eens tijd hebt schrijf je wel. je liefhebbende Vader |

|
Den Heer Mevr H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk N.B. 2/2 - 51 |

|
Den Heer p- Mevrouw H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk |

|
Mejuffrouw M. Iding en Herman |

|
Fam, Siecke HauptStraße 8 Herzogenrath |

| Onbeschreven |
|
Den Heer en Mevrouw L. Ouwerkerk Graaf Florisstraat 78 Schiedam ‘s Gravenhage 31-07-1948 |

|
Den Heer en Mevrouw L. Ouwerkerk Graaf Florisstraat 78 Schiedam |

|
Mevrouw L. Ouwerkerk Willem Warnaarlaan 75 Sassenheim |
DOMINICUS JOHANNES SALA SCHRIJFT Ansichtkaart Kunsthandel Sala

| Marie Iding Provinciale weg no 102 Meerveldhoven bij Eindhoven Lieve Rietje, Even wil ik je laten weten ‘t goed met Herman gaat, hij heeft vreeselijk veel bezoek, wat hij erg leuk vindt, wij gaan ’s avonds, want dan mogen alleen de ouders. Ze brengen van alles mee, bloemen, eau de cologne chocolade leesboeken, hij is erg tevreden en ik zorg dat hij iedere keer schoone pyama heeft dat is moeders zorg later mag jij ’t dan doen hoor, ik ben zondagavond nog naar ’t spoor wezen kijken of ik je nog zag maar je was al weg. nu vele lieve groeten van moeder. |

| Den Heer Mevr. H. Sala Heusdensebaan Oisterwijk 7/2 - 49 's Gravenhage Herman - Rietje Van harte geluk met de echte kwaaijongen Annatol 't is een heerlijke knul en voel me weer jong, wanneer hij zijn strandzakken leeghaalt met heerlijk gezicht, dat is allemaal … mijn hoop nog eenige jaren zijn groei te beleven Zo gauw Freek die kant uitkomt brengt hij een en ander mee. Veel gezondheid en vrolijke Dag D.J. Sala Haagweg 599; Vader |

| Mejuffrouw M. Iding Provincialeweg 102 Meerveldhoven N.B. Lieve Rie Wat een fijn cadeau. Je moet wel hard werken maar het is toch echt je broers je zoo waarderen. Tante Riek is een paar dagen hier gelogeerd en de twee zussen kakelen als hennen. Als de feestdagen voorbij zijn zal moeder weer eens een lange brief schrijven Ze zit als de soldaat met verlof af te tellen naar de tijd ze naar Meerveldhoven kan komen. Ze maakt ’t op oogenblik heel goed, ik hoop voor je moeder de drukte haar niet te veel vermoeid. Hieronder de adressen Mevrouw Wed. G. Schretlen Breestraat 137 Leiden. Tante RiekMevr. Wed. H. Sala Jan van Houtkade 30 Leiden Den Heer S. Sala Noordeindeweg 6 ’s Gravenhage. L. Sala Fred. Hendriklaan 83 ‘s Gravenhage Vele groeten aan allemaal je l.h. Vader |
Storia del Cogname Sala

|
The Italian family name Sala is classified as being of habitation origin. Such names belong to that group of surnames which derive their origin from the place of residence of the original bearer of the surname. With regard to the surname Sala, this name is a short form of any of the numerous place names with the first element "Sala" located throughout Italy. The author Emilio di Felici claims that the surname Sala is derived from the place name Sala al Barro or from the place name Sala Comacina, both located in the Italian province of Coma. This is based on the fact that the surname in its exact spelling is more commonly found in that particular area. Thus, the original bearer of this name was know by, members of his community as a person who was born or resided in one of these places. These place names are derived from the Italian word "sala" meaning "room, hall". One of the earliest references to this name or to its variants is a record of the Sala family from Milan, a family of barons who flourished between the thirteenth and fifteenth Centuries. Other families of this name were established in Bologna, Bra, Brescia and Mazzara (Sicily). The Sala family from Mazarra was originally from Catalonia, a region located in northeastern Spain. This family was established by Giacomo Sala who had two sons, Giacomo Sala and Giuseppe Sala. The latter held the position of captain of the Army, during" the war of this city in 1607. Notable bearers of the surname Sala include Italian architect and Engineer, Major General Antonio Alessandro Sala, born in 1834 and the nineteenth-Century Italian sculptor, Davide Sala.BLAZON OF ARMS: Per fess; first nr, a bend sinister argent, charged with three mullets of the field; second argent, a house gules, charged with a bezant or, between two towers in the flanks. Translation: Or (gold) signifies Generosity Argent (white) denotes Peace. Crest: A tower as in the arms. Origin: Italy. The Historical Research Center Storia Del Cognome Sala De Italiaanse familienaam Sala is geclassificeerd als een naam die zijn oorsprong heeft in een woongebied (gemeenschap) Zulke namen behoren tot de groep van achternamen die hun oorsprong aan de verblijfplaats van de originele drager van de achternaam ontlenen. De achternaam Sala, is een korte vorm van om het even welke talrijke plaatsnamen in Italie met het voorvoegsel "Sala" De auteur Emilio di Felici claimt dat de achternaam Sala is afgeleid van de plaatsnaam "Sala al Barro" of van plaatsnaam "Sala Comacina", beiden gelegen in de Italiaanse provincie Como, Dit is gebaseerd op het feit dat de achternaam in zijn exacte spelling in het algemeen vaker in dat bepaalde gebied wordt gevonden. Aldus, werd de originele drager van deze naam gekend door de leden van zijn gemeenschap als een persoon die geboren was in één van deze plaatsen of er verbleef. Deze plaatsnamen zijn afgeleid van het italiaanse woord "sala" dat "hal of zaal" betekent. Een van de vroegste verwijzingen naar deze naam of zijn varianten is een verslag van de familie Sala van Milaan, een familie van baronnen die floreerde tussen de dertiende en de vijftiende eeuw. Andere families van deze naam waren gevestigd in Bologna, Bra, Brescia en Mazzara (Sicily). De Sala familie van Mazarra kwam oorspronkelijk uit Catalonië, een gebied dat in noordoostelijk Spanje is gelegen. Deze familie werd gevestigd door Giacomo Sala die twee zonen had, Giacomo Sala en Giuseppe Sala. De laatstgenoemden waren kapitein in het Leger, tijdens de oorlog van deze stad in 1607. Opmerkelijke dragers van de achternaam Sala zijn de Italiaanse architect en Ingenieur, Major General Antonio Alessandro geboren Sala, in 1834 en de negentiende-eeuwse Italiaanse beeldhouwer, Davide Sala |
De geschiedenis van de paraplu
|
De geschiedenis van de paraplu
Heden ten dage is de paraplu een ingeburgerd product. Ze zijn er in alle maten, soorten, kleuren en kwaliteiten. Toch bestaat de echte paraplu, zoals wij hem kennen pas zo'n honderd jaar. De paraplu stamt af van zijn broertje de parasol. de parasol bestaat al zo'n drieduizend jaar.
De parasol werd al zo'n 3.000 jaar geleden door de Egyptenaren gebruikt om de farao's en hoogwaardigheidsbekleders te beschermen tegen de zon. Later namen de Oude Grieken en Romeinen het idee van de parasol over en ook in de oude Indische beschavingenkomt men parasols tegen. Nu nog komt men, met name in de Hindoe-cultuur, veel parasols tegen die vaak prachtig versierd zijn en nog steeds ambachtelijk worden gemaakt. Na de Renaissance werd in de westerse wereld de parasol opnieuw uitgevonden (zoals wel meer dingen opnieuw werden uitgevonden). De parasol werd in die tijd het statussymbool bij uitstek, want in die tijd stond een blanke huid namelijk voor klasse en rijkdom. Het 'gewone' volk kreeg een door de zon getinte huid door het werken op het land of op zee. De adel wilde koste wat het kost de witte huid beschermen (men moest eens denken dat men op het land werkte...)
Tot het eind van de 18e eeuw was de parasol een voorwerp dat niet kon ontbreken in de darderobe van een adellijke dame of heer. Uit deze tijd stammen ook vele schilderijen, waar adelijke dames onder een parasol zitten of lopen (waarbij de parasol vaak nog door een dienaar werd gedragen)
Men hield zich destijds nog helemaal niet bezig om zich te beschermen tegen de regen, de rijken verplaatsten zich meestal toch met een draagstoel of koets. Het 'gewone' volk had geen behoefte aan bescherming, omdat men zich dat niet kon permitteren en de werkkleding die ze droegen voldoende bescherming bood.
Toch waren er in het Parijs van 1635 (ten tijde van Louis XIII) al enkele verkopers die een soort voorloper van de paraplu op straat verkochten. Deze paraplu's waren met geoliede stof overtrokken in zijde, linnen of katoen. Aan het begin van de 18e eeuw werd de paraplu officieel "uitgevonden" door een fransman : Jean Maruis. Hij ontwierp een parasol-paraplu die je kon plooien en op zak steken. De Fransen uit die tijd maakten taalkundig nog geen onderscheidt tussen de term paraplu en parasol (het produkt werd immers voor beide doeleinden gebruikt). Rond 1760 werd dit opgelost door de termen parasol en paraplu wettelijk vast te leggen. In de begin tijd van de paraplu woog dit artikel zo'n twee kilogram en was hij zo'n meter lang. Het was toen ook nog geen produkt dat door iedereen gebruikt werd. Vaak lieten de rijken de paraplu dan ook dragen door een dienaar. In de 19e eeuw bleef de paraplu een produkt voor de welgestelden met name dames gebruikten regelmatig een paraplu. Voor de heren was de paraplu toch enigszins een te vrouwelijk artikel. In die tijd begon de paraplu een belangrijk element van de damesmode te vormen. De paraluies werden gemaakt in alle soorten en kleuren en vrijwel alle groottes. Als binnenwerk voor de paraplu gebruikte men echte walvisbaleinen en nog altijd worden de "poten" van een paraplu baleinen genoemd, maar deze zijn allang niet meer van walvisbaleinen. In het begin van de 20e eeuw werd de paraplu voor een Engelsman een absolute noodzaak. geen Londense zakenman zal zich zonder zijn paraplu buitenshuis begeven. Nog altijd zijn de bolhoed en paraplu symbool voor een Londenaar. Na de eerste wereldoorlog werden paraplu's in grote aantallen geproduceerd, hierdoor werd de paraplu tevens een artikel voor de gewone man. Zeker nadat in de jaren twintig een zekere heer Knirps de opvouwbare paraplu uitvond. De paraplu-industrie kende tot in de jaren zeventig in Europa bloeiende tijden daarna konden de meeste paraplufabrikanten niet opboksen tegen de veel goedkoper gefabriceerde "verre oosten" paraplu. Qua massaproduktie moesten zij het afleggen tegen het verre oosten (arbeidsloon!!) maar heden ten dage blijven er nog enkele fabrikanten in Europa over die zich dusdanig gespecialiseerd hebben in kwalitatief hoogwaardige paraplu's dat zij een bestaanrecht hebben. (Knirps, Francesco Maglia, Romanelli, Briggs). |
Geschiedenis van Lombardije

|
Geschiedenis van Lombardije
Op het eerste gezicht doet het moderne uiterlijk van dit gewest, waarvan Milaan het hectische middelpunt is, niet vermoeden dat het een rijk en roemrucht verleden heeft. Voor de geschiedschrijving van het gebied, dat nu Lombardije heet, moeten we teruggaan naar meer dan negenduizend jaar geleden.
De Valcamonica, één van de dalen ten noorden van Brescia, heeft een rijkdom aan rotstekeningen aan het licht gebracht waar slechts weinig archeologische gebieden ter wereld mee kunnen wedijveren; duizenden op rotsstenen gegraveerde afbeeldingen vormen het tastbare bewijs en het symbool van onze 'beschaving'. Dankzij haar gunstige ligging was Lombardije al sinds de vroege ijzertijd een tref- en verbindingspunt tussen volkeren uit het meditterane gebied en volkstammen uit Midden-Europa.
In de 5e/4e eeuw v. Chr. vielen de Galliërs het huidige Lombardije binnen en vestigden zich er definitief. Maar ondanks het feit dat de Galliërs zich ervan bewust waren dat ze een nationale eenheid vormden, waren zij toch vaak verdeeld door privaatrechtelijke geschillen, wat de verovering vanuit Rome vergemakkelijkte. Pas in de loop van de 7e eeuw begon men het gebied tot aan de Adda Longobardia (land van de Longobarden) te noemen, terwijl vanaf de 13e/l4e eeuw ook de Alpengebieden ten noorden van de grote meren werden beschouwd als behorende tot Lombardije; zelfs al stond deze naam al in de 10e eeuw voor een welomschreven gebied, toch werd hij nog zeer lang voor heel Noord-Italië gebruikt.
Nadat het gebied eerst als een zelfstandige provincie en daarna definitief bij het Romeinse Rijk werd ingelijfd, begon voor lombardije een bloeiperiode zowel voor de handel als op cultureel gebied, wat zich met name in de kunst, de architectuur en de nijverheid uitte. Mediolanum (de oude benaming voor de Lombardische hoofdstad) vormde het verbindingspunt tussen de van het Rijk afhankelijke koloniën. De vroegste resten van verstedelijking stammen uit deze periode, zoals blijkt uit het stratenplan dat de reeds bestaande structuur bedekte. In enkele decennia tijds verrezen ringmuren, die de stadsgrenzen vormden van steden als Mediolanum, Brixia (Brescia), Ticinum (Pavia), Mantua en Cremona.
In de Middeleeuwen beleefde Lombardije een ware bloeiperiode die tot uiting kwam in de romaanse kunst, een vermenging van klassieke invloeden en vroegchristelijke elementen. Aan het einde van de 12e eeuw nam het bestuur van de 'communes' (onafhankelijke steden) vastere vormen aan. In Lombardije vond, eerder dan elders, de overgang van commune naar 'signoria' (staatsvorm waarbij een 'signore', een machtig persoon, aan het hoofd staat) plaats.
De heerschappij van de familie Visconti (eind 13e eeuw- begin 14e eeuw) was voor de geschiedenis van Lombardije van doorslaggevend belang en werd gekenmerkt door een expansionistisch beleid dat tot de totstandkoming van een machtige staat leidde. Hun bewind werd later met hernieuwde kracht voortgezet door de familie Sforza.
Van 1535 tot 1700 bevond het zich onder Spaanse heerschappij: het hertogdom Milaan kwam in korte tijd tot verval: hongersnood en epidemieën (de door Manzoni beschreven beruchte pestepidemie van Milaan die in 1630 uitgebroken was) veroorzaakten duizenden slachtoffers, waardoor het inwonertal in vijftig jaar tijd tot een derde werd teruggebracht.
In de loop van de 18e eeuw kwam het hertogdom Milaan in handen van de Oostenrijkers, wat -mede dankzij de verlichtingspolitiek van de Oostenrijkse overheid een periode van economische en sociale vooruitgang inluidde. Na de Franse Revolutie en het Napoleontische intermezzo, werd in 1815 op het Congres van Wenen het Lombardisch-Venetiaanse koninkrijk gecreëerd, dat onder Oostenrijkse soevereiniteit stond. Tijdens de 'Cinque Giornate' (Vijf Dagen) kwamen de Milanezen in opstand tegen de Oostenrijkse overheersing, waar in 1859 met de Vrede van Zürich en de inlijving van Lombardije bij Piemonte een einde aan kwam. In 1861 werd het Koninkrijk Italië geproclameerd. Vanaf dat moment loopt de geschiedenis van Lombardije samen met die van het gehele schiereiland.
http://www.wereldpagina.nl/index.php/Geschiedenis_van_Lombardije |
De geschiedenis van de spiegel.
|
De geschiedenis van de spiegel.
De mens wil zich spiegelen, zien hoe de buitenwereld hem ziet en zich vergelijken met het beeld dat hij van anderen heeft. Waarschijnlijk is de eerste mens die zichzelf zag in stilstaand water behoorlijk geschrokken. Maar hoe het ook zij, het is het oudste en eenvoudigste voorbeeld van een spiegel en het begin van een kleurrijke geschiedenis. Lang voor de mens het maken van glas ontdekte, werden er reeds spiegels gebruikt, gemaakt van metalen. Platgeslagen of gegoten schijven koper en brons werden gepolijst en bewerkt totdat er een glimmende plaat ontstond, waarin men zich spiegelen kon. Dat reeds in heel oude tijden koperen spiegels werden gebruikt, blijkt uit een passage in de Bijbel: Exodus 38:8 "Hij maakte ook het koperen wasvat, met zijn koperen voet, van de spiegels der te hoop komende vrouwen, die te hoop kwamen voor de deur van de tent der samenkomst." .............. zie website.
http://vision2form.nl/spiegel-geschiedenis.html
|
De Familie Sala Archieven Catalonië Spanje Inleiding deel 1
|
The Sala Family Archives: Joseph J. Gwara, Jr. Copyright 1984, Georgetown University Press. De Archieven van de Familie Sala: Joseph J. Gwara, Jr. Auteursrecht 1984, de Universitaire Pers van Georgetown. INTRODUCTION Description of the collection. The collection of medieval and early modern documents treated in this HAND LIST consists of 289 charters (administrative records) from Catalonia, Spain. The manuscripts date from 1261 to 1690 (the bulk falling in the fourteenth and fifteenth centuries) and are written in a variety of hands on single leaves of parchment or paper ranging in size from 14.3xl8cm to well over 60x60cm.
INLEIDING Beschrijving van de verzameling.
1. Although the great majority (271) of the documents are composed in medieval Latin, eighteen of them-chiefly testaments of the fifteenth, sixteenth, and seventeenth centuries--are written in Catalan.
1. Hoewel de grote meerderheid (271) van de documenten zijn geschreven in het middeleeuwse Latijn, zijn achttien ervan voornamelijk testamenten van de vijftiende, zestiende, en zeventiende eeuw, geschreven in het Catalaans.
2. Most of the manuscripts are in a relatively good state of preservation, and those that are not are generally legible with the aid of an ultraviolet lamp; in a few instances, however, the severe deterioration of parchment prevents an accurate reading.
2. De meeste documenten zijn in vrij goede staat gebleven, en de documenten die dat niet zijn, zijn goed leesbaar met behulp van een infrarode lamp, hoewel in enkele gevallen de slechte staat van het perkament een nauwkeurige bestudering verhinderd.
3. The collection comprises a variety of representative documents of the period, including (from secular sources) bills of sale, receipts, oaths of fealty, establishments of tenants on property, petitions, dispute settlements, donations (including post-obit), testaments, connubial contracts, exchanges, and notarial acts, and (from ecclesiastical sources) collations to benefices, receipts of church revenues, establishments of tenants on ecclesiastical benefices, arrangements for obits, petitions of ecclesiastics, and so on. Also included are a small number of copies of official and royal documents, almost all of which are dispute settlements, concessions, and other decisions made by a royal procurator, or, in the case of locally issued documents, announcements of legislation or concessions made to area inhabitants.
3. De verzameling bestaat uit een verscheidenheid van representatieve documenten van die periode, zoals (uit seculiere bronnen) koopakten, ontvangstbewijzen, eden van trouw, pachtovereenkomsten, verzoeken, geschilregelingen, schenkingen (met inbegrip van *post-obit, testamenten, echtelijke contracten, ruil, en notariële handelingen en (uit geestelijke bronnen) *collaties van beneficie, ontvangstbewijzen van kerkopbrengsten, pachtovereenkomsten op kerkelijke beneficie (leengoeden), regelingen voor obits (wellicht legaten), verzoeken van kerkelijke aard, enz.
* Post-obit; hier worden legaten bedoeld.
* Collations to benefices: priesterbenoemingen of toewijzing van predikantsplaatsen (leengoeden)
* Collaties; vergelijkingen van afschriften met het oorspronkelijke document of van verschillende handschriften of drukken van een tekst.
The transactions recorded in the charters most often concern the disposition (e.g., sale, rental, exchange, lease) of land, either as entire estates or farms (referred to by such words as domus, honor, locus, mansus, and, notably, castrum) or-more frequently-small parcels (area, fexia, morabatinata, patium, pecia, trotium, and so forth). In a few instances, other commodities are sold or exchanged, including rights and privileges (with respect to the collection of obligations and tithes from tenants), foodstuffs (grain, wine, etc.), and buildings (domus, hospicium). Also prevalent are charters concerning feudal and allodial land tenure, the collection of obligations from tenants, and credit transactions (the latter being especially prominent among sixteenth- and seventeenth-century records). Few documents treat the disposition of movable property
De transacties die in de oorkonden worden geregistreerd betreffen meestal regelingen (bijvoorbeeld verkoop, huur, of uitwisseling) van land, alsook volledige landgoederen of landbouwbedrijven (onderscheiden door woorden zoals *domus, eer, plaats, *mansus, en in het bijzonder *castrum) of vaker kleinere kavels (gebied, fexia, morabatinata, patium, pecia, trotium, en zo voort).
* Domus (Latijn: huis); Prestigieus bouwwerk. Stadswoning voor de rijkere klasse in de Romeinse oudheid.
* Mansus; is een middeleeuwse hoeve waarin de gehele familia woonde. Een mansus was een deel van een groter domein en omvatte een hoeve met zoveel land als door een familie van horigen bewerkt kon worden.
* Castrum; een omheind militair stadje of vesting.
* Tithes; Over het algemeen bepaald als “tiende deel van de verhoging die van de winsten van land en voorraad het gevolg is, toegewezen aan de geestelijkheid voor hun steun of toegewijd aan godsdienstig of liefdadig gebruik”. Een radicalere definitie is “het tiende deel van alle juist verworven vruchten en winsten, verschuldigd geweest aan God in erkenning van zijn opperste heerschappij over de mens, en om aan de ministers van de kerk te betalen.”
* Hospicium; Herberg gehouden door een godsdienstig huis voor reizigers en andere vreemdelingen. Ziekenhuis van de liefde
4. Participants in the transactions are almost invariably artisans and merchants who hail from the medieval Catalonian commercial centers of Barcelona and Vic, or from smaller towns and villages in the vicinity.
4. De deelnemers in de transacties zijn bijna onveranderlijk artisans (handwerkslieden) en handelaren die uit de middeleeuwse Catalaanse commerciele centra van Barcelona en Vic komen, of van kleinere steden en dorpen in de nabijheid.
Less frequently, knights, royal officials, and other individuals of high social status such as castle lords or local judicial and governmental figures undertake transactions. It is also not uncommon for clerics, ranging in status from parish priests, nuns, monks, and vicars to abbots and canons, to participate in some arrangements, generally acting as representatives of parish churches, convents, monasteries, or, in cases involving ecclesiastical benefices or petitions, the bishop. In many instances, women initiate transactions, most often with the consent of their husbands or as widows. The lowest stratum of society, including laborers and farmers, is seldom represented.
Ridders, koninklijke ambtenaren, en andere individuen met een hoge sociale status, zoals kasteelheren of de lokale gerechtelijke en regeringsoverheden ondernemen minder vaak transacties.
*kloosters, of in zaken betreffende kerkelijke leengoederen, als vertegenwoordiger van de bisschop.
* convent = klooster (met nonnen)
* monasterie = klooster (met monniken, priesters)
The geographical extent of the collection encompasses four dioceses of northern Spain, principally those of Barcelona and Vic, and secondarily those of Gerona and Urgell. Transactions most often involve residents of the parishes of St. Eugenia de Berga, St. Baudilius de Luçanesio, St. Fructuosus de Castro Terciolo, St. Andrea de Gurbo, St. Genesius de Pinu, St. Felix de Torilione, St. Maria Falguerolis, St. Ypolitus de Voltregano, St. Petrus de Castelleto, St. Petrus de Torilione, and, among the charters of the sixteenth and seventeenth centuries, St. Martinus de Arenys and St. Maria de Arenys. The population thus hails chiefly from the region bounded on the west and east by the rivers Llobregat and Ter, respectively, including the territory along the river valleys, south from Barcelona to Ripoll. The geographical distribution is also relatively concentrated, frequently within a thirty to forty kilometer radius frown Vic, with the exception of those charters from Barcelona, Ripoll, Camprodon and Vilafranca del Panadés.
De geografische omvang van de verzameling omvat vier bisdommen van noordelijk Spanje, hoofdzakelijk die van Barcelona en Vic, en vervolgens die van Gerona en Urgell.
Historical Content at the Collection. A large number of charters in the collection focus upon the administration of the castle or estate (castrum, domus, or staticum) of Montorroell in the parish of San Boi de Lluçanès, located approximately sixteen kilometers north of Vic. A relatively minor castle, Montorroell was a feudal demesne of the lord of Lluça, a local suzerain who wielded considerable authority over a number of smaller castles (such as Quer, Merles, Tornamira, and Olost) in the vicinity.
Historische Inhoud bij de Verzameling. In een groot aantal oorkonden van de verzameling is de nadruk gevestigd op het bestuur van het kasteel of landgoed (castrum, domus, of staticum) van Montorroell, in de parochie van San Boi De Lluçanès, gelegen ongeveer zestien kilometer ten noorden van Vic. Montorroell, een relatief minder belangrijk kasteel, was een leengoed van de Lord van Lluça, een lokaal soeverein vorst, die een aanzienlijke macht uitoefende over een aantal kleinere kastelen in de omgeving (zoals Quer, Merles, Tornamira en Olost).
5. The extent of the lord of Lluçà's infuence in Montorroell before the late fourteenth century remains unclear; however, documentation from the collection shows that in 1375 he shared one-third dominion over the castle with the lord of Conanglell, whereas the lord of Montorroell retained jurisdiction within the other two-thirds (MS 72). By 1409, the lord of Lluçà had acquired autonomy over this one-third portion of the castrum (MS 124), but he eventually surrendered this authority when the lord of Montorroell purchased the share from him in 1414 (MS 129). From at least 1297 until 1414 the lord of Montorroell owed fealty to the lord of Lluçà.
5. De omvang van de invloed van de Lord van Lluçà in Montorroell vóór de recente veertiende eeuw blijft onduidelijk; documentatie van de verzameling toont nochtans aan dat hij in 1375 voor één derde deelde in de heerschappij over het kasteel met Lord van Conanglell, terwijl de Lord van Montorroell de jurisdictie binnen de andere tweederden (MS 72) behield.
6. In 1410, for example, Raymundus Andrea de Sala, owner of Montorroell from 1386, renewed a pledge of fealty to the lord of Lluça, Raymundus de Pagaria (MS 220), while earlier, in 1343, before Galçerandus de Bisaura, lord of Montorroell from 1326 until that year, could exchange the castle with Raymundus Novelli of Ripoll, he required the consent of Andreas de Fonoylleto (Fenollet), then lord of Lluça ( MSS 37 and 38). A 1551 reference to a convinentia feudale dating from 1310 suggests that the lord of Montorroell was a castellan, or petty nobleman, who held the castle from the lord of Lluçà in exchange for an oath of fealty (MS 220). Thus, from the early fourteenth century (and possibly from as early as 1297), Montorroell and Lluçà had a mutual feudal agreement closely linking their administrative activities. Very little is known about the history of Montorroell itself. The earliest documentation, appearing outside the charters in this collection, dates from 1297 and records Beatrix de Conanglell, mother of Petrus de Conanglell, as the castle's owner.
6. In 1410 bijvoorbeeld, vernieuwde Raymundus Andrea de Sala, (eigenaar van Montorroell vanaf 1386) een belofte van trouw aan de Lord van Lluça, nl. Raymundus de Pagaria (MS 220), terwijl toen hij eerder, in 1343, (vóór Galçerandus de Bisaura, de Lord van Montorroell vanaf 1326 tot dat jaar) het kasteel kon ruilen met Raymundus Novelli van Ripoll, hij de toestemming vereiste van Andreas de Fonoylleto (Fenollet), toen Lord van Lluça (MSS 37 en 38).
7. By 1310, the castle had passed to the Bisaura (Besora) family, as indicated by a reference to a certain Bernardus de Bisaura's oath of fealty (found in the convinentia feudale mentioned above) to Bernardus Guillermus de Portella, lord of Lluçà in that year (MS 220). Sixteen years later, in 1326, Jacobus de Bisaura, nephew and heir of Bernardus, and his wife Agnes presented the fortress to Galçerandus de Bisaura, Jacobus' brother (MS 14),
7. In 1310, was het kasteel overgegaan op de familie Bisaura (van Besora), zoals vermeldt door een verwijzing naar een bepaalde eed van trouw van Bernardus de Bisaura's (gevonden in hierboven vermelde convinentia feudale) aan Bernardus Guillermus de Portella, Lord van Lluçà in dat jaar (MS 220).
8. but ownership seems to have been disputed between him and the lord of Lluça. In 1328 Marchesia de Portella, wife of the lord of Lluçà, settled a quarrel with Galçerandus de Bisaura in which Galçerandus had claimed title to the castle through the donation by his uncle and Marchesia through multiple purchases (MS 16). The dispute was settled with a large payment from Galçerandus, who retained Montorroell as a fief and thus reaffirmed the castle's feudal commitment to Lluça. In 1343, Raymundus Novelli of Ripoll, lord of the manor of Melannus [Milan], acquired Montorroell from Galçerandus through an exchange (MSS 36, 37,38). The castle passed to his sister Francisca in 1349 (MS 64) (through what appears to be at least one other family holder who died intestate) and then to his niece (Francisca's daughter) Romia Proheta by 1355 (MS 44). On April 9, 1371, Romia de Dachs (Proheta) sold Raymundus de Sala, draper of Vic, her two-thirds interest of the castle (MSS 64, 65, and 66).
8. maar het eigendom schijnt tussen hem en de Lord van Lluça betwist te zijn.
* Fief ; een toelage van iets van waarde, meestal land, van een Lord aan zijn Vazal.
* Intestate; sterven zonder wettelijke wilsbeschikking.
|