B21: WEIHNACHTEN 1940 .
De nacht na de onthullingen van de garde sliep Joseph heel onrustig. Steiner, verdomme: die kwal van een schoenlapper ! Die geschifte struikrover ,door iedereen gemeden als de pest ! En dàt zou zijn vader moeten zijn ? Zo'n stomme ,geborneerde rooie proleet ?! Werkelijk te gek om los te lopen !
Maar telkens opnieuw zag hij de scène in het bureel van Georgette Gunst terug voor zijn ogen opduiken. En veldwachter Calcoen nam daarin steeds meer de allures van een steracteur aan...
...Steiner ! Maar de Cyriel meende het ernstig en was hélemaal niét zat: " Steiner noemde nu wel niet 'Rudolf' met zijn voornaam, maar 'Rudy' was zoiets als een soortement verkleinwoord."
" Hij staat in géén geval op de eerste kieslijst van Westende! " poneerde Georgette als dooddoener.
Maar de garde barstte in hoongelach uit: " Allee, zotte trees, wat zoudt ge willen ? Een Duitse krijgsgevangene die hier komt kiezen ? Na den Groten Oorlog heeft hij een tijdje in 't kamp van Schore vast gezeten , ja, en meegeholpen met het ontmijnen van de Ijzerpolders. Maar in '22 zijn al die gasten vrijgelaten en de meeste zijn weergekeerd naar de Heimat...Steiner niet, die is op den duur gaan werken in de koolputten van de Borinage en is eerst na tien jaar ondergronds mijnwerk Belg kunnen worden. En na de grote stakingen dààr van '36 is hem veroordeeld geworden en na zijn zes maanden bak verplicht geweest van hiér te komen wonen..."
De garde had verbazend zeker van zijn zaak geleken en Joseph meende zich zelfs te herinneren dat hij eens dubbelzinnig had geknipoogd toen hij Steiners vrijlating in 1922 vermeldde... Inderdaad, 1922, het jaar dat het jonge meisje Marie Cattrysse door die verdomde Rudolf verleid werd...Of door Rudy, voor zijn part. Of door Jan, Pier of Paul misschien, zoals Paul Hasard, Pier Palink of Jan Engelborghs. Alhoewel: de mééster was hartstochtelijk door Georgette vrijgepleit en de portrettentrekker kreeg reeds een alibi van Jetje en nonkel René... Maar wie weet hoeveel lijken er nóg uit de kast zouden vallen ! Eerlijk gezegd, Joseph WIST het niet meer...
Bij de eerste de beste gelegenheid moest hij tóch eens proberen een serieus gesprek met die zatlap te voeren. Maar makkelijk zou dat zéker niet gaan !
Met Kerstavond had Marie op algemene aanvraag pannekoeken gebakken, met wit meel en olie dat ze op de kop had kunnen tikken in ruil voor een kilo tong. Want ondertussen had ze geleerd het "zooitje" vis dat Leon iedere avond mee naar huis bracht bij boer, bakker of kruidenier om te ruilen tegen àndere schaars geworden eetwaren zoals vlees, boter en eieren.
Nu lagen de twee jongens goed volgevreten in het salon elk in hun zetel te bekomen - Leon met de snurkende hond op zijn buik - nagenietend van de geurige zoete wellust. Het kartonnen stalletje van Bethlehem pronkte met zijn veelkleurige bemanning devoot onder de petroleumlamp op de lage buffetkast: het kromgetrokken resultaat van een week knip-en-plakwerk met ersatzlijm. Joseph was toch fier op zijn bouwwerk, geduldig samengesteld met de onderdelen en de mystieke figuurtjes die hij volgens de stippellijnen had geknipt uit de speciale Kerstbijlage van 'De Dag'.
Marie zette juist de laatste afgewassen borden terug op het schab, toen ze buiten een tweestemmig mannenkoor hoorden aanzwellen. Ze luisterden gedrieën gespannen, en keken elkaar verwonderd aan toen hun tuinhek piepte en even later op de deur werd gebonkt. Jupps stem herkende ze direct, maar er was nog iemand bij...Verdomme, wat nu weer ! ?
Toerrah begon als een razende te blaffen en Marie moest hem met een schop het zwijgen opleggen voor ze de deur opentrok. Voor haar stonden twee aangeschoten militairen in de dikke sneeuw schaapachtig te lachen, de armen vol flessen en papieren zakken. En aan Jupps wijsvinger een gebakkarton waarin ze zijn geliefde Schwarzwalderkuchen vermoedde. Hardop telden ze samen: " Eins, zwei...", en brulden toen in koor: " Ein Frohes Weihnachten, Maria! !", om het dan weer onbedaarlijk uit te proesten...
Marie had zich van de schrik hersteld en riep - met het oog op haar kinderen - vormelijk verrast: " Mein Gott! Herr Un-ter-of-fi-zier Deu-ting-er, was soll das nu bedeuten?!"
" Marie! ", lachte hij vettig, met een even nadrukkelijke knipoog, " Marie, du darfst Jupp zu mir sagen...Und das hier", en hij wees op zijn clownesk monkelende kornuit, " diese schandlich besoffene Bestie hier, ist mein guter Freund Ferdinand...aber du sollst Ferdi zu ihm sagen! Und du, Ferdi, du blödes Ungeheuer, sag mal schön 'Guten Tag' zu die gnädige Frau Petré, ja und schnell, zack-zack!"
" Frohes Weihnachten, gnädige Maria! ",brulde Ferdinant opnieuw, terwijl Jupp haar onhandig omhelsde, en daarbij een fles Cognac op de vloer liet vallen, die ontplofte in een schervenregen en een geurige walm van zoete alcohol.
" Ach, Scheisse Jupp, du Sau! Wie schade ! Seh' mal an: den schönen Cognac! ", en Ferdi wilde op zijn knieën de dure drank van de tegels afslurpen. Maar Joseph en Leon schoten in actie en sleurden de mannen de keuken in, terwijl Marie al een bezem greep om de smurrie en de glasscherven rap in een hoek te vegen.
" Wie heisst du ? Josef ? Ich heisse auch Josef, aber du darfst Jupp zu mir sagen! ", herhaalde hij genadig..."Und hier", riep hij als een marktkramer,"ein Geschenk für die Mutti! ", en gaf haar een mooi pakje in kleurrijk Kerstpapier.
Haar hart schoot omhoog van schrik: met wat kwam die idioot, die lieve domme idioot, nou weer aandraven ? Hopelijk zette hij haar in bijzijn van haar jongens niet te kijk met een té duidelijke, té intieme gift...
Met trillende vingers en een stijve glimlach op de lippen maakte ze voorzichtig het pakje open...
Het viel nogal mee: drie paar zijden kousen, ragfijn en amberkleurig, zoals ze de sjieke dames in Oostende had zien dragen. Ze lachte opgelucht: echt compromitterend kon je dat niet noemen. Voor het zelfde geld was hij misschien met een hoeren-setje zwart-rood glimmend ondergoed op de proppen gekomen...
" Küss den Herrn! ",riep Ferdi uitnodigend. Ze gaf eerst Jupp en dan zijn kompaan twee klinkende zoenen op beide wangen, zodat niemand er aanstoot aan kon nemen, al vonden de jongens haar élan nogal ongewoon.
" Und das ist für dich, mein Sohn! ",riep Jupp om de spanning te breken. Het bleek een mooi ingebonden boek te zijn van de Scandinaafse schrijver Knut Hamsun.
" Hoe het groeide", las Marie de titel over de schouder van haar zoon. Wilde die zatte kwibus daarmee soms een erotische allusie maken op hun verhouding ? Als steek onder water kon dat in elk geval tellen, vond Marie. Maar ze liet niets merken.
" Und hier etwas für unseren tüchtiger Bursche, Leo !"
Voilà, daar hebt ge't spel ! Hoe kon hij nu de naam van haar jongste kennen, als deze zich niet eens had voorgesteld ! Maar niemand struikelde over deze stommiteit, zelfs Leon niet, die maar werk had om zijn pakje open te scheuren...
Een dikke donkerblauwe zeemanstrui met zware rolkraag ! Vette schapenwol en waterafstotend! Juist wat hij zo dringend nodig had maar nergens meer kon vinden! Dit model leek wel verdacht erg op de uitrusting van de Kriegsmarine maar onder zijn roestbruine oliejekker zou geen kat dit merken...Hij paste ze geestdriftig: er was nog ruimte voor zijn afgedragen wollen goed eronder. Mensen, nu was hij gered! En blij als een vogel schudde hij ietwat vormelijk de hand van de milde gever: "Een dikke merci, Meneire! "
" Scheisse Leo, ich heisse Jupp, ja! " En met een gemoedelijk bedoelde klap op de schouder van de kleine wimpelde hij resoluut elke verdere dankbetuiging af. Met hete ersatzkoffie hoopte Marie de mannen weer min of meer bij hun positieven te helpen, maar aangezien de schobbejakken daarbij terzelfder tijd een fles Duitse Schnaps kwistig lieten rondgaan, was het vechten tegen de bierkaai. Ferdi poogde onderwijl snotterend het gebakkarton terug in vorm te duwen waar hij per ongeluk op was gaan zitten, maar de Scharzwalder konden ze verder vergeten. Ook de jongens tastten duchtig naar de fles, ondanks de kwade blikken van Marie. Toen evenwel iedereen op den duur in een jolige stemming geraakte gaf ze ontmoedigd alle weerstand op en nam berustend zelf een flinke borrel, met een gezicht alsof ze naar de guillotine moest...
Ze was maar bang dat Jupp zich met zijn zatte kop zou verspreken over hun zondagse escapades en wierp hem geregeld met gefronste wenkbrauwen over tafel sluiks een seintje toe. Maar dat wimpelde hij echter telkens grinnikend af, de vinger gestrekt voor zijn getuite, dikke lippen.
" Ik heb het wel begrepen! ",moest dit grimas beduiden, "Ik hou m'n wafel wel dicht, wees maar niet ongerust"...De jongens verstonden er echter uit dat hij om stilte vroeg, om voor de zoveelste maal samen met Ferdi hun triestige mélopée nog eens aan te heffen:
" Alle Tage ist kein Sonntag .
Alle Tage gibts kein Wein...
Aber du sollst alle Tage
Recht lieb zu mir sein..."
Marie vond Jupps kwijlerige hondenblikken daarbij maar zó en zó.
..." Und wenn ich einmal tot bin, . Sollst du denken an mich,
Alle Tagen in Weinglut,
Aber weinen darfst du nicht! ..."
Ferdi kreeg het na deze lange tweestemmige uithalen en tremolo's steevast op z'n heupen en zocht dan snikkend troost tegen de schouder van Marie.
Joseph was al een tijdje met dubbele tong tegen Jupp aan 't oreren over de vaste vriendschapsbanden tussen Vlaanderen en het Derde Rijk, maar deze had daar geen oren naar en onderbrak hem regelmatig met een lallend: " Ach Scheisse, du blöder Hund! Hier, trinke mal! Prosit! !" Waarop Ferdi weer wakker schoot en voor de zoveelste maal een afgezaagd dronkemanslied ter ere van "der Gemütlichkeit" aanhief!
De sterke drank begon Marie er tegen middernacht ook onder te krijgen en toen Leon, na een hartverscheurende kotsvertoning in de sneeuw, lijkbleek beddewaarts afdroop, vond ze dat het welletjes was geweest.
Met veel moeite werkte ze haar 'gasten' naar buiten, werd op de drempel nog uitvoerig gekust en hoorde hen even later in de melkwitte ijzige maannacht gearmd wegzwalpen, onderwijl luidkeels in een sappig Keuls dialect hun bodemloze weemoed uitschreeuwend:
" Wenn ich an meine Heimat denke...
Seh' ich den Dom so vor mir stoan!
Wenn ich an meine Heimat denke... .
om dan, na een diepe adempauze, hun hartepijn uit te krijsen:
" Ich möcht'zu Fuss nach Keu-eu-eu-le goan! "
Marie likte om zoveel opgekropte heimwee een zoute traan weg en blies dan opgelucht in de holte van haar hand de lamp uit...Al bij al was de eerste kennismaking van Jupp met haar kinderen nog goed verlopen. Enkel jammer dat ze niet aan de Schwarzwalderkuchen waren toe gekomen, die hij had meegebracht. Daar bleef nu enkel in de gedeukte doos nog een vette bruine brij van over! Nog enkel goed voor Toerrah, morgen.
Dan was het voor die jongen ook eens feest...