Poortersbriefje


|
Poorters Wat is een poorter? Voordelen van het poorterschap Poorterboek: bron voor genealogie Poorterbriefjes Vlamingen in Amsterdam Geo-informatie http://gemeentearchief.amsterdam.nl/home.nl.html
|
SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA
Poortersbriefje

|
Poorters Wat is een poorter? Voordelen van het poorterschap Poorterboek: bron voor genealogie Poorterbriefjes Vlamingen in Amsterdam Geo-informatie http://gemeentearchief.amsterdam.nl/home.nl.html
|
Geschiedenis van de Straatlantaarn

|
Straatlantaarn
Geschiedenis
In 1505 voerde de gemeente Amsterdam de verplichting in om na negen uur ’s avonds op straat een lantaarntje mee te dragen. Dit kan worden gezien als de voorloper van de openbare straatverlichting, maar de straatverlichting zoals wij die nu kennen dateert van later datum.
Als eerste stad begon Den Haag op 14 december 1570 met het aanbrengen van 33 straatlantaarns in de binnenstad. Dit aantal bleef decennia lang gelijk. Amsterdam volgde bijna 100 jaar later in 1669 met het aanbrengen van straatverlichting, onder leiding van Jan van der Heijden. Na een jaar waren daar al 1800 lantaarns geplaatst of opgehangen.
Aan het eind van de 18e eeuw werkten Jan Pieter Minckeleers, Philippe Lebon en William Murdoch onafhankelijk van elkaar aan een lamp die op gas kon branden in plaats van petroleum, wat tot dan toe naast kaarsen de belangrijkste vorm van verlichting was. Maar al deze lampen moesten elke avond één voor één door een lantaarnopsteker worden aangestoken. Met de komst van elektriciteit was het niet meer dan een schakelaar omzetten; een enorme luxe voor die tijd. In 1884 was Timişoara (stad in toenmalig Oostenrijk-Hongarije, thans Roemenië) de eerste Europese stad met elektrische straatverlichting.
Later gingen veel steden over op tijdschakelaars. Per wijk gingen de lichten automatisch aan of uit.
Tegenwoordig wordt gedetecteerd of de zon voldoende licht geeft. Als de zon onder is, gaan de lichten aan, en als de zon opkomt, gaan de lichten uit.
In 2005 is er in Ede een proef gestart met lantaarnpalen die voorzien zijn van leds als lichtbron.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Straatverlichting
1570, het prille begin
De geschiedenis van de openbare verlichting in Den Haag begint op 14 december 1570. Toen nam het stadsbestuur van 's-Gravenhage tijdens een vergadering in het stadhuis aan de Groenmarkt, het besluit Den Haag openbare verlichting te geven.
Het staat nergens met zoveel worden geschreven maar het kan haast niet anders of het besluit om de stad te verlichten werd genomen om de onveiligheid bij donker tegen te gaan. Den Haag was toen geen welvarende gemeenschap meer, zoals een eeuw tevoren.
33 Lantaarns op straat lijkt niet veel maar daarbij moet de toenmalige omvang van Den Haag wel meegerekend worden. Den Haag telde in die tijd zo'n duizend huizen. Vaste, dagelijks door de overheid verzorgde straatverlichting was er vóór 1570 niet.
1670, het ontwerp voor de Haagse straatlantaarn
De verdere ontwikkeling van de straatverlichting heeft de eerste honderd jaar na 1570 vrijwel stilgestaan. In ieder geval was het aantal lantaarns in 1638 nog niet toegenomen, want een stedelijke rekening uit dat jaar vermeldt dat de man die "voor het ontsteecken van 33 lantaernen, doorgaens door de Haeghe" verzorgde, van de Magistraat een nieuwjaarsfooi had gekregen van 42 stuivers.
Notulen van 23 januari 1673 vermelden dat Jan van der Heyden 93 gulden heeft ontvangen voor het maken van een ontwerp voor de Haagse straatlantaarn. Toch duurde het nog tot 1679 voor de driehonderd bij Van der Heyden bestelde lantaarns in Den Haag waren geplaatst. Deze lampen brandden op olie.
1780, het tijdperk van de gaslampen
De Nederlander Jan Pieter Minckelers ontdekte rond 1780 dat steenkoolgas niet alleen prima geschikt was om luchtballons te vullen maar ook zeer brandbaar was. De sceptici van zijn vinding overtuigde hij van zijn gelijk door zijn collegezaal aan de universiteit van Maastricht in 1785 met behulp van lichtgas uit steenkool, te verlichten. Als de tijd er rijp voor is, vinden vergelijkbare uitvindingen vaak op meer plaatsen tegelijk plaats. De opmars van de gasverlichting, ten koste van de olielampen was onstuitbaar.
In Den Haag had men het Binnenhof gekozen als plaats voor een eerste experiment. Op 2 januari 1820 werden de gaslichten ontstoken en de bewondering was groot. Helaas duurde dit eerste experiment maar een dag of tien, want spoedig ontstond er een schoorsteenbrandje boven de 'gas-stookplaats', die zich in een van de kelders van de Ridderzaal bevond.
1844, de gemeente gaat uitbesteden
Op den duur begon de gemeente wat te voelen voor het uitbesteden van de verlichting. Er werd een dertigjarig experimenteel contract afgesloten met de fabriek en vennootschap Goldsmid en Co. Verder verbond Goldsmid zich om buizen te leggen, lantaarnpalen te plaatsen en de stad te verlichten met 880 gaslantaarns, namelijk 280 eerste klas lichten (met 14 kaarsen) en 600 van de tweede klas (8 kaarsen). Daarnaast moest op 1 januari 1846 de gehele straatverlichting, met uitzondering van Scheveningen, zijn overgegaan op gas.
1853, klachten en overname
In 1853 werd er een Bond van (ontevreden) Haagse Gasverbruikers opgericht. In maart 1853 somde hij zijn klachten tegen het gas uit de fabriek van Goldsmid op. "Het Haagse gas had vergeleken met andere gasleveranciers in den lande: weinig lichtkracht, grote consumptie, hoge prijzen en een onbegrijpelijk slechte constructie van de waaijerbek".
Naar aanleiding van de klachten van deze bond zetten B&W een studiecommissie aan het werk. De raad besloot op 20 februari 1872 om de gasleverantie na 1 januari 1875, de datum waarop het contract met Goldsmid afliep, in gemeentelijke handen te nemen.
Na de opkomst van de elektriciteit waren de dagen van het gaslicht echter snel geteld. Reeds tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het proces versneld door de gasrantsoenering, waartoe de kolenschaarste gedwongen had.
Omdat bovendien de opwekking van elektriciteit minder kolen kostte dan gas stoken, werd het besluit genomen in principe alle gaslichten geleidelijk te vervangen door elektrisch licht. Ondanks de opmars van de elektriciteit kende Den Haag in 1905 nog steeds drie openbare olielantaarns uit de achttiende eeuw. Pas in 1910 werd de laatste olielantaarn opgeruimd.
|
Bodeman en Dijsselhof

|
Bodeman, Willem geb. Amsterdam 1806 - overl. Bussem 1880 |
Kleding ca 1900 Breestraat
Het gemak dient de mens. Over poepen en piesen

|
Het gemak dient de mens. |
Nog eenmaal: verzamel uwen mest
|
Theorie en praktijk van de ‘Kwestie der Faecaliën' in de 19e eeuw
Myriam Daru
Ene natie, die haren mest laat verloren gaan, is het verwonderlijk, dat zij klaagt over de honger? Het Nederlandsche volk is in dezen gelijk dan den goudsmit, die de stukjes, welke van de voorwerpen worden afgefeild en op de grond nedervallen niet verzamelt maar verwaarloost. (...) Nog eenmaal: verzamel dan uwen mest, treed in overleg met de plaatselijke besturen om voor haar al het vuil te verzamelen en breng alles over uw land. (...)
Poep als gevaar Het idee dat rioleringsnetwerken zijn aangelegd als direct gevolg van de angst voor terugkerende cholera-epidemieën en het voor de tijd van de bacteriologie leggen van een eenduidig oorzakelijk verband tussen de poep van choleralijders en de de verspreiding van de ziekte is een opvatting die niet door archiefonderzoek wordt bevestigd. Er waren rond 1850 verschillende met elkaar concurrerende verklaringsmodellen voor cholera. De Engelse epidemioloog Simon (1816-1904) meldde in 1856 in zijn Report (...) on cholera epidemics vertwijfeld: "Under the specific influence which determines an epidemic period, fecalised drinking and fecalised air equally may breed and convey the poison."
In Nederland was er na de epidemie van 1866 een onderzoekscommissie ingesteld.
Het rapport van deze commissie tot onderzoek van drinkwater, in l868 uitgegeven, vermeldt een geval van verspreiding van cholera in Groningen dat praktisch dezelfde kenmerken vertoont als het beroemde onderzoek van John Snow over de Londense Broadstreet pomp uit 1848, waarin het verband tussen de hendel van een waterpomp en de verspreiding van cholera werd aange toond.
Wensbeelden en praktijk. Het beeld van de door grote volumes water onschadelijk, onzichtbaar en geurloos gemaakte poep en de perfect centraal georganiseerde netwerken dat Chadwick en de zijnen voor ogen stond correspondeerde aan het einde van de 19e eeuw niet met de werkelijkheid. De besturen van veel Europese steden schrokken voor de investeringskosten die een dergelijke infrastructuur met zich meebracht. In Nederlandse steden zijn vaak halve maatregelen genomen en zijn riolen ad hoc aangelegd zonder dat er sprake was van een samenhangend systeem. Een voorwaarde voor de systematische afvoer van faecaliën via riolen was de algemene aanwezigheid van water en de aanschaf van wc's, iets dat zich in Nederland in een veel trager tempo doorzette dan in de grote steden van Engeland en Duitsland. Europese hygiënisten waren verdeeld over de gevaren van spoelsystemen. In Nederland waren zij vaak voorstanders van het Liernurstelsel, omdat het zorgde voor een gescheiden afvoer en niet ongecontroleerd terechtkwam in het water of in de bodem. Als tweede keus vonden zij het tonnenstelsel een aanvaardbaar compromis. Het verschil tussen het tonnenstelsel en de tot dan gangbare pacht van de faecaliënophaal was de regelmaat en de betrouwbaarheid die de gemeentebesturen van een centraal en gemeentelijk georganiseerde dienst verwachtten.
Aan het begin van de eeuw waren gemeenten nog geneigd dergelijke diensten als een taak voor particuliere ondernemers te beschouwen. Na 1850 ontwikkelden zich in de gemeenten nieuwe organisatievormen om het hoofd te bieden aan de problemen van verstedelijking. Een groot aantal gemeentelijke reinigingsdiensten is dan ook ontstaan met als hoofdtaak de ophaal en de verwerking van poep door middel van het tonnenstelsel en het leeghalen van beerputten en daarnaast de ophaal van droog afval en de stadsreiniging. Hoezeer men op de ophaalsystemen studeerde, het lukte niet om lekkages en stankverspreiding uit te roeien. De ironische uitdrukking ‘Boldootkar' spreekt wat dat betreft boekdelen. Het gevolg was dat de ophalers zich begaven binnen het privé-domein van burgers. In sommige gemeenten moesten mensen in aller vroegte met hun tonnetjes naar de karren komen. De ene gemeente zorgde voor een goed onderhoud van de tonnen, de andere minder. Dat betekende dat de faecaliën weleens in open emmers naar de ophaalwagen klotsten en dat na een ophaalbeurt de nodige sporen achterbleven, iets wat niet alleen esthetisch maar ook hygiënisch bezwaarlijk was. Soms moest het poep-tonnetje dagenlang op het balkon van een huurwoning staan, waar het ook weleens omviel. Niet precies wat de hygiënisten voor ogen had gestaan. Bij de aanleg van nieuwe wijken voor welgestelde burgers rond de eeuwwisseling is lang niet altijd een rioleringsstelsel aangelegd. Een voorbeeld is de wijk 't Zand bij het station van Den Bosch, waar bij alle huizen septic tanks (met waterdicht metselwerk) gebouwd werden. Riolen dienden alleen om overloop in geval van nood naar het dichtsbijzijnde open water te leiden. Zo kon in de huizen het nodige sanitaire comfort aanwezig zijn zonder centraal rioleringssysteem. Tegelijk bleven de eigenaren de volledige controle houden op het door hun huishouden geproduceerde beer. Bouwverordeningen konden pas de verplichting waterclosets in te bouwen opnemen toen de wc's ook daadwerkelijk op de riolering konden worden aangesloten. In de bouwverordening van Amsterdam kwam deze verplichting pas in 1935 te staan. Ook bij het Liernurstelsel was er een kloof tussen de ideaalbeelden van de uitvinder en de werkelijkheid. Liernur klaagde altijd over het onbegrip, zowel bij bewoners als bij bestuurders. De smalle buizen van het Liernurstelsel raakten verstopt wanneer bewoners de meest uiteenlopende vaste afval in de closets gooiden. Het gebruik van Liernurstelsel eiste (te veel) discipline van de bewoners. Het was gebaseerd op ‘pure poep' en urine. Elke toevoeging en vooral het in de pot gooien van veel schrob- en spoelwater verstoorde het systeem. Het Liernurcloset had ook het nadeel dat er altijd een hoeveelheid uitwerpselen bleef staan. Het vertrouwen dat Liernur stelde in de combinatie van ventilatie en een eigen syfon-ontwerp om de geur te neutraliseren kwam niet overeen met de waarneming van bewoners. Toen de opmars van waterleiding en waterclosets onstuitbaar bleek, moest hij wel aanpassingen invoeren. Zijn latere ontwerpen hielden wel rekening met hybride closets, maar het doek viel toch vrij snel over zijn ingenieus maar ingewikkeld systeem. Liernur en de hygiënistische voorstanders van tonnensystemen werden door invloedrijke en machtige gezondheidstechnici als Durand-Claye in Parijs en Hobrecht in Berlijn omschreven als vijanden van de moderniteit. Zowel Durand-Claye als Hobrecht kregen hun zin. Achteraf lijkt het erop dat de oorlog om de riolen (in Frankrijk spreekt men van ‘la bataille du tout-à-l'égout') door de tegenstanders van waterverspilling en van watervervuiling al snel is verloren, maar voor de plaatselijke overheden in kleinere steden en in dorpen viel het niet mee om het model van de metropolen te volgen.
|
Wet tot regeling van het Nederlandsche Muntwezen
|
De maat- en gewichtstelsels die gedurende 17de eeuw in de Republiek werden gebruikt waren heel verschillend van het huidige metrieke stelsel welke pas aan het begin van de 19de eeuw in Nederland werd ingevoerd. Ook het toen gebruikte muntsysteem was anders en zelfs de tijdrekening kon toen voor hoofdbrekens zorgen. Amsterdam - pond 494.09040 gr. Den Haag - pond 469.728 gr.
|
Maat- en gewichtstelsels die gedurende 17de eeuw
|
De maat- en gewichtstelsels die gedurende 17de eeuw in de Republiek werden gebruikt waren heel verschillend van het huidige metrieke stelsel welke pas aan het begin van de 19de eeuw in Nederland werd ingevoerd. Ook het toen gebruikte muntsysteem was anders en zelfs de tijdrekening kon toen voor hoofdbrekens zorgen. Amsterdam - pond 494.09040 gr. Den Haag - pond 469.728 gr.
|
Jubileum Soeur Marie Brigitte (Coralie Marie Sala)

|
Coralie Marie Sala geb. 15/02/1851 te Mouscron ovl. 12/01/1938 te Gent
Kloosterlinge: Zusters Der Bijloke te Gent (mei 1874) – Rév. Soeur Marie-Brigitte
|
San Michele 1

|
Het kerkje San Michele te Visino waar Omobono Sala trouwde met Catherina Frigeri en hun 11 kinderen werden gedoopt |
San Michele Visino 2
San Michele Visino 3
San Michele Visino 4

|
San Michele Visino
|
San Michele Visino 5

|
San Michele Visino
|
Schilderij Carlo Sala 1912 - 2005
Krant: advertentie overlijden Josepha Jacoba Muskeijn

|
Krant: advertentie overlijden
Josepha Jacoba Muskeijn Geb. Antwerpen 17-07-1795 Overl. Sint Oedenrode 15-03-1875 Echtgenote van Jean Baptiste Louis Sala
|
Krant: Faillisement Louis Sala Kunsthandelaar
Krant Soeur Marie Alberte (Maria van Geluwe)

|
Zestig jaar van religieus leven. Zuster Alberte vierde 60 jaar religieus leven Zij werd geboren in 1883 te Mouscron en wijdde zich gedurende meer dan 50 jaar aan de zorg voor de zieken toe.
|
Krant albergo Sala - La Provincia Erba - Lunedi - 19 dicembre 2005.


|
UNA TRADIZIONA ANTICA
La loro famiglia manda avanti l'albergo da prima che l'Italia diventasse una nazione unita, nel 1861: "Il mio bisnonno Paolo - spiega Franco Sala - aveva avviato l'attività nella prima metà del 1800, ma non sappiamo esattamente quando. Nella struttura originaria c'erano una posteria, una trattoria , alcune camere e une stalla per il ricovero dei cavelli (foto Bartesaghi)
Il rinnovo della licenza dadato 1882 Onder het document; Vernieuwing van de vergunning in 1882
www.albergosala.com
La Provincia Erba - Lunedi - 19 dicembre 2005 Già albergatori quando l'Italia non esisteva L'hotel Sala lavora da prima dell'Unità In quattro generazioni la storia di Valbrona Il rinnovo della licenza del bisnonno dell'attuale titolare è dadato 1862
VALBRONA I cocchieri dei signori dell'Italia sabauda sollevando con le loro carrozze un nugolo di polvere arrivavano fino a Valbrona per ricoverare I cavalli e godersi qualche ora di pace e tranquillità. A loro si avvicinava Paolo Sala, apriva lo sportello ed estrae- va la piccola scala, per condurre a braccetto le donné con I larghi cappelli all'interno del suo albergo, mentre gli uomini scaricavano le valigie dal tetto. Erano i giorni in cui l'eroe Garibaldi costruiva il suo mito sbarcando in Sicilia e unificando il Paese. Era-il I860 e tra le poche case sperse sulla piana svettava la figura maestosa e finemente decorata dell'albergo Sala,allora trattoria. Non si sa con precisione in che data la struttura fosse nata, ma è certo che già allora un Sala era sulla porta ad attendere i clienti. "Il documento più antico che prova l'esistenza del nostro albergo è datato 1862 - spiega Franco Sala , con il figlio Lorenzo gestore oggi della struttura - Si tratta del rinnovo della licenza, emesso a nome del mio bisnonno Paolo in quell'anno; l'apertura dell'albergo è avvenuta chiaramente prima, ma purtroppo non sappiamo quanto." La licenza recita, montivando il rinnovo... "Perché non fu condannato per crimini e delitti, o più d'una volta per contravvenzioni per l'esercizio del suo stabilimento." "Allora l'albergo era proprio di fronte all'attuale sede, ed era strutturato in modo diverso da adesso: c'erano una posteria e una trattoria con alcune camere - racconta ancora Franco Sala - Negli anni 30 mio padre costruì il salone attuale, con al piano interrato una stalla per cavalli e carrozze, e al piano superiore la cascina. Il salone è quello che vedete, e a quegli anni risale anche il camino. Quando ho ristrutturato, in quella zona ho trovato la buca per il fieno che dalla cascina, passando per il salone, portava il foraggio ai cavalli ricoverati nella stalla."
Da almeno quattro generazioni dunque i Sala gesticono l'albergo di Valbrona: "Quattro generazioni sicuramente: è un peccato non sapere la data esatta d'inizio dell'attività; d'altra parte sono passati davvero tantissimi anni." Ora la struttara guarda con fiducia al futuro, un futuro che parte dalla presenza ormai consolidata in paese: "Negli ultimi anni è cambiato qualcosa, il mercato del lavoro si è ampliato e ora anche d'inverno ospitiamo spesso e volentieri tecnici ed operai nelle nostre stanze.
Giovanni Cristiani |
Kranten
|
200 jaar brandweer in Tilburg Auteur: ir. Rob van Putten
Jaargang: III (1985) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur- Nummer: 4- Pagina' s:3-64.
1913 Zondag 7 december, ca. 15.00 uur. Een uitslaande brand legt een deel van de sigarenfabriek Gebr. Sala aan de Stedekestraat in de (sigaren)as.
Kranten Krant: TC Datum 27-4-1879 Artikel Ondertrouwd Louis Sala van Tilburg en Justine van Wely te Roosendaal 17.4.1879.
Krant: TC Datum 8-1-1880 Artikel Het jaarlijkse Armen Concert op Driekoningendag door de Nieuwe Koninklijke Harmonie heeft f1200,- opgebracht. Ook in omliggende plaatsen worden dergelijke actie's voor de armen gehouden. De nood is dit jaar bijzonder hoog vanwege de zeer koude winter. De Souvenir des Montagnards gaat een grote tombola organiseren ten bate van de armen. Een groot aantal prijzen worden ingezameld, en loten zijn te koop bij de volgende personen: E. Janssens, H.M. Rosendaal, Fr. Lommen, F. Jansen, Arn. Pollet, J. Hartogensis, Jansen-Marijnen, J. Vrancken, Leo Swagemakers, Ch. Verschuuren, Armand Diepen, M. Goijarts, Jansen-Koene, Louis Lommen, P.C. Kooij, Theo Bronsgist, Sebald Sala, L.G. Swagemakers, N. Daamen.
Krant: TC Datum 17-5-1885 Artikel Op de tentoonstelling te Antwerpen zijn de Gebr. Sala en Pieter van Dooren, als vertegenwoordigers van de Tilburgse wollenstoffen industrie aanwezig. Ook de geperforeerde zittingen van de stoelenfabrikant J. van Hoof te Tilburg oogsten veel succes. De firma Gebr. Lommen is vertegenwoordigd met vernislakken.
Krant: TC Datum 6-3-1887 Artikel De volgende 36 firma's te Tilburg hebben hun schafttijd gesteld van twaalf uur tot half twee s'middags. G.C. van Spaendonck & zonen, C. de Wijs & zn., J. Meulesteen, Wed. Boxs & Zn., Swagemakers Ceasar, Muts aers van Kakerken, Janssens van Buren, M. Aelen, J. Brouwers, Van Dooren & Dams, Gebr. Kieckens, J.L. Donders & Zn., L.V. Ledeboer & zonen, B.T. Str{uml}ater, F.A. Swagemakers & zn., Van den Bergh Krabbendam, Bijvoet-Mutsaers & co., L.E. van den Bergh, A.Goijarts & zn., E. Lombarts & zonen, Mathijsen-van Gils, Tepe & Achterbergh, J.A. Blomjous, G. Bogaers & zn., Gebr. Sala, Andr{acute}e Lombarts, van Gorp de Wijs, Wed. J.B. de Beer & zonen, Janssens de Horion, A & N. Mutsaerts, W. Brands & zonen, Swagemakers- Bogaerts, J.A.A. Kerstens, De Kanter-van den Heuvel, F. de Wijs & de Rooy, H. Mommers & zonen.
Krant: NTC Datum 14-8-1887 Artikel De fabriek van de Gebrs Sala in de Tuinstraat is in de nacht van zaterdag op zondag totaal afgebrand.
Krant: TC Datum 18-8-1887 Artikel Zaterdagnacht stond de stad in rep en roer door een grote uitslaande brand bij de gebroeders Sala in de Tuinstraat. Aan blussen viel niet te denken, alleen vier geblakerde muren bleven over.
Krant: TC Datum 19-8-1888 Artikel Vrijdagnacht stond voor de tweede keer de nieuw opgebouwde fabriek van de Gebr. Sala in brand. In minder dan een uur was de gehele inrichting die juist een grote uitbreiding en van nieuwe machines was voorzien, een prooi van de vlammen. Voor de arbeiders is het weer een hard gelag zonder werk te zijn.
Krant: NTC Datum 19-8-1888 Artikel Donderdagnacht is de pas opgebouwde fabriek van de Gebr. Sala in de Tuinstraat opnieuw door brand verwoest. Ook de nieuwste machines gingen verloren.
Krant: TC Datum 14-5-1893 Artikel De heer Alex van Glabbeek is in de plaats van S. Sala benoemd tot brandmeester in de wijk Heuvel. Tot meesterknecht aan de gasfabriek de heer A. van de Nouweland.
Krant: TC Datum 9-7-1899 Artikel Maandag jl. herdacht Jan Poulusse zijn 12,5-jarig jubileum bij de firma Louis Sala. Hij ontving 5 rijksdaalders van de directie.
Krant: NTC Datum 27-6-1901 Artikel De Tilburger Sebald Sala, is in de trein naar Parijs door twee vagebonden overvallen. Ondanks verwondingen slaagde de heer Sala tijdens een hevig gevecht beide bandieten te ontwapenen. Toen de trein op een tussenstation wilde stoppen, vluchtten zij uit de trein waarbij een der overvallers op slag werd gedood en de andere bewusteloos langs de spoorlijn werd aangetroffen.
Krant: NTC Datum 28-6-1901 Artikel Uitvoerig verslag over de overval op de heer Sebald Sala in de trein Mons-Parijs.
Krant: TC Datum 8-12-1901 Artikel Op zaterdag 14 December begint te Douai (Frankrijk) het strafproces wegens de moordaanslag op de Tilburgse fabrikant S. Sala. Deze overval vond plaats op 24 Juli 1901 in de spoortrein naar Parijs, hierbij werd een van de daders gedood en de andere dader werd zwaar gewond.
Krant: NTC Datum 28-1-1905 Artikel Ondertrouwd Ignaz Hoffsummer te Duren Duitsland met Maria Sala te Tilburg. Januari 1905.
Krant: TC Datum 27-8-1905 Artikel Woensdagavond brak brand uit in het ijzermagazijn van de firma W. van der Schoot. De brand ontstond op de modellenzolder waar vonken van de smeltoven, de droge lichtbrandbare voorwerpen in vlam zetten. De brand sloeg over op het dak van de naastgelegen wollenstoffenfabriek van L. Sala. Ook de rijtuigfabriek van de heer Schoenmakers-Hoefnagels en de parapluiefabriek van de heren Gimbr{grave}ere et fils liepen groot gevaar.
Krant: NTC Datum 10-5-1913 Artikel Ondertrouwd Jan L.S.M. Sala te Tilburg met Marie A.P. Loonen te Ginneken. 2 Mei 1913 Huwelijksvoltrekking 20 Mei 1913.
Krant: TC Datum 9-12-1913 Artikel Zondagmiddag is de sigarenfabriek van de firma Sala & Co. aan de Stedekestraat, nagenoeg tot aan de grond afgebrand. Ook een grote hoeveelheid sigaren en tabak gingen in de vlammen verloren.
Krant: NTC Datum 22-11-1921 Artikel In Memoriam Augustinus Bernardus Sala, in leven Pastoor en Deken van Ravenstein, geboren te Tilburg 22 October 1853. |