Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
E-mail mij
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
Doorheen de dagen
Ervaringen besproken
09-01-2021
DOOP VAN DE HEER
ZONDAG 10 JANUARI 2021
DOOPSEL VAN JEZUS IN DE JORDAAN
Kerstmis en de kersttijd zijn voorbij nu. Wij hebben de geboorte van Jezus en zijn eerste levensjaren hier op aarde met vreugde gevierd.
Vandaag gaan we een heel eind verder, wanneer Jezus rond zijn dertigste in het openbaar gaat optreden. En we horen in het evangelie dat Jezus door Johannes gedoopt wordt in de Jordaan.
Het is een uitnodiging om eens na te denken over ons eigen doopsel, en over onze bewuste keuze om Jezus na te volgen.
Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen,
hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde,
ik heb hem met mijn geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt hij niet af,
de kwijnende vlam zal hij niet doven.
(Jesaja 42,1-4)
Meteen toen Jezus uit het water kwam,
zag Hij de hemel openbreken
en de Geest als een duif op zich neerkomen.
En er klonk een stem uit de hemel:
`Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.'
(Marcus 1,10-11)
MIJN KIND, IN WIE IK VREUGDE VIND
Het waren mooie woorden in het evangelie. Wanneer Jezus uit het water komt, ziet Hij de hemel opengaan en de Heilige Geest daalt op Hem neer onder de vorm van een duif. En dan klinkt er een stem uit de hemel: `Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.'
Toen wij zelf als klein kindje gedoopt werden, heeft God op dezelfde wijze ook tot ons zijn liefde uitgesproken: 'jij bent mijn kind, van wie Ik heel veel hou en in wie Ik vreugde vind'. Helemaal heeft Hij ons toen zijn vriendschap en zijn liefde geschonken. En wij werden door en door kind van God.
Helemaal doordrongen van die liefde zijn wij dan onze lange weg gegaan van lief en leed tot op vandaag. Er waren dagen dat die liefde van God in ons zichtbaar was. En er waren ook andere dagen waarin wij verder van God verwijderd leken!
Laten wij dan altijd proberen om met heel ons hart te blijven geloven in de liefde, die Hij ons geschonken heeft en die Hij ons nog steeds toedraagt. En laten wij ook altijd proberen om vanuit die liefde te leven en op die manier onze omgeving een beetje meer tot een Rijk van God te maken.
Johannes doopt in de Jordaan, wanneer opeens de wolken breken en Jezus in gebed blijft staan, omdat een stem begint te spreken.
“Dit is mijn zoon van wie ik houd en heden geef ik hem uit handen, de Christus die mijn plan ontvouwt voor alle volken, alle landen.
Dit is mijn woord, dit is mijn stem, hem heb ik eeuwig uitverkoren, in hem kom ik tot u, door hem laat ik mij op de wereld horen.
Die armen, als hij van mij spreekt, in recht en redding doet geloven; die het geknakte riet niet breekt, de kleine vlaspit niet zal doven.
Dit is mijn liefde en mijn licht, dit is mijn heil vanuit de hoge dat vrijheid brengt en vrede sticht. In hem kom ik u onder ogen.”
Ik ben die voor je uitgaat op je wegen. Mijn sporen vind je op de weg waarlangs je gaat, soms in een woord dat zin geeft aan je leven, dan in een mens, die om je luist’ren vraagt.
Mijn boodschap lees je niet in sterrenbeelden, al praat men ook van eng’len in de nacht. Ik heb mijn vragen naar jou toegeschreven gewoon in mensen, in de taak die op je wacht.
Ik ben geen uitkomst van veel redeneren. Ik woon niet in wat zwevende gepraat. Ik kom je tastbaar in je kleine leven tegen en ben zo bang dat je me vallen laat.
Nu is het nacht en heel veel mensen zingen. Ook jij hebt voor dit feest een kerstboom opgericht. Maar mag ik in dit uur jou ook wat vragen? “Breng daar waar ’t donker is een vonkje van mijn licht.”
Driekoningen! De wijzen uit het Oosten volgden een ster, het was hun houvast. Ook wij zoeken houvast in ons leven, sterren, die ons de goede weg wijzen. En die licht en warmte geven, als kou en duisternis in ons de bovenhand hebben. Of die voor rust en vrede zorgen als we onzeker zijn.
Wij hopen op wondere dingen, die ons iets van God laten vermoeden en ons dichter bij Hem brengen .
Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld,
maar nu door de Geest geopenbaard
aan zijn heilige apostelen en profeten:
de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis,
maken deel uit van hetzelfde lichaam
en hebben ook deel aan de belofte,
op grond van het evangelie.
(Paulus aan de christenen van Efese 3,5-6)
Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen
en hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd
waarop de ster verschenen was.
Daarop zond hij hen naar Betlehem met de opdracht:
‘Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind,
en wanneer gij het gevonden hebt, bericht mij het dan
opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.’ …
En in een droom van Godswege gewaarschuwd
niet meer naar Herodes terug te keren,
vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
(Uit Matteüs 2,1-12)
‘LANGS EEN ANDERE WEG’
Een mooi kerstlied zingt, met de woorden van het engelenkoor, uit het geboorteverhaal van Lucas: ‘Vrede op aarde aan alle mensen, die van goede wille zijn.’
‘Van goede wille zijn’, is ontvankelijk zijn voor God en zijn genade. En vanuit die genade doen wat Jezus ‘zalig’ noemt in zijn Bergrede.
Mensen van goede wil zijn zalige mensen. Ze ontvangen Gods vrede en zien het goede, dat leeft in andere mensen. Zo brengen zij zelf ook vrede. En door hen zullen anderen ‘langs een andere weg’ leren gaan. Zoals de wijzen een andere weg kozen, na het zien van het kind in de kribbe.
De wijzen zochten met een ster een koning op een troon. Hoog gezeten. Iemand om naar op te kijken. Ze vonden een kind in een kribbe. Ze moesten naar beneden kijken. Die nieuwe invalshoek toonde de andere weg, die ze moesten gaan.
Ook wij zoeken het vaak bij de sterren en de sterken, terwijl God bovenal zichtbaar wordt in wat zwak, kwetsbaar en misschien gekwetst is. Eens we dat begrepen hebben, zullen ook wij een andere weg gaan om thuis te komen.
Welke weg?
‘Gods wegen zijn de wegen die Hij zelf is gegaan en die wij met Hem moeten gaan’, schreef Dietrich Bonhoeffer. Jezus kwam als een kind, niet als een koning. Alleen vanuit het onmogelijke kan de wereld vernieuwd worden.
Vanuit het onooglijke.
(Geïnspireerd door een kerstbezinning van Mark Van de Voorde)
Als 't Nieuwjaar is - 't is schoon om zien - schijnt elke mens een maatje groter, de gebaren wat ruimer, de glimlach veel breder.
Als 't Nieuwjaar is - 't is schoon om horen - wordt elke mens een beetje kleiner met meer en mooiere voornemens in de mond en wat uitgesproken spijt.
Als 't Nieuwjaar is - 't is goed om voelen - wordt elke mens een beetje week van binnen, zou hij ieder willen kussen en omhelzen en ieder mens het beste wensen.
Dit gebed werd oorspronkelijk geschreven door Dries Morel, zaliger gedachtenis, in 1997, bij zijn 50-jarig priesterjubileum op zijn geliefde Sint-Bernadetteparochie in Gent. Maar het kan evengoed vandaag, bij het begin van een nieuw jaar, gelezen en gebeden worden.
De jaren ons gegeven,
tijd van leven, van werk en van spel,
van succes en mislukking, alles wat voorbij is,
de mens, die we geworden zijn,
zegen dat alles, God,
zegen lief en leed.
De mensen die me hebben opgevangen
en aanvaard al die jaren,
de mensen, die me hebben geholpen,
geïnspireerd en gesteund,
zegen hen allen, God.
De kinderen die ik mocht opnemen
in onze gemeenschap,
de gezinnen, die gelukkig zijn,
en zij, die het moeilijk hebben,
de zieken, de eenzamen, de bedroefden,
die ik kon bezoeken en bemoedigen,
allen met wie en voor wie ik het Brood mocht breken,
Je hoop en je wanhoop bij God leggen, het is van alle tijden. Dat wordt op sommige plekken heel concreet.
Je moet er in ons land zelfs geen tijdscapsule voor hebben. Gewoon op bezoek gaan naar één van de mooiste dorpjes van Wallonië volstaat. Er bestaat daar een hele lijst van en het zijn stuk voor stuk goed bewaarde geheimen.
De Franse priester Hadelin was in de zevende eeuw druk bezig in onze streken. Hij was de leraar van de 9-jarige koning Siegbert en stichtte samen met Remaclus de abdij van Stavelot. In 669 had hij genoeg van al die drukte en gaf hij zijn leven een radicale draai. Hoe modern klinkt dat in onze oren!
Hij trok zich terug in een grot in een verlaten vallei.
Een paar vrienden van hem deden dat ook en woonden in ‘cellen’ in zijn buurt. Zo ontstond het dorpje dat tot op vandaag ‘Celles’ heet. Mensen kwamen van overal naar Hadelin toe, met hun hoop en hun wanhoop, hun pijn en hun liefde.
En zoals dat gaat als er iemand luistert met God in zijn hart: er gebeurden wonderen.
Mensen gingen gesterkt en getroost naar huis. Ook na de dood van Sint Hadelin bleven de pelgrims komen. Rond het schrijn met zijn overblijfselen werd een heiligdom gebouwd en later een Benedictijnerklooster. De Noormannen vallen er binnen, roven het leeg en steken het in brand. Maar het wordt weer opgebouwd en er strijken 12 kanunniken neer. Er zijn zoveel pelgrims dat het dorpje er welvarend van wordt. Tot ook dat weer voorbijgaat.
Alleen het kerkje blijft en je kunt er nog steeds zo binnenstappen. In de muur van de crypte zie je de nis, helemaal op maat voor het schrijn van Hadelin. Er staat ook een steen die een Gallische soldaat uit het Romeinse leger schonk als dank. Het wijwatervat, nu even buiten gebruik, is een doopvont uit de dertiende eeuw.
De houten koorbanken waarop de kanunniken zaten, zijn de oudste van België. Heel eenvoudig, aan de zijkant zie ik een uitgesneden haan. Er staat ook een kleine stenen koorlessenaar waarin sierlijke blaadjes zijn uitgekapt.
Het is heel bijzonder om op één plaats zo bewust terug te kunnen gaan naar al die momenten uit de geschiedenis.
De Romeinen, de Noormannen, de middeleeuwse pelgrims, ze lopen hier kriskras door elkaar en lieten hun sporen achter. Wie hier kwam met een eerlijk hart, legde zijn verlangens bij onze God en Vader, voor wie de eeuwen niet meer zijn dan een ademtocht.
Mensen zijn hier gekomen met persoonlijk verdriet, met zorgen om oorlog en ziekte, met wanhoop om verlies van have en goed door branden, misoogsten of gevechten.
Corona kan er ook nog wel bij, denk ik.
We lijken veel meer op de mensen van vroeger dan we denken. Gelukkig laat God ons nooit in de steek.