‘HIJ GAF ZIJN LEVEN’
MISSIEZONDAG - 21 OKTOBER
Dit weekend wordt Missiezondag gevierd. De traditie bestaat al heel lang, maar de voorbije jaren stellen we vast dat missie in het algemeen niet zo sterk meer aanspreekt.
De belangstelling voor de Jonge Kerken is erg teruggelopen. De ouderen onder ons kennen nog wel de beelden van zwartjes die in de winkel stonden en vriendelijk knikten als je er een muntstuk instak. Of we kennen nog de tijd, dat er zilverpapier gespaard werd voor de missies.
Maar de tijden zijn veranderd … daarom willen we in deze eucharistie eens ingaan op de betekenis en het belang van 'missie' of aandacht voor de Jonge Kerken in onze tijd.
De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen
en hem te doen lijden.
Waarlijk, Hij gaf zijn leven als zoenoffer
maar hij zal zijn nakomelingen mogen zien,
en lang blijven leven;
en wat de HEER behaagt
komt door Hem tot vervulling.
Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar
velen rechtvaardigen.
(Jesaja 53,10-11)
`Jullie weten dat zij,
die als heersers der volkeren gelden,
hen met ijzeren vuist regeren
en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
Dit mag bij jullie niet het geval zijn.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
zal de anderen moeten dienen
en wie van jullie de eerste wil zijn,
zal ieders dienaar moeten zijn,
want ook de Mensenzoon
is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen
en om zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
(Marcus 10,42-45)
NAAR DE MISSIES GAAN, WAAROM?
Waarom nog naar de missies of de Jonge Kerken gaan? Vroeger was de vraag ondenkbaar! Even vanzelfsprekend was het dat onze missionarissen gesteund werden. Nu is dat niet meer zo; voor velen is het ouderwets, alleen maar iets van vroeger. Ik zou enkele gedachten willen aanstippen:
1. De traditionele missiegebieden, Afrika, Azië en Latijns-Amerika, liggen in de derde wereld. Daarom verdienen zij onze aandacht en onze steun: in veel van die landen is de armoede schrijnend; als wij het evangelie zien als een boodschap van hoop en leven voor de concrete mens in zijn concrete, dagdagelijkse leven, dan kunnen wij als christen niet voorbijgaan aan deze onrechtvaardigheid op wereldvlak. De wereldeconomie is allesbehalve rechtvaardig. Dit aspect van meer rechtvaardigheid in de wereld door hulp aan de armen, waar ook ter wereld, was altijd al een onderdeel van de missionering en zal dat ook altijd blijven. Missionering zal noodzakelijk blijven indien wij als gelovigen geloofwaardig willen zijn.
2. Evangelie betekent letterlijk: blijde boodschap, goed nieuws. Als je doordrongen bent van zulk een blijde boodschap, ga je die niet voor jezelf houden, maar ga je die doorvertellen. Dat is ook zo in gewoon menselijke situaties: wie blij is, wil zijn vreugde delen. Als wij een mooi boek gelezen hebben, of een mooie film gezien, dan raden wij dat toch ook aan, aan onze vrienden. Indien wij ons geloof echt zien als een bron van vreugde, willen wij anderen deelgenoot maken van die vreugde. Kunnen wij aan onze medemens in nood trouwens een betere hulp bieden dan deze blijde boodschap van geloof, hoop en liefde. Ook daarom is het de moeite waard om aan missionering te doen.
3. Een bezwaar dat dikwijls geuit wordt is dit: het is beter geen andere godsdienst op te dringen aan mensen van een andere cultuur. Een verschil in godsdienst leidt toch alleen maar tot godsdienstoorlogen. Je ziet het dagelijks op televisie, wordt dan gezegd. Dit is een verdraaiing van de feiten en zelfs van de geschiedenis. De godsdienst zelf is nooit de echte of diepste verklaring van een oorlog. Steeds zijn er andere, diepere oorzaken aan te wijzen: economie, nationalisme, onrecht, machtswellust enz. Maar we stellen wel vast dat machthebbers vaak de godsdienst misbruiken om mensen te mobiliseren: godsdiensten leveren immers een diepe motivatie om te handelen. Als je echter kijkt naar de diepe kern van alle grote wereldgodsdiensten, dan stel je vast dat die kern steeds de klemtoon legt op vrede en naastenliefde. Wanneer oorlogen om zogenaamd godsdienstige redenen uitgevochten worden, gebeurt dat steeds door mensen, die ontrouw zijn aan de diepe kern van de godsdienst, die zij beweren te belijden.
Misschien zullen de grote godsdiensten in de toekomst naar elkaar toegroeien. Ondertussen is het zeker de moeite waard om onze christelijke boodschap van hoop en leven door te geven aan andere mensen, hier dicht bij ons, in onze eigen kring, maar ook verder af in de ruime wereld. Zonder onverdraagzaamheid, en met veel aandacht voor de eigen, eeuwenoude cultuur van andere landen.
Hij heeft mij verteld over zijn moeder.
De zijne is blank, de mijne zwart,
maar om te strelen
gebruikten ze hetzelfde gebaar.
Ik heb hem verteld over mijn dorp.
Het zijne is van steen, het mijne van stro,
maar waar de ouderen bijeen zitten
vindt men dezelfde stilte.
Hij heeft mij verteld over zijn kinderjaren.
Hij herinnerde zich de sneeuw, ik het hete zand,
maar om de wereld te leren kennen
speelden we dezelfde spelletjes.
Ik heb hem verteld over verdriet.
Hij heeft het gekend, ik niet minder.
Maar om eroverheen te komen
waren er voor ons dezelfde tranen.
Ik heb hem verteld over het leven hierna.
Voor hem is daar volop zon, voor mij overal water.
Maar wij beiden hopen
dat we er elkaar terug zullen ontmoeten.
De stilte van de nacht heeft onze woorden opgeslokt
en aan de oever van de lagune
schitterden alleen nog onze ogen
en het goud van de bananen.
Jean Dodo, Ivoorkust








|