15de Zondag A – 16 juli 2023
‘Een zaaier ging eens het land op …’
Vandaag en de komende zondagen horen we enkele parabels over het Rijk der hemelen. Als Jezus iets wilde doorgeven, vertelde Hij meestal een verhaal. De evangelist Matteüs, die wij dit jaar volgen, zegt zelfs dat hij altijd sprak in gelijkenissen.
Vandaag beginnen we met die heel bekende parabel over de zaaier en het zaad, een verhaal over de verschillende manieren waarop wij het woord van Jezus kunnen beluisteren, en er al dan niet voor openstaan.
En als we dan even naar onszelf kijken, zien we dat er ook bij ons rotsgrond en distels aanwezig kunnen zijn: ogen die niet zien, oren, die niet willen horen en een hart dat niet openstaat …
Maar daartegenover staat dan deze mooie beeldspraak uit Jesaja:
Zo spreekt de Heer:
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien
en brood om te eten –
zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar mij terug,
niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.
(Jesaja 55,10-11)
‘Eens – zo begon Hij – ging een zaaier uit om te zaaien.
Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg
en de vogels kwamen het opeten ...
Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken,
waar het niet veel aarde had …
Weer een ander gedeelte viel onder de distels
en deze schoten op, zodat het verstikte …
Een laatste gedeelte tenslotte
viel op goede grond en leverde vrucht op …
(Uit Matteüs 13)
Het Woord van de Heer is veelzijdig en wonder. Soms brengt het troost, soms klinkt het hard en is het veel gevraagd. Dag in dag uit komt het naar ons toe en leren wij het kennen, dit woord van God, veelzijdig en verscheiden: eerst en ook wel in zijn zuiverste vorm in de Bijbel, maar ook in de natuur, en in de mens bij ons, in de oorspronkelijke zuiverheid van Gods schone schepping, evenzeer als in een zachte hand, een teder gebaar, een stil gebed. Soms komt het rustig en zacht als een weldoend briesje in de zomeravond, soms kan het ons overrompelen en doen wankelen als een heftige storm in de herfst.
En misschien komt het nog het meest naar ons toe in de concrete omstandigheden van ons leven: welk Woord wil de Heer vandaag tot mij spreken, wat wil Hij vandaag van mij vragen, in dit gebeuren, in deze mens?
Heer Jezus,
maak ons tot mensen, die luisterbereid zijn,
gehoorzaam aan het Woord, dat Gij spreekt,
en opmerkzaam voor het mensgeworden Woord
dat Gij zijt.
Amen.
‘Als de ziele luistert,
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met elkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luid en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heilige voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zo zoet…
Als de ziele luistert.’
Guido Gezelle
Dit ene weten wij en aan dit één
houden we ons vast in de duistere uren:
er is een Woord dat eeuwiglijk zal duren,
en wie ’t verstaat, die is niet meer alleen.
Henriëtte Roland Holst van der Schalk




|