Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
E-mail mij
Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.
Doorheen de dagen
Ervaringen besproken
31-07-2023
(ON)ZEKERHEID EN GAVE
ZEKERHEID, ONZEKERHEID EN GAVE
De eerste lezing in de liturgie voor de weekdagen is dezer dagen genomen uit het tweede boek van de Pentateuch, Exodus, verhalen over de Uittocht van de Joden uit Egypte, een goede 400 jaar nadat zij daar beland waren zoals in de verhalen over Jozef ‘de Dromer’ in Genesis verteld wordt. De Joden zijn inmiddels zeer talrijk geworden en worden tot slaven gemaakt. Daarom vluchten zij, onder leiding van Mozes, weg uit Egypte naar ‘Het Beloofde Land’ Kanaän. Vandaag, woensdag van week 16 door het jaar, lezen we een stukje daaruit: bij die tocht van 40 jaar door de woestijn wordt het volk opstandig.
Daar in de woestijn begon het volk opnieuw te morren.
‘Had de Heer ons maar laten sterven in Egypte’,
zeiden ze tegen Mozes en Aäron.
‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld
en hadden we volop brood te eten.
(Exodus 16, 2-3)
Omdat de lange tocht door de woestijn zo bar en hard is willen de Joden terug naar de vleespotten van Egypte. Terug naar de zekerheden van vroeger. Dat is verstaanbaar: zekerheid geeft een gevoel van veiligheid.
Maar er is zoveel in ons leven dat nooit volkomen zeker is. In zijn Hamlet wijst Shakespeare reeds op de grenzen van de menselijke kennis: ‘There are more things in heaven and Earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy’ ‘Er is meer tussen hemel en aarde, dan wat je in je filosofie kan vatten’.
Even gekend zijn de woorden van het vosje in ‘De kleine prins’ van de Saint-Exupéry: ‘Voici mon secret. Il est très simple: on ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux.’‘Kijk, dit is mijn geheim. Het is heel eenvoudig: je ziet maar goed met het hart. Het wezenlijke is onzichtbaar voor de ogen.’
Ons leven kan zoveel rijker zijn aan inhoud en vreugde dan je kan becijferen. De warmte van een goed gezin, het samenzijn met mensen die ons dierbaar zijn, een stille zomeravond, de rust binnenin en de vrede met elkaar… er is zoveel dat ons overkomt, dat ons gegeven wordt, en dat ons leven mooi maakt.
Net daarom zijn de woorden en het leven van Jezus, een blijde boodschap omdat zij de weg wijzen naar die grotere vreugde. Zij geven een hoop die kan uitstijgen boven elk verdriet, ze brengen die rust in de eigen ziel en die vrede met elkaar. Zoveel wat ons leven goed maakt is ons gewoonweg gegeven. Zoveel is een gave van God, die ons geschonken wordt om van te genieten en om te delen met elkaar. En om dankbaar van te worden.
Vandaag en de komende zondagen horen we enkele parabels over het Rijk der hemelen. Als Jezus iets wilde doorgeven, vertelde Hij meestal een verhaal. De evangelist Matteüs, die wij dit jaar volgen, zegt zelfs dat hij altijd sprak in gelijkenissen.
Vandaag beginnen we met die heel bekende parabel over de zaaier en het zaad, een verhaal over de verschillende manieren waarop wij het woord van Jezus kunnen beluisteren, en er al dan niet voor openstaan.
En als we dan even naar onszelf kijken, zien we dat er ook bij ons rotsgrond en distels aanwezig kunnen zijn: ogen die niet zien, oren, die niet willen horen en een hart dat niet openstaat …
Maar daartegenover staat dan deze mooie beeldspraak uit Jesaja:
Zo spreekt de Heer:
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien
en brood om te eten –
zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar mij terug,
niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.
(Jesaja 55,10-11)
‘Eens – zo begon Hij – ging een zaaier uit om te zaaien.
Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg
en de vogels kwamen het opeten ...
Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken,
waar het niet veel aarde had …
Weer een ander gedeelte viel onder de distels
en deze schoten op, zodat het verstikte …
Een laatste gedeelte tenslotte
viel op goede grond en leverde vrucht op …
(Uit Matteüs 13)
Het Woord van de Heer is veelzijdig en wonder. Soms brengt het troost, soms klinkt het hard en is het veel gevraagd. Dag in dag uit komt het naar ons toe en leren wij het kennen, dit woord van God, veelzijdig en verscheiden: eerst en ook wel in zijn zuiverste vorm in de Bijbel, maar ook in de natuur, en in de mens bij ons, in de oorspronkelijke zuiverheid van Gods schone schepping, evenzeer als in een zachte hand, een teder gebaar, een stil gebed. Soms komt het rustig en zacht als een weldoend briesje in de zomeravond, soms kan het ons overrompelen en doen wankelen als een heftige storm in de herfst.
En misschien komt het nog het meest naar ons toe in de concrete omstandigheden van ons leven: welk Woord wil de Heer vandaag tot mij spreken, wat wil Hij vandaag van mij vragen, in dit gebeuren, in deze mens?
‘Wees niet bevreesd.’ Angst en vrees kunnen sterk leven in een mensenhart. Er kunnen zoveel redenen zijn: donder en bliksem en noodweer, onveiligheid en geweld, of het onbekende van andere culturen …
Maar vandaag gaat het over iets anders. Jezus heeft zijn leerlingen vooruit gezonden, op weg naar alle dorpen waar Hij zelf wil langs komen. Hij weet dat zij tegenkanting en vervolging zullen kennen. Daarom zegt Hij vandaag: ‘Wees niet bang voor mensen’. Wees niet bang, als je gehoor geeft aan mijn oproep. Wees niet bang, als je wijst op wat goed en edel is … ook al zullen ze je naam misschien door het slijk sleuren.
Al mijn vrienden willen niets liever dan mijn ondergang.
(Jeremia 20,10)
Toen Jezus zijn apostelen uitzond zei Hij hen:
Wees dus niet bang voor de mensen.
(Matteüs 10,26)
Jeremia had het hard te verduren omdat hij uit de tekenen van zijn tijd de toekomst voorspelde: Ik hoor veel mensen fluisteren: ‘Daar heb je de doemdenker, onheil is altijd zijn boodschap. We zullen hem wel krijgen.’ Hij werd ontmoedigd door die bedreigingen. Maar hij weet dat hij Gods woord spreekt en dat God hem daarom steunt. Jeremia staat trouwens niet alleen. Nabot, een kleine man uit het volk, werd door koning Achab, gestenigd omdat hij ontzag voor de Heer en eerbied voor zijn ouders verkiest boven de tomeloze hebzucht van de koning. Het keert telkens weer: het Joodse volk, zijn leiders voorop, is ontrouw aan God, en profeten aarzelen niet om hen terecht te wijzen.
Jezus staat in die traditie, reeds in zijn zaligsprekingen: ‘Gelukkig wie voor de gerechtigheid vervolgd worden! Gelukkig ben je, als ze je uitschelden omwille van Mij. Wees blij en juich, want zo hebben ze immers de profeten vóór jullie vervolgd.’ (Mt 5)
Tegen deze achtergrond zendt Jezus zijn leerlingen om Gods Koninkrijk te preken. Ze moeten zich geen illusies maken: vervolging zal hun deel zijn. Er zullen altijd mensen zijn die zich bewust afkeren van Gods goede Geest. Zo verstaan we ook dat vreemde woord: ‘Alle zonden zullen vergeven worden, maar niet de zonde tegen de Heilige Geest’. Wie zich bewust afkeert van Gods Koninkrijk wordt niet door God verworpen, maar sluit zichzelf uit.
Daarom prent Jezus zijn leerlingen in: ‘Wees niet bang voor de mensen, wees niet bevreesd.’ Maar Hij verstaat dat zijn leerlingen soms angstig zullen worden. Hij verstaat dat ze soms zullen twijfelen aan zichzelf, aan Hem en aan zijn Koninkrijk van waarheid, heiligheid, liefde, gerechtigheid en vrede. Daarom is zijn laatste woord op deze aarde ook: ‘Hou dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
Het kan lang duren voordat iemand deze belofte ten volle begrijpt en in zijn hart opneemt. Maar een oude dichter zegt na jaren zoeken : ‘Heer, mijn hart is niet trots, mijn blik niet hoogmoedig, ik zoek niet wat te groot is of te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij. (Ps 131, 1-2)
omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.
(Matteüs 9,36)
De zending van de leerlingen vertrekt van de ontroering van Jezus: ‘omdat ze afgetobd neerlagen, als schapen zonder herder.’ Jezus roept mensen om teken en werktuig te zijn van zijnmede-leven met de nood van zovelen. De leerlingen worden bij name genoemd: geen ronkende titels, maar mensen zoals wij, klein en gewoon. Ze zijn ook heel verscheiden: verschillende meningen, verschillende beroepen, verschillende karakters.
Belangrijk is wat aan deze zending voorafgaat: Gods mededogen met de hulpeloosheid van de mensen. Mensen hebben zoveel leed soms, ongezien, achter gevels, die verbergen, of ongezien door ogen, die wegkijken. Je bent soms verwonderd over de moed, waarmee iemand overeind blijft en voortdoet. Zelden bloeit een mensenleven open in een levensgrote glimlach. En je bent soms ook verwonderd over zoveel gebrek aan medeleven. Mededogen is soms mijlenver te zoeken en de liefde zelf wordt vaak zo weinig geliefd. Daarom is Jezus ontroerd en bewogen, triest zoals mensen triest kunnen zijn als zij dat immense gebrek aan ontroering zien. Daarom zoekt Hij mensen, die beeld willen zijn van zijn milde barmhartigheid. Daarligt onze zending: dat wij de hulpeloze mens opmerken, door hem ontroerd worden, en hem weer tot leven willen wekken.
Oprechte liefde voor een God, die meeleeft, neemt tegenstellingen weg en maakt één. Die liefde tot God kan uit zoveel verschillen één gemeenschap laten groeien, één van hart en één van geest, met dezelfde ontroering en dezelfde bewogenheid, als Hij zelf voelde. Jezus volgen is enkel mogelijk als we ons samen laten leiden door zijn woord. Ook in ons geloof dragen wij elkaar. Elk voor zich gelovend, elk op zijn eigen houtje, elk in zijn eigen hoekje, blijven we rariteiten, zonderlingen die buiten de wereld leven. De Duitse Nobelprijs Heinrich Böll zei eens: ‘één christen kan wonderen doen, een miljard christenen kunnen de wereld veranderen.’
Een bron van kracht zijn mensen die je troosten als je bedroefd bent, die je helpen als je niet meer verder kunt, die weten wat ze willen, die je vergeven en een nieuwe kans bieden, die enthousiast zijn
en je aansteken om het goede te doen, die geduld met je hebben, zacht en mild zijn, die je trouw blijven,
echte vrienden
die je niet in de steek laten, die vrede brengen en goedheid uitstralen, die weten van liefde en van je houden, waar je ook bent en wat er ook gebeurt,
Een bron van kracht zijn mensen die lijken op Jezus.