3de vastenzondag A – 12 maart 2023
‘Naar de bron van Levend Water’
We horen een moeilijke lezing vandaag: het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw, bij de oude waterput van Jacob. Het is een gesprek met een dubbele bodem: de vrouw denkt alleen aan gewoon water, om de dorst te lessen; Jezus echter spreekt over iets heel anders: het water is een beeld voor het volkomen leven, dat Hij ons aanreikt.
Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst,
maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven,
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer;
integendeel: het water dat Ik hem zal geven,
zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’
(Johannes 4,13-14)
Het tafereeltje, dat we zonet hoorden – het gesprek van Jezus met een Samaritaanse vrouw – speelt zich niet af in ons land maar in een dor gebied, nog net geen woestijn, waar de watervoorziening en de bevoorrading in water een reële bekommernis is. Als de regen maanden uitblijft, gaat de natuur ten onder. Je ziet het soms in de subtropen, en het is een zielig zicht, dat zelfs cactussen kunnen afsterven door de maandenlange droogte. Het gras op de weiden wordt ros, er komen kale plekken tussen, met zand dat al even ros is. De dieren kwijnen weg, gieren cirkelen in de lucht en af en toe ligt er een kadaver. Ook mensen lijden en verzwakken onder droogte en hitte.
In deze context spreekt Jezus: zoals drinkwater van levensbelang is voor plant en dier en mens, zo is Hij bron van volkomen en waarachtig Leven. Alleen bij Hem komen wij ten volle tot Leven, zonder Hem is ons leven maar een schaduw en kwijnen wij weg. Het gaat hier niet om mystiekers of grote heiligen: Jezus spreekt voor gewone mensen, zoals wij. We moeten ook niet denken aan uitzonderlijke praktijken, waarin die verbondenheid met Hem beleefd wordt. In ons dagelijkse leven kan Hij tot ons komen, en kunnen wij bij Hem zijn: door een stil gebed of een simpele gedachte doorheen de dag kan ons dagelijkse leven dieper worden.
Belangrijk is bovenal dat we Hem ontmoeten in het gewone leven zelf. Dan worden gewone dingen ongewoon, door de diepgang, die zij krijgen. De vreugden, die wij kennen, worden een geschenk uit zijn hand; en zelfs het leed, dat ons overkomt en misschien neerdrukt, wordt een geschenk. We worden meer met Hem verenigd, want ons leed en verdriet wordt een afspiegeling van het leed dat Hij zelf te dragen had.
Zelden of nooit komt Hij tot ons op een spectaculaire wijze, maar Hij komt tot ons, gans onverwacht, in duizend, duizend dingen. Laten wij dan ook de aandacht voor de diepgang in de dagelijkse dingen niet verliezen.
Heer, kom in de middaghitte
van de rode zomerzon
vol erbarmen bij mij zitten
en vertel mij van uw bron.
Enkel al als u gaat spreken,
wordt het helder, wordt het fris.
Kom en wees het hemels teken
van volmaakte lafenis.
En vertel mij van uw water,
levend in zijn klare val,
dat de dorst van nu en later
eeuwigdurend lessen zal.
Was mij, meester vol genade,
in het leven dat gij zijt.
Laat mij in de waarheid baden
die mij van het kwaad bevrijdt.
Laat mij zo gezuiverd komen
tot de eeuwige fontein,
die van alle mensendromen
de voleindiging zal zijn.
(Michel van der Plas)


|