liefde
mijn leven dat ik kende
voor jou daar kon ik
eeuwig mee doorgaan
tot het me liet inzien
te worden gevormd
door eigen keuzes
houden van
me een ander
thuiskomen gaf
liefde een stem
liefdemijn leven dat ik kende
voor jou daar kon ik
eeuwig mee doorgaan
tot het me liet inzien
te worden gevormd
door eigen keuzes
houden van
me een ander
thuiskomen gaf
liefde een stem
zonder mijtoen je een paar dagen
niks van mij
wou horen
wist ik dat je
een heel leven
zonder mij verder kon
zo vrouwlaat me
in die droom
van vannacht
waar ik me
kan verlaten
op een zon
die mijn lichaam
doordringt
met warmte
net zolang
tot ik
klaar ben
om midden
barre winterkou
hem te leven
onze droomwat we toevertrouwden
aan groen stil water
nam de stroom mee
naar open zee
die het aanlegde op
een paradijselijk eiland
als een helder stukje glas
waarin onze droom
zich nooit verdrinkt
gun me vlindervleugelsgun me vlindervleugels
om hemels met hem mee
te vliegen
naar een veld vol bloeiende
herinneringen waar we
samen kunnen uitrusten
als een eenheid
door alles heen
nu straks en altijd
een blauwe hemelbij machte om roerloze wolken
die beelden vertroebelen
tot grijze mijmeringen
te laten uithuilen
bracht me de kracht
om een blauwe hemel
als warm deken van troost
naar me toe te halen
duurzaamheb een glimlach
vol vertrouwen opgeborgen
in het kleinood dat
in mijn hand werd gelegd
omdat ik
op het deksel bloemen
als immer doorbloeiende
hechtheid ontdekte
net lijk onze vriendschap
zonder windvlagenregen verleidt me tot gaan slapen
wanneer hij zonder windvlagen
met zilveren geruis me meer
speelruimte biedt voor dromen
midden serene bedding
vol van liefde
wanneer handen
zacht strelend
schouderlast wegnemen
beiden tegenover elkaar
samen
stil staan
in warme wind
elkaars kramakkel hart
voor lief nemen
volgt een
opwaaiend avontuur
vol van liefde
waarin ze elkaar
een blijvende hoofdrol
toebedelen
wit lichtals de klok met aftellen begint
in geen keuze
voor de dood klaar moet zijn
hoop ik op wit licht
dat me onderdak biedt
vredig blijkt
met niets anders meer
dan een wonderlijk
nieuw uitgangspunt
zijn graftoen ik na oppervlakkig wieden
nog steeds geen bloemen
op zijn graf kon zaaien
ben ik diep gaan graven
tot last loslaat
vaststaand verledenhet verlangen naar
waar zij elkaar leerden leven
verandert niet
dacht hij mistroostig
onder ‘t somber wintergewelf
van vanochtend
dagboek in de hand
bloemen op het graf
zo ontzettend echt
rouwendmidden verontrusting
pluk ik de nacht
vol van kwade dromen
laat hem achter als
een zandvlakte in doodstrijd
net voor de dageraad
gesluierd opkomt
als ontzagwekkend
zwartgallig zicht
dat rouwend uithuilt
2014geef ons een jaar
met doodgewone dagen
waarin groei gaat bloeien
een rijke oogst kent
waarvan we kunnen
nemen en doorgeven
met liefde
aan onze medemens
Goddankzocht te leven in duisternis
met wakker blijven
bladzijden om te slaan
van wat ik had meegemaakt
tot die ene ster
bestaan zo warm oplichtte
dat ik toekomstgericht
mijn vleugels spreidde
Goddank
reis ik met je meezelfs al ben ik me bewust
van zwaardragend erfgoed
nog reis ik met je mee
zal ik huis voor je zijn
wanneer je met flitsjes verleden
het heden overbrugt
zonder de minste twijfel
jij jezelf naar de overkant brengt
met mijtoen een hemel met heldere maan
sterren op stil water toverde
ontdekte ik met mij
je glimlachend
overbelichtinghoe tracht ze
met oudtijds klokke gelui
het eerdere sacrale
over de stad heen te bewegen
waar overbelichting
ons gebiedt tot
een verloren lopen midden
baanbrekende stromingen
warme hartskoesteringmidden een zonovergoten
winters landschap
raak ik bevangen
door de schaduwen
van overvliegende vogels
even krimpt mijn wereld zich
tot een grijs stilstaan van leven
tot ik de vlucht
als warme hartskoestering
onder ogen zie
verbeelding realiteit raakt
thuiskomenals mist zich
samen klit
tot duistere tijding
verdicht ik mij
midden ervaring
als stille schaduw
hoopvol wachtend tot dauw
als schittering
me het vertrouwen geeft
om zonder één misstap
het broze
gaaf weer te vinden