cocooned
een stilgekomen
ongedurigheid
neemt ruimte in
met de hoop
als aarzeling
terug op te leven
ergens in de tijd
cocooned
een stilgekomen
ongedurigheid
neemt ruimte in
met de hoop
als aarzeling
terug op te leven
ergens in de tijd
samen vrij
houdt me niet tegen
met omstrengeling
laat me uitdrukken
mijn drang naar
een wereldwijde volkomenheid
die zich weerkaatst
onder een zon
zonder ook maar één schaduw
ons liefdeslied
in een lied van ongereptheid
komt ons beeld tot leven
kennen gevoelens tedere gedachten
bewegen heel zachtjes
in een eeuwigdurend refrein
naar een innig samenzijn
uiteindelijk
van onstuimige hunkering
tot verstilde golving
werpt ze zichzelf met
een woordeloos verhaal
op het strand
waarin ze
vrede vindt
tot de wind
deze zwoele zomerdag
houdt mijn gevoelens
stil
tot de wind
met vederlicht gespeel
bloemblaadjes
zo bevallig laat zweven
dat ik het passionele
welke geurt naar houden van
diep in mezelf terugvind
vervulling
stadig voed je
met warme
behaaglijke handen
de zekerheid
dat zacht verlangen
leidt naar een volkomenheid
die vervulling biedt
zuchtjes
in de warmte
van het ogenblik speel ik
enkel met beelden
afscheid nemen
ziet ze de sterren
vol uitdaging
in beweging
tussen de takken
van haar berk
drukt ze zich
tegen de bast
voelt zijn diepe stilte
in haar te gast wijl
ze richting hemel kiest
in gedachten verder
steeds verder
d’r hart vol van hem
beseft dat op
het einde van een leven
enkel liefde overblijft
als vlinder
door zachte schaduwen gedragen
baart ze zichzelf als vlinder
neemt de taak op zich
de wereld dieper in te kleuren
als doodsbenauwd
na steelse ontmoetingen
vol haastige woorden loop ik
verloren in het donker worden
om na een vluchtige
welterusten kus
alleen te gaan slapen
als doodsbenauwd
steeds verder weg
van jou
roze wolken
het wordt niet donker
vannacht
door roze wolken
warme adem
van hen die verstrengeld
bij elkaar
weerspiegelingen
zoeken
oeroude knotwilgen
in de schaduw verloren
een wazig mysterie
te nachtelijk
te zwaar beladen
door ’t verleden
als reeds onthecht
uit aardse schoot
een droeve mijmering
mijn deel
als klaprozen bloeien
voorspellen ze ellende
de als hellevuur gekleurde bermen
net als destijds toen zij
op totaal verwoeste gronden groeiden
of wil zomer
me laten genieten
van het zuiver rood
dat leven geeft in plaats van dood
donkere gedachten
regen striemt
de dag
naar de nacht
terug naar
troebel
kolkende dromen
waar we in
donkere gedachten
verdrinken
met onbegrensd vertrouwen
richting mijn dromen
vliegen vlinders op
ze wakkeren me aan
om op zoek te gaan
naar het alledaagse
waarin zoveel schoonheid
ligt vervat
open bloei
open bloei
zelfs al regent het vandaag
staar ik naar deemster
dat schaduwen draagt
toch verwacht ik
als het kleine kind indertijd
de hemel terug blauw
het groeiende verheven groen
waartussen ik mijn eigen werkelijkheid
weer speels open bloei
niet wetend van elkaar
in de rimpelingen op het water
hervindt hij de bezielende geestdrift
van openbloeiende gedachten
terwijl zij stroomafwaarts
zwicht voor de zee omdat
ze haar streven erin weervindt
uitgestegen boven hulpeloosheid
leegte ontgroeid ontdekken zij beiden
alleen
het kind in hen terug
met jou
de nacht
hij haalt de hemel neer
zonder schaduwen
zelfs
mijn lichaam
ontglipt me
enkel het hart
rumoert stil
zonder te verdrinken
naar een
onomlijnde dageraad
waar ik sterf met jou