zuchtje
als ik in je aanraken
jouw weggaan voel
laat me dan
in onbestemd achter
zodat ik
kan blijven hopen
dat verrukking
me ooit nog omarmt
zuchtje
als ik in je aanraken
jouw weggaan voel
laat me dan
in onbestemd achter
zodat ik
kan blijven hopen
dat verrukking
me ooit nog omarmt
droom ik mijn droom
Droom ik mijn droom
het licht van de zon dat
door de groene bladeren speelt
legt warme schaduwen neer
op mijn armen - mijn benen
mijn hele lijf
verlicht mijn hart
de last mijner gedachten
met een schat aan emoties
droom ik mijn droom
tot werkelijkheid
zomers
toen ik hen zag rollebollen
met een massa gevoelens
in een kleurrijke voorraad
zoetigheid
ging ik me met
hun passie mee bemoeien
zweefde over smaak en vrolijkheid
van het ene naar het andere hoogtepunt
om me telkens weer
met een kus te laten zinken
in de schoot van schoonheid
kantbloemen
een onuitputtelijke bron
van inspiratie
de kantbloemen
langsheen de trambaan
ze komen zo met
woorden van verrukkelijkheid aan
dat ik midden hun gerucht
mijn weg naar jou hervindt
enig die pioenroos
hoe glimlacht
het tedere roze
zich hunkerend open
een welgevallige sierlijkheid
met een hart
vol spikkeltjes rode passie
zo aards en hemels tegelijk
dat ik blozend
in haar zoete adem verwaai
eigentijdse kleine wonder
soms komt datgene
wat ik niet kan benoemen
weer bovendrijven
en nog steeds
bejubel ik het als
mijn eigentijdse kleine wonder
dat me
in grenzeloze verwondering
optilt
tot net boven de wolken
verweesd
in een leven
na leven
pluk ik
een laatste klaproos
als een verloren droom
midden een veld
vol blauwe korenbloemen
die ik verweesd
aan de liefde uitbesteed
waar ben jij
dezelfde dreef
dezelfde bomen
maar waar ben jij
die met mij bleef stilstaan
om de vogels te horen
die vol louter levenslust
het lied van
ons leven samen floten
tastbaar
Je kus
niet langer
een gewoon
alledaagse liefkozing
maar een diepgaande
werveling
die liefde
tastbaar maakt
met de ogen dicht
roerloos
veelzeggend stil
met de ogen dicht
neem ik ieder geluid
als intieme vibratie
in me op
laat stromen
doorheen mijn lijf
tot het me warm koestert
bezield van waarachtigheid
eindeloos
teder zacht
verleid je mij
naar het dieper rood
op de bodem van je hart
waar ik
verzwelgend in het zoete
de grenzen van je dromen
eindeloos verken
mijn avond beleven
straks als het regent
houden ze zich stil
maar nu mag ik me
verdiepen in hun refrein
voelen hoe ze
de voorbije dag welig
hartelijk licht bezingen
zo intens dat zelfs de tijd
hen ongemoeid laat uitzingen
haar dood
tussen troosteloze uren
kwijt ze zich
tot vaagheid
droomt de hemel blauw
lente die zich ontbloeit
tot zomer
haar dood tot sprookje
korenblauwe schoonheid
korenblauwe schoonheid
verhaal me
over je bewegen
in de wind
hoe je tussen licht en schaduw
met de tijd mee
schroomvallig
liefde een naam geeft
zwarte viooltjes
door hun donkere zijn
en kleine verwarde hartjes
midden schemerige winderigheid
ril ik onzeker met hen mee
stil hopend dat de zon
met warme stralen
hen tot ontvlamd verlangen
in mijn wereld verbreidt
als aanhalige glimlachjes
midden mijn gedachten
neerschrijft
eeuwig leven
haar broze bloei
een waar
bekoren
heeft zich als
bezielde verwarring
neer getracht
tot droom
om volgend voorjaar
glorend van beleven
haar plaats in de wereld
terug in te nemen
liefde
in de warmte
van jouw lach
ontdekte ik
mijn begeerte
naar meer werkelijkheid
met jou
emoties die mijn hart
bevlinderden
wijl liefde
zijn oorsprong vond
langs bekoorlijkheid
bij het zoete licht
van de hemel
dat zij als voorbestemd
bejubelen
slenteren beiden
samen met de liefde
en onbeheerst verlangen
langs bekoorlijkheid verder
net zolang tot genot
hen sidderend vleugels geeft
chaos
niet langer in staat
te voelen
hoe schoonheid groeit
open bloeit
met liefde stoeit
dwing ik mij
in het alleen zijn
zonder herinneringen
omvat door eenzaamheid
die het sombere uitvergroot
verdriet
zonder een glimp licht
in het duister
ben ik verdrietig
alleen
als veeg stukje mens
in mijn cocon gekropen
niet langer hopend
om tijdens het voorjaar
zielsverliefd op de wereld
rond te fladderen
jaloezie
Omdat ik me
niet los kon maken
van het kwade
werden al mijn dromen
naar beneden gehaald
mijn denkkracht
en mijn spraakvermogen
zonder hoop
geloof en liefde
door mijn eigen fout
het licht gedoofd
overkomen
het is me zomaar overkomen
buiten mijn denken om
een moment van verheugen
een immens gevoel
het opnieuw geboren worden
samen met die ene bloem
die ik liefde heet
verbondenheid
als één geheel
adem je
met me mee
een leefbeweging
waarbij verbondenheid
intens meespeelt
liefde het zijn beheerst
boom
blad en bloesem
in een zee van tijd
hartbrekend toch
hoe een ondergaande zon
in een zee van tijd waar leven
nauwelijks durft te praten
zoveel meeneemt
een marmeren maan
te sterven staat
wijl tastend donker
in doodsverbreiding
zichzelf afvraagt