liefde
in de warmte
van jouw lach
ontdekte ik
mijn begeerte
naar meer werkelijkheid
met jou
emoties die mijn hart
bevlinderden
wijl liefde
zijn oorsprong vond
liefde
in de warmte
van jouw lach
ontdekte ik
mijn begeerte
naar meer werkelijkheid
met jou
emoties die mijn hart
bevlinderden
wijl liefde
zijn oorsprong vond
langs bekoorlijkheid
bij het zoete licht
van de hemel
dat zij als voorbestemd
bejubelen
slenteren beiden
samen met de liefde
en onbeheerst verlangen
langs bekoorlijkheid verder
net zolang tot genot
hen sidderend vleugels geeft
chaos
niet langer in staat
te voelen
hoe schoonheid groeit
open bloeit
met liefde stoeit
dwing ik mij
in het alleen zijn
zonder herinneringen
omvat door eenzaamheid
die het sombere uitvergroot
verdriet
zonder een glimp licht
in het duister
ben ik verdrietig
alleen
als veeg stukje mens
in mijn cocon gekropen
niet langer hopend
om tijdens het voorjaar
zielsverliefd op de wereld
rond te fladderen
jaloezie
Omdat ik me
niet los kon maken
van het kwade
werden al mijn dromen
naar beneden gehaald
mijn denkkracht
en mijn spraakvermogen
zonder hoop
geloof en liefde
door mijn eigen fout
het licht gedoofd
overkomen
het is me zomaar overkomen
buiten mijn denken om
een moment van verheugen
een immens gevoel
het opnieuw geboren worden
samen met die ene bloem
die ik liefde heet
verbondenheid
als één geheel
adem je
met me mee
een leefbeweging
waarbij verbondenheid
intens meespeelt
liefde het zijn beheerst
boom
blad en bloesem
in een zee van tijd
hartbrekend toch
hoe een ondergaande zon
in een zee van tijd waar leven
nauwelijks durft te praten
zoveel meeneemt
een marmeren maan
te sterven staat
wijl tastend donker
in doodsverbreiding
zichzelf afvraagt
in zwoele samenhang
wanneer een lichte rilling
tussen de donkerpaarse
trosvolle takken
een geur vrijmaakt
die bij diep ademhalen
een gevoel van
welbehagen meedraagt
dan wil men de tijd
laten stilstaan
om helemaal op te gaan
in zwoele samenhang
in al zijn onbezonnenheid
omdonkert
draag ik het eerder
zacht vertrouwde
als verdroomt voort
het einde van een sprookje
terwijl de wereld
in al zijn onbezonnenheid
over ons beslist
goede vrijdag
zoektocht en volharding beloond
wanneer ik juist vandaag
tussen duisternis van zonde
en licht van leven
takken met doornen
zie uitgroeien
tot een knoppende roos
die zal open bloeien
als een rood omfloerste
adem van eeuwigheid die
volmaakte liefde neerschrijft
liefde wetend
midden het landschap
dat zich beweegt
van pril groen
tot bloeiend mooi
blijven wij
in vervoering staan
stralend verrukt
aangedaan
diep door elkaar
aangeraakt
in verstrengeling
gebonden
ogenblikken lang
beleven dragend
onbevangen
hoe wantrouw ik
een wereld
vol van vertrouwen
omdat ik
nog steeds
zoekend ben
naar een werkelijkheid
waar cirkelende gedachten
gevoelens kenbaar maken
onbevangen
schaamteloos gelukkig
herinnneringen
ieder meizoentje in het gras
een onverbloemde terugblik naar
’t zacht geritsel van vorig voorjaar
waarbij innigheid op zoek ging naar de zon
de mooiste zomer in ons leven bracht
een jaar later
die ene stap verder
het onbekende tegemoet
ontdek ik een wereld
die de tijd ontvlucht
oprecht
naar innerlijke rust tracht
met de herinnering mee
het uitzonderlijke verdergaan
samen edoch alleen
alsnog liefdevol meedraag
waarom weglopen van vandaag
de vertekening
van een landschap
in de regen
ligt ons aan te kijken
als een afspiegeling
van het onrustige zijn
de klaaglijke klank van heimwee
om gisteren weer te zien
waar licht en warmte
als een dwarreling van
bloesemende gedachten
verlangen vervult
en toch vraag ik je om
niet weg te lopen van vandaag
de druppels te horen vallen
stil wachten en ervaren
hoe Gods gaven weelderig groeien
treurzang
als ik bij de waarheid
van de zee
mezelf verdroom
tussen vergeten groen
verwijl in
onbegrepen ogenblikken
niet weet
wat stilte wil
laat me niet alleen
op weg naar
waar dan ook
(gedicht over dementie – niet autobiografisch)
kom tot mij
hecht je
aan mijn wereld
sterf in jezelf
beleef
mijn uitbundige
als onstuimigheid
wees één met mij
als wondere waarheid
zij die opbloeit
uit het niets
kleur in mijn leven legt
alsof het nooit
winter is geweest
waarom zou ik
haar zijn plukken
zien als kortstondigheid
wanneer ze dag na dag
als wondere waarheid
tijd in handen neemt
hoogtij golvende beweging
hoe verlang ik
naar zachte deining
die het zielsdiepe
weerspiegelt
te midden van een hoogtij
golvende beweging
welke me op zuchten
doet roeien