ter mijner nagedachtenis
geen zin meer te zoeken
naar hun waarheid
te dik omkleed met bluf
maar ik weet
wanneer ze me ooit
uit bittere nood toe neigen
dan geef ik hen
een kruimel hartigheid
ter mijner nagedachtenis
ter mijner nagedachtenis
geen zin meer te zoeken
naar hun waarheid
te dik omkleed met bluf
maar ik weet
wanneer ze me ooit
uit bittere nood toe neigen
dan geef ik hen
een kruimel hartigheid
ter mijner nagedachtenis
in gedeelde tijd
En ze lieten mij zachtjes
bij hen binnendringen
met wijd open armen kijken
naar hun herinneringen
in samen verstaan
elkaar met woorden raken
voelde zo goed gisteren met de inwoners
van het ocmw bejaardentehuis
gedichtendag te vieren
ik geef me een naamik geef me een naam
in een verhaal
waar ik
niet bestaande
in mijn tegenstrijdigheden
een eigenheid
weet te creëren
met leven
of toch niet
in steeds een nieuwe dag
wanneer je
in zachte vleugelslag
de winden tussen ons
laat waaien
ontdek ik in jou
een mooie zomerherinnering weer
hoe je van tussen
groen gebladerde takken
met pulserend gezang
en toch zo tedere klanken
de zon voor mij liet opstaan
in steeds een nieuwe dag
waar wild gebroed
ze loopt de morgen tegen
om de nacht te vergeten
waar wild gebroed
in walmend groen
uit hel gevreesde diepten
naar boven worden gedreven
zelfs wakend
in hun helse kreten
ieder donker uur steeds weer
haar kinderangsten
als lotsbestemming
met hen meebeleefd
vol dwaze grillenwaai weg
de zo lang
en traag lijkende dagen
die met zijn
vol dwaze grillen
ons steenkoud laten rillen
dwingen ons
in de tijd te verdrinken
vol glazen grillen
zie je oplichten
pas wanneer je
oplicht boven nevel
die met parelogend
weerwoord helpt
armelijke schaduwen
die ’s nachts
elkaars schraalheid sarren
te vergeten
weet ik dat licht
het leven
iedere morgen zegevierend
teruggeeft
in de storm
zag hoe hij
vastgehouden
door kracht
verlittekend
werd weggesmeten
versplinterd
in d’aarde verdwaalde
zich door vogels
behoudend in een nest
liet verweven
vertakte zich ondergronds
ze wortelde
vertakte zich ondergronds
ergens te velde
zonder dat iemand
haar leerde kennen
tot jij
voorzichtig ging delven
schepje per schepje
haar hart licht deed groeien
naar zonnig open bloeien
een paso doble
wanneer hemels
grijs met rood de wereld
een paso doble toont
terwijl figurantlijkende bomen
mee in hun ritme
worden getroond
souffleer ik hen
met mijn passionele dromen
steeds verder
hopende dat hij
zich door het schouwspel laat verleiden
vooraleer het zal eindigen
een jaarkring later
en op het knoestige
ent ik jeugdigheid
met tederheid
om stilzwijgend
af en toe kijkend
een jaarkring later
hoogzomer te genieten
uit de bloei
van onze liefde
zigzaggend langs zoveel heen
niet dat wij
de weg kwijt waren
hadden hem al lang
in eigenwijs verlaten
wilden zigzaggend
langs zoveel heen
heel anders kijkend
tastend elkaar bereiken
daar waar vrijheid
ons verbonden vindt
de weg naar veilig
Ik ril oude wanen
raak nachtelijke aarzel
in duistere avond
tot jij groots opkomt
als baken mij de weg
naar veilig toont
waar toekomst
niet langer verleden
maar morgen heerst
thuisvoetafdrukken wijzen
naar verder
iedere stap
weg van huis
brengt ons dichter
bij thuis
zodat wij eindelijk
in een eigen moment
onze liefde als waarheid
kunnen beschrijven
jouw waarheid zien
wanneer je
uit je cocon
durft kruipen
ophoudt
jezelf
te verschuilen
zul je
jouw waarheid
in gerijpte liefde zien
ik wil rustenik wil rusten
maar niet dood lijken
zoals zij
die naamloos
naar de stroom van leven
zitten te kijken
(geschreven na tekening : zie hyves)
oorsprong
slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek
met zo’n volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong
terug zijn waarheid schrijft
bieze bijze wij
met wilskracht
bieze bijze wij
steeds hoger
en hoger
zoeken
in de beweeglijkheid
van het spel
naar gevoelens
die trachten
de beroering van een ogenblik
met oneindige verrukking
te overstijgen
(bieze bijze : schommelen)
Draag me meedraag me
in de stroom van leven mee
naar die andere wereld
schraap
weg de aarde
op zoek naar mijn sporen
toren ze hoog
want ik wil niet
dat je zonder mij oogt
een beleven
terwijl de zon
deze morgen
helder rood opstond
troonde ze mij
eindeloos belevend
in haar kracht mee
toen ze
net glinsterend verpakte zieltjes
zacht in kristallijn vergleed
leg mijn droom zachtjes neder
als schemertijd
zich moe afvraagt
wanneer laagdragend licht
het dagdagelijkse
zal verspreiden
verzoent mijn droom
zich met leven
leg ik hem zachtjes neder
op een bloemenbed
van wezenlijke weelde
jij
mijn hart schildert
zo je glimlach
de kuiltjes in je wangen
je haar wat lichtjes in de war
rimpels die jouw
immer voortbewegen tonen
en in de blik van je ogen
leg ik jouw streven vast
thuis te willen horen
op een achtergrond
waar warmte
ons samenzijn bekroont
poezendicht
soms miauw ik
liefkozend zoet
en wroet me
tegen jou aan
andere dagen
klauw ik stout
ongetemd niet bang
naar vrijheid
tot mijn honger
terug naar thuis verlangt
weerwoord Herzele
wanneer ogen
me stervende zien
monden me
reeds doodzwijgen
omhels me dan
en ervaar
dat de dood
me nog niet heeft ingehaald
ik in de stroom van leven
nog warm meespeel