jouw gllmlach
omdat ik van je houdt
altijd al
leeft mijn bestaan
zich uit
geef ik toe
aan verlangen
dat ik in
jouw glimlach ontmoet
beleef stil
innerlijke innigheid
dat uitgroeit tot een droom
waaruit ik nooit wil ontwaken
jouw gllmlach
omdat ik van je houdt
altijd al
leeft mijn bestaan
zich uit
geef ik toe
aan verlangen
dat ik in
jouw glimlach ontmoet
beleef stil
innerlijke innigheid
dat uitgroeit tot een droom
waaruit ik nooit wil ontwaken
leven
toen mijn emoties
werden overspoeld
door warme gedachten
ontstonden er gevoelens
waarover ik niet alleen wou
praten ook intens ervaren
want zij betrachtten
een leven met liefde
in eindeloos perspectief
liefde
midden winterse eentonigheid
gaan mijn gedachten zingen
omdat er na elke bocht
mooie herinneringen liggen
voorbij de kerk rechtsaf
een ommetje
langs de burcht waar
passie mij heeft verrast
verder naar de linde die reeds in
zijn winterse omwenteling naar lente
volmaakt geurende hunkering
van destijds laat herbeleven
mee met de zon
in de schaduw van jonge populieren
het bos dat eens is geweest
terug voel bewegen
als een zee van tere koestering
onze lichamen heeft gestreeld
liefde heeft vereeuwigd
kijkend naar de zon
gaan we sterren
ontdekken, exploreren
en leren te overleven
gewichtloos vrijheid smaken
zielen raken en mekaar met
hartveroverende doelwitten raken
chaos scheppen en creëren
om op de juiste manier
verhaal aan ons leven te geven
om daarna kijkend naar de zon
te genieten van onze levenskracht
en na te denken over hoe het begon
dromen
omdat ik niet weet
waarover ik ga dromen
neem ik een verhaal mee
warm van verlangen
met gensters vol passie
momenten die oplichten
van intimiteit
uit eigen beweging
hartstochtelijk ontwaak
naast een waarheid die mij
in zijn armen verkoesterd
tot een lentebloesem
midden winter
een sluimering
mijn wachten
een pijnlijke
ervaring
tot ik mezelf
te slapen leg
in een ontkomen
zonder ook maar
een gerucht
van ongedurigheid
met enkel opgebloeide stilte
en innerlijke innigheid
ik een sluimering wordt
de tijd met mij
naar de hemel
weer naar de aarde
voorbestemd om
de nacht te overleven
zon in ogenschouw
te nemen
de tijd met mij
zonder haast
morgen weer
een wiebelkontje
een wiebelkontje
zo wordt zij door hem genoemd
wil zij blijvend zijn
van dichtbij voelen
hoe zijn passie haar verleidt
tot intensiteit
een beleven
hun dicht bijeen zijn
een donker dreigen
om mijn wereld er als
onheilspellend te laten uitzien
tot ik met één stap voorwaarts
erin slaag hen
als donkere wolk
te laten vandoor gaan
helemaal vrij weet te genieten
van een uitgelaten zon die
mijn tuin openwerpt als een
wondergegeven door leven getekend
sluit de deur
omdat je
onder mijn huid zat
valt het zwaar
dat jij je eigen weg
wil gaan
lopend naar huis
schud ik
eenzaamheid van me af
sluit de deur
wijl ik mezelf verbied
nog op de vlucht te gaan
wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
van nachtmerrie tot levensechte droom
heb me vannacht
laten leiden door een licht
dat dwaalt
verdwijnt en terugkeert
in het duister
linksaf
de hoofdstraat door
onware beemden in
heel ver
met het alleen zijn mee
tot ik door je aanraking
weer thuiskom
van heel dichtbij
warme fluister
mijn lichaam leven doet
je handen
in bezitterige klem
wanneer hij
paraderend in bewegingsvrijheid
aast naar prooi
als hebzuchtig despoot
in een ommezien beslist
over leven of dood
zijn nog naar adem
snakkende buit aanvreet
in bezitterige klem
laat hij mij kennen
dat zijn kwelling slechts
de zwakste treft
naar binnen starend
hij hoort me maar luistert niet
zo leer ik
aan het zwijgen wennen
begraaf me
in een dode droom
met randen van onmacht
volkomen onbereikbaar
naar binnen starend
eenzaamheid beklagend
samen op weg
maakt leven
een onverhoedse beweging
waarbij jij en ik
met improvisatie
geluk op de vreemdste plekken
moeten zoeken
eens komen wij weer aan
waar wij horen te zijn
omdat liefde ons
in die tijd
steeds heeft vergezeld
liefde
begrijp de waarde
van het duister
ontdek hoe wij
ermee vergroeiend
stilte ingaan
er ontdekken waar
onze verlangens wonen
zo volmaakt naakt
voor elkaar
liefde verheerlijken
immer samen
Samen, immer samen
hij die mij in lente
knisperende liefdestaal
toefluisterde
mijn zwoele
zomernachten
wit omlijstte
waait nu
droef gestemd
met me mee
wanneer ik
ga mijmeren
over het voorbije leven
met ademruimte
er is meer nodig
dan een goed geheugen
om herinneringen te hebben
wat zou je
zonder speels
kloppend hart
dat vastbesloten is
ervaringen met ademruimte
op te bergen