een sluimering
mijn wachten
een pijnlijke
ervaring
tot ik mezelf
te slapen leg
in een ontkomen
zonder ook maar
een gerucht
van ongedurigheid
met enkel opgebloeide stilte
en innerlijke innigheid
ik een sluimering wordt
een sluimering
mijn wachten
een pijnlijke
ervaring
tot ik mezelf
te slapen leg
in een ontkomen
zonder ook maar
een gerucht
van ongedurigheid
met enkel opgebloeide stilte
en innerlijke innigheid
ik een sluimering wordt
de tijd met mij
naar de hemel
weer naar de aarde
voorbestemd om
de nacht te overleven
zon in ogenschouw
te nemen
de tijd met mij
zonder haast
morgen weer
een wiebelkontje
een wiebelkontje
zo wordt zij door hem genoemd
wil zij blijvend zijn
van dichtbij voelen
hoe zijn passie haar verleidt
tot intensiteit
een beleven
hun dicht bijeen zijn
een donker dreigen
om mijn wereld er als
onheilspellend te laten uitzien
tot ik met één stap voorwaarts
erin slaag hen
als donkere wolk
te laten vandoor gaan
helemaal vrij weet te genieten
van een uitgelaten zon die
mijn tuin openwerpt als een
wondergegeven door leven getekend
sluit de deur
omdat je
onder mijn huid zat
valt het zwaar
dat jij je eigen weg
wil gaan
lopend naar huis
schud ik
eenzaamheid van me af
sluit de deur
wijl ik mezelf verbied
nog op de vlucht te gaan
wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
van nachtmerrie tot levensechte droom
heb me vannacht
laten leiden door een licht
dat dwaalt
verdwijnt en terugkeert
in het duister
linksaf
de hoofdstraat door
onware beemden in
heel ver
met het alleen zijn mee
tot ik door je aanraking
weer thuiskom
van heel dichtbij
warme fluister
mijn lichaam leven doet
je handen
in bezitterige klem
wanneer hij
paraderend in bewegingsvrijheid
aast naar prooi
als hebzuchtig despoot
in een ommezien beslist
over leven of dood
zijn nog naar adem
snakkende buit aanvreet
in bezitterige klem
laat hij mij kennen
dat zijn kwelling slechts
de zwakste treft
naar binnen starend
hij hoort me maar luistert niet
zo leer ik
aan het zwijgen wennen
begraaf me
in een dode droom
met randen van onmacht
volkomen onbereikbaar
naar binnen starend
eenzaamheid beklagend
samen op weg
maakt leven
een onverhoedse beweging
waarbij jij en ik
met improvisatie
geluk op de vreemdste plekken
moeten zoeken
eens komen wij weer aan
waar wij horen te zijn
omdat liefde ons
in die tijd
steeds heeft vergezeld
liefde
begrijp de waarde
van het duister
ontdek hoe wij
ermee vergroeiend
stilte ingaan
er ontdekken waar
onze verlangens wonen
zo volmaakt naakt
voor elkaar
liefde verheerlijken
immer samen
Samen, immer samen
hij die mij in lente
knisperende liefdestaal
toefluisterde
mijn zwoele
zomernachten
wit omlijstte
waait nu
droef gestemd
met me mee
wanneer ik
ga mijmeren
over het voorbije leven
met ademruimte
er is meer nodig
dan een goed geheugen
om herinneringen te hebben
wat zou je
zonder speels
kloppend hart
dat vastbesloten is
ervaringen met ademruimte
op te bergen
mijn berk
midden romantiek geworteld
houdt hij zomer
zo lang mogelijk vast
opdat ik in een zee
van dromend geel
met de floers van mysterie
geborgen zal weten
als ongedurig leven
zich koud schreiend
rondom mij opdringt
vol van verwachting
je vlugge hartslag
kloppend
onder mijn hart
vertelt me
met vonken van vroeger
en hartverwarmende voel
jou zo dichtbij
in ontzaglijk mooie
momenten samen
beiden verlangend
naar elkaars realiteit
herinnering
het zijn mijn gedachten
die terugdwalen
naar waar wij dansten
zonder muziek
in een wondermooi lied
onder de indruk
van elkaars lichtvoetigheid
onafscheidelijk
in een onmogelijke liefde
met elkaar vrijend
de tijd uit het oog verliezend
het houden van ervoeren
tot jij wegging
en ik achterbleef
in een levenslange strijd
met elkaar verbonden
de zon zagen ondergaan
liefde wetend
door je speelse
liefkozingen
laait verlangen op
een tintelend zijn
op weg naar
verhoopte siddering
een zweven boven mijn horizon
om met eindeloos genot me helemaal
aan je liefde over te geven
zonder kracht
hoe moet ik
leren van mijn fouten
als ik herinneringen kwijtraak
roerloos
blind verdoofd
lig te staren midden leven
dat ik niet langer weet