wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
wij
reeds bezig met herinneren
neem ik je
in mezelf mee
nazinderend van genot
tot jouw gezicht
terug het mijne raakt
verlangen weer
wordt aangewakkerd
samen met het besef dat
onze liefde tijdloosheid onderschrijft
van nachtmerrie tot levensechte droom
heb me vannacht
laten leiden door een licht
dat dwaalt
verdwijnt en terugkeert
in het duister
linksaf
de hoofdstraat door
onware beemden in
heel ver
met het alleen zijn mee
tot ik door je aanraking
weer thuiskom
van heel dichtbij
warme fluister
mijn lichaam leven doet
je handen
in bezitterige klem
wanneer hij
paraderend in bewegingsvrijheid
aast naar prooi
als hebzuchtig despoot
in een ommezien beslist
over leven of dood
zijn nog naar adem
snakkende buit aanvreet
in bezitterige klem
laat hij mij kennen
dat zijn kwelling slechts
de zwakste treft
naar binnen starend
hij hoort me maar luistert niet
zo leer ik
aan het zwijgen wennen
begraaf me
in een dode droom
met randen van onmacht
volkomen onbereikbaar
naar binnen starend
eenzaamheid beklagend
samen op weg
maakt leven
een onverhoedse beweging
waarbij jij en ik
met improvisatie
geluk op de vreemdste plekken
moeten zoeken
eens komen wij weer aan
waar wij horen te zijn
omdat liefde ons
in die tijd
steeds heeft vergezeld
liefde
begrijp de waarde
van het duister
ontdek hoe wij
ermee vergroeiend
stilte ingaan
er ontdekken waar
onze verlangens wonen
zo volmaakt naakt
voor elkaar
liefde verheerlijken
immer samen
Samen, immer samen
hij die mij in lente
knisperende liefdestaal
toefluisterde
mijn zwoele
zomernachten
wit omlijstte
waait nu
droef gestemd
met me mee
wanneer ik
ga mijmeren
over het voorbije leven
met ademruimte
er is meer nodig
dan een goed geheugen
om herinneringen te hebben
wat zou je
zonder speels
kloppend hart
dat vastbesloten is
ervaringen met ademruimte
op te bergen
mijn berk
midden romantiek geworteld
houdt hij zomer
zo lang mogelijk vast
opdat ik in een zee
van dromend geel
met de floers van mysterie
geborgen zal weten
als ongedurig leven
zich koud schreiend
rondom mij opdringt
vol van verwachting
je vlugge hartslag
kloppend
onder mijn hart
vertelt me
met vonken van vroeger
en hartverwarmende voel
jou zo dichtbij
in ontzaglijk mooie
momenten samen
beiden verlangend
naar elkaars realiteit
herinnering
het zijn mijn gedachten
die terugdwalen
naar waar wij dansten
zonder muziek
in een wondermooi lied
onder de indruk
van elkaars lichtvoetigheid
onafscheidelijk
in een onmogelijke liefde
met elkaar vrijend
de tijd uit het oog verliezend
het houden van ervoeren
tot jij wegging
en ik achterbleef
in een levenslange strijd
met elkaar verbonden
de zon zagen ondergaan
liefde wetend
door je speelse
liefkozingen
laait verlangen op
een tintelend zijn
op weg naar
verhoopte siddering
een zweven boven mijn horizon
om met eindeloos genot me helemaal
aan je liefde over te geven
zonder kracht
hoe moet ik
leren van mijn fouten
als ik herinneringen kwijtraak
roerloos
blind verdoofd
lig te staren midden leven
dat ik niet langer weet
ga ik dan dood
als de dag
niet wil beginnen
bomen wazig
staan te verzinken
zo anders dan
wanneer mijn droom
zich uitvergroot om
tot een beschrijving te komen
waarbij ik
het hele landschap beschilder
met de kleuren
van een regenboog
ga ik dan dood
een sprong in het duister
donkere vleugels
dragen donkere woorden
wantrouwen
in een nacht
op zijn donkerst
nachtmerries
worden uitvergroot
een volle maan
verschanst zich
midden alle indrukken
wijl ik doe
wat van mij wordt verwacht
een sprong in het duister
om op eigen benen
alleen te staan
zonder leven te verdringen
kleuren van de wind
dat ik
geen moment verspil
door stil te staan
midden rumoerigheid
na te denken
over dood en leven
vechten of opgeven
keuzes maken
omdat mijn hart
je blijft zien
passie voelen
die we hebben gekend
liefde gedeeld
kleuren van de wind als
blikseminslag van belang weet
het terug gelukkig zijn
wijl ik het
had kunnen zijn
tracht neer te schrijven
droomt het landschap
zich voor mijn ogen open
wil het net of ik stil
met mezelf alleen
ga neerzitten
om midden het vertrouwde
mijn glimlach terug te vinden
vlucht in woorden
ik zwijg de gedachte
waarin ik je vond
dicht mij toe
met mijn geheim
en vlucht in woorden
die waan toveren
een ogenblik
dacht tijd te hebben
om haar te vragen
waarom ze vreemd
onbewogen
mij alleen liet
maar leven
is zo vluchtig
even
een ogenblik