midden leven
een kijk op eeuwigheid midden leven
laat beseffen dat mijn grootste vijand
de onwetendheid is dat wij het land toebehoren
het rotsvast geloven ons een toekomst schenkt
midden leveneen kijk op eeuwigheid midden leven
laat beseffen dat mijn grootste vijand
de onwetendheid is dat wij het land toebehoren
het rotsvast geloven ons een toekomst schenkt
onuitgesproken liefdezelfs al zit leven
vol onuitgesproken liefde
daarom gaat ze niet minder diep
omdat haar schoonheid
in stilte zit vervat
nacht trotseert
aangezien ze van onthechting
niets moet weten
zwoelheb de nacht geproefd
zwoel
zelfs zonder de nabijheid
van één enkele bloem
het is mijn lichaam
die de geur verspreidt
na het ervaren
van innemelijkheid
een ondeelbare eenheid
een ondeelbare eenheid zijn wij
weet ik zeker
net als jij
omdat jouw verlangen
als het mijne
aanvoelt
me geknuffeld weet
zoals ik warmte
en tederheid geef
samen iedere minuut
van de dag romantiek
uit het leven halen
de vaste overtuiging meedraag
dat ik blijf bestaan
nooit zal sterven
in het verhaal
jij neerschrijft
liefdemijn leven dat ik kende
voor jou daar kon ik
eeuwig mee doorgaan
tot het me liet inzien
te worden gevormd
door eigen keuzes
houden van
me een ander
thuiskomen gaf
liefde een stem
zonder mijtoen je een paar dagen
niks van mij
wou horen
wist ik dat je
een heel leven
zonder mij verder kon
zo vrouwlaat me
in die droom
van vannacht
waar ik me
kan verlaten
op een zon
die mijn lichaam
doordringt
met warmte
net zolang
tot ik
klaar ben
om midden
barre winterkou
hem te leven
onze droomwat we toevertrouwden
aan groen stil water
nam de stroom mee
naar open zee
die het aanlegde op
een paradijselijk eiland
als een helder stukje glas
waarin onze droom
zich nooit verdrinkt
gun me vlindervleugelsgun me vlindervleugels
om hemels met hem mee
te vliegen
naar een veld vol bloeiende
herinneringen waar we
samen kunnen uitrusten
als een eenheid
door alles heen
nu straks en altijd
een blauwe hemelbij machte om roerloze wolken
die beelden vertroebelen
tot grijze mijmeringen
te laten uithuilen
bracht me de kracht
om een blauwe hemel
als warm deken van troost
naar me toe te halen
duurzaamheb een glimlach
vol vertrouwen opgeborgen
in het kleinood dat
in mijn hand werd gelegd
omdat ik
op het deksel bloemen
als immer doorbloeiende
hechtheid ontdekte
net lijk onze vriendschap
zonder windvlagenregen verleidt me tot gaan slapen
wanneer hij zonder windvlagen
met zilveren geruis me meer
speelruimte biedt voor dromen
midden serene bedding
vol van liefde
wanneer handen
zacht strelend
schouderlast wegnemen
beiden tegenover elkaar
samen
stil staan
in warme wind
elkaars kramakkel hart
voor lief nemen
volgt een
opwaaiend avontuur
vol van liefde
waarin ze elkaar
een blijvende hoofdrol
toebedelen
wit lichtals de klok met aftellen begint
in geen keuze
voor de dood klaar moet zijn
hoop ik op wit licht
dat me onderdak biedt
vredig blijkt
met niets anders meer
dan een wonderlijk
nieuw uitgangspunt
zijn graftoen ik na oppervlakkig wieden
nog steeds geen bloemen
op zijn graf kon zaaien
ben ik diep gaan graven
tot last loslaat
vaststaand verledenhet verlangen naar
waar zij elkaar leerden leven
verandert niet
dacht hij mistroostig
onder ‘t somber wintergewelf
van vanochtend
dagboek in de hand
bloemen op het graf
zo ontzettend echt
rouwendmidden verontrusting
pluk ik de nacht
vol van kwade dromen
laat hem achter als
een zandvlakte in doodstrijd
net voor de dageraad
gesluierd opkomt
als ontzagwekkend
zwartgallig zicht
dat rouwend uithuilt