afscheid
midden een veld
vol korenaren
zaai ik mezelf uit
tot een herinnering
want het is
midden die eenzaamheid
dat ik me veilig voel
berusten kan
de wind durf te leven
als weemoedige onderstroom
van het voorgoed verlorene
afscheid
midden een veld
vol korenaren
zaai ik mezelf uit
tot een herinnering
want het is
midden die eenzaamheid
dat ik me veilig voel
berusten kan
de wind durf te leven
als weemoedige onderstroom
van het voorgoed verlorene
de linde
een nieuwe bloei
omdat ik van je hou
wanneer ik midden waan
jou als vlinder vang
een ritselende franje
die sterft in mijn handen
weet dan dat ’t enkel
een schijngedachte was
een nare droom
want in mijn wakker worden
laat ik je ver voorbij
mijn schemering fladderen
vrij met eigen kleuren
de dood uitdaag
zelfs als ik de klok
uitdaag door
niet te slapen
lijkt ze enkel
onverschilligheid
te hameren
in haar voortgaan
tot de lucht
zich vult met licht
en mijn verademing
’t ritme een
eigen zielsbewegen
is gebleken
vrij
in een grijze morgen
lig ik te luisteren
hoe het zacht ademhalen
in mij schreit
zich wil bevrijden
in volkomenheid
een eigen bestaan leidt
vollediger volmaakter
dan dat het ooit
binnenkamers droomde
geworteld
de kerselaar
een nieuwe morgen
als de maan
langzaamaan verzilvert
midden schemering
laat zij zich wegbrengen
door vreemd
bewogen klanken
welke doorvloeien
tot een zacht
wezend wiegelied
dat haar het vertrouwen
op een nieuwe morgen
adembenemend inzingt
een drijvende kracht
stelligheid
strijk onvermogen
uit zicht
door me in de geest
van ’t land te wortelen
gekleurde gedachten
als bereikbare utopie
in ’t licht van de zon
te laten rijpen
tot het me als
stelligheid bekomt
terecht
ingelijfd
jij dondersteen
kruip in mijn armen
ik krimp je inéén
tot een vonkje warmte
dat mijn hart wild laat slaan
beginsel
met de zachte hartenklop
van het alleen zijn
durft ze stilte beleven
vandaag als
gisteren en morgen
bloeit zich
zwijgend open
op zoek naar een gerucht
ergens tussen
land en lucht
een enig belevingsmoment
een rooskleurige toekomst
tot zeisen zingen
onwaarschijnlijkheid
teveel hemel

het teveel hemel
in de stilte
vraagt ’t groene
te zingen
met kracht
van herinneringen
waar bloei en weelde
zit verweven