omhels mij
laat me onder jouw kruin
die koelte ruikt
omhels mij schaduwrijk
ban de warmte
die nagloeit op mijn huid
waai mijn blos naar zomerbruin
omhels mij
laat me onder jouw kruin
die koelte ruikt
omhels mij schaduwrijk
ban de warmte
die nagloeit op mijn huid
waai mijn blos naar zomerbruin
in zilvergrijs
als ik vluchtend
voor realiteit
mij tegen
zijn ruige bast aanvlij
sust hij met energie
emoties naar rust
leert me de kunst
naar mezelf te luisteren
en toont dat vergaarde wijsheid
niet verdwijnt
maar in zilvergrijs
naar een nieuwe werkelijkheid
wordt geleid
vol overgave
zoek woorden die raken
mijn diepste gevoelens
voor jou vertalen
zodat je vol overgave
naar meer inhoud vraagt
en mij nooit meer
in jouw geheugen
laat verdwalen
ons leven
een lijvig boek wordt
waarbij de eindzin
nog steeds in de taal
van liefde wordt geschreven
samen ontwaken
wanneer wij ontwaken
in onze droomwereld
waar realiteit ware liefde raakt
glijden goudfijne zonnestralen
door nevels heen
zoveel warmer
dan wanneer wij
in een nacht zonder maan
naast elkaar
in rusteloze slaap rondwaren
ontwaken
terwijl bloemen
met een wedloop om open bloei
de dag starten
zangvogels tussen geboomte
uit hun dromen ontwaken
laat ik mij
in tederlijkende morgenstilte
door de dag aanraken
die zomerswarmte
met zich meedraagt
de kracht van zijn omwentelingen
pas wanneer hij
zich met wit bekroont
tussen zijn zoveel groen
merk ik hoe de kracht
van zijn omwentelingen
eerstelingen overweldigt
na dagenlange schaduw
heeft laten verdorren
voor ze gesmaakt
konden worden
rimpel haar waterzacht
als ik neig
naar eenzaamheid
rimpel ik haar waterzacht
in mijn hart
schenk haar
mijn verlangen
die ze weerspiegelt
in zilveren schijn
om mij
het middelpunt
van verbeeldingskracht
te laten zijn
vingerlicht aanraken
wanneer gebaren er in slagen
dat wij om
elkaars aandacht vragen
het vingerlicht aanraken
emoties wakker maken
die naar verlangen smaken
zal het liefdesspel
waarin wij ons wagen
elkaar zo intens weten te raken
dat wij voldaan
in een nieuwe morgen
zullen ontwaken
in schemerdonker
wanneer haar eigen verhaal
in schemerdonker
met tragische machteloosheid
in de schijn van wreedheid
op zoek gaat
wordt het heen en weer geslingerd
tot het door verbeelding
ruimte krijgt
en ronddobbert
in schoonheid
bij jou durf zijn
wanneer ik
na al die tijd
bij jou durf zijn
wil ik een schicht
van goedkeuring
in je glimlach dromen
als gedachtestroom
de woorden horen
dat je me graag mag
zonder schrik
met tranen van verdriet
bij jouw graf staan
mijn eigen sprookje
wanneer ik
mijn grenzen verleg
vlucht ik spoorloos weg
van grijs en beton
naar een leven tussen bomen
waar ik op een elfensteen
mezelf beloon met dromen
over feeën en tovenaars
die mij in eigen sprookje
laten geloven
als voltooide zomertijd
zie bloemen
nog in weelde
wuivend geurend
reeds om zomer treuren
nog nagloeiend
het hoofd buigen
in een wind die reeds
een ander lied zingt
dra hun bloemblaadjes
als vluchtige schoonheid
door de lucht jaagt
als voltooide zomertijd
een wonderwereld
als een blauwe hemel
open bloeit met
wollig witte dromen
die mij laten zweven
ontdek ik een wonderwereld
waar magie
zich met illusies verweeft
tot hij grijs weg krimpt
onweer mij
met wakker worden bedreigt
emotie draag
waai niet langszij
maar omstrengel mij
wild en speels
met aanwezigheid
zodat ik krommend
in jouw kracht
naar steeds meer
begeerte tracht
tot ik niet langer
emotie draag
en nagenietend
in volkomenheid bedaar
een schaduw meer
wanneer er geen vertrouwdheid
alleen maar achterdocht
met een lichaam vrijt
een passieloos woordenspel
alles toedekt
wat er ooit is geweest
jij me niet meer
in jou laat schuilen
maar telkens buitensluit
weet ik
dat mijn leven
een schaduw meer heeft
dromen
pas wanneer wij
in een wereld
waar fantasie meer biedt
dan werkelijkheid
elkaar in wakende sluimering
laten dromen
dat sprookjes niet alleen
in boeken bestaan
zullen wij iedere dag
gelukkig verder spelen
zelfs geloven dat regen
ons geen verdriet
maar vreugdetranen giet
St. Rochusbosvroeger mocht hij
bos wezen
een plaats waar wij
met kabouters en feeën
iedere vakantie gingen kamperen
nu blijkt hij alleen maar
uit sprokkelhout te bestaan
waar de verhalen van toen
enkel als herinnering ronddwalen
het sombere wegkwijnt
wanneer het sombere
van de nacht wegkwijnt
de dag wakker schrikt
uit de stilte
zon nog even
rood sluimert
in een weidse ruimte
van parelende dauw
ontwaken wij samen
uit eenzaamheid
en ontdekken een wereld
die onze prille liefde tekent
leven
bloesemde zij
in lente nog zo mooi
zomerdroogte zorgde ervoor
dat ze haar blad verloor
en toen de herfst
haar te kleine vruchten plukte
heeft ze zich omringd
door jaren van weleer
in winterslaap geweend
samenzijn
geniet in ochtenddauw
van het parelend ogenblik
wanneer ik voor jou
mijn bloemkroon openvouw
adem mijn geur
ontdek mij lijfelijk mooi
wees mijn prooi
kleef je vast
diep in mij
en ontdek de kracht
van ons samenzijn
zomer
wanneer zomer
de schoonheid van de natuur
in volle glorie
voor me uitrolt
dan lijkt het
of ik op een kleurig tapijt
van pril naar weelderig
de wereld in zweef
en ervaar dat genieten
van de groei van leven
mij het paradijs
op aarde geeft
vermolmd
jij die vroeger
fris groen wolkte
af en toe jouw waarheid
in bruin rood vertolkte
zelfs kaal grijs
nog teken van leven gaf
en in een nieuwe kringloop
mij bloesems toonde
neigt nu vermolmd
naar de grond
waar je door de tijd
aards wordt toegedekt
en verdwijnt
vlindervleugelig
terwijl ik vlindervleugelig
langs het bloemperk trek
de zomer ruik
in de zoete geur
van fleurende sierstruiken
glimt mijn hart
het zonlicht tegen
en golf ik
gedragen door kleurrijke beelden
naar een bruingetinte herfst
in sterke stroming
laat me even
roerloos vlak
alles beleven
heb genoeg
van het schrikbeeld
dat mij
in sterke stroming
met telkens
meer averij
laat verder leven
in mijn hart wil bewaren
het licht
waarvan de schijn
met een zucht wordt gedoofd
van warmte beroofd
hou ik vast in dromen
omdat ik samen als we waren
de herinnering nog jaren
in mijn hart wil bewaren
want zelfs al adem ik
eenzaam verder
wat me heeft toebehoord
verlies ik nooit
kent augustus terug zomer
wanneer de hitte
boven de grond
weerkaatsing danst
hemelsblauw
kent op wollig wit
de overhand
vogels vliegen
een langzame vlucht
rond een flonkerende zon
de stille hartenklop
van leven
het landschap sust
dan pas kent augustus
terug zomer
zomerse jeugdherinnering
de rookgeur van verbrand kruid
liet me terugkeren
naar mijn jeugd
toen we zomersjong
een hele dag door
aardappelen rooiden
een oplawaai kregen
wanneer wij
de krieltjes waren vergeten
maar ook hoe we na oogst
ze in het vuur gooiden
en rokend warm opaten
niet beseffend
dat een zorgeloze tijd
zo vlug voorbij zou zijn
in schoonschrift
en jouw woorden
die klagen om gelezen te worden
sleuren mij
door regels vol venijn
waarbij ik de inhoud
met pijn uitwis
en leugens laat wegkwijnen
in grijs
want zelfs wanneer mijn hart
door jouw pen wordt gekrast
weet dan dat ik in schoonschrift
reeds mijn eigen sprookje schrijf
ik jou niet meer vind
in een even omgeven
open jij verbeelding
voert mij mee
waar passie leeft
tot beleven
wordt toegedekt
met onaards stil
ondanks je
naast me ligt
ik jou niet meer vind
flikflooien
niet wetende de weg
naar liefde is nooit effen
strijkt ze de plooien
van haar nieuwe jurk glad
pikkelt ze op veel te hoge
zwart gelakte schoenen
langs de kinderkopjesbaan
naar haar liefdeskompaan
die zit te flikflooien
met een nymfomane