leven
bloesemde zij
in lente nog zo mooi
zomerdroogte zorgde ervoor
dat ze haar blad verloor
en toen de herfst
haar te kleine vruchten plukte
heeft ze zich omringd
door jaren van weleer
in winterslaap geweend
leven
bloesemde zij
in lente nog zo mooi
zomerdroogte zorgde ervoor
dat ze haar blad verloor
en toen de herfst
haar te kleine vruchten plukte
heeft ze zich omringd
door jaren van weleer
in winterslaap geweend
samenzijn
geniet in ochtenddauw
van het parelend ogenblik
wanneer ik voor jou
mijn bloemkroon openvouw
adem mijn geur
ontdek mij lijfelijk mooi
wees mijn prooi
kleef je vast
diep in mij
en ontdek de kracht
van ons samenzijn
zomer
wanneer zomer
de schoonheid van de natuur
in volle glorie
voor me uitrolt
dan lijkt het
of ik op een kleurig tapijt
van pril naar weelderig
de wereld in zweef
en ervaar dat genieten
van de groei van leven
mij het paradijs
op aarde geeft
vermolmd
jij die vroeger
fris groen wolkte
af en toe jouw waarheid
in bruin rood vertolkte
zelfs kaal grijs
nog teken van leven gaf
en in een nieuwe kringloop
mij bloesems toonde
neigt nu vermolmd
naar de grond
waar je door de tijd
aards wordt toegedekt
en verdwijnt
vlindervleugelig
terwijl ik vlindervleugelig
langs het bloemperk trek
de zomer ruik
in de zoete geur
van fleurende sierstruiken
glimt mijn hart
het zonlicht tegen
en golf ik
gedragen door kleurrijke beelden
naar een bruingetinte herfst
in sterke stroming
laat me even
roerloos vlak
alles beleven
heb genoeg
van het schrikbeeld
dat mij
in sterke stroming
met telkens
meer averij
laat verder leven
in mijn hart wil bewaren
het licht
waarvan de schijn
met een zucht wordt gedoofd
van warmte beroofd
hou ik vast in dromen
omdat ik samen als we waren
de herinnering nog jaren
in mijn hart wil bewaren
want zelfs al adem ik
eenzaam verder
wat me heeft toebehoord
verlies ik nooit
kent augustus terug zomer
wanneer de hitte
boven de grond
weerkaatsing danst
hemelsblauw
kent op wollig wit
de overhand
vogels vliegen
een langzame vlucht
rond een flonkerende zon
de stille hartenklop
van leven
het landschap sust
dan pas kent augustus
terug zomer
zomerse jeugdherinnering
de rookgeur van verbrand kruid
liet me terugkeren
naar mijn jeugd
toen we zomersjong
een hele dag door
aardappelen rooiden
een oplawaai kregen
wanneer wij
de krieltjes waren vergeten
maar ook hoe we na oogst
ze in het vuur gooiden
en rokend warm opaten
niet beseffend
dat een zorgeloze tijd
zo vlug voorbij zou zijn
in schoonschrift
en jouw woorden
die klagen om gelezen te worden
sleuren mij
door regels vol venijn
waarbij ik de inhoud
met pijn uitwis
en leugens laat wegkwijnen
in grijs
want zelfs wanneer mijn hart
door jouw pen wordt gekrast
weet dan dat ik in schoonschrift
reeds mijn eigen sprookje schrijf
ik jou niet meer vind
in een even omgeven
open jij verbeelding
voert mij mee
waar passie leeft
tot beleven
wordt toegedekt
met onaards stil
ondanks je
naast me ligt
ik jou niet meer vind
flikflooien
niet wetende de weg
naar liefde is nooit effen
strijkt ze de plooien
van haar nieuwe jurk glad
pikkelt ze op veel te hoge
zwart gelakte schoenen
langs de kinderkopjesbaan
naar haar liefdeskompaan
die zit te flikflooien
met een nymfomane
in tijdlooszelfs sterren
kijken afgunstig op hen neer
wanneer zij spelend delen
hun aanreiken
zo immens wanneer zij zich
in tijdloos neervlijen
en zich overgeven
aan wat passie zij
betekent
dromend
wil rustig
in je armen slapen
mezelf losmaken
van alle indrukken
die mij bestormen
zodat ik kan ontwaken
in een beschermende cirkel van liefde
die mijn onderbewustzijn raakt
en mij de schoonheid van leven
dromend laat beleven
in rijke inhoud verdwalen
in plaats van binnenkamers
zich aan soberheid te vergapen
laten we de dagen
uit wandelingen bestaan
waar wij eindeloosheid
zonder eenzaamheid treffen
en in rijke inhoud
verdwaald raken
want zowel een gouden gloed
dat met rakende intimiteit
de dag laat ontwaken
als een schaduw van wolken
die ons door het obscure meetroont
vertalen ons aanlokkelijkheid
de zomer van mijn leven
toen de zon
verlangen scheen
heb je mij in wiegend geel
de zomer van mijn leven
laten beleven
bracht samenspelen
ons naar een hoogtepunt
waar alledaagse sleur
door begeerte
wordt herschreven
waarbij werkelijkheid
zich beweegt
naar herinneringen
die blijven swingen
in de muziek
van samenzijn
ze fleurt niet meer
haar strijd
tegen het grijs
lijkt uitgeteerd
en tevergeefs
slechts een waan
van kleur
flardt een ogenblik
door het donker
begoochelt
de hemel rood
om even vlug
te doven
bloemzacht
wanneer ik het waag
zomers te verdwalen
in een bebloemde wei
zal ik me
vastklampen aan je schoonheid
en strelend bedelen
om bodemloos diep
bloemzacht mijn verhaal
te mogen halen
in pril groen te vertalen
ring na ring
ik leef me boom
wortel me bezield vast
in thuis
om mijn verhaal ruisend
ring na ring
te blijven dromen
egotrippend vruchten draag
zelfs na pluktijd
groenbloeiend warmte vraag
tot ik afgekapt
ruimte haar ledigheid
laat herwinnen
als ruiker
in zwoele avondlucht
wordt beleven
als herinnering geplukt
om als ruiker
mee te dragen
naar een nieuwe dag
die me verraadt
tijd de geur
van de nacht loslaat