wanneer oud verdriet
niet langer
in de nacht staart
ik verlang
naar de zoekende handen
onder ’t bedlaken
die mij met tederheid
naar een passioneel verhaal
weten te dragen
zal ik mij
tussen droom en daad
terug op liefde verlaten

wanneer oud verdriet
niet langer
in de nacht staart
ik verlang
naar de zoekende handen
onder ’t bedlaken
die mij met tederheid
naar een passioneel verhaal
weten te dragen
zal ik mij
tussen droom en daad
terug op liefde verlaten
levenwanneer ik ze opraap
kussen ze me zee
strelen me aard
vertellen mij
in voormenselijke taal
een verhaal
dat waadde
door leven en dood
en toch bleef voortbestaan
omhels mij
laat me onder jouw kruin
die koelte ruikt
omhels mij schaduwrijk
ban de warmte
die nagloeit op mijn huid
waai mijn blos naar zomerbruin
in zilvergrijs
als ik vluchtend
voor realiteit
mij tegen
zijn ruige bast aanvlij
sust hij met energie
emoties naar rust
leert me de kunst
naar mezelf te luisteren
en toont dat vergaarde wijsheid
niet verdwijnt
maar in zilvergrijs
naar een nieuwe werkelijkheid
wordt geleid
vol overgave
zoek woorden die raken
mijn diepste gevoelens
voor jou vertalen
zodat je vol overgave
naar meer inhoud vraagt
en mij nooit meer
in jouw geheugen
laat verdwalen
ons leven
een lijvig boek wordt
waarbij de eindzin
nog steeds in de taal
van liefde wordt geschreven
samen ontwaken
wanneer wij ontwaken
in onze droomwereld
waar realiteit ware liefde raakt
glijden goudfijne zonnestralen
door nevels heen
zoveel warmer
dan wanneer wij
in een nacht zonder maan
naast elkaar
in rusteloze slaap rondwaren
ontwaken
terwijl bloemen
met een wedloop om open bloei
de dag starten
zangvogels tussen geboomte
uit hun dromen ontwaken
laat ik mij
in tederlijkende morgenstilte
door de dag aanraken
die zomerswarmte
met zich meedraagt
de kracht van zijn omwentelingen
pas wanneer hij
zich met wit bekroont
tussen zijn zoveel groen
merk ik hoe de kracht
van zijn omwentelingen
eerstelingen overweldigt
na dagenlange schaduw
heeft laten verdorren
voor ze gesmaakt
konden worden
rimpel haar waterzacht
als ik neig
naar eenzaamheid
rimpel ik haar waterzacht
in mijn hart
schenk haar
mijn verlangen
die ze weerspiegelt
in zilveren schijn
om mij
het middelpunt
van verbeeldingskracht
te laten zijn
vingerlicht aanraken
wanneer gebaren er in slagen
dat wij om
elkaars aandacht vragen
het vingerlicht aanraken
emoties wakker maken
die naar verlangen smaken
zal het liefdesspel
waarin wij ons wagen
elkaar zo intens weten te raken
dat wij voldaan
in een nieuwe morgen
zullen ontwaken
in schemerdonker
wanneer haar eigen verhaal
in schemerdonker
met tragische machteloosheid
in de schijn van wreedheid
op zoek gaat
wordt het heen en weer geslingerd
tot het door verbeelding
ruimte krijgt
en ronddobbert
in schoonheid
bij jou durf zijn
wanneer ik
na al die tijd
bij jou durf zijn
wil ik een schicht
van goedkeuring
in je glimlach dromen
als gedachtestroom
de woorden horen
dat je me graag mag
zonder schrik
met tranen van verdriet
bij jouw graf staan
mijn eigen sprookje
wanneer ik
mijn grenzen verleg
vlucht ik spoorloos weg
van grijs en beton
naar een leven tussen bomen
waar ik op een elfensteen
mezelf beloon met dromen
over feeën en tovenaars
die mij in eigen sprookje
laten geloven
als voltooide zomertijd
zie bloemen
nog in weelde
wuivend geurend
reeds om zomer treuren
nog nagloeiend
het hoofd buigen
in een wind die reeds
een ander lied zingt
dra hun bloemblaadjes
als vluchtige schoonheid
door de lucht jaagt
als voltooide zomertijd
een wonderwereld
als een blauwe hemel
open bloeit met
wollig witte dromen
die mij laten zweven
ontdek ik een wonderwereld
waar magie
zich met illusies verweeft
tot hij grijs weg krimpt
onweer mij
met wakker worden bedreigt
emotie draag
waai niet langszij
maar omstrengel mij
wild en speels
met aanwezigheid
zodat ik krommend
in jouw kracht
naar steeds meer
begeerte tracht
tot ik niet langer
emotie draag
en nagenietend
in volkomenheid bedaar
een schaduw meer
wanneer er geen vertrouwdheid
alleen maar achterdocht
met een lichaam vrijt
een passieloos woordenspel
alles toedekt
wat er ooit is geweest
jij me niet meer
in jou laat schuilen
maar telkens buitensluit
weet ik
dat mijn leven
een schaduw meer heeft
dromen
pas wanneer wij
in een wereld
waar fantasie meer biedt
dan werkelijkheid
elkaar in wakende sluimering
laten dromen
dat sprookjes niet alleen
in boeken bestaan
zullen wij iedere dag
gelukkig verder spelen
zelfs geloven dat regen
ons geen verdriet
maar vreugdetranen giet
St. Rochusbosvroeger mocht hij
bos wezen
een plaats waar wij
met kabouters en feeën
iedere vakantie gingen kamperen
nu blijkt hij alleen maar
uit sprokkelhout te bestaan
waar de verhalen van toen
enkel als herinnering ronddwalen
het sombere wegkwijnt
wanneer het sombere
van de nacht wegkwijnt
de dag wakker schrikt
uit de stilte
zon nog even
rood sluimert
in een weidse ruimte
van parelende dauw
ontwaken wij samen
uit eenzaamheid
en ontdekken een wereld
die onze prille liefde tekent