een ogenblik
dacht tijd te hebben
om haar te vragen
waarom ze vreemd
onbewogen
mij alleen liet
maar leven
is zo vluchtig
even
een ogenblik
een ogenblik
dacht tijd te hebben
om haar te vragen
waarom ze vreemd
onbewogen
mij alleen liet
maar leven
is zo vluchtig
even
een ogenblik
steeds verder van elkaar
door je kreet naar bevrijding
voel ik het alleen zijn
met mezelf aan
als een heel witte bloem
met eigen dromen
die aan de rand van bestaan
tranen vonkend
schuld vindt
de kracht van liefde
omdat ik liefde weet
waag ik de sprong
in het donker
ervan overtuigd uiteindelijk
de reeds lang vermoede
hemel te zien
waar zilveren stilte me
bijlicht tot voorbij
de grenzen van gemis
mijn waarheid
mijn waarheid
zij laat zich
niet opsluiten
grijpt kansen
schat hen in
beleeft de klanken
desnoods
zonder lied
doodstil
nu ik me
durf inleven
binnen het moment
waar de ene bloem
zacht gehaast
open bloeit
wijl de andere
wezend stil
verwelkt
wacht ik
doodstil geraakt
op eindeloos meer
zoekend
zoekend
naar een nabijheid
waar midden
een kolkende vlammenzee
het verlangen troont
dat liefde verwoord
ben ik mezelf kwijtgeraakt
terwijl ik jou meemaak
nieuw licht
nu ik vanuit het grijs en grauwe
het diepe zilver
heb ontdekt
dat een heel
nieuw licht
op het heden werpt
kan ik het voorbije
zonder schuldgevoel
loslaten
mijn blik gericht naar overzij
een milde najaarszon
omarmen
ik heet je liefde
de zachte klank van een hart
dat verlangt
heeft ons samengedreven
deint nu verder zachtjes
vloeit in jou en mij
als stille zee
geeft extase
kleur en luister
aan ons leven
berusting
als een slapeloze nacht
schrikt van mijn gedachten
die trachten om te gaan
met pijn
schenkt hij mij
een opbloeiende stilte
zodat ik een gedicht over
berusting kan neerschrijven
waarbij hoop als droom
verscholen zit
aanhankelijkheid
vertel
dat je me weet
hoe ik als zwerver
beweeg
langs de straten
van vandaag
me verbaas
hoe drift verbleekt
wanneer de avond
met stille lijnen
stillevens tekent waarin
ik me geborgen weet
de weg naar jou
tracht te verlengen
in de greep van honger
hoe zij zich ook richt
naar ’t licht
om zijn glimlach
te zien oplichten
steeds vaker
gaat hij
in de greep
van honger slapen
vermoeid van
’t leven hier
het droomblauwe
aanraken
nieuwe horizonten
mijn waarheid
beweegt zich
langs veldwegels
waar een schoonheid
te ontdekken is
die ik weiger
te plukken omdat
het me weerhoudt
tot verkennen van
nieuwe horizonten
bezwangerd met
wondere composities
zonder ook maar één schaduw
binnen eigen perceptie
bij windstil
al schildert de zon
hen nog even als stilleven
dra zullen ze hun vrijheid nemen
rood gekleurd
wervelend spelen
op de stroom van leven
tot ze bij windstil
zich warm gaan koesteren
in een tijdloos voortbestaan