berusting
als een slapeloze nacht
schrikt van mijn gedachten
die trachten om te gaan
met pijn
schenkt hij mij
een opbloeiende stilte
zodat ik een gedicht over
berusting kan neerschrijven
waarbij hoop als droom
verscholen zit
berusting
als een slapeloze nacht
schrikt van mijn gedachten
die trachten om te gaan
met pijn
schenkt hij mij
een opbloeiende stilte
zodat ik een gedicht over
berusting kan neerschrijven
waarbij hoop als droom
verscholen zit
aanhankelijkheid
vertel
dat je me weet
hoe ik als zwerver
beweeg
langs de straten
van vandaag
me verbaas
hoe drift verbleekt
wanneer de avond
met stille lijnen
stillevens tekent waarin
ik me geborgen weet
de weg naar jou
tracht te verlengen
in de greep van honger
hoe zij zich ook richt
naar ’t licht
om zijn glimlach
te zien oplichten
steeds vaker
gaat hij
in de greep
van honger slapen
vermoeid van
’t leven hier
het droomblauwe
aanraken
nieuwe horizonten
mijn waarheid
beweegt zich
langs veldwegels
waar een schoonheid
te ontdekken is
die ik weiger
te plukken omdat
het me weerhoudt
tot verkennen van
nieuwe horizonten
bezwangerd met
wondere composities
zonder ook maar één schaduw
binnen eigen perceptie
bij windstil
al schildert de zon
hen nog even als stilleven
dra zullen ze hun vrijheid nemen
rood gekleurd
wervelend spelen
op de stroom van leven
tot ze bij windstil
zich warm gaan koesteren
in een tijdloos voortbestaan
samen
de akkers die zwaar
liggen na te hijgen
van een rijke oogst
herinneren mij
hoe wij samen
begin mei
onze mooiste zomer
ooit zaaiden
hij
in een nieuw getij
haar waarheid
lente was het
die haar liet leven
tot zomer haar
met illusies heeft bedrogen
en zij in de herfst van haar leven
alleen nog
door werkelijkheid
laat strelen
een stap verder
een onschuldige dromer
het neerdwarrelende
als koesteringen
midden de warme gloed
van een eeuwig lentegevoel
een neerdwarrelende zomer
die me de schoonheid van herfst
op het hart drukt
vleugjes mysterie
die het onbevattelijke
een naam geeft
zo heb ik het neerdwarrelen
van blaadjes vandaag
ervaren
mijn blik
mijn blik
hij laat geen sporen na
op wat ik ervaarde
zelfs geen omfloerste afdruk
die aan iemand
zal kunnen zeggen
hoe zwaar het was
om op te staan
ver weg te gaan
van wat ik
als vervoering zag
mijn lief
hij
ik stel me voor aan hem
opdat hij zich aan mij
zou voorstellen
een oud gegrijsde stam
met diep gekerfde schors
die me verhaalt over
een voorbij leven terwijl
zijn kroon lijkt op een
opgewekt zacht ruisende wolk
een onweerstaanbare opwelling
in het tere licht
van een opgaande zon
die romantiek uit beleven haalt
een waarheid welke geen versies kent
omdat liefde éénig is
als anker
stuurloos
driftend
tot ik hem
als anker ontmoet
één en al gedrevenheid
mij overeind weet te houden
midden schemerige kwetsbaarheid
net zolang redzaam licht
een streep trekt
naar de overzij
op een zee van frêle
koestering verder drijvend
samen het strand bereiken
dat ons toekomst biedt
ik verlies je nooit
inspiratie
verfomfaaien
haar tweede bloei
pluk met mijn ogen
het één na ander
openwerpend bloemblaadje
als een lief klein gebaar
een lach
voor de hele omgeving
tot ze volmaakt mooi
zich met mij verenigt
helpt woorden te vinden
om mijn passie voor schoonheid
het gevoel van liefde
uit het hart neer te schrijven