Beltane
pas wanneer wij
het vuur aansteken
de vlammen in ons opnemen
kunnen wij
naar die andere wereld
toe bewegen
om bloei en bevruchting
voor komende zomer
af te smeken
Beltane
pas wanneer wij
het vuur aansteken
de vlammen in ons opnemen
kunnen wij
naar die andere wereld
toe bewegen
om bloei en bevruchting
voor komende zomer
af te smeken
pluizebollenwanneer zij
na een stralende bloei
mij als pluizebollen
lieflijk aankijken
kan ik niks anders
dan naar ze blazen
hen als parachuutjes
laten dwalen
door de ruimte
naar komende tijd
waarvan ik weet dat die
zomers mooi voor mij zal zijn
zuchtend speelt
ik moet wel
van je houden
wanneer je in openlucht
zuchtend speelt
met de geur van seringen
en mij hun zoetigheid
als sensueel ervarend
laat inademen
blauwwolkendals zachte regen
en warrelwind
mij tussen
geurende bloemblaadjes
laat bewegen
dan waan ik
me even
in een feeërieke wereld
waar boomwezens
blauwwolkend spelen
inhoudloos gestrand
zie hoe het venijn
na tijdenlang verankerd
in bodemloze diepte
terug boven drijft
vol averij
in open tij
tracht aan wal
te komen
inhoudloos gestrand
voor altijd
aan de ketting
wordt gelegd
met een gespleten hart
hoe hard
ze ook tracht
zelfs met een
gespleten hart
komt ze
het kleine meisje
met haar herinneringen
steeds tegen
in waanbestaan geboren
horen ze nu
eenmaal samen
de kleine Zonnebeker
als diepademend open jij
je kelk heel traag
lokt met geur
menig vliegend wezen
tot in de schoot van beleven
waar ze
nectar proevend
een omhelzing kennen
die door dood
nieuw leven zal bestemmen
verstriktzodanig verstrikt
in het aardse web
smeekt haar zielendeel
om aandacht en ontplooiing
los te laten de oppervlakkigheid
van het dagdagelijks bestaan
en te beseffen dat haar weten
niet past in het maatschappelijk plaatje
op kousenvoeten
waar schijn
niet meer
door vensters glijdt
in het duister hoofden
worden geteld
men het ontbreken
op voorhand weet
dan is dood
op kousenvoeten
langsgeweest
met hempas wanneer
de band sterk is
laat ze zich
door de schrijver
beheersen
zal ze met hem
de magie in woorden
met enkele pennentrekken
vloeiend tevoorschijn
toveren
de kleine merelzeulend met takken en veren
heeft de kleine merel
tussen mijn blauwe regen
haar broedplaats klaar gekregen
gebruikt het als lokmiddel
om hem bij haar in ’t nest te krijgen
zodat zij in mei
na arbeid rust zal kennen
hij voor haar en kroost zal werken
altijd samen
van dageraad
tot avondlicht
weerkaatst
je vlucht
een droom
die jouw aards
met ons verbindt
vol spanning
en ik zag hoe bliksem
grond zocht
om te aarden
vol spanning
insloeg
op het braakland
de wereld hielp
zijn verdiept verdriet
bulderend los te laten
ongestut verloren
het huis waar stilte woedde
niemand de kans kreeg te groeien
staat nu ongestut verloren
midden het landschap
waar wij het spel van kind zijn
lieten horen
groots opgroeiden
tussen een schoonheid
die bloeiend onze waarheid droeg
gevleugeld oplicht
gebruikmakend
van schildersvrijheid
geef je kleur
aan haar wereld
gaat door
zonder ophouden
tot zij
gevleugeld oplicht
ongrijpbaar verder zweeft
boven de weelde
die je uitnodigend
hebt geschetst
mijn berk en ik
wanneer hij
in bewogen rust
mijn gedachtegang vertelt
laat ik
hem baststrelend
verstaan
dat er tussen ons
wel degelijk
samenhang bestaat
duizend snippers
als het papier
geurt naar verleden
me blind zoek naar eerder
handgeschreven weelde
doch verloren loop
tussen inktgevlekte regels
de verborgen kennis
niet meer kan lezen
zullen duizend snippers
mij van een vergeelde tijd genezen
hoe kon ik weten
op doortocht
naar volwassenheid
ging je
met me spelen
hoe kon ik weten
dat achter
jouw goedlachse
waanzin zat
jij ervan genoot
mij draad voor draad
toekomstloos
in je web te kleven
deze morgen
en toen zon en wolken
mij deze morgen
in verduisteren en verklaren
zuiverste aanwezigheid
van eeuwig leven liet beleven
besefte ik hoe groot
de invloed van de verrezene
sinds het eerste paasgebeuren is
zij dit met hem inslapen
steeds in een nieuwe morgen ontwaken
nauwelijksze draven door me heen
nemen alles mee
nauwelijks heb ik
hier en daar bestaan
ze gaven me
niet de tijd
het gemis van weten
te beleven
boom tussen bomen
wanneer hij
boom tussen bomen
in winters zicht
is blijven steken
bang mee te gaan
in hun groei
zal lente hem
een tweede kans geven
of gaat hij afknappen
zonder te weten
wat zomers vruchten
dragen betekent
op de catwalk
wanneer een rij van gezichten
zweettrillend naar roem
een eigen verhaal instappen
puur en vol vuur
in uitslaande gloed
hun creativiteit laten spreken
zullen ze dan de nieuwe tijd
tot de hunne maken
zoals de oude de onze was
met schoonheid
menigeen op witte wolkjes
doen lopen
weerkaats mijn gevoel
als ik je streel
wees dan even stil
geniet van mijn vingers
en weerkaats mijn gevoel
met bereikbaarheid
zodat we kunnen zweven
in hetzelfde licht
met regenbogen dwepen
geen waan gedogen
maar in samen begeerte doven
in moederschoot wanend
wanneer ik
dieper durf zwemmen
dan de schaduw
in het water
over de scheiding heen
tussen een warreling
van dromen
mijn ruisend hart blijf horen
zal ik
het stil geheim
van de verborgen groei
ontdekken
als wit wolkende lentekinderen
wanneer de aarde
zich schildert
in een zinderend
nieuw refrein
wij met de stroom mee
door een lachende zon
in open bloeiend landschap
worden gedreven
kunnen wij niks anders
dan er ons als
wit wolkende lentekinderen
in het klein bij tekenen
weet je aards
geef je over aan de wereld
die je voelt kloppen
laat jouw schoonheid
werkelijkheid worden
jouw leven bestaat niet
alleen uit schuchtere dromen
weet je aards
in je gedachten gedragen
van hunker bevrijd
hoe indrukwekkend
mee te deinen
in zijn ademhaling
voorbij het omheinde
van hunker bevrijd
toe te geven aan de verleiding
samen nestelend
hij die even rust
en zijn veren schikt
blikt reeds
met de wind mee
langs duister zicht
naar schaduwloos wit
waar hij samen nestelend
haar zijn lied zal brengen
snoei geeft groei
men heeft je aangewezen
als sterk geworteld
doelgericht heb ik
met vol vertrouwen
jou gesnoeid
zodat jij
bij zomertijd
in nieuwe uitmonstering
mij zoveel meer
vruchten zal geven
zinledigheid
in de voortgang
van de tijd
heb je mij
traag uitgeademd
alleen zinledigheid
blijf over
van wat eens
onze liefde heeft verwoord
daarom laat ik je gaan
zonder traan
zal ik schaduwvrij
mijn eigen leven leiden