boom tussen bomen
wanneer hij
boom tussen bomen
in winters zicht
is blijven steken
bang mee te gaan
in hun groei
zal lente hem
een tweede kans geven
of gaat hij afknappen
zonder te weten
wat zomers vruchten
dragen betekent
boom tussen bomen
wanneer hij
boom tussen bomen
in winters zicht
is blijven steken
bang mee te gaan
in hun groei
zal lente hem
een tweede kans geven
of gaat hij afknappen
zonder te weten
wat zomers vruchten
dragen betekent
op de catwalk
wanneer een rij van gezichten
zweettrillend naar roem
een eigen verhaal instappen
puur en vol vuur
in uitslaande gloed
hun creativiteit laten spreken
zullen ze dan de nieuwe tijd
tot de hunne maken
zoals de oude de onze was
met schoonheid
menigeen op witte wolkjes
doen lopen
weerkaats mijn gevoel
als ik je streel
wees dan even stil
geniet van mijn vingers
en weerkaats mijn gevoel
met bereikbaarheid
zodat we kunnen zweven
in hetzelfde licht
met regenbogen dwepen
geen waan gedogen
maar in samen begeerte doven
in moederschoot wanend
wanneer ik
dieper durf zwemmen
dan de schaduw
in het water
over de scheiding heen
tussen een warreling
van dromen
mijn ruisend hart blijf horen
zal ik
het stil geheim
van de verborgen groei
ontdekken
als wit wolkende lentekinderen
wanneer de aarde
zich schildert
in een zinderend
nieuw refrein
wij met de stroom mee
door een lachende zon
in open bloeiend landschap
worden gedreven
kunnen wij niks anders
dan er ons als
wit wolkende lentekinderen
in het klein bij tekenen
weet je aards
geef je over aan de wereld
die je voelt kloppen
laat jouw schoonheid
werkelijkheid worden
jouw leven bestaat niet
alleen uit schuchtere dromen
weet je aards
in je gedachten gedragen
van hunker bevrijd
hoe indrukwekkend
mee te deinen
in zijn ademhaling
voorbij het omheinde
van hunker bevrijd
toe te geven aan de verleiding
samen nestelend
hij die even rust
en zijn veren schikt
blikt reeds
met de wind mee
langs duister zicht
naar schaduwloos wit
waar hij samen nestelend
haar zijn lied zal brengen
snoei geeft groei
men heeft je aangewezen
als sterk geworteld
doelgericht heb ik
met vol vertrouwen
jou gesnoeid
zodat jij
bij zomertijd
in nieuwe uitmonstering
mij zoveel meer
vruchten zal geven
zinledigheid
in de voortgang
van de tijd
heb je mij
traag uitgeademd
alleen zinledigheid
blijf over
van wat eens
onze liefde heeft verwoord
daarom laat ik je gaan
zonder traan
zal ik schaduwvrij
mijn eigen leven leiden
ongedwongen
waar klank en kleur
me weelderig ontvangen
geur me de bekoorlijkheid
van intimiteit laat kennen
schoonheid van leven
me in verrukking brengt
daar wil ik de kunst
van minnen leren
in ongedwongen innigheid
mijn lichaam weten
vergetelheid
in waanzin schuur ik mij
langs zware muren
struikel af en toe
in de gaten van het denken
raak bedolven onder ellende
tot ik me overgeef
aan chaos
van vergetelheid
de nacht donker en stil
voor altijd bij me blijft
veertiende nacht van de duisternis
wanneer mijn ogen ’s nachts
door het helklare
blind raken
er geen donkerte meer is
waar ik schaduw warm
in kan leven
sterrenluchten
niet langer mijn lichaam
stralend flemen
dan wordt het tijd
wij het kunstmatige
trachten in te dijken
geen onbehagen
maar zachte dromen
terug de nacht dragen
strooi me uit
kist me niet
ben bang in het donker
maar strooi me uit
en laat me herademen
in de bloei van mijn boom
in volkomenheid
in een grijze morgen
lig ik te luisteren
hoe het zacht ademhalen
in mij schreit
zich wil bevrijden
in volkomenheid
een eigen bestaan leidt
vollediger volmaakter
dan dat het ooit
binnenkamers droomde
zichzelf nog even inkuilenwanneer regen
het geploegde land
blank heeft gezet
zal hij blijven kijken
hoe maartse buien
traag verdwijnen
of gaat hij schuilen
bij dit tijdverlies
zichzelf nog even inkuilen
tot door het open raam
de zon hem laat verstaan
dat het zaaien kan beginnen
een verslapen ochtend
en vlaagt er humeurig grijs
in een verslapen ochtend
als je lusteloos alle vleugjes wit
uit een blauwe hemel
laat verdwijnen
dan haast ik mij
warmlachend de deur uit
want weet zelfs jij
houdt me niet meer vast
in grauwe ogenblikken
Blodeuwedd
wanneer in betoverend grensgebied
Blodenuwedd
donker en licht
met elkaar verbindt
elfen en aardkinderen
in de vuurrode gloed
van een opkomende zon
samen spelen
dan zal de nieuwe tijd
vlug openbreken
wedergeboorte van leven
een feit zijn
gebroken ogen
zijn gebeeldhouwd gelaat
waarin gebroken ogen
mij zijn doodsangst laten verstaan
maskeert zijn vroegere persoonlijkheid
en toch vrees ik
het ontzield omhulsel niet
kleed het teder zacht aan
met herinneringen
laat me ervaren
en juist dat stapje verdergaan
waar werkelijkheid
verbeeldingskracht raakt
laat me ervaren
ik troost kan vinden in verhalen
het zweven tussen
fascinatie en fantasie
me heelwat
levensvisie kan bieden