vol spanning
en ik zag hoe bliksem
grond zocht
om te aarden
vol spanning
insloeg
op het braakland
de wereld hielp
zijn verdiept verdriet
bulderend los te laten
vol spanning
en ik zag hoe bliksem
grond zocht
om te aarden
vol spanning
insloeg
op het braakland
de wereld hielp
zijn verdiept verdriet
bulderend los te laten
ongestut verloren
het huis waar stilte woedde
niemand de kans kreeg te groeien
staat nu ongestut verloren
midden het landschap
waar wij het spel van kind zijn
lieten horen
groots opgroeiden
tussen een schoonheid
die bloeiend onze waarheid droeg
gevleugeld oplicht
gebruikmakend
van schildersvrijheid
geef je kleur
aan haar wereld
gaat door
zonder ophouden
tot zij
gevleugeld oplicht
ongrijpbaar verder zweeft
boven de weelde
die je uitnodigend
hebt geschetst
mijn berk en ik
wanneer hij
in bewogen rust
mijn gedachtegang vertelt
laat ik
hem baststrelend
verstaan
dat er tussen ons
wel degelijk
samenhang bestaat
duizend snippers
als het papier
geurt naar verleden
me blind zoek naar eerder
handgeschreven weelde
doch verloren loop
tussen inktgevlekte regels
de verborgen kennis
niet meer kan lezen
zullen duizend snippers
mij van een vergeelde tijd genezen
hoe kon ik weten
op doortocht
naar volwassenheid
ging je
met me spelen
hoe kon ik weten
dat achter
jouw goedlachse
waanzin zat
jij ervan genoot
mij draad voor draad
toekomstloos
in je web te kleven
deze morgen
en toen zon en wolken
mij deze morgen
in verduisteren en verklaren
zuiverste aanwezigheid
van eeuwig leven liet beleven
besefte ik hoe groot
de invloed van de verrezene
sinds het eerste paasgebeuren is
zij dit met hem inslapen
steeds in een nieuwe morgen ontwaken
nauwelijksze draven door me heen
nemen alles mee
nauwelijks heb ik
hier en daar bestaan
ze gaven me
niet de tijd
het gemis van weten
te beleven
boom tussen bomen
wanneer hij
boom tussen bomen
in winters zicht
is blijven steken
bang mee te gaan
in hun groei
zal lente hem
een tweede kans geven
of gaat hij afknappen
zonder te weten
wat zomers vruchten
dragen betekent
op de catwalk
wanneer een rij van gezichten
zweettrillend naar roem
een eigen verhaal instappen
puur en vol vuur
in uitslaande gloed
hun creativiteit laten spreken
zullen ze dan de nieuwe tijd
tot de hunne maken
zoals de oude de onze was
met schoonheid
menigeen op witte wolkjes
doen lopen
weerkaats mijn gevoel
als ik je streel
wees dan even stil
geniet van mijn vingers
en weerkaats mijn gevoel
met bereikbaarheid
zodat we kunnen zweven
in hetzelfde licht
met regenbogen dwepen
geen waan gedogen
maar in samen begeerte doven
in moederschoot wanend
wanneer ik
dieper durf zwemmen
dan de schaduw
in het water
over de scheiding heen
tussen een warreling
van dromen
mijn ruisend hart blijf horen
zal ik
het stil geheim
van de verborgen groei
ontdekken
als wit wolkende lentekinderen
wanneer de aarde
zich schildert
in een zinderend
nieuw refrein
wij met de stroom mee
door een lachende zon
in open bloeiend landschap
worden gedreven
kunnen wij niks anders
dan er ons als
wit wolkende lentekinderen
in het klein bij tekenen
weet je aards
geef je over aan de wereld
die je voelt kloppen
laat jouw schoonheid
werkelijkheid worden
jouw leven bestaat niet
alleen uit schuchtere dromen
weet je aards
in je gedachten gedragen
van hunker bevrijd
hoe indrukwekkend
mee te deinen
in zijn ademhaling
voorbij het omheinde
van hunker bevrijd
toe te geven aan de verleiding
samen nestelend
hij die even rust
en zijn veren schikt
blikt reeds
met de wind mee
langs duister zicht
naar schaduwloos wit
waar hij samen nestelend
haar zijn lied zal brengen
snoei geeft groei
men heeft je aangewezen
als sterk geworteld
doelgericht heb ik
met vol vertrouwen
jou gesnoeid
zodat jij
bij zomertijd
in nieuwe uitmonstering
mij zoveel meer
vruchten zal geven
zinledigheid
in de voortgang
van de tijd
heb je mij
traag uitgeademd
alleen zinledigheid
blijf over
van wat eens
onze liefde heeft verwoord
daarom laat ik je gaan
zonder traan
zal ik schaduwvrij
mijn eigen leven leiden
ongedwongen
waar klank en kleur
me weelderig ontvangen
geur me de bekoorlijkheid
van intimiteit laat kennen
schoonheid van leven
me in verrukking brengt
daar wil ik de kunst
van minnen leren
in ongedwongen innigheid
mijn lichaam weten
vergetelheid
in waanzin schuur ik mij
langs zware muren
struikel af en toe
in de gaten van het denken
raak bedolven onder ellende
tot ik me overgeef
aan chaos
van vergetelheid
de nacht donker en stil
voor altijd bij me blijft