mijn lief

mijn lief
hij
ik stel me voor aan hem
opdat hij zich aan mij
zou voorstellen
een oud gegrijsde stam
met diep gekerfde schors
die me verhaalt over
een voorbij leven terwijl
zijn kroon lijkt op een
opgewekt zacht ruisende wolk
een onweerstaanbare opwelling
in het tere licht
van een opgaande zon
die romantiek uit beleven haalt
een waarheid welke geen versies kent
omdat liefde éénig is
als anker
stuurloos
driftend
tot ik hem
als anker ontmoet
één en al gedrevenheid
mij overeind weet te houden
midden schemerige kwetsbaarheid
net zolang redzaam licht
een streep trekt
naar de overzij
op een zee van frêle
koestering verder drijvend
samen het strand bereiken
dat ons toekomst biedt
ik verlies je nooit
inspiratie
verfomfaaien
haar tweede bloei
pluk met mijn ogen
het één na ander
openwerpend bloemblaadje
als een lief klein gebaar
een lach
voor de hele omgeving
tot ze volmaakt mooi
zich met mij verenigt
helpt woorden te vinden
om mijn passie voor schoonheid
het gevoel van liefde
uit het hart neer te schrijven
wondere aanwezigheid
houden van
ruisende schaduwen
heel licht aanrakend
kom ik tot je waarheid
de drang om mij
in jou te verlaten
als een blijvend ogenblik
vol van behagen
met sidderingen stoeiend
je te smaken
immer bij jou
weet je me stil
til me dan op
boven je verdriet
met blije herinneringen
in je hart
mijn lach op je lippen
Niels en Evelien
beleef hun woorden
als sierlijk bewegende
bloeiende liefkozingen
die leiden naar een aanhankelijkheid
waarbij liefde
eeuwigdurende lente fluistert
liefde verwoord
vol van beleven
lees ik je woorden
tot een gedicht
waarvan de inhoud
liefde verwoord
uit jou in mij geboren
vandaag
drift van ongedurig leven
verbleekt
tot een zacht bloeiend gerucht
dat zich koestert
in zomerend einde
een stilleven zonder grijs
met warme strelingen
van vruchtbaarheid
die leiden naar dat ogenblik
met een nieuw begin in zich
bij valavond
waar dromen
in diepe schaduw
tref ik
het verlangzamen
welke het stil zijn voortrekt
verzonken raken benadrukt
dromen die
over een dageraad
mompelen
waar licht om
leven schreeuwt
een tedere toekomst
heb me verschanst
in onbereikbaarheid
enkel kwaliteit van aanwezigheid
kan me genezen
me echte warmte geven
mijn nacht
wanneer mijn nacht
alle licht uitdoet
om duisternis in te ademen
ontdek hoe zoet
lucht kan zijn
hoe fleem ik me
in dit welbehagen
zielroerend neer
emotie
mijn toekomst staat niet vast
wordt door mezelf bepaalt
als een gewicht drukt ze op me
ik vlucht naar ergens
nergens
hulpkreet
ik ben niet kwaad
laat woede en wanhoop
niet het laatste gevoel zijn
dat ik ervaar
maar omhels me teder
zodat ik nog een laatste keer
het verlangen naar
meer tijd samen mag beleven
naspel