geworteld

geworteld
de kerselaar
een nieuwe morgen
als de maan
langzaamaan verzilvert
midden schemering
laat zij zich wegbrengen
door vreemd
bewogen klanken
welke doorvloeien
tot een zacht
wezend wiegelied
dat haar het vertrouwen
op een nieuwe morgen
adembenemend inzingt
een drijvende kracht
stelligheid
strijk onvermogen
uit zicht
door me in de geest
van ’t land te wortelen
gekleurde gedachten
als bereikbare utopie
in ’t licht van de zon
te laten rijpen
tot het me als
stelligheid bekomt
terecht
ingelijfd
jij dondersteen
kruip in mijn armen
ik krimp je inéén
tot een vonkje warmte
dat mijn hart wild laat slaan
beginsel
met de zachte hartenklop
van het alleen zijn
durft ze stilte beleven
vandaag als
gisteren en morgen
bloeit zich
zwijgend open
op zoek naar een gerucht
ergens tussen
land en lucht
een enig belevingsmoment
een rooskleurige toekomst
tot zeisen zingen
onwaarschijnlijkheid
teveel hemel

het teveel hemel
in de stilte
vraagt ’t groene
te zingen
met kracht
van herinneringen
waar bloei en weelde
zit verweven
je zee
windstille dagen
me terdege
bewust van het lege
in ’t rimpelende
zal ik
de windstille dagen
golvend breken
ten volle
de draagkracht van
’t bewegen beleven
zonder hartslag
waarom zou ik
vrij van gevoel
zonder hartslag
spook moeten spelen
tussen waanideeën
geef me maar
een realiteit
waar mijn geluk afhangt
van het verdwalen
tussen waarheid
klein stukje goddelijkheid

op vruchtbare bodem mijmer je
mijn zoete dromen tot een wondere
waarneembaarheid voor me open
opdat ik ze kan
opnemen als schoonheid
midden eigen onvolmaaktheid
ze als klein stukje goddelijkheid
weer te vinden
zuivere stilte
lied van hoop
naast jou