in de storm
zag hoe hij
vastgehouden
door kracht
verlittekend
werd weggesmeten
versplinterd
in d’aarde verdwaalde
zich door vogels
behoudend in een nest
liet verweven
in de storm
zag hoe hij
vastgehouden
door kracht
verlittekend
werd weggesmeten
versplinterd
in d’aarde verdwaalde
zich door vogels
behoudend in een nest
liet verweven
vertakte zich ondergronds
ze wortelde
vertakte zich ondergronds
ergens te velde
zonder dat iemand
haar leerde kennen
tot jij
voorzichtig ging delven
schepje per schepje
haar hart licht deed groeien
naar zonnig open bloeien
een paso doble
wanneer hemels
grijs met rood de wereld
een paso doble toont
terwijl figurantlijkende bomen
mee in hun ritme
worden getroond
souffleer ik hen
met mijn passionele dromen
steeds verder
hopende dat hij
zich door het schouwspel laat verleiden
vooraleer het zal eindigen
een jaarkring later
en op het knoestige
ent ik jeugdigheid
met tederheid
om stilzwijgend
af en toe kijkend
een jaarkring later
hoogzomer te genieten
uit de bloei
van onze liefde
zigzaggend langs zoveel heen
niet dat wij
de weg kwijt waren
hadden hem al lang
in eigenwijs verlaten
wilden zigzaggend
langs zoveel heen
heel anders kijkend
tastend elkaar bereiken
daar waar vrijheid
ons verbonden vindt
de weg naar veilig
Ik ril oude wanen
raak nachtelijke aarzel
in duistere avond
tot jij groots opkomt
als baken mij de weg
naar veilig toont
waar toekomst
niet langer verleden
maar morgen heerst
thuisvoetafdrukken wijzen
naar verder
iedere stap
weg van huis
brengt ons dichter
bij thuis
zodat wij eindelijk
in een eigen moment
onze liefde als waarheid
kunnen beschrijven
jouw waarheid zien
wanneer je
uit je cocon
durft kruipen
ophoudt
jezelf
te verschuilen
zul je
jouw waarheid
in gerijpte liefde zien
ik wil rustenik wil rusten
maar niet dood lijken
zoals zij
die naamloos
naar de stroom van leven
zitten te kijken
(geschreven na tekening : zie hyves)
oorsprong
slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek
met zo’n volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong
terug zijn waarheid schrijft
bieze bijze wij
met wilskracht
bieze bijze wij
steeds hoger
en hoger
zoeken
in de beweeglijkheid
van het spel
naar gevoelens
die trachten
de beroering van een ogenblik
met oneindige verrukking
te overstijgen
(bieze bijze : schommelen)
Draag me meedraag me
in de stroom van leven mee
naar die andere wereld
schraap
weg de aarde
op zoek naar mijn sporen
toren ze hoog
want ik wil niet
dat je zonder mij oogt
een beleven
terwijl de zon
deze morgen
helder rood opstond
troonde ze mij
eindeloos belevend
in haar kracht mee
toen ze
net glinsterend verpakte zieltjes
zacht in kristallijn vergleed
leg mijn droom zachtjes neder
als schemertijd
zich moe afvraagt
wanneer laagdragend licht
het dagdagelijkse
zal verspreiden
verzoent mijn droom
zich met leven
leg ik hem zachtjes neder
op een bloemenbed
van wezenlijke weelde
jij
mijn hart schildert
zo je glimlach
de kuiltjes in je wangen
je haar wat lichtjes in de war
rimpels die jouw
immer voortbewegen tonen
en in de blik van je ogen
leg ik jouw streven vast
thuis te willen horen
op een achtergrond
waar warmte
ons samenzijn bekroont
poezendicht
soms miauw ik
liefkozend zoet
en wroet me
tegen jou aan
andere dagen
klauw ik stout
ongetemd niet bang
naar vrijheid
tot mijn honger
terug naar thuis verlangt
weerwoord Herzele
wanneer ogen
me stervende zien
monden me
reeds doodzwijgen
omhels me dan
en ervaar
dat de dood
me nog niet heeft ingehaald
ik in de stroom van leven
nog warm meespeel
de dag voor nieuwjaar
kom laten wij vandaag
de dag voor Nieuwjaar
allemaal samen
even verdergaan
dan het koude
in ’t bestaan
dicht bij elkaar
onze kleurrijke dromen
plukkend delen
en weten
dat samenhorigheid
ze reëel maakt
in lichtend mooi verlangen
nog zoveel jaren lang
zullen wij buitelen
in de nieuwe getijden
van onze gedachtegang
uit schemering en duister
zijn ze in komen en keren
zo zwierig mooi opgerezen
goudfonkelen nu
in onze tijd
zo warm en dichtbij
in lichtend mooi verlangen
naar waar ze zichzelf verliestontspringt
leeft en beweegt
raapt stenen
zoekt en wroet
onophoudelijk kronkelend
haar weg naar beneden
om in parelend
grijze schoonheid
zorgeloos verder te drijven
naar daar waar
ze zichzelf verliest
in de onmetelijkheid
van haar streven