onbevangen
hoe wantrouw ik
een wereld
vol van vertrouwen
omdat ik
nog steeds
zoekend ben
naar een werkelijkheid
waar cirkelende gedachten
gevoelens kenbaar maken
onbevangen
schaamteloos gelukkig
onbevangen
hoe wantrouw ik
een wereld
vol van vertrouwen
omdat ik
nog steeds
zoekend ben
naar een werkelijkheid
waar cirkelende gedachten
gevoelens kenbaar maken
onbevangen
schaamteloos gelukkig
herinnneringen
ieder meizoentje in het gras
een onverbloemde terugblik naar
’t zacht geritsel van vorig voorjaar
waarbij innigheid op zoek ging naar de zon
de mooiste zomer in ons leven bracht
een jaar later
die ene stap verder
het onbekende tegemoet
ontdek ik een wereld
die de tijd ontvlucht
oprecht
naar innerlijke rust tracht
met de herinnering mee
het uitzonderlijke verdergaan
samen edoch alleen
alsnog liefdevol meedraag
waarom weglopen van vandaag
de vertekening
van een landschap
in de regen
ligt ons aan te kijken
als een afspiegeling
van het onrustige zijn
de klaaglijke klank van heimwee
om gisteren weer te zien
waar licht en warmte
als een dwarreling van
bloesemende gedachten
verlangen vervult
en toch vraag ik je om
niet weg te lopen van vandaag
de druppels te horen vallen
stil wachten en ervaren
hoe Gods gaven weelderig groeien
treurzang
als ik bij de waarheid
van de zee
mezelf verdroom
tussen vergeten groen
verwijl in
onbegrepen ogenblikken
niet weet
wat stilte wil
laat me niet alleen
op weg naar
waar dan ook
(gedicht over dementie – niet autobiografisch)
kom tot mij
hecht je
aan mijn wereld
sterf in jezelf
beleef
mijn uitbundige
als onstuimigheid
wees één met mij
als wondere waarheid
zij die opbloeit
uit het niets
kleur in mijn leven legt
alsof het nooit
winter is geweest
waarom zou ik
haar zijn plukken
zien als kortstondigheid
wanneer ze dag na dag
als wondere waarheid
tijd in handen neemt
hoogtij golvende beweging
hoe verlang ik
naar zachte deining
die het zielsdiepe
weerspiegelt
te midden van een hoogtij
golvende beweging
welke me op zuchten
doet roeien
krokusjes
over hen valt schittering
wanneer ze
als licht uit licht
onze bewogenheid
helpen mee uitdragen
schepping
in je schaduw
ontdek ik de zin
om schepping
als uniek te zien
denk ik de zon dichterbij
zelfs wanneer de maan zich beweegt
als niet meer dan een rimpeling
naar zijn vroegere ondergang
en de stilte mij in een donkere
bestemming dwingt
dan nog raak ik
niet overmand door angst
acht ik het hele gebeuren
als een voorlopigheid
denk ik de zon dichterbij
net zo lang tot de dag
weerbarstig en ongeschonden
midden tomeloos licht opstaat
wij
zacht
weerloos naakt
hebben wij elkaar
meegemaakt
bereikbaar
bereidt
om ademloos
liefde te verhalen
midden vertedering
naar leven tastend
onze passie
nooit moe gestreeld raakt
allemaal
alleen
helemaal alleen
zijn wij uiteindelijk
allemaal
ergens
nergens
met een blik
naar oneindigheid
een mooie werkelijkheid
wanneer de wind
zijn adem mengt
in een regen van verlangen
en een zee van sterren
de nachtelijke hemel
spiegelend overheerst
dan laat ik mij dromend
meedrijven in de saamhorigheid
van een mooie werkelijkheid
het licht beleven
tussen twijgen en afgevallen takken
rottende bladeren
geknetter van uiteenspattende
holle stammen
blijf ik wachten tot schemering
plaatsmaakt voor stille helderheid
waar vlinders als beroering fladderen
lijk in een door hen gewilde eenzaamheid
waarbij ze me de zin van
leven op aarde openbaren
niet langer blind en onwetend
maar volop het licht beleven
met pijn in ons hart (voor nonkel albert)
Met pijn in ons hart
morgen zullen onze gedachten
reeds aan je zwijgen wennen
wetende dat zij jou
bij de hand heeft genomen
niet heeft laten verdwalen
op weg naar een oud verhaal
dat jullie samen hebben gedeeld
onnavolgbaar blijven delen
één en al glimlach
na herfst en winter
te vroeg om op te geven
te laat om iets anders te doen
klampen we ons vast
aan dromen
gaan we vliegen
tot net voorbij de horizon
om met lente weer te keren
als hartstocht ontwaakt
het is de titel van het boek
die me uitdaagt om
me te verdiepen
in het verhaal
langs bladzijden heen
me toelaat dat ik
hoofdstuk na hoofdstuk
mijn eigen gedachten
laat uitgroeien tot een hartstocht
die betovering over mijn wereld schept
in een open einde
de kunst van het mogelijke
en jou naast mij
vol genot het boek sluit
een oogje op jou
bewust van de schittering
in zijn ogen
beantwoordt zij zijn blik
met een verkoesteren
zo intiem
dat warme hartstocht
door hun lijven vloeit
waarbij toenemende hevigheid
hen tot nog dichterbij
dwingt
zonder ook maar een gebaar
van verlegenheid
elkaar uitnodigen
tot zoveel meer
eenzaamheid
alhoewel de lucht
nog gloeide van avondrood
bereikte schemering
haar pad
als zachte rouwfloers
in algehele stilte
nam ze de duisternis
moe
in zich op
het bracht haar
naar een leegte
van onvervuld verlangen
het besef dat er zonder hem
enkel eenzaamheid was