allemaal
alleen
helemaal alleen
zijn wij uiteindelijk
allemaal
ergens
nergens
met een blik
naar oneindigheid
allemaal
alleen
helemaal alleen
zijn wij uiteindelijk
allemaal
ergens
nergens
met een blik
naar oneindigheid
een mooie werkelijkheid
wanneer de wind
zijn adem mengt
in een regen van verlangen
en een zee van sterren
de nachtelijke hemel
spiegelend overheerst
dan laat ik mij dromend
meedrijven in de saamhorigheid
van een mooie werkelijkheid
het licht beleven
tussen twijgen en afgevallen takken
rottende bladeren
geknetter van uiteenspattende
holle stammen
blijf ik wachten tot schemering
plaatsmaakt voor stille helderheid
waar vlinders als beroering fladderen
lijk in een door hen gewilde eenzaamheid
waarbij ze me de zin van
leven op aarde openbaren
niet langer blind en onwetend
maar volop het licht beleven
met pijn in ons hart (voor nonkel albert)
Met pijn in ons hart
morgen zullen onze gedachten
reeds aan je zwijgen wennen
wetende dat zij jou
bij de hand heeft genomen
niet heeft laten verdwalen
op weg naar een oud verhaal
dat jullie samen hebben gedeeld
onnavolgbaar blijven delen
één en al glimlach
na herfst en winter
te vroeg om op te geven
te laat om iets anders te doen
klampen we ons vast
aan dromen
gaan we vliegen
tot net voorbij de horizon
om met lente weer te keren
als hartstocht ontwaakt
het is de titel van het boek
die me uitdaagt om
me te verdiepen
in het verhaal
langs bladzijden heen
me toelaat dat ik
hoofdstuk na hoofdstuk
mijn eigen gedachten
laat uitgroeien tot een hartstocht
die betovering over mijn wereld schept
in een open einde
de kunst van het mogelijke
en jou naast mij
vol genot het boek sluit
een oogje op jou
bewust van de schittering
in zijn ogen
beantwoordt zij zijn blik
met een verkoesteren
zo intiem
dat warme hartstocht
door hun lijven vloeit
waarbij toenemende hevigheid
hen tot nog dichterbij
dwingt
zonder ook maar een gebaar
van verlegenheid
elkaar uitnodigen
tot zoveel meer
eenzaamheid
alhoewel de lucht
nog gloeide van avondrood
bereikte schemering
haar pad
als zachte rouwfloers
in algehele stilte
nam ze de duisternis
moe
in zich op
het bracht haar
naar een leegte
van onvervuld verlangen
het besef dat er zonder hem
enkel eenzaamheid was
verliefd
wanneer de ondergaande zon
de hemel omtovert
tot een orgie van
flitsend rood en oranje
verliezen ze zichzelf
in het dromen
van eindeloze avonturen
niet van plan
ze haastig te verliezen
sluiten ze de ogen
om de stilte van verwachting
intens verlangend te omarmen
waarbij liefde
het hoogste woord voert
jouw ademhaling
pas toen de maan
heel kwetsbaar
en breekbaar
boven de toppen
van de bomen
stille uren aangeeft
ontdek ik
onder jouw aanrakingen
het geven en nemen
liefde en leven
de roes van
algehele overgave
mijn gelukkig wezen
in jouw ademhaling
onderlinge samenhang
hoe tracht ik er naar
dat jij je ziet zoals ik je zie
iemand die heeft beleefd
herinneringen overleefd
vol van ongedurig leven
mijn liefde toezwaait
bereikbaar
bereid tot stoeien
schaduwen
achter zich latend
tot in der eeuwigheid
wanneer dat
wat zich heeft geopenbaard
sporen van verfijning achterlaat
hoe wil ik
vanuit de diepte
haar eenvoud ontrafelen
strevende vorm
wetenswaardig
in toekomst zien
als zichtbaar
geworden schoonheid
die liefde gestalte geeft
tot in der eeuwigheid
vredig
stoeis warrelend
met de wind mee
komen ze uit de hemel vallen
om de aarde
als witte fascinatie
toe te bedekken
welke me met stilte
aan het zwijgen
leert wennen
te genieten
van een sfeer
die ik vredig heet
begerig speels
in aanwezigheid
van beweging
ontdoe ik mij
van wat is geweest
om met
wat zal zijn
aarzelend naakt
begerig speels
schaamteloos
verwachting te beleven
wijl liefde
zich gegrondvest weet
volle maan
eindeloos aanwezig
maak ik haar mee
als een nachtelijk wenken
welke doet leven
het donker
uit mijn hoofd flonkert
lichtwoorden geeft
waarmee ik mijn lief verleid
om samen te gaan liggen
van koestering te genieten
weg van ongedurig leven
vrij
zonder haast
hak met woorden
buitensporigheid los
tot drift verbleekt
roekeloos gebazel
gebroken lijnen trekt
naar een schaduwrijke einder
waar sluimering
zijn onvolmaaktheid
woelt
zoekt naar
een oase van rust
een ruiseling
die me de verpozing biedt
één te worden
met stilte
zonder haast
mijn dag pluk
fluisterende wemeling
wijl je uit
eigen beweging
jezelf verdwenen geeft
zwijg me dan neer
als fluisterende wemeling
die je ook dan nabij blijft
uitkristalliseert
hoe graag kies ik
de kleur van mijn vleugels
mijn lotsbestemming
midden een zachte deining
verlicht met strepen
winters zicht
waar alles uiteindelijk eindigt
met een vermoedelijkheid
die zich blauw uitkristalliseert
door gekoosd tegenlicht
in cirkels
soms heb ik meer
dan je woorden nodig
wil ik dat het sensuele
lijf en leden dirigeert
in cirkels boven
samenzijn zweeft
in een moment van leven
me volledig aan jou overgeef
je hart
als de stilte
ons inhaalt
ga ik met mijn hoofd
op je borst liggen
om je hart
te horen bonken
als stroomgebied
van verlangen
welke ik zozeer begeer