sluierende nevel
met dagmijmeringen
vol lichtschijnsels
help ik mezelf
uit een grauw
sluierende nevel
die me in een bewogen
ochtendmoment
tracht te laten geloven
het prille lenteleven
te beheersen
sluierende nevelmet dagmijmeringen
vol lichtschijnsels
help ik mezelf
uit een grauw
sluierende nevel
die me in een bewogen
ochtendmoment
tracht te laten geloven
het prille lenteleven
te beheersen
de diepte van wortelswanneer ik de harde nerven
van je bast streel
weet ik welke weg
je reeds hebt afgelegd
doorgrond ik
de diepte van wortels
maar tezelfdertijd
tonen de nieuwe loten
en het prille groen
dat jij je hebt bevrijd
uit eentonigheid
en reikt naar frisse lucht
bloeiende verwarringmidden mijn
nog weifelende wereld
vormen ze zich één en al
bloeiende verwarring
tot ik hen
met verwondering
eigen maak
woord voor woord
als een waarachtige kant’lijn
langs de oude trambaanbedding
neerschrijf
een overkomende hartenklopmijn hand in jouw knuist
biedt me een rotsvast vertrouwen
dat me midden onszelf brengt
waar een overkomende hartenklop
me in liefde laat geloven
onze liefde
onbegrensdheuvels voorbij
heb ik merktekens
achtergelaten
te zwaar om
in ‘t hart
mee te dragen
onbegrensd
zingt mijn gemoed
een lied van liefde
elfenbankjesmiddenschaduwrijk
zetelen zij zich als
wondere bijzonderheid
in mijn diepste gedachten
verheffen mij
boven beperktheid
waar een blauw gegeven
met lente inzicht
zich oplicht
mijn lieve schater is een soort leven
na de dood
heb ik ontdekt
als ik
in mijn dromen
ellenlange gesprekken
met je voert
me vertelt dat je nog steeds
gelukkig
dicht bij mij bent
in elkaars ademhalenhet moment erna
wanneer de wereld stilstaat
in onze schaduw veilig voelen
de zin van liefde koesteren
hoe wenkt de nacht dan
om te gaan slapen
in elkaars ademhalen
eindeloos zwevend
haalbaaromdat stilte
stilte blijft
leven daar
prevelt
verlaat ik
mij erin
een haalbaar
nieuw begin
mijn eigen wereldeen top beleven
nam me mee
naar beneden
liet me tot
in iedere uithoek
zo lieflijk aanvoelen
dat ik midden
deze waarachtigheid
een plek moest zoeken
om er mijn eigen wereld
te creëren
één en al gehechtheid
door de wind meegegraaid
door de wind meegegraaid
staan ze velden verder
in het licht van een nieuw getij
zo zeldzaam volmaakt
meer en meer hun wezen te bloeien
tot wij hen ziende meebeleven
midden verdronken veldenwil me vastankeren
midden verdronken
Vlaamse velden
om te horen
hoe dempende stilte
zich behoeftig roert
tot drinkplaats
vol kwetterend
vogelleven
vooraleer de nacht
werkelijkheid maskeert
tot donkere vlek
waarin niemand
zich durft
schuilhouden
zelfs mijn eigen
gedachten niet
verwachtingzo makkelijk
donkere schaduwen
op lichtdagen
te verdagen
wanneer verwachting
open bloeit
leven zelf
als droom ervaar
dromenvandaag lijkt het
of mijn dromen
een heel leven lang
een bepeinsde
verdichte werkelijkheid
zijn geweest
broze intensiteit
toen overwaaiende
lichte wolkensluiers
ons toelieten
te genieten van broze intensiteit
voelden wij ons
werkelijk bevrijd
van diep
verduikte somberheid
zo eigen aan verwinterde eenzaamheid
het kleine hoefbladmidden
een nog te herleven
lente
heb ik haar ontdekt
langs de kant
van de weg
lijkt door de regen
haastig terug
van een verre reis
reeds klaar
om opnieuw
te verdwijnen
een groeiwijze
die me verhaalt
hoe dicht bij elkaar
leven en dood
wel staan
wilgekatjeszilverachtige wilgenkatjes
op glimmend
naakt ritselende takken
zo aaibaar
knuffelzacht
maakt
lente lief leven
in ons wakker
twee dartele vlinders
zoekend naar
honingzoete bloei
nieuw levenzelfs met de geur
van wat de wereld
heeft verlaten
verhaalt de boom
als stronk toch leven
door midden
een bos vol bomen
ruimte vast te houden
als voedingsbodem
voor nieuw bewegen
wakker wandelendauwdruppels
net schitterende kraaltjes
gegrift lijk schoonheidsmerken
op de wijd open velden
waar ik me wakker wandel
zijn veel te mooi
te transparant
om ze als gewenning
vast te leggen
een ogenblik van
oogverblindende beroering
zo dien ik hen
in mijn hart op te bergen
sneeuwklokjesbeklijvend
bijblijvend
die vleugjes
magische realiteit
van hoe wit
wit kan zijn
openbloeiende
reinheid