eindeloze oneindigheid
na elkaar
te hebben meegemaakt
voel ik je diep in mij
als een innemende
zacht deinende koestering
die ik omzoom met
warme dartele gedachten
dat je maakt tot
eindeloze oneindigheid
eindeloze oneindigheid
na elkaar
te hebben meegemaakt
voel ik je diep in mij
als een innemende
zacht deinende koestering
die ik omzoom met
warme dartele gedachten
dat je maakt tot
eindeloze oneindigheid
na de storm
in het heftig tekeergaan
van de wereld om me heen
laten mijn handen
houvast los
me de vaste overtuiging
dat liefde me zal opvangen
geruststellend vasthouden
wijl ik uitzie naar ’t licht
dat ogen opent
hart verwarmt
stil geluk leven beheerst
storm me niet langer
meer bruuskeert
stilte lokt
leg mijn pen neer
en wacht tot woorden komen
die mij laten beschrijven
de chaos in mijn lijf
zodat ik mij eindelijk kan
verzoenen met de tijd
die mij steeds dichter brengt
bij onbewoonbaarheid
mij wonder
Jij
die ik diep in mezelf ontdek
als veel meer dan mijn denken
al die tijd in het ritme van
mijn hartenklop hebt verborgen
noem ik mijn wonder
grenzeloos vertrouwen
ontmoet ik hem in mijn stilte
weet dat hij mijn leven draagt
in hem een vriend zie die ik
een gelaat durf geven
herken in broosheid
grootse dingen
zijn zo diep menselijke kant
pas dan weet ik mezelf helemaal
er vast in geloof
hoe graag wil ik
na een nacht
vol gitzwarte twijfel
die de tijd met
verwarring vertraagt
verzuchten in jouw
warm gloeiend bewegen
dat mijn toekomst op d’aarde
aan de hemel oplicht
iedere dag weer
tot ik er vast in geloof
dat er leven is na de dood
over mijn wereld
als een beslommering
hangt de mist
over mijn wereld
zodanig dat
het me verontrust
of de bloemen van gisteren
nog bloeiend uit
de verdrukking zullen breken
wanneer de dag oplicht
dan wel onder
een winterse horizon
begraven liggen
met een nieuw begin in zich
ooit terug te bloeien
uit mezelf bloei
toen ik de zon was kwijtgeraakt
aarde het middelpunt van
hemel en hel leek te zijn
kromp ik elke oneffenheid vlak
wachtte me stil weg
van donkere onenigheid
tot het moment
ik mezelf in een nieuw
daglicht durfde stellen
uit mezelf bloeiend
de wereld
een bevredigd hart gaf
storm
in warme habitat
van omstrengelde armen
verhoop ik
de donkere hemel open
om niet in verhevigde
ogenblikken van storm
terecht te komen
die tederheid benijdt
morgen verbiedt te zijn
als een bloem
met jouw passie als drijfveer
leerde ik mezelf kennen
ontdekken hoe ik in elkaar zat
wat ik nodig had
bloeide helemaal op
als een bloem
aangetrokken door de zon
hoger steeds hoger
waar ik mijn hemel
blauw terugvond
je dood voorbij
dat stilte
ons samenhoudt
jij stukjes van jezelf
erin achterlaat
ontdek ik
je dood voorbij
immer dichtbij
neen
ik ga niet weg
bij jou
maar bij mezelf
zoekend naar
een nieuw uitzicht
niet in mijn maar
in jouw hemel
bestaan doe je nog
je bent enkel gestorven
beschildert immer
mijn verbeelding
HET
HET
houdt op
wanneer ik wil
voor altijd
word ik een doler
wanneer ik niet meer
mag uiten wat ik hoop
word ik een doler
met opgekropt verdriet
die een leven opgeeft
allemachtig
jij
legt schemer
de dag
traag open
dan wakker jij
met je hartslag
avontuur aan
dat ons naar het toppunt
van leven draagt
als een druppel hoop
midden een oase
van koesterend verlangen
waarin liefde als zacht
golvende werkelijkheid gedijt
wil ik als een druppel hoop
dat nimmer
het keren van tij kent
herboren worden
de vrouw die met vuur speelde
omdat ze veel te verliezen had
wou ze gisteren niet nadenken
over dat wat haar vandaag
is overkomen een verloop
naar morgen kent
waar ze met spijt zal beseffen
dat ze alles is kwijtgeraakt
door met vuur te spelen
en toch zou alles haar vreemd
gebleven zijn had ze de hitte van
het ogenblik niet aangeraakt
eindelijk de kracht binnen zichzelf
wist te ontdekken
moeder god
zonder ketens
gedachten of overtuigingen
ongeschreven regels
die me aan de grond houden
ga ik midden vrijheid
vrij
één met mijn wezen
haar mijn liefde geven
doorheen de seizoenen
voorgoed in mijn hart
vereeuwigen
zonder de minste weifeling
al kom ik van onderaan de heuvel
ook hierboven herken ik
het gouden licht dat tussen
de bomen duister inhaalt
met een gevoel van thuiskomen
in reden van aards bestaan
het hart van de berg zie praten
zelfs met de hemel
binnen handbereik
niet ophoudt me te verbazen