herbergzaam
zou niet weten
wat ik verlies
wanneer ik
het niet eerder
had ingestopt
als moffelende
houvast
herbergzaam
zou niet weten
wat ik verlies
wanneer ik
het niet eerder
had ingestopt
als moffelende
houvast
jouw tederheid
wat mezelf het meest eigen is
geef ik uit handen
wanneer jouw tederheid
de boventoon voert
een aanzetting tot ontbolstering
met snelle vleugels
zelfs bij deze
schoorvoetende omwenteling
ontpopt hij zich tot vlinder
dartel speels
met snelle vleugels
in afwachtende houvast
tot zij gaat openbloeien
welgevallig
de zoete nectar drinkt
om vol van haar
zich voor te spoeden
zomer in zicht
levensgezindheid
gesterkt door groeiende inzichten
bouwt ze vol ijver aan een brug
die haar wegleidt uit impasse
om midden een bloeiende omsingeling
zich als zinderend knooppunt van wat
te genieten valt manifesteert
een vonkende volleerdheid die
woelend en hunkerend
passionele levensgezindheid
stuwend tentoonspreidt
zo helemaal volmaakt
zo helemaal zij
in zijn en worden
in een zee van tijd
in het voor mezelf zorgen
ben ik gaan dromen
over een leven
waar wezenlijke vlinders
in een zee van tijd
het zoete verlangen dragen
lentegevoel
en een vleugje zomer
me steeds nabij blijft
zachte kleuren
midden een mistig verzwijgen
donker kijken van de bomen
diepe tonen van stilte
zweeft er iets vredigs
als één adem in cirkels om me heen
doen me anders dan andere dagen
naar binnen kijken
verlangen naar
zachte kleuren
met veel sprankjes hoop
het zijn de kleine dingen
geluk is
wakker te worden gekust
door je ventje
licht
je naakte lichaam
streelt
terug bij jou
in bed kruipt
op zoek naar warmte
zelfs met koude voeten
alleen van mij
weet je mijn lief
je mag van iedereen houden
maar wees enkel
verliefd op mij
laat me speels weten
telkens weer
dat ik bij je thuishoor
voor elkaar geschapen zijn
geef je over aan mijn passie
wees één met mij
totaal uitbundig
van moment tot moment
helemaal van mij
vrij
geen nachtmerrie
omdat het niet
in hun werkelijkheid past
het meegemaakte
zoeken ze met
levendige verwachting
dat ene bergpad
waar zij hun eigen spoor
kunnen nalaten
stenen verleggen
een weg die leidt
naar inzicht
glinsterende sluimer
fouten maken
fouten maken is mogelijk
onontkoombaar
maar het betekent je einde niet
als ‘t je wordt vergeven
schade van crisis achterlaat
samen op zoek gaat
naar wat toekomst biedt
gedachtenspinsel
of ik het wil
om op deze manier
in niks opgeven verder
te gaan met mijn leven
wie ik ben
in het moment
van die aarzeling
als het hart gaat bloeien
Een grote schat
zwijgend, droomverloren
in een wereld van gedachten
door niemand ooit gekend
blauwt zacht doezelig
naar de oppervlakte
in stille hunkering
voor Chantal
de pijn vergeten
angst verdreven
rust en vrede
een stille beweging
ademhaalt je
nog even
dan de wolken voorbij
zo eigen
zo zonder einde
om in nabije stilte
oorsprong
terug te vinden
de maan verleiden
als emotie
zodanig het raken vertaalt
de kamer alleen maar
het zuchten
van twee mensen draagt
schaduwen
zelfs de maan verleiden
wanneer ze samen neigen
dan zal het eeuwenoude spelen
’s morgens liefde weten
afscheid nemen
ziet ze de sterren
vol uitdaging
in beweging
tussen de takken
van haar berk
drukt ze zich
tegen de bast
voelt zijn diepe stilte
in haar te gast wijl
ze richting hemel kiest
in gedachten verder
steeds verder
der hart vol van hem
beseft dat op
het einde van een leven
enkel liefde overblijft
rusteloosheid
vindt rusteloosheid
zijn eigen droom zo dichtbij
het is des duivels
de keerzijde van de medaille
het morgenlicht
legt een gebied
vol nieuwe uitdagingen
voor me open
die me gretig maken
ze te ervaren
en toch ben ik ook bang
om onderweg herinneringen
kwijt te raken
heimwee te krijgen naar de tijd
die me gevormd heeft
tot wie ik ben
zelfs al heb ik
er een gebroken hart
aan overgehouden
spijt
hoe moet ik verder
wetende dat ik het anders
had moeten doen
is spijt genoeg
een verontschuldiging
om verdriet
ongedaan te maken
of zal het
ons leven
blijven beheersen
een gebied in de kering
Zelfs wijl ik midden een invasie
verdonkerde schaduwen op kale takken
op bosbodem verterende stronken
met zacht klagende vleugels
van een vermoeide vlinder
een gebied in de kering moet achterlaten
waag ik het bij de overgang
van licht en donker
deemstering luchtig te houden