eigen werkelijkheid
gedachten samen
wandelen reeds
in het voorbije
ontdekken gaandeweg
de plaats waar het hart heerst
geest schoonheid beleeft
eigen werkelijkheid
ons welkom heet
eigen werkelijkheid
gedachten samen
wandelen reeds
in het voorbije
ontdekken gaandeweg
de plaats waar het hart heerst
geest schoonheid beleeft
eigen werkelijkheid
ons welkom heet
genieten
welk nut heeft het
steeds maar verder te trachten
haastig toekomst bereiken
zonder dat je
schoonheid onderweg ziet
niet geniet van
zwevende nevels
welke in avondschemer
sprookjes laten leven
duizenden sterren
die ons
zielveroverende lichtdromen
in donker rimpelend water tonen
de gouden gloed
die harten opent
en ons met een nieuw landschap
steeds herovert
vingertoppend
waren het eerst
nog onzekere handen
die klei warm kneedden
toen ik vingertoppend
jouw zachte vormen
wist te verhalen
na oogholten duimend
in voorzichtig grijs de oneindigheid
van jouw blik modelleerde
laag na laag
de volle lippen
van je mond vormde
heb ik verder in eigen schrift
jouw emoties
naar mijn hart gegrift
als winter zijn lied zingt
terwijl het helder rode zonnelicht
met wolkenflarden speelt
weeft morgenkou
een glinsterend ijskleed
zacht om alles heen
doorschittert met
de zuiverste diamanten mijn hart
zodat een heel andere winter
in verrukking
zijn lied zingt
onverbrekelijke waarheid
lijm zovele scherven
met verve
tot ze als
onverbrekelijke eenheid
onze waarheid weten
het verleden
doet verrijken
en onze liefde
waarheid schrijven
één lange zoektocht
soms lijkt mijn dag
één lange zoektocht
naar verloren woorden
die mijn schrijven
met inhoudelijke warmte
dienen te beklijven
om even later
ze in een rijkelijk bewegen
te zien fladderen
enkel hoef te grabbelen
om ze zielenbindend
te laten neerdwarrelen
wanneer ze samen neigen
wanneer emotie
zodanig het raken vertaalt
de kamer alleen maar
het zuchten
van twee mensen draagt
schaduwen
zelfs de maan verleiden
wanneer ze samen neigen
dan zal het eeuwenoude spelen
’s morgens liefde weten
terug treinend
ik verwijt hem
zijn monotone geluid
wanneer hij mij naar terug reist
verafschuw het krijsende
iedere keer
een station verder
wordt bereikt
zoveel liever
had ik onze dromen
door de zee laten dragen
golvend in haar kracht
samen verder gedreven
dan mij alleen
in die treincoupé te weten
zomers landschap schildertwanneer witte wolken
in hun bewogenheid
de kracht van de wind
laten zien
hoe hij zelfs zonlicht
tevoorschijn tovert
dat mij in winter
een zomers landschap schildert
kan ik niet anders
dan beseffen
hoe klein mijn rol
in het geheel is
dankbaar moet zijn
om ieder seizoen
zoveel schoonheid
te mogen beleven
luister naar de fluisterwanneer gedachten
hellen donkeren
duivelse ondoordringbaarheid tonen
je beletten dichterbij te komen
luister dan
naar de fluister van je verborgen leven
durf haar zielenvindend
naar openheid te bewegen
laat leven op gevoelniet wanhopen
onze toekomst is niet afgelopen
ik weet de weg
doe je ogen dicht
en voel mijn hand
dat naar tederheid leidt
laat leven op gevoel
stoeien in onze waarheid
in voorspelbaar mooi
we drijven
van het bestaande weg
in een stil verder leven
kijken in schemering
waar vernieling zich laat voelen
naar verder
welke ons een toekomst biedt
dat ons in voorspelbaar mooi
laat wonen
in open vrijheid
wanneer ik na jaren
het nest verlaat
geniet na een lange strijd
van mijn eerste stappen
in open vrijheid
moeiteloos
de heuvel oploop
terwijl ik de echo van leven
in mijn hart hoor
voel ik mij dolgelukkig
want jij hebt onderweg
mijn hart met liefde vertederd
de passie voor leven verstevigd
onmachtterwijl krampachtige handen
boven het witte laken
mij zeer tonen
tracht ik onrust
weg te sussen
al treurt mijn hart
over de onmacht
het zwijgen te doorbreken
hem de kracht van leven
terug te geven
overzij
wanneer het denken
wandelt door emoties
hun sterven streelt
ze leegte vreest
zoekt ze de horizon
waar overzij
nieuw avontuur
hun laat herleven
nooit meer koude voeten krijg
wanneer de witte stilte
me wakker rilt
wandelen gedachten
van winterkou
naar jouw warmte
groeit het verlangen
dat nachtelijke dromen
ooit realiteit zullen zijn
ik me waarlijk
tegen jou aanvlij
klankschalenklankschalen
namen me mee
lieten mij
als schaduwlijkende drenkeling
in eigen emoties bewegen
steeds dieper zinken
in het deinend geluid
van mijn eenzaamheid
volmaakte rust
dwarrelend wit
wemelt in zijn bewegen
mijn volmaakte rust
toont het ritme
van mijn hartslag
laat het stille zien
wanneer ik waarachtig
door een sprookjesachtig
landschap trek
winterse openheid
wanneer onkruid
mijn pad overwoekert
geslotenheid
het verdergaan bemoeilijkt
wacht ik in de tijd
met de zekerheid
dat een kalende herfst
de weg vrijmaakt
naar winterse openheid
ondanks de littekens
leek zij in eerste bloei
zo zuiver en puur
toch schaduwden er geheimen
tussen haar realiteit
die haar klein deden wegkwijnen
tot ze zichzelf beloofde
niet te zullen breken
ondanks de littekens
in volle glorie
naar het licht te keren