liefde
wij nestelen ons
midden dromen
waar sprookjes ontstaan
weg van een wereld
waar gewoel dreigt
genieten
dicht in aanraking
van hartstocht
laten toe
waar een schuchter beven
toe leidt
in alle vrijheid
bij elkaar
liefde
wij nestelen ons
midden dromen
waar sprookjes ontstaan
weg van een wereld
waar gewoel dreigt
genieten
dicht in aanraking
van hartstocht
laten toe
waar een schuchter beven
toe leidt
in alle vrijheid
bij elkaar
verbeelding
verbeelding
heeft vannacht
ontheemd en in de war
een onheilzwangere maan
aan de hemel opgehangen
een schijnsel
dat de horizon ondermijnt
waarbij donker wegvluchtende vogels
welke ooit in rustig voortbestaan
midden dromen hebben geslapen
afwezig
in een nachtmerrie verdwijnen
toch wil ik verder
lijkt het of mist
het waarnemen hindert
toch wil ik verder
om te zien
of binnen beslotenheid
schoonheid zich handhaaft
verzwijg mij
verzwijg mij
diep in je aarde
tot een droom
die door de lente
wordt meegenomen
naar waar ik
nooit meer
zonder jou besta
nooit alleen
draag me
in de stroom van leven mee
naar die andere wereld
schraap
weg de aarde
op zoek naar mijn sporen
toren ze hoog
want ik wil niet
dat je zonder mij oogt
zielsonmetelijkheid
enkel rimpelingen
in de tijd
eenzaamheid
die zich donker aftekenden
aan de hemel
tot ze haar gedachten
overboord gooide
gevoelens
aan de kant schoof
van binnenuit een oplichtende
droomwereld liet geboren worden
die haar waarheid niet langer
aan het huilen bracht
als ziels verlenging
naar de sterren bracht
volle maan
over de beemden
strooit volle maan
beelden uit
die verhalen geven
zodat zij niet langer
nevel nodig hebben
om indrukwekkend te zijn
bij winterse waarheid
ontspringt
ontspringt
leeft en beweegt
raapt stenen
zoekt en wroet
onophoudelijk kronkelend
haar weg naar beneden
om in parelend
grijze schoonheid
zorgeloos verder te drijven
naar daar waar
ze zichzelf verliest
in de onmetelijkheid
van haar streven
wind en regenvlagen
al lijkt het
of de wereld
een beetje vergaat
wanneer een weifelende winter
herfst laat zwaaien
met wind- en regenvlagen
de aarde
niet meer lijkt te ademen
onder ’t afgevallen blad
twijfel niet
dat wat men nu
verloren waant
door de zomer
met geur en kleur
terug wordt binnengehaald
weet je
weet je wat er erger zou zijn…….
dat ik nooit zou hebben liefgehad
liefde
als het licht krimpt
zoek ik blind
naar de naaktheid
van jouw lijf
tot wakkere geur
jou herkent
tastende ervaring
mij passie vertelt
weerzienals geschiedenis zich laat kennen
in transparant versteende extensie
waar dood geen kans krijgt
de tijd te laten barsten
dan licht leven op
in onthullende eeuwigheid
mijn droom
mijn droom
is geen droom
is een weg
die ik moet gaan
op snelle vleugels
midden een landschap
dat zich als wondere
waarachtigheid naar
alle kanten uitstrekt
beweegt ze zich
van rups naar vlinder
op snelle vleugels
bezig
haar als blijvende
herinnering te verzuchten
enkel een grijs gebiedgeen fantasie
geen toevlucht
of uitweg
enkel een grijs gebied
vol van
onafgewerkte zinnen
een onbegrijpen
een vaagheid
die om opheldering vraagt
nieuw leven brachtomdat loslaten
pijn doet
verkoesterde ik het
in mijn handen
vergat dat juist
beroering ons
een verademing gaf
nieuw leven bracht
zweef en speel
Zweef en speel een wolkenspel
wentel mij
in zilveren stralen
reik naar
bleke sterrenpracht
geniet ongrijpbare
maanvulkanen
voel en zie
in ijle vlucht
hoe mooi het leven is
nog steeds
nog steeds
verlaat ik me
op de schaduwen
van de populieren
die mij
onder hun hoede
namen
mijn verlangen
bevangen ontvlamden
tot een voortduren
waaruit liefde
werd geboren
vol vertrouwen
hoe genoten we
van elkaars
ontwaken
toen we gingen
meespelen met
het gele bewegen
in vol vertrouwen
het immer blauwe
aanraakten
emotie
als binnen mijn armen
windvlagen
vuur heeft verwaaid
ril ik de storm
met een koud hart
tot bedaren
het gehavende
vast in mijn hand