eendagsbloem
eendagsbloem
nog in slapend paars
en toch reeds met zicht
op vergankelijkheid
toont ze traag
haar schoonheid
aan een lila dageraad
eendagsbloem
eendagsbloem
nog in slapend paars
en toch reeds met zicht
op vergankelijkheid
toont ze traag
haar schoonheid
aan een lila dageraad
jij er altijd bent
Jij er altijd bent
weet je als je zwijgt is het moeilijk
jou terug te vinden
dan droom ik maar
dat ik er ook niet ben
maar iedere adem
brengt me terug op aarde
laat mij zoeken
in mezelf
waar mijn hart
mij vertelt
dat jij er altijd
voor me bent
schilder jou
Schilder jou
meng blauw met wit
en schilder jou zoekend
op een blank doek
laat het fladderend grijs
dat jou wil tekenen
in onherstelbaarheid
als een blauwdruk van leven
zo alleen wil ik jou
vereeuwigen
mijn ogen breken
en als ik loslaat
mijn ogen breken
neem ik mijn herinneringen
in gedachten mee
in ruil geef ik jou
mijn beeld gegroeid
in een tijd waar ik
glimlachend leefde
nooit is er wijken
Nooit is er wijken
nestel mij in de schaduw
van ons leven
en laat jou
met mij spelen
in jouw lokken
ontdek ik leven
het teder geven
van een ogenblik
al weten wij beiden
jouw werkelijkheid
houdt ons gescheiden
maar nooit is er wijken
duizend gedroomde elfenhoofdjes
duizend gedroomde elfenhoofdjes
tinteljong tekenen
bomen mij lente
wanneer hun kruinen
mij hun bloemenkorven beloven
tot duizend gedroomde elfenhoofdjes
als vlinderlichte wolk
bewegen naar de zomer
die het landschap
in wat lichtergroen doen toveren
ons liefdesspel
ons liefdesspel
als Shiva en Parvati
spelen wij het liefdesspel
elke kleine handeling brengt ons
na tederheid sensuele passie
geen woorden kunnen beschrijven
het genot van samen vrijen
alleen een bloemensnoer
tekent onze liefde in zijn totaliteit
zij niet meer is
Zij niet meer is
ochtendlicht
waar is de bloem
die gisteren nog bloeide
plukte de nacht
haar schoonheid
geheel onverwacht
terwijl de maan
kil zilver keek
hoe haar levenskracht week
en in weerschijn toonde
zij niet meer is
wie eerder was
boetserend
Boetserend
als werkelijkheid
me is ontglipt
verwarmen handen
het vormloze
kneden vingers
de herinnering tot perfectie
die schreeuwt
om opnieuw gezien te worden
aprilse grillen
aprilse grillen
zelfs wanneer windvlagen
rimpels ademen over water
wolkenplukken als snelle schaduwen
door de hemel stuwen
een waterige zon
uit een grijze wolk bevrijden
dan nog voel ik
hoe aprilse dagen
het voorjaar met zich meedragen
de reiger
De reiger
zag jij misschien
dat ik jou zag
en wist je dat ik
door naar jou te kijken
jij me zoveel moois kon aanreiken
mij liet beseffen
jij het leven bent
ik laat wegglippen
toen jij klapwiekend
de zwarte kraai ontweek
en uit mijn zicht verdween
rest er alleen maar een uitbreken
Rest er alleen maar een uitbreken
als wij samen zwijgen
het elkander kwalijk nemen
wij onszelf hebben voorgelogen
met verdwaalde woorden
elke beweging ons laat verstijven
in een gevoel dat geen uitweg vindt
een oogwenk ons laat beseffen
bekoring gebroken blijkt
rest er alleen maar een uitbreken
waarbij beelden vervluchten
tot herinneringen

Kan liefde zachter
en één langgerekte schaduw
muurschildert in subtiele lichtschijn
levend verlangen
dat samenkronkelend
wordt opgehoopt
tot een tedere marmotte pose
wanneer de zon warmstrelend
liefde laat verschuilen
onder ’t laken
op zoek naar de vlinder
op zoek naar de vlinder
voorjaarswind beweegt mijn leven
toont mij in zachte bries
waar lente zweeft
laat mij genietend grasduinen
tussen ontloken pracht
in geurende tuinen
op zoek naar de vlinder
die mij het bloeiend hart
van de zomer zal tonen
Ze blijft een vreemde
Ze blijft een vreemde
ze blijft een vreemde
in haar nachten
haar lichaam weent
waan zacht
toont haar kwetsbaarheid
in vaagheid
een werkelijkheid
die ze minacht

als schaduwen stil rijzen
als een fonkelende hemel
in donkerzacht blauw
de aarde omfloerst
in tedere omhelzing
schaduwen stil rijzen
in het abstracte
om ’s werelds
heerlijkheid weer te geven
besef ik mij één met het mooie

Slaapdronken vrijheid
met monotoon zoevend geluid
brengt hij mij spoorslags
in slaapdronken vrijheid
een uur en een seconde lang
heb ik door ’t horen
van zijn vrij gezang
mijn gedachten laten prangen
ja voel en weet me
met hem aangedreven
wanneer hij stoomfluitend
mij in dromen meedraagt

Een nieuw stukje leven
wetende in elk bewegen
schuilt er soms
een nieuw stukje leven
zoek ik in mijn weerschijn
naar een groeien
die kleur weet te geven
aan luchtkastelen
die het perspectief
positief laten bloeien
op zoek naar onszelf
Op zoek naar onszelf
wij hebben niet gesproken
enkel elkaars hand vastgenomen
het pad verder afgelopen
op zoek naar onszelf
het samenzwerven
verrijkt ons leven
brengt volkomenheid
in wederzijdse deling
nauw verstrengeld
is sindsdien ons zijn
een droom die blijft
Haar zoeken
Haar zoeken
onzekere gebaren
tonen onvermogen
verraden het meedragen
van talloze vragen
bewogenheid in jeugd
bracht twijfel
leidde haar
naar afgesneden zijn
waar ze in een labyrint
bewoond door demonen
bleef dolen op zoek
naar de onschuld van een kind