waait gemeen
zwaar trekt hij
langs me heen
waait gemeen
in mijn vertrouwen
toont mij
in de deining
van de tijd
mijn nietigheid
tot hij zoekend
naar ruimte
mijn zielenroerselen honend
een laatste maal vermoord
waait gemeen
zwaar trekt hij
langs me heen
waait gemeen
in mijn vertrouwen
toont mij
in de deining
van de tijd
mijn nietigheid
tot hij zoekend
naar ruimte
mijn zielenroerselen honend
een laatste maal vermoord
zacht openbloeien
boven de tijd
streelt hij
bloedwarm de groei
van een bescheiden bloem
laat haar
in het middelpunt van waarheid
in zwevende geur en wondermooie kleur
zacht openbloeien
om eindelijk
na zoveel jaren
haar breekbare schoonheid
aan de wereld te openbaren
de ontmoeting
op het ogenblik
ze in de spiegel durft te kijken
laten verborgen herinneringen
naar haar zelf grijpen
en al doet de ontmoeting
met het kind in haar pijn
ze spreidt
de armen wijdt open
beseft eindelijk dat
om graag te kunnen zien
eerst haar eigen gevoel
moet durven omvatten
hoe teder gevoelens zijn
heel dichtbij
vertel je mij
hoe teder gevoelens kunnen zijn
ze laten me ervaren
dat verlangen
naar liefde smaakt
en droom
realiteit kan maken
in bezitterige klemwanneer hij
paraderend in bewegingsvrijheid
aast naar prooi
als hebzuchtig despoot
in een ommezien beslist
over leven of dood
zijn nog naar adem
snakkende buit aanvreet
in bezitterige klem
laat hij mij kennen
dat zijn kwelling slechts
de zwakste treft
zij
ze golft zich zacht in mij
met dromen
breekt de tijd
en laat me drijven
in haar zijn
raakt me urenlang
met schoonheid
die me laat verzinken
in onbevattelijke eindeloosheid
tot ze doordringt
in mijn dag
mij voortstuwend laat weten
elk moment
vervoering brengt
zwerfzoekend
zwerfzoekend
in het heden
kwam ik hem
toevallig tegen
wist mij
zozeer te behagen
dat ik mij
door zijn schoonheid gedragen
durfde wentelen
in de zeldzaamheid
van zijn kleuren
die mijn eenzaamheid
liet verdwijnen
ze wil slapenze wil slapen
en de schaduw
waarmee ze zomer deelde
is verdwenen
het spoorloos zoeken
maakt haar zo moe
oud en week
wil ze slapen
maar alleen daar
waar zweem
herinneringen raken
nestel ik mij
nestel ik mij
als zijn adem zacht
rondjes tuimelt
door mijn tuin
met niet te vatten siddering
bloemen in aangrijpende vertolking
wirwarkleurig laat bewegen
losgeplukte blaadjes
ongrijpbaar hoog in streelzacht licht
tijdloos laat dwarrelen
nestel ik mij
tussen onontdekte schoonheid
en kleur mezelf er eindelijk bij
in een waaier van kleuren
in een waaier van kleuren
grenzend aan fantasie
leiden wij de tijd
naar een intens spelen
waar het sensuele
in een waaier van kleuren
ademloos lang wordt beleefd
ons zielenreizend laat zuchten
naar een werkelijkheid
die naar eindeloos reikt
zomerzonnewendezomerzonnewend
(21 juni)
en terwijl er spanning heerst
tussen donker en licht
leven en dood
eer ik tot bij dageraad
met ontzag en offerande
de zon geboren op midwinter
tot bij middaguur
de wisseling van getij
is een feit
zomer verslapt zijn greep
en winter kruipt
stil dichtbij
droom ik mijn lente
Droom ik mijn lente
wanneer wind
zegevierend lacht
grijs heersend neerkijkt
in tollende onwerkelijkheid
zomer zich spoorloos
heeft verschanst
onder dekkend groen
en geduldig wacht
droom ik mijn lente
waar open schijn
en werkelijkheid
geurend mezelf laat zijn
alles of niks
alles of niks
verzin een teken van leven
wil je zien bewegen
in plaats van je te verankeren
in een teruggetrokken moment
speel het bewegend spel
te worden herboren
met alles of niks
in ’t verschiet
geniet met lef
van jouw ontwaken
en raak in vertrouwen
het immer blauwe
als zomers groen me bekoort
als zomers groen me bekoort
kan genieten bij windstil
van het donkergroene
dat als dichtgewolkt groeit
rimpelt het door een zacht ruisen
zijn het de stukjes blauw tussendoor
waar ik van hou
bruskeert de wind
gezwind mijn droombeeld
dan nog is er de geur
die mijn zomer fleurt
verdronken beelden
en als ik eenzaam ben
rimpelt water
mij in luchtspiegeling
verdronken beelden
ontsnapt de tijd me even
en dwaalt mijn hart
tussen groen en steen
naar verleden
tot avondrood
het zicht bedekt
en ik besef dat vroeger
geen toekomstdrager is

verzonken in eenzaamheid
in onbereikbaarheid
laat ik jou weten
hoe onvervuld verlangen
mij onvolkomenheid bracht
terwijl mijn hart reist
in d’ onvindbaarheid van de nacht
kan ik mijn verwachting
van toen niet meer vatten
het was geen liefde die mij omarmde
enkel een kleurloos gebaar
laat leven
laat leven
als na een intense worsteling
ik alles loslaat
en mijn lichaam tot rust komt
laat leven
haar zachtheid
naar me komen
zal ik in verruiming
een nieuw bewustzijn betreden
waar verleden geen toekomst dwingt
in de stilte van de morgen
als heimelijk wit
in de stilte van de morgen
mijn wereld omvleugelt
wordt schoonheid vermist
want in het onmetelijk slapende
lijkt dageraad verwart
trapt op licht
en verspreidt het ongewisse
terwijl ik me blindtastend
een weg naar waarheid wroet
waar in samenzijn
vol vertrouwen zal ontvouwen
in cirkels zweef
in cirkels zweef
soms heb ik meer
dan je woorden nodig
wil ik dat het sensuele
lijf en leden dirigeert
in cirkels boven
samenzijn zweeft
en in een moment van leven
me volledig aan jou overgeef
tijdloos tijdloos
in vergezicht
spelen wij in
op elkaars aanwezigheid
met flitsen en schitteringen
in weerschijn
vinden wij perspectieven
steeds sterker en dieper
worden zij meegetroond naar tijdloos
waar liefde is koning