verbloemd
de zachtheid
van warm verlangen
zit zo diep
verbloemd
in haar hart
dat het nooit
de dag zal vinden
verbloemd
de zachtheid
van warm verlangen
zit zo diep
verbloemd
in haar hart
dat het nooit
de dag zal vinden
leren leven
laat ze diepwortelend
in eigen aard
zichzelf verheffen
tussen hemel
en aarde
hun schoonheid geven
ons leren
zonder beperking
te leven
in hun wervelingIn hun werveling
wanneer ik zie
hoe ze in hun werveling
leven en dood nabootsen
laat ik ogen
het beleven stelen
om in mijn hart
vast te houden
vol van het mens zijn
wind
waait me
in de stilte
van het nadenken
tot de zon
op mijn gezicht
met duiding van beleven
mijn ogen laat twinkelen
vol van het mens zijn
geluk
In een oase
van wonderlijke verwezenlijking
waar de ziel
het hart over reikt
met de verste verte
van leven
binnen handbereik
ontdekt men zijn regenboog
winterslaap
zong hij eens
een zomers lied
koude snijdt
nu winterdiep
zo tergend traag
hij verglijdt
in winterslaap
die verademing draagt
mis jeMis je
’s Nachts als ik wakker word
niet meer kan slapen
de tijd barst van onwerkelijkheid
en mijn wereld scherft in realiteit
dan zoek ik blind
naar contrasten in het duister
omstrengel ze kluisterend
in voelende pijn
wilskracht
laat me afscheid nemen
van gebeurtenissen
door het inperken van de speelruimte
waarin ik me heb bewogen
tot het verhaal dood bloeit
werkelijkheid van vandaag
met blije gedachten naast mij
op de bank komt zitten
wanneer ze samen neigen
als emotie
zodanig het raken vertaalt
de kamer alleen maar
het zuchten
van twee mensen draagt
schaduwen
zelfs de maan verleiden
wanneer ze samen neigen
dan zal het eeuwenoude spelen
’s morgens liefde weten
stormStorm
in warme habitat
van omstrengelde armen
verhoop ik
de donkere hemel open
om niet in verhevigde
ogenblikken van storm
terecht te komen
die tederheid benijdt
morgen verbiedt te zijn