een weerlichtje na duisternis
toen ze ging verwelken
hebben we haar
liefdevol gesnoeid
zodat ze weer
kon heropbloeien
mooier dan ooit tevoren
een weerlichtje
na duisternis
een weerlichtje na duisternistoen ze ging verwelken
hebben we haar
liefdevol gesnoeid
zodat ze weer
kon heropbloeien
mooier dan ooit tevoren
een weerlichtje
na duisternis
overwinterenheb mijn toevlucht gezocht
midden een frivool spektakel
van dansende bladeren om
in hun evolutie mee te gaan zweven
tot ik hen over droomstonden
hoor verhalen
waar ik warm kan overwinteren
tot kleuren weer bloeien
pepemidden impasse
stelde hij voor
te komen wonen
in hun woonst
met een verwilderde
tuin erom heen
waar ik
rustig kon overzien
hoe uit stekjes
verloren onkruid
een boom met ziel
kon groeien
zwaarbeladen
met rijke gedachten
hogerop trachtte
waar een blauwe
hemel wacht
vol wit wolkende dromen
verstilde stilteverstilde stilte
benam me alle adem
vraagt te luisteren
naar haar belang
in jou geloofIn jou geloof
zelfs al is de onderstroom sterk
laat maar los
vergeet niet
dat ik je houvast zal zijn
tijdens onmogelijkheid
omdat ik hoe dan ook
in jou geloof
als dauwdruppelsals dauwdruppels
in ochtenduren
me boeketten
schoonheid geven
zullen mijn gedachten
er een parelend web
omheen spinnen
trachten dromen
tot leven te bewegen
een droombeeldin het spoor van waarheid
van schepping
zijn we haar overkomen
een droombeeld
tot leven geroepen
op zoek naar een vaste stek
om haar kracht en schoonheid
als een zuiver gegeven
in onze handen neer te leggen
in één ogenblikwanneer woorden
helpen hopen
dat dromen
tot leven komen
komt zelfs de tijd
niet tussenbeide
integreren levens zich
in een ogenblik
zelfs als regen
onophoudelijk de kamer
met eigen beweegredenen
tracht te vertekenen
voorbestemde liefde
onze ontmoeting
zo echt
dat ik niet wist
hoe ik je moest
laten gaan
weg van de populieren
die een deken
voor ons pluisden
tengevolge
voorbestemde liefde
jij als jezelf
ik als mezelf
samen innig
openbloeiend
een laatste strohalm
waar enkel heuvels
het geweeklaag
van bijna lege velden
aanhoren
klamp ik me vast
aan die laatste strohalm
welke winter met zijn
zomers wezen bemantelt