samen
wanneer de uren
in ons bestaan
langzaam verder glijden
zonder dat wij
het leven
nog intens beleven
zullen wij
de eenzaamheid
samen bewenen
en de warmte
van elkaars handen
als troostend weten
samen
wanneer de uren
in ons bestaan
langzaam verder glijden
zonder dat wij
het leven
nog intens beleven
zullen wij
de eenzaamheid
samen bewenen
en de warmte
van elkaars handen
als troostend weten
het blote voetenpad
het in groen weggestoken
blote voetenpad
ben ik gisteren
nieuwsgierig doorgelopen
gekriebel van stenen
modder tussen mijn tenen
lieten mijn hele lijf
zinderend genieten van de energie
dat wisselende ondergrond biedt
nazomer
ik zoek een late zon
een wind
die me zacht dwingt
nazomer te bezingen
voor ik samenkrimp
in de doodse stilte
van de winter
mijn vlammend rood
in de diepe voren
tot donker zilver
wordt gesmoord
elfennevel
als eerste zonnestralen
door laaghangende mist breekt
lijkt elfennevel
een paradijselijk verhaal
in mijn leefwereld te baren
zoveel mooier
dan nachtelijke luchtkastelen
waar trollen mij
in bangelijk grijs
laten rondwaren
een vage herinneringhoe breekbaar lijkt de wereld
wanneer een grijze hemel
de dag dicht dwingt
schaduwen uit de aarde
doet opstijgen
die zomertijd verdrijven
sterren verplicht te wemelen
in verlorenheid
die mij laten blijken
dat vandaag
slechts een vage herinnering
is morgen
klaag niet om gemis
de omhelzing
waar ik naar trachtte
kussen waar ik naar smachtte
leg die op mijn graf
en klaag niet om gemis
want weet je
het was ik
die jou miste
de vele avonden die je mij
in leegheid dropte
en ik jou
in de tijd niet terugvond
leven
wanneer de dag nijgt
naar roerloosheid
dan hoef ik alleen
in jouw schoonheid
te verdwijnen
mijn hartenklop
met de jouwe
laten meedrijven
het zachte spreken
strelend beleven
om te weten
dat leven
niet te stuiten is
waait een nieuw getij
in een nieuw getij
waait hij
zomer heen
verkleedt boom en struik
in geel geruis
neemt de geur
van laatbloeiers mee
plukt zuchtend
rijpe vruchten
laat vogels vluchten
in zijn stroming
verplicht mij
tot verloren lopen
in de dansende schaduwen
die bij zijn bewegend spel horen
waar dromen zwevenfantaseer je
niet langer in een wereld
waar dromen zweven
wat ben je met een illusie
dat je leven leidt
waar emoties deinen
in onwerkelijkheid
als je samenzijn
nooit als realiteit
kunt beleven
grijswanneer grijs
het landschap leidt
naar ruige openheid
waar laatste vlinders
fladderen zomersnood
rond verwelkte rozen
leef ik verder in warm weten
dat de bloei is mooi geweest
en ooit terugkeert

wanneer oud verdriet
niet langer
in de nacht staart
ik verlang
naar de zoekende handen
onder ’t bedlaken
die mij met tederheid
naar een passioneel verhaal
weten te dragen
zal ik mij
tussen droom en daad
terug op liefde verlaten
levenwanneer ik ze opraap
kussen ze me zee
strelen me aard
vertellen mij
in voormenselijke taal
een verhaal
dat waadde
door leven en dood
en toch bleef voortbestaan
omhels mij
laat me onder jouw kruin
die koelte ruikt
omhels mij schaduwrijk
ban de warmte
die nagloeit op mijn huid
waai mijn blos naar zomerbruin
in zilvergrijs
als ik vluchtend
voor realiteit
mij tegen
zijn ruige bast aanvlij
sust hij met energie
emoties naar rust
leert me de kunst
naar mezelf te luisteren
en toont dat vergaarde wijsheid
niet verdwijnt
maar in zilvergrijs
naar een nieuwe werkelijkheid
wordt geleid
vol overgave
zoek woorden die raken
mijn diepste gevoelens
voor jou vertalen
zodat je vol overgave
naar meer inhoud vraagt
en mij nooit meer
in jouw geheugen
laat verdwalen
ons leven
een lijvig boek wordt
waarbij de eindzin
nog steeds in de taal
van liefde wordt geschreven
samen ontwaken
wanneer wij ontwaken
in onze droomwereld
waar realiteit ware liefde raakt
glijden goudfijne zonnestralen
door nevels heen
zoveel warmer
dan wanneer wij
in een nacht zonder maan
naast elkaar
in rusteloze slaap rondwaren
ontwaken
terwijl bloemen
met een wedloop om open bloei
de dag starten
zangvogels tussen geboomte
uit hun dromen ontwaken
laat ik mij
in tederlijkende morgenstilte
door de dag aanraken
die zomerswarmte
met zich meedraagt
de kracht van zijn omwentelingen
pas wanneer hij
zich met wit bekroont
tussen zijn zoveel groen
merk ik hoe de kracht
van zijn omwentelingen
eerstelingen overweldigt
na dagenlange schaduw
heeft laten verdorren
voor ze gesmaakt
konden worden
rimpel haar waterzacht
als ik neig
naar eenzaamheid
rimpel ik haar waterzacht
in mijn hart
schenk haar
mijn verlangen
die ze weerspiegelt
in zilveren schijn
om mij
het middelpunt
van verbeeldingskracht
te laten zijn
vingerlicht aanraken
wanneer gebaren er in slagen
dat wij om
elkaars aandacht vragen
het vingerlicht aanraken
emoties wakker maken
die naar verlangen smaken
zal het liefdesspel
waarin wij ons wagen
elkaar zo intens weten te raken
dat wij voldaan
in een nieuwe morgen
zullen ontwaken
1 reactie op dit bericht
Mooi gedichtje Tine...nog een fijne dag